Posts tonen met het label Muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Muziek. Alle posts tonen

maandag 18 november 2013

Nieuwe liefde

Hij is grappig.
Hij is intelligent.
Hij is muzikaal.
Hij is dramatisch.
Hij is voor rede vatbaar.
Hij is sexy.
Hij is spannend.
Hij is geweldig.

De speech die hij in september aan de universiteit van Perth gaf, was het eerste wat ik van hem zag. Vervolgens zag ik Rock and Roll Nerd, een documentaire uit 2008 waarin hij van een aardige en ietwat verlegen beginnende comedian verandert in een rock-ster/comedian/componist/acteur. Daarna ben ik verdwaald in het eindeloze (maar helaas toch beperkte) aanbod filmpjes op youtube. Ik leef in de wereld van Tim Minchin, en ik wil er voor altijd blijven.

Telkens weer sta ik versteld van de combinatie van zijn muzikaliteit en de met intelligente boodschappen doordrongen grappen en liedjes. Zowel de klanken als de inhoud raken me. Het liefste wil ik dit alles voor me houden, zodat zijn wereld van mij blijft. Maar eigenlijk is hij best wel bekend, en ik ontdek nooit als eerste iemand. Dus verander ik in een volger en verkondig ik het evangelie van Minchin.

Mijn vrienden rollen met hun ogen als ik met mijn verhalen kom. Mijn enthousiasme en toewijding vinden geen aansluiting. Uit vriendschap kijken ze naar wat ik ongevraagd onder hun neus duw, maar ze geloven me niet. Ze kennen mijn zendingsdrang, of de niet aflatende toewijding waarmee ik me met alle liefde en energie op nieuwe ontdekkingen stort. En aangezien ze zich voorheen al verwonderden over mijn fascinaties, doen ze dat nu ook weer.

Dus verblijf ik alleen in de wereld van Tim Minchin. Waarin god en jezus geen taboe zijn, waarin zoete slaapliedjes lang niet zo lief blijken te zijn, waarin niets zomaar wordt aangenomen, en waarin liefde en betrokkenheid en humor de boventoon voeren. Mocht je me zoeken, dan zit ik hier.
 






woensdag 5 juni 2013

Blij

Ik schreef al eens over hoe de muziekdocumentaires altijd het hoogtepunt van mijn jaarlijkse IDFA avontuur zijn. Afgelopen jaar paste er echter geen enkele muziekfilm van mijn verlanglijstje in mijn nogal strakke schema. Ze moesten het afleggen tegen films over de financiële crisis, Afghanistan en andere vreselijke onderwerpen.

Dus zo miste ik onder andere Big Easy Express, waar ik op een later tijdstip meer dan ongelofelijk blij van werd. Stel je voor: drie (best wel bekende) folkbands, in een trein, door Amerika.

Het is zo simpel. En zo leuk. En fijn. Na zelf de V.S. van oost naar west en van west naar oost over land te hebben doorkruist, ben ik dol op films waarin dit gebeurt.

De bands: Edward Sharpe and the Magnetic Zeros, Old Crow Medicine Show en Mumford & Sons.
De reis: van San Fransisco naar New Orleans.
De muziek, de trein, de drank en de luchten.

Meer heb je niet nodig om heel blij te worden en zo snel mogelijk je biezen te pakken om reizend muzikant te worden. Tot die tijd, en in afwachting van het begin van de zomer (zelfs nu de zon eindelijk wil schijnen), is het raadzaam om de film te bekijken. Dan weet je vast wat je te wachten staat als je zelf op pad gaat.


zaterdag 14 januari 2012

Recensie

Ik ging met een vriend naar Over Canto, een film waarin de Canto Ostinato centraal stond. De film gaat echter niet over het muziekstuk zelf, maar over de invloed die het op verschillende mensen gehad heeft. Geen verkeerd uitgangspunt, als je interessante mensen neemt. Daarmee bedoel ik niet dat er meer vrienden van Halina Reijn naast haar hadden moeten verschijnen, maar dat de mensen die nu gekozen waren niet allemaal even interessant waren met hun Canto verhaal. "Ik luisterde het gewoon altijd toen ik klein was, en ging dan met mijn lego spelen," zo vertelt een studente die op haar kleine kamer achter een grote vleugel zit.
Uiteindelijk waren het echter vooral de filmische keuzes van regisseur Ramon Gieling, die ervoor zorgden dat ik en mijn kijkgenoot (hij in mindere mate) steeds lacheriger werd.

In een masterclass vertelde René Appel (die Zij gelooft in mij over Hazes maakte) ooit dat hij nooit liet zien waar de mensen in zijn films over spraken. Je moet het verhaal niet verzwakken met begeleidende beelden. Gieling had die masterclass misschien moeten bijwonen, want de flashbacks die in Over Canto de verhalen begeleiden zijn ronduit vreselijk én ze kloppen niet. Als het meisje het over lego heeft, moet je geen blokken gebruiken. Daarnaast leek het alsof de makers een sound-effecten-cd gevonden hadden en die te pas en te onpas gebruikten. Vogelgeluiden, regendruppels, alles leek binnen te komen alsof de geluidsman ze aan zijn hengel had geplakt.

In ieder interview kwam de stem van de maker terug die zei: "je vertelde me eerder dat je ... (dan volgde een anekdote) .. kan je daar wat meer over vertellen?" Waarop de anekdote volgde. Waarom wilde Gieling zelf aanwezig zijn? Waarom moeten wij horen dat hij vooraf met zijn personages een gesprek heeft gehad? Liever hoor ik hen gewoon vertellen. Ook kwam uiteindelijk ieder verhaal op hetzelfde neer: de Canto Ostinato heeft een enorme indruk gemaakt en heeft mijn leven veranderd. Na drie keer hadden we die boodschap ook al begrepen.

Een van de interessante personages, musicoloog Henkjan Honing, wordt van onderaf gefilmd terwijl hij een college geeft over hoe muziek kan raken, en hoe dat precies gebeurt. Helaas wordt zijn college gefilmd in een bijna lege UvA aula, waar her en der verspreid enkele vrouwelijke studentes naar hem op lijken te kijken. De irritatie over de camerastandpunten was groter dan de aandacht voor zijn inhoudelijk interessante verhaal.
De foto's die achter onderzoeker Johannes Bentz stonden, van rotondes - waar de Canto hem aan lieten denken - waren prachtig, net als de filmpjes van een rotonde, waar op een bepaald moment toch echt een voetganger lijkt te worden aangereden. Grapje van de maker?

Toen op het einde 'de meester zelf', componist Simeon ten Holt aan het woord kwam, en Gieling weer refereerde aan eerdere gesprekken, kon ik al niet meer mijn aandacht erbij houden. Ik keek naar de man wiens bovenlijf over liep te lopen in zijn onderlijf en vroeg me af of hij een snuggy aan had. Toen hij vervolgens - naar onze mening licht geïrriteerd - antwoordde op Gielens vragen dacht ik dat we voor de gek gehouden werden en naar Wim de Bie zaten te kijken. Daar kan Ten Holt natuurlijk verder niets aan doen, maar de lacherigheid die ik tijdens de film langzaam had opgebouwd veranderde nu in een enorme aanval van de slappe lach, die ik al lange tijd niet meer gehad had.

Dank daarvoor, Ramon Gieling. En mijn excuses aan het andere bioscooppubliek.

De muziek is overigens prachtig:

zondag 24 juli 2011

De Helling

Toen de pont de wal raakte klonk vanuit de verte een zachte beat. Verder klonk alleen het geluid van de regen die de hele middag al onophoudelijk uit de lucht kwam vallen. Het terrein op de helling werd omgeven door hekken, met aan één kant een opening voor een ingang waar beveiligingsjongens tassen checkten en bezoekers controleerden op het al dan niet meesmokkelen van drugs.

De helling, waar ooit schepen van te water gleden, was dit keer het decor voor Henk op de Helling. Waar op andere dagen duizenden koopjesjagers langs rommelmarktstandjes struinen, of waar eens per jaar prachtige voorstellingen tijdens het Over 't IJ festival spelen, stonden nu dj sets, witte partytenten en een rij bars, waar bier, wijn, cola en wodka te krijgen was. In een hoekje bovenop de helling stond een lange rij mensen te wachten tot de gegrilde groentespiezen, hamburgers en pastasalades klaar waren.

Los van mijn drijfnatte kleren, waardoor ik eigenlijk niets liever wilde dan onder een warme douche staan, hield ik absoluut niet van de dreunende dance en trance muziek die kenmerkend was voor dit festival. Ik vroeg me af waarom ik me had laten overhalen. Of, waarom ik op de uitnodiging in was gegaan en mijn warme huis verlaten had voor deze kou en narigheid. De reden was de nieuwe vriend van een vriendin. Want los van de muziek, presenteerde Stichting Henk ook kunstprojecten, waaronder Den Visscher van Piet. Piet, die rondliep in een groen visserspak, zijn blonde haar in een staart gebonden. Waarvan andere bezoekers vermoedden dat hij Henk was. Piet vertelde zijn verhaal in een bootje, waar je met een lange ladder in moest klimmen, waar maximaal zeven mensen met opgetrokken benen op kussens konden zitten, luisterend naar zijn verhaal. Een van de luisteraars was Paul van twintig, die mij met grote pupillen aan keek en een onduidelijk verhaal vertelde over de passie in zijn leven, die bestond uit feesten, drinken en pillen.



Naast het bootje van Piet stond een poëziepodium, waar schrijvers en dichters onverstaanbaar in een microfoon hun gedachten mompelden voor een overvolle tribune van mensen die dekking tegen het weer zochten, en die alles behalve poëzie wilden horen. "Ik vind dit zo vermoeiend," zuchtte het meisje naast me tegen een vriendin. Beide zaten ze in korte rokjes, met t-shirts en opgestoken haar aan een groentenspies te knabbelen. Terwijl harde windvlagen de regen over de helling joegen, sprongen ze op en liepen richting de partytenten. Ik zocht mijn heil in het bootje van Piet, waar mijn kleren opdroogden terwijl we juttersbitter dronken. Zoals het hoort op een boot.

dinsdag 19 juli 2011

Freddy

Achteraf gezien was hij waarschijnlijk voor mij de eerste in een rij van homo- en biseksuele artiesten waar ik genadeloos voor viel. Alhoewel het vrijwel onmogelijk is dat niet minstens één van de New Kids on the Block, waar ik daarvoor fan van was, ook op mannen viel, was hij toch de eerste waarvan het redelijk duidelijk was.
Het was niet zozeer zijn uiterlijk, en eigenlijk ook niet zijn kledingkeuze die het hem voor mij deden. In eerste instantie was het zijn dood. Mijn fascinatie begon namelijk pas bij de aankondiging van zijn overlijden, dat natuurlijk nogal heftig was, en het kwetsbare lied dat vlak daarna werd uitgebracht. Dat raakte mijn gevoelige pubersnaren. Wat overigens ook verklaart waarom zijn uiterlijk - haar, gebit, graatmagere lijf - wellicht niet direct op mij werkte. Ik was dertien en had nog niet zo'n duidelijk beeld van wat je met zo'n mannenlichaam zou kunnen doen.

Wat het wel was, was zijn ongelofelijke uitstraling. Zijn podiumgedrag, zijn ongegeneerde drang om aanwezig te zijn, om zich te uiten, om te laten zien wie hij was. Door ieder uiterlijk middel te gebruiken dat hij kon vinden, strakke pakjes, vlaggen, bontjassen, fakkels. En zijn muziek. Of de muziek van zijn band. Want er stonden ook nog drie andere artiesten achter hem, alhoewel zij pas in de schijnwerpers kwamen te staan toen hij vóór hen verdwenen was. Op mijn lijstje 'dingen die ik nog wel eens had willen doen' staat een stadion concert van Queen toch wel erg hoog genoteerd.

Eens in de zoveel tijd geef ik me weer tijdelijk over aan hun opzwepende gitaar- en drumsolo's, en vooral aan Freddy stem. In mijn korte bestaan als Queen-fan heb ik gelukkig ook de wat minder bekende liedjes beluisterd, zoals het geweldige Breakthru, You take my breath away, en Love of my life. Maar uiteindelijk zijn het toch ook wel de bekende nummers die ik dagenlang in mijn hoofd met me mee draag: Killer Queen, Fat bottomed girls, Somebody to love en als topper onderstaand nummer, dat zo ongelofelijk lekker swingt op de fiets.

Nu ik na jaren eindelijk openlijk durf uit te komen voor mijn voorkeur voor homoseksuele zangers, durf ik ook te zeggen dat ik Freddy's pakjes eigenlijk best opwindend vind, dat die tanden eigenlijk ook wel wat hebben en dat ik met liefde door zijn haar had gewoeld.

RIP Freddy.


zaterdag 26 maart 2011

Teddy

In principe zijn er maar drie dingen nodig om mij gelukkig te maken. Een podium. Een man. Een instrument. De intensiteit van het geluk kan afhangen van de intimiteit van het podium, de aantrekkelijkheid van de man en het soort instrument - vooralsnog word ik gelukkiger van piano en gitaar dan van triangel, maar daarmee wil ik niet uitsluiten dat er ooit een geweldig goede, en wellicht aantrekkelijke triangelspeler zal zijn die mij tot in het diepste puntje van mijn ziel weet te raken.
Vooralsnog zijn het echter vooral piano's en gitaren die het 'm doen. Ik vind dat niet teveel gevraagd. Zeker niet als ik in het ergste geval - groot podium waar ik op grote afstand van sta, lelijke man die niet kan zingen en vals instrument - alsnog geroerd kan raken door de knulligheid ervan.

Deze avond had echter goede variabelen, zowel qua podium, man als instrument, en was ook nog eens op een bijzondere locatie, het Rubin Museum of Himalayan Art, waar maandelijks de Naked Soul avonden worden georganiseerd. Avonden waarop er op het podium niet meer staat dan een man (en soms vrouw, denk ik) met een instrument, en misschien een microfoon. In dit geval stond de microfoon niet aan. Hij stond er wel, zodat de artiest ergens achter kon staan, maar hij deed het niet. De zaal kon het hebben.

Teddy Thompson, de man in kwestie, stond ongelofelijk nonchalant te wezen. Spijkerbroek, dun vest, long sleeve t-shirt en gitaar. Alsof hij tijdens het joggen door Chelsea langs het museum was gerend en bedacht dat hij eigenlijk net zo goed even kon gaan spelen. De eerste liedjes speelde hij zonder ook maar een woord uitleg te geven. Hij leek een beetje ongemakkelijk, daar in zijn eentje op dat grote podium. Maar langzaam kwam hij steeds meer los, vertelde dat hij eigenlijk geen playlist had, en moest herhaaldelijk zijn iPod erbij halen om te kijken hoe zijn eigen liedjes ook alweer gespeeld moesten worden. Hij was net terug uit Californië, wat hij zelf verklaarde als reden voor zijn relaxedheid.

Ik realiseerde me dat ik, hoewel ik zijn muziek al jaren ken en graag luister, geen enkele tekst ken, en alleen maar melodieën herken. Die dan wel weer lekker meeslepend zijn. Ik ken ook geen enkele titel uit mijn hoofd, zoals andere bezoekers die Teddy probeerden te helpen bij het kiezen uit zijn repertoire. "No, can't do that one without band". "That one is too difficult to sing alone." "I haven't sung that in a long time, don't remember the lyrics."

Door het wegvallen van alle opsmuk, bleef er niet veel meer over dan zijn teksten. En nu pas, voor de eerste keer, hoorde ik hoe groot het verlangen en de deceptie aanwezig zijn in zijn liedjes. Hij wil haar weg hebben, mist haar, voelt zich afgewezen, vraagt zich af wat ze nog samen doen. Teddy's liedjes gaan bijna allemaal over de liefde! En dat maakt hem natuurlijk alleen nog maar nóg leuker!



En een van mijn favorieten:

maandag 14 februari 2011

Jacob tv

Jacob ter Veldhuis is een Nederlandse componist die niet alleen prachtige moderne muziek maakt, maar die daarnaast voor zijn projecten ook gebruik maakt van projecties, geluidsfragmenten en andere visuals. Zijn nieuwste project heet The News, waarbij hij actuele nieuwsfragmenten gebruikt en verknipt voor een unieke muziekervaring. Ik hoorde over hem door Grab it, een stuk voor electirsche gitaar dat hij op uitspraken van ter dood veroordeelden componeerde.
Het is niet de meest rustige muziek, niet via de computer, en al helemaal niet als deze beelden je via een grote projectie in een concertzaal tegemoet komen.

Ik hou wel van dit soort combinaties, waarbij muziek, beeld en vooral de combinatie daarvan voor een ervaring zorgen, en zich daarmee onderscheiden van alle gewone concerten waarbij je met je ogen gesloten achterover in je stoel kan hangen.

Eigenlijk ben ik van mening dat je wel wat van je publiek mag verwachten. Waarom zou een avond vermaakt alleen maar rustig en gemakkelijk moeten zijn? Het mooie van dit soort avonden, waarbij je waarschijnlijk dodelijk vermoeid buiten komt, is dat je het nooit zult vergeten. Misschien is het dus toch maar goed dat niet ieder concert zo intensief is, want dan versmelten al die prachtige ervaringen wederom tot één grote brij. Laten we de uitzonderingen koesteren, en eens in de zoveel tijd werken tijdens een avondje uit.


zaterdag 22 januari 2011

Stravinsky

In het jaar tweeduizend werkte ik op bijna vrijwillige basis mee aan een bijzondere productie van het Holland Festival. Het gezelschap Zingaro, dat onder leiding van de kleine, maar daarom niet minder angstaanjagende, directeur Bartabas een theatrale dansperformance met paarden had gemaakt, was buiten Holland Festival data neergestreken op het toen nog onderontwikkelde Westergasfabriek-terrein.


In de Gashouder was een circus piste opgebouwd, die bestrooid was met zand en zaagsel. Buiten stonden de stallen met paarden, de dansers warmden zich rondom op. Wanneer Bartabas rondliep probeerde je je als publieksbegeleider zo klein mogelijk te maken, in de hoop dat hij je niet zou zien en dat hij iemand verderop als onderwerp van zijn toorn zou kiezen. Ik meen me vaag te herinneren dat ik ooit per ongeluk op zijn weg kwam en met een snauw aan de kant werd geduwd.

Wanneer het publiek op de houten bankjes had plaatsgenomen en het geroezemoes langzaam verstomde, hoorde je de fagot aanzwellen. Een kleine spot ging aan in het midden van de piste. Een danser bewoog. De andere instrumenten voegden zich bij de fagot. Meerdere dansers kwamen vanuit het zwart tevoorschijn. De muziek zwol steeds meer aan, meer dansers lieten passen achter in het zand. En dan, op het moment dat de strijkers tokkelen, waren er opeens paarden met amazones. De dansers leken zich te verdedigen, de paarden omringden hen. De choreografieën vermengden zich. Vervolgens namen de paarden de dans over. Iedereen die Le Sacre du Printemps van Stravinsky kent weet hoe intens dit stuk is, laat staan als dat dan ook nog gecombineerd wordt met een dans tussen mens en paard.



Enkele weken later kreeg ik door een speling van het lot twee kaartjes voor Het Concertgebouworkest, voor hetzelfde stuk van Stravinsky, en dan ook nog gedirigeerd door Pierre Boulez. Toen de fagot begon rook ik het zand en de paarden, en bij iedere sequentie zag ik het bijbehorende deel van de dans met de paarden voor me.

Tijdens de Zingaro voorstelling werd ná Le Sacre de Psalmen Symfonie, ook van Stravinsky, uitgevoerd. Ik moet steeds weer aan de atonale klanken van die symfonie denken tijdens de repetitie van mijn koor, waar we momenteel werken aan zijn Mis.
Je moet een beetje van moderne klassieke muziek houden, maar als je je daaraan weet over te geven kan je tot tranen geroerd worden. Zelfs wanneer je ze zelf tot vervelends toe moet repeteren.
Heel soms ruik ik in onze repetitieruimte opeens de geur van zand en zaagsel, en hoor ik in de verte de paarden briesen.

dinsdag 10 augustus 2010

Lipdub

Benodigdheden: 1 camera, 1 liedje, 1 geschikte locatie en zoveel mogelijk mensen. Voorbereiding: indien professioneel: minimaal twee weken tijd, een dik draaiboek, een ingehuurd productieteam, meerdere locatiemanagers; indien niet professioneel: 1 enthousiaste zomercursus organisator, 1 choreografe die geen idee heeft wat een lipdub precies is, geen draaiboek en geen idee. Mix bovenstaande ingrediënten met de organisator en de choreografe, en laat de creativiteit haar werk doen.

Op 22 juni 2008 werd de eerste University Lipdub opgenomen in Duitsland. De term werd volgens Wikipedia twee jaar eerder door Jakob Lodwick, de oprichter van Vimeo, in 2006 bedacht. Sindsdien is het aantal youtube lipdub filmpjes explosief toegenomen. Niet alleen universiteiten lipdubben, maar ook kantoren, banken en keukengiganten, en laten we de eenzame nerds die in nachtelijke verveelbuien zichzelf en/of hun vrienden opnemen niet vergeten. Verwar de lipdub niet met de flashmob, ook een redelijk nieuw vercshijnsel waarbij een grote groep mensen onverwacht op openbare plekken zich verenigt in een synchroondans (wat na de dood van Michael Jackson veel gedaan werd).

Lipdubben is cool. Laat ik dat even voorop stellen. En het is moeilijk. Althans, moeilijker dan je zou denken.
De afgelopen zes weken heb ik met alle enthousiasme dat ik in me had, gepoogd de deelnemers van de CREA zomercursussen over te halen om mee te doen met mijn Grote Zomer Project: iedere week een nieuwe lipdub. In de eerste week zaten er zeven mensen, die uiteindelijk gelukkig net zo enthousiast als wij waren en in twee uur tijd een choreografie verzonnen en kostuums aantrokken. Een paar weken later zaten er twintig, die allemaal blij meezongen met de Spice Girls.

Ik houd natuurlijk van al mijn zomercursisten. Maar van de lipdubbers houd ik stiekem het meest. Om hun inzet, hun blijdschap, hun harde werk en omdat ze mij blijkbaar niet alleen willen laten staan met mijn gekke ideeën. Nog één keer te gaan. Ik hoop dat deze keer iedereen komt!


week 1 & 2


week 3


week 4


week 5

dinsdag 22 juni 2010

Ibo

Het Vondelpark ruikt niet altijd naar bos. Het ruikt soms ook naar regen op geasfalteerde paden. Of naar de oninspirerende geur van een kopje earl grey thee in een plastic bekertje. Maar als die regen en thee worden gecombineerd met de prachtige liedjes van Ibo Bakker, dan mis je dat bos niet zo. Dan dwaal je over velden, door steden en in de duinen. Of waar dan ook waar Ibo je mee naar toe neemt.
Ik kende Ibo eigenlijk alleen van naam via de Wilhelminakliek, waar hij ook optrad, maar had hem nog nooit live zien spelen. Dat is sinds dit weekend gelukkig veranderd. Terwijl de regen met regelmaat het publiek onder paraplus en plastic zakken liet verdwijnen, deelden minstens tien muzikanten op het podium hun zomerse zoetigheden. Prachtige liedjes, dromerige teksten, mooie melodieën. En dat allemaal voor veertig mensen en drie zwervers die ongestoord door de regen dansten.

Ibo vertelde: "je hebt drie soorten liefdesliedjes.. De eerste gaan over dat ze zo leuk en mooi is, en dat je naar haar verlangt. De tweede soort, en daar heb ik er betrekkelijk weinig van, gaan over dat ze er is. En dan heb je de derde, die gaan over dat ze weg is. Daar heb ik er dan weer veel van." Ik gun Ibo natuurlijk alle liefde van de wereld, maar onderstaand filmpje pleit eigenlijk wel voor gebroken harten... Liedjes over gelukkige liefde zijn toch vaak niet zo mooi.

vrijdag 11 juni 2010

Jim

Vroeger, toen ik nog niet zelf mocht kiezen naar welke muziek ik luisterde, of toen ik dat alleen op mijn kamer mocht doen, werd ik vooral omringd door klassieke muziek. Mijn vader luisterde vanaf zijn vijftiende eerst naar Beethoven en Mozart, maar al snel Sjostakovich en Wagner. In mijn jeugd waren het vooral de Russen die onze avondmaaltijden begeleidden. Zo lag zelfs de lichtste zomerse salade al snel zwaar op de maag.

De verzameling 'pop' van mijn vader bestaat nog steeds uit een enkele cd van Leonard Cohen, Simon & Garfunkel en Van Morrison en de gehele verzameling van de Rolling Stones. Ik kon dus niet terugvallen op mijn opvoeding als het ging over grote namen in de popgeschiedenis. Een van de eerste cd's die ik kocht was weliswaar een verzamelplaat van de Beatles, maar die was vooraf gegaan door Greatest Hits 1992 en Now Dance, een saaie mix van softe housemuziek.

In mijn studententijd leerde ik dan eindelijk ook over Janis Joplin, Jaques Brel en Jim Morrisson. Helden die ons jonge studenten jaren na hun dood tot drank en sigaretten aanzetten in een poging wild en avontuurlijk te leven. Vooral Jim Morrisson en The Doors, die bij mij met name een herinnering aan een heftige spacecake avond oproepen, deden het goed. Jims schreeuwerige stem die de luisteraar beledigend toeriep op de hallucinerende tonen van de gitaar, bracht veel van mijn vrienden in diepe vervoering. In When you're strange wordt de geschiedenis van de band verteld. Helaas op een manier die mij vooral pijnlijk duidelijk maakte dat Jim Morrisson wellicht geniaal en hyper intelligent was, maar toch vooral heel zielig en vooral verslaafd. In deze film, die bestaat uit oude beelden van concerten en eigen opnames, kijkt Jim voor het merendeel verdwaasd en pafferig de camera in, zonder echt een focus te hebben. Ik ben van mening dat wanneer zijn verhaal nu in het nieuws zou komen, het vooral medelijden zou opwekken. De goede oude tijd van drugs, sex en rock & roll is toch echt voorbij. Een bevriend muzikant wist mij te vertellen dat de hoge druk van tegenwoordig geen ruimte meer geeft voor dat soort uitspattingen. Als je het nu wilt maken moet je op een dieet van groene thee en brandnetelsoep, vroeg naar bed en het liefst een boeddhistische tempel in je huis hebben.

Het zette me aan het denken. Zijn er nog echt rock en rollers? Jonge zangers, of bands, die nog mogelijk op hun zevenentwintigste kunnen komen te overlijden ten gevolge van hun roekeloze bestaan? Het zou toch zonde zijn om de mythe op te geven.

zondag 6 juni 2010

Word fan!

Volgens de Van Dale is de definitie van een fan, een enthousiaste liefhebber of bewonderaar. Dat lijkt me een redelijk neutrale omschrijving. Enthousiast leidt uiteindelijk via geestdrift naar innerlijke inspiratie, wat naar mijn idee nog steeds neutraal is. Positief neutraal, mocht deze term bestaan. Niks mis met fan zijn dus, zou je zo denken.

Ik ben toevallig fan. Van Rufus Wainwright. Wie? Een Amerikaanse singer songwriter wiens muziek ik enkele jaren terug voor het eerst hoorde. Ik hou van zijn muziek. Van zijn stem, van het bereik dat hij heeft, het luchtvolume waarmee hij ellenlange noten kan zingen. Ik hou van zijn uiteenlopend repertoire, van het feit dat hij geen standaard singer songwriter is, maar veel klassieke invloeden heeft, dat hij een opera heeft geschreven, sonnetten van Shakespeare op muziek heeft gezet, maar ook een heel orkest optrommelde om een Judy Garland show na te zingen. Ik hou van zijn gevoel voor drama, zijn overdreven maniertjes en vreemde lach, zijn egocentrisme, zijn opvallende accessoires. Daarnaast heb ik door hem een heel scala aan andere muzikanten leren kennen, aangezien zijn familie net zo (of misschien ietsje minder) muzikaal is.

Afgelopen week heb ik twee avonden lang ademloos naar hem zitten luisteren in Carré. De eerste avond ontroerde hij me zo dat de tranen onbewust over mijn wangen liepen (waar een buurvrouw op een bepaald moment verschrikt van keek). De avond erna was ik alleen maar blij en geïnspireerd.

Wat me echter opviel was dat veel mensen 'fan zijn' zien als een soort afwijking, een foutje in de programmering, een onverklaarbare en niet normale drang waar je geen blijk van dient te zullen geven. Het woord dient ook met lichte nadruk en een aspiratie van de 'f' te worden uitgesproken: "Oh, jij bent....'fan'?" Gevolgd door een meelijwekkende blik. Nu heb ik mezelf de afgelopen week al te vaak verdedigd, dus gooi ik het over een een andere boeg. Ja, ik ben fan, en ik gun het iedereen ergens fan van te zijn. Je krijgt er namelijk prachtige momenten voor terug, je wordt innerlijk geïnspireerd en je leven krijgt een extra kleurtje. Ter verduidelijking, je hoeft niet van één persoon fan te zijn, in principe zijn er geen regels, dus het kan van meerdere mensen tegelijkertijd. Je kunt daarnaast ook nog fan zijn van mooie series, documentairemakers, steden, en wat je eigenlijk verder maar wilt. Als je er maar innerlijk geïnspireerd van wordt..

Als je nou eens bij jezelf nagaat waar je blij van wordt... waar ben jij dan eigenlijk gewoon fan van? Schaam je niet en sta voor je fandom! Fans aller landen, verenig U!




vrijdag 14 mei 2010

Flight of the Conchords

Ik zat na een prachtige voorstelling in de kroeg nog na te praten met wat vrienden toen een van hen opeens een jongen aan de andere kant van het café opmerkte. Nu zaten we in een kroeg die op zaterdagavond altijd vol zit met meer en minder bekende mensen, dus kijk je niet echt meer op als iemand binnenkomt. Deze jongen viel echter buiten het scala aan bekende theatermensen, hij was namelijk internationaal bekend. Daarom viel hij ook op, omdat hij niet gewoon bekend was. Hij was internationaal bekend. Voor een beperkt aantal mensen, dat wel, maar toch.
Een van mijn tafelgenoten boog zich naar me toe en wees naar de jongen. Licht fluisterend, wat verder onnodig was aangezien we in een drukke kroeg zaten en de jongen meters bij ons vandaan zat, maar waarschijnlijk omdat de spanning hem teveel werd, zei hij: 'herken je die jongen?'.
Ik keek. Even. Snel. En toen nog een keer. En ik wist: dat is Niet Bret. Nu is Niet Bret niet zijn naam, maar zijn compaan heet Bret, en dit was die ander en dat was dus Niet Bret. Gelukkig wist een andere tafelgenoot zijn echte naam: Jemaine. Al wist ik toen nog niet dat je dat zo schreef.
Jemaine zat aan tafel, met naast hem Nigel, maar dat wist ik later pas, dat die andere jongen Nigel heette. Twee dagen later kwam ik er achter dat hij ook meespeelde met de band, en dat hij in zijn eentje het hele Nieuw Zeelandse Symfonieorkest moest voorstellen. Wat hij overigens aardig deed. Jemaine en Nigel dronken een biertje en wisselden soms wat woorden met elkaar. Verder keken ze de kroeg in, waar heel veel meer en minder bekende theatermensen voor hen totaal onbekenden speelden.
Toen ze aanstalten maakten om hunsweegs te gaan, wat later gewoon het chique hotel om de hoek bleek te zijn, trok ik mijn stoute schoenen aan en liep op hen af. Ik vertelde Jemaine dat ik hem leuk vond. En Bret ook. De combinatie van hen beide eigenlijk vooral. En dat ik het zo jammer vond dat hun concerten binnen onwaarschijnlijk korte tijd waren uitverkocht. Ik vroeg hem of ze soms heel veel belangrijke sponsoren hadden, maar hij dacht het niet. Hij verontschuldigde zich voor de gang van zaken en zei dat hij me wellicht op een lijst zou kunnen zetten. In diep ongeloof, maar nooit te bang om een kans te grijpen gaf ik hem mijn nummer.















Twee dagen later liep ik met twee biertjes in mijn hand door het gangpad van een afgeladen zaal in de Melkweg. Het meeste publiek had al lang daarvoor een goede plaats proberen te bemachtigen, maar voor de mensen van de gastenlijst waren stoelen op de tweede rij gereserveerd. Jemaine en Bret speelden zo'n twee uur, en ik zat twee uur lang met een grote grijns op mijn gezicht te kijken.
Het gaat om de momenten waarop de tijd even stil staat en dit was er zo een. Ik denk niet dat Jemaine dat wist, of in gedachten had toen hij mij twee plaatsen aanbood, maar dit had het wel tot gevolg: dat op een druilerige maandagavond in Amsterdam de tijd even stil stond.

zaterdag 1 mei 2010

Concert

Vorig jaar eind mei zong koor Convivium, ooit ontstaan uit het Particolartekoor, op in het bos bij de Soesterduinen.
Het was een magische avond, waar ik al eerder een keer over geschreven heb.
Nu is er echter een goede reden om nog een keer de aandacht op ons opreden te vestigen: youtube filmpjes! Iemand in het publiek (werkelijk geen idee wie) heeft de moeite genomen om dit totaal onfilmbare evenement (want 's avonds in een bos, dus donker, dat kan geen camera aan) op te nemen.
Zet je dus even over het feit heen dat je niemand daadwerkelijk kunt zingen, probeer van de kaarsjes en de muziek te genieten en realiseer je dat het daadwerkelijk in een bos is! Zelfs met piano!

Op 29 mei as zingen we weer, ditmaal in de Posthoornkerk op de Haarlemmerstraat. Wees welkom!



zaterdag 6 maart 2010

Happy

Je hebt van die dagen. Dat het onophoudelijk regent. Of dat de zon wel schijnt maar het veel kouder is dan je denkt. Of van die dagen waarop je op het moment dat je je ogen open doet alweer verlangt naar het moment dat je weer onder je dekbed mag kruipen. Dagen waarop de wereld even iets sneller of langzamer draait dan jij, waarbij alles uit de pas lijkt te lopen.
Op dat soort dagen moet je kunnen terug vallen op basisvoorzieningen. Onderstaand filmpje is daar voor mij één van. Het maakt me blij. Of blijer. Of minder gefrustreerd. Of wat dan ook.

donderdag 4 maart 2010

Mooi

Dit jaar woon ik veertien jaar in Amsterdam. Als ik mensen vertel dat ik oorspronkelijk uit Zuid-Limburg kom, krijg ik vaak als reactie: 'nou, dat hoor je bij jou helemaal niet meer hoor!' Het zal een compliment zijn, en zo interpreteer ik het graag, maar toch is het eigenlijk vreemd. Wat is er nou mis met een accent? Waarom lijken mensen op tv dommer omdat ze een zachte g hebben, of 'n' in plaats van 'en' op het einde van een woord zegg'n? Vanwaar die Randstedelijke arrogantie? Geloof me, deze vraag moet ik in de eerste plaats aan mezelf stellen, want ik heb er zelf ook last van, ondanks mijn afkomst. Er komt altijd een soort van plaatsvervangende schaamte bij kijken. Grote onzin natuurlijk, want er is niets zo leuk als dialecten en accenten. Het is alleen vreemd dat er in Nederland zo spastisch over gedaan wordt. In Engeland en Duitsland bijvoorbeeld, zijn mensen trots op hun streek en hun taal. Hier niet. Hier ben je vreemd als je geen ABN spreekt. Voor mijn verhuizing naar het hoge noorden durfde ik niet te praten met Hollanders, uit angst dat ze me dom zouden vinden. Toen ik er eenmaal woonde heb ik in het begin genoeg bevreemdende momenten gehad die door spraakverwarring ontstonden. En hoewel ik me langzaam heb geconformeerd, en me nu meer Amsterdammer dan Zuid-Limburger voel, komen die roots eens in de zoveel tijd toch weer omhoog. Dan voel ik opeens weer hoe ik sommige woorden mis, of hoe ik bepaalde sentimenten niet kan delen met vrienden die in de Randstad zijn opgegroeid. (Met Brabantse vrienden kan ik in ieder geval nog fijn lachen over flauwe grappen als: het is wit en staat in de wei. Wiite gij 't?)
Een van de woorden die ik bijna nooit meer gebruik omdat de betekenis hier anders is dan in Kerkrade is 'sjiek'. Dat heeft niets te maken met stijlvol of elegant. 'Sjiek' is gewoon mooi, of leuk. Als iemand een leuke mededeling had: 'we gaan dit jaar op vakantie naar Spanje', dan kon je zeggen: 'sjiek hej!'. Groot was mijn vreugde dan ook bij het zien van het volgende filmpje...




Daarnaast is Fabrizio natuurlijk ook een erg lekker ding:)

zondag 24 januari 2010

Verdriet

Afgelopen maandag stierf Kate McGarrigle, op 63 jarige leeftijd, na meer dan 3 jaar ziek te zijn geweest. Kate zong met haar zus Anna en was de moeder van Rufus en Martha. Ik kende Kate niet, heb haar helaas nooit live zien optreden, maar ik weet wel de vreemdste details over haar uit verhalen en interviews. Ik weet hoe ze praatte, hoe ze zong. Ik weet van haar humor en ik ken haar muziek.

Als ik geen fan was geworden van haar kinderen had ik nooit van haar gehoord. Nu ben ik verdrietig.
Het is een bijzonder soort verdriet, voor mensen die je niet echt kent. Het kan intens zijn, maar ook een beetje misplaatst voelen. Althans, zo ervaar ik het. Het is verdriet om het verlies van een groot artiest, maar ook verdriet om het verdriet van haar familie. Het is verdriet uit dankbaarheid. Omdat Kate en haar familie mij steeds kleine cadeautjes geven met hun muziek. Het is verdriet omdat uit een gebeurtenis als deze blijkt dat je het leven niet in de hand hebt en dat je alleen maar kunt hopen dat je zo lang mogelijk liefde mag geven en krijgen. Het is verdriet omdat haar muziek nu altijd een beetje anders zal klinken. Het verdriet omdat zij haar liedjes nooit meer kan zingen, omdat er geen nieuwe liedjes meer bij zullen komen. En misschien is het ook gewoon verdriet om het verdriet.




Dag Kate.
Bedankt.





dinsdag 29 december 2009

Ellen

Het mooie van kerst is in mijn geval dat ik cadeautjes krijg. Een daarvan was dit jaar een cd die ik van mijn broertje kreeg (die mijn hint, zijnde: 'ik wil wel graag de nieuwe Nederlandstalige cd van Ellen ten Damme en Ilja Leonard Pfeijffer', goed had opgepikt). Ik had een fragment langs zien komen op tv en wilde wel eens meer weten. Wat ben ik blij met dat idee!
Toen ik in eerste instantie de teksten las, hoorde ik er Acda en de Munnik-achtige melodien bij. Mannenstemmen die ontroeren, hartverscheurende melodieën, tweestemmig gezang dat tot tranen roert (bij mij althans best vaak). Maar door Ten Damme niets van dat al. De teksten worden er niet minder mooi of hartverscheurend van, maar het is allemaal niet zo zwaar. Sterker nog, het lijkt haast vrolijk.

zaterdag 26 december 2009

Kerstsfeer

Nog even en het is alweer voorbij, althans, dit deel van de feestdagen. Na wat zoeken leek me dit liedje nog het best passend.

dinsdag 22 december 2009

Radio kijken

Het zal vast weer 'die tijd van de maand' zijn. Dan komen de feestdagen er ook nog aan, met de bijbehorende vrede op aard. Tel daarbij op de verplichte gezelligheid, die mij altijd een beetje tegen de haren in strijkt, en je hebt een perfect recept voor onverklaarbare emotionele aanvallen. Althans, in mijn geval. Wat dat inhoudt? Dat ik door de meest vreemde oorzaken, op de meest onmogelijke momenten helemaal vol schiet. Bijvoorbeeld bij het horen van Flappie in de Blokker, of bij het zien van de groenteboer op de markt die ondanks de verschrikkelijke kou even in zijn handen wrijft en mij voor heel weinig geld heel veel groenten verkoopt. Een van de dingen die mij deze dagen gegarandeerd tot tranen roert is Serious Request. Drie mensen, zes dagen, in een glazen huis, die non-stop muziek draaien, zonder te eten, om geld op te halen voor malariapreventie (dit jaar).
Ik vind het concept op zich wel aardig, ook omdat ik dan weer even op de hoogte ben van de muziek die momenteel in is. Maar verder is het natuurlijk gewoon radio, drukke radio, met tv erbij. En toch, toch schiet ik eens in de zoveel tijd vol. Als ze overschakelen naar de andere landen waar hetzelfde concept is overgenomen (dit jaar Zweden, Zwitserland en Kenia). Of als kleine kindjes hun rapportgeld komen brengen voor een liedje. Gerard Ekdom in een blauw pakjes als Mega Toby. Dat soort sentiment.
Aan de andere kant verbaast het me dat ze ieder jaar weer meer geld weten in te zamelen. Waarom kon dit bedrag dan eerdere jaren niet gehaald worden? En is het geen crisis? Ze zijn er nog niet, dus wellicht valt het tegen, maar ik vermoed dat ook dit jaar weer alle records verbroken worden. Mooi moment om weer even te huilen.

Aangezien de linkjes van de huidige website niet werken, bij deze een fijn filmpje van twee jaar geleden.