Posts tonen met het label theater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label theater. Alle posts tonen

dinsdag 28 augustus 2012

Marina

It's been a few weeks ago, but the images still go through my mind. The huge stage, the craziness of Defoe, who really felt the story he was telling while the images besides and behind him show the story to the audience, Marinas firm look when she plays the role of her mother, and of course, of course, Antony, who was dressed in a beautiful costume and literary stood in front of me, and it seemed that the rest of the venue had disappeared and he was just singing for me.

I had heard about the hype. I'd heard about the demand of tickets, and I decided not to join in. I didn't really know this Abramovic lady and the amount of the tickets made me resentful to learn more about her. But then the possibility presented itself to get a bang for my buck and I ended up, literary in front of the stage with the images, the texts and the music flowing over me into the rest of the venue.

Only then, I understood the hype that was buzzing through Amsterdam. Afterwards, I wanted more. More Marina, more stories. Thanks to Holland Doc I got more. The tv show Profile spend an episode on her project Meet the Artist in Moma, where she sat on a chair and look at the person who sat in front of her. I knew the story and I knew about the emotions of the visitors. But I didn't understand. I had to see it, her performance, I had to see her, and the people sitting opposite of her, looking back, each in their own way. Then I understood. And I was watching the television with tears in my eyes. No, I cried. Just like the people facing her. Just like herself.
I've been trying to put it into words, what it exactly is that makes me cry and touches me. But I can't find the right words. Probably, that is just what makes it so touching: there are no words. That's what art is about.


donderdag 14 juli 2011

Het vermoeden dat we door moesten

We verzamelden naast een van de grote loodsen, aan de rand van het festival, de smaak van vegetarische roti met bier wegwerkend met een pepermuntje. Toen een stem, en de groep die zich verzameld had kwam in beweging. We kriskrasten langs andere bezoekers en lieten het festival achter ons. De waterkant van Noord, het onontgonnen terrein, de nieuwe gebouwen die herrezen waren uit het zand. De groep slingerde zich langs de stenen kantoren. Aan het einde van een parkeerterrein, waar een net niet doodlopende weg een bocht maakte, stond een overdekte tribune.

We namen plaats, zetten op commando de koptelefoons op. We hoorden nog niets en keken uit op een lege straat. Net toen de man naast mij olijk riep dat hij de muziek zo goed vond, hoorden we het geluid van de zee. Knisperende voetstappen in grind. De straat voor ons bleef leeg. Een stem neuriede zachtjes in onze oren, in de verte stopte een auto bij de kruising en trok langzaam weer op. Iedereen hield zijn adem in. Hoorde dat erbij? De stem begon zacht te zingen, de voetstappen vermenigvuldigden. Twee mannen liepen. Zuchtten dat het nog zo ver was. Dat de zee achter hen lag. Dat ze niet meer wisten waar ze vandaan kwamen. Voor ons vulde de leegte zich met betekenisvolle toevalligheden. Auto's. Wandelaars. Fietsers, die met een verbaasde blik richting de bocht fietsten, kijkend naar de honderd mensen die naar hen keken.

In de verte werden twee figuren zichtbaar, die zich gedroegen zoals de stemmen in ons hoofd het voorspelden. 'Ik ga denk ik even liggen." "Dan loop ik heen en weer." Minimalistische teksten in een bijna wijds landschap. Een vrouwtje liep het beeld in, haar kleren verrieden dat ze bij het verhaal hoorde. Ze deed wat dingen. De mannen kwamen dichterbij. Het vrouwtje werd verstaanbaar door hun aanwezigheid. De zee ruiste door in onze oren.

Maar ze moesten door. Die mannen. Dus het vrouwtje bleef achter, en de mannen verdwenen. In de stilte die aan het applaus vooraf hoort te gaan, de zucht van het publiek voordat het uit het verhaal stapt en de handen in elkaar slaat, liepen twee voorbijgangers het beeld in. Net op tijd om een enorm applaus te mogen ontvangen.

Bambie, een van de beste theatergezelschappen in Nederland, speelt op het over 't IJ Festival. Mis het niet!

vrijdag 20 augustus 2010

Onvoorzichtig

De afgelopen jaren heb ik de Parade een beetje gemeden. Teveel rosé, teveel mooie jurkjes, teveel draaimolen. Soms ging ik er doelbewust naar toe: kaartje kopen bij de entree, door naar de rij van de kassa, nog vijf minuten om de juiste tent te zoeken, genieten van de vooraf geplande voorstelling en dan zo snel mogelijk weer weg. Het gaat tenslotte om het theater.
Dit jaar wilde ik weer eens als vanouds genieten van de Parade-ervaring. Bij de ingang, wachtend op mijn afspraak, al ongegeneerd mensen kijken, dan na binnenkomst in de rij bij de kassa vooral om je heen kijken omdat alle artiesten parade maken en hun voorstellingen zo ludiek mogelijk proberen aan te prijzen. Veel te dure, maar lekkere, Surinaamse roti eten aan een klein tafeltje in de avondzon, het gesprek alleen onderbrekend om bij de fonteinbar bier te halen. En je plotseling moeten haasten omdat de eerste voorstelling bijna begint. In ons geval Freaks van East 74, een gezelschap dat in New York is ontstaan. Een prettige voorstelling, gebaseerd op de gelijknamige film van Tod Browning, die me vooral liet denken aan de keer dat ik op een echte freakshow was.

Wachtend op de tweede voorstelling weer terug naar het bier bij de bar. En dan de voorstelling waar ik andere jaren voor naar binnen en buiten was gerend: Ik beloof je dat ik onvoorzichtig zal zijn van Orkater. Een voorstelling over een ongeluk, over loslaten, over pijn. Met muzikanten die spelen en acteurs die zingen. Met instrumenten die voor de klap al over het podium verspreid raken, en die langzaam maar zeker weer bij elkaar worden geraapt, zoals dat na een ongeluk gedaan wordt. Alleen zorgen ze er in dit geval voor dat er in ieder geval muziek kan worden gemaakt. Terwijl de tegenliggers langzaam op je afkomen wachten de passagiers rustig af. 'Misschien kunnen we nog naar links sturen?', vraagt de een. 'Tja, daar is de berm,' antwoordt de ander. 'Ach, het gaat toch te snel,' verzucht de een weer. Om dan in duisternis te verdwijnen.

Dat er na afloop talloze biertjes en witte wijn gedronken moeten worden is inherent aan een avond op de Parade. De kater de dag erna ook.

zondag 4 juli 2010

De magie van het theater

Gisteren zag ik Finding Neverland, de geweldige film van Marc Forster uit 2004, over het verhaal achter Peter Pan. Een ware ode aan de magie van de verbeelding en het theater. Ergens in de film zegt J.M Barrie over zijn toneelstuk: 'it should be joyfull, that's why they call it play'. Die zin herinnerde me aan vorige week, toen ik in Purmerend rondliep waar het jaarlijkse festival Reuring plaats vond. Purmerend leek me nou echt zo'n plaats van nuchtere Noord Hollanders, die genoeg hebben aan hun boterham met worst bij de lunch en aardappels met stoofvlees bij het avondeten. Daarna met zijn allen naar Laat ze maar lachen of Idols kijken, en wachten tot het weekend begint omdat er dan gezopen kan worden in de kroeg. Ik ben niet vies van vooroordelen. Ik maakte kennis met Purmerend: de terrassen langs het grote lege plein zaten vol, de avondzon scheen nog tussen de authentieke huisjes door en het leven was goed.

Naast verschillende prachtige locatie voorstellingen, zoals die van CW Boost, geregisseerd door Jakop Ahlbom, was er straattheater. Na de jonglerende man op het slappe koord, die we zijn gang lieten gaan terwijl we wijn dronken, begon even later D'irque en Fien,. Zij lieten zien dat het zo simpel kan zijn. Een man, een vrouw en een piano. Oh, en wat trucjes. Jong en oud vergaapte zich aan wat ze zagen, en het schuchtere jongetje dat door D'irque het podium op gebaard werd, bleek uiteindelijk een waardig artiest te zijn.

Het publiek had niet door dat het donker werd en leefde mee met de avonturen op het toneel, terwijl de zon langzaam verdween, en de lantaarns op het plein aangingen. Ik vraag me af of sommige mensen daar wisten dat ze nu ook theater hadden gezien? Het zijn niet alleen zware stukken van Shakespeare, het is ook gewoon spelen.

woensdag 30 juni 2010

Wilde mannen

Overhoeks. Het gebouw dat al jarenlang vanaf de overkant van het IJ betekenisloos naar de stad staart. Met spiegelende ramen, die verbergen wat binnen gebeurt. Tot nu. Want eindelijk kunnen we zien wat zich binnen afspeelt. Mensen die druk zijn met werk, of wat het ook moge zijn. Trap op, trap af. Rondjes lopend door de gangen, heftig bladerend door stapels papieren. Koffie drinken, post-its volschrijven, overleggen. Het is herkenbaar, maar ook niet.
Op de bovenste etage, 240 treden hoog, lijkt in eerste instantie de rust wedergekeerd. Vier mannen aan het werk, strak in het pak. Ze schrijven, kijken onverstoorbaar voor zich uit. Totdat hun handen opeens een gitaar vast hebben, er een trompet klinkt en een bureau opeens een drumstel lijkt te zijn. In eerste instantie volgen ze de strakke lijnen, de dwangmatige patronen van het werkende bestaan. Maar heel langzaam worden ze zich bewust van de buitenwereld, van de dingen die buiten de muren van hun kantoorwereld hun eigen gang gaan. De vraag dringt zich op: waarom laten we ons als slaven leiden door de tijd en het beton? Langzaam worden patronen verbroken en wordt het denken vervangen door het voelen. Terwijl de stad buiten langzaam opgaat in de nacht en als decor de mannen meeneemt naar die andere wereld, wordt binnen de chaos groter. Traag uitgesproken teksten verwoorden wat je ziet, of wat je denkt te zien. De stropdassen gaan los, de mouwen worden opgestroopt, langzaam keren de mannen terug vanuit hun hoofd naar dat wat hen in essentie leidt, de driften. Het voelt als een opluchting als ze zichzelf uiteindelijk hebben gevonden, dat wat ze altijd al waren, los van conventies of verwachtingen. Ze zijn weer wildemannen.

Komende week te zien bij het Over het IJ festival: gaat allen!

donderdag 27 mei 2010

Afscheid

Ik haat afscheid nemen. Sterker nog, ik kan niet eens weg gaan. Op mijn werk blijf ik vaak nog te lang hangen om met collega's te praten terwijl ik eigenlijk gewoon naar huis moet. Ik heb eigenlijk nooit zin om op vakantie te gaan en mijn huis, kat en vrienden achter te laten, maar wil als ik dan weg ben ook nooit meer terug. Vrienden die in het buitenland wonen kunnen mij met hun laatste avond borrel altijd diep melancholisch maken. Avonden in de kroeg lopen altijd uit op dronkenschap omdat het te gezellig is om weg te gaan en ik zing al jaren in hetzelfde koor omdat ik me niet kan voorstellen hoe de donderdagavond er zou uit zien zonder repetitie (en omdat het fijn is om te zingen natuurlijk). Afscheid nemen van Grote Dingen, zoals mensen, relaties (vaak aan elkaar verbonden), vriendschappen (idem) en huizen, vind ik zo mogelijk nog erger. De dreiging van een naderend afscheid kan me wekenlang een onbestemd gevoel geven.
De grap is: als het afscheid achter de rug is, weet ik vaak niet meer waarom ik er nou zo tegen op zag. Als de deur achter me is dicht gevallen heb ik zin in de reis, wanneer ik uiteindelijk een nummer uit mijn telefoon wis, heb ik me bij het feit neergelegd en zeker wat huizen betreft blijkt dat je er eigenlijk alleen maar op vooruit kunt gaan.

Vandaag neemt Ernst afscheid. Van het podium. Voor Altijd. Of in ieder geval voorlopig. Hij heeft zo'n veertien jaar gespeeld, en daarbij in stad en land mensen ontroerd, maar gaat nu een hele andere kant op en keert terug naar zijn oorspronkelijke studie, medicijnen. Het lijkt mij verschrikkelijk om te weten dat het applaus van deze avond het laatste applaus zal zijn. De laatste keer de routineuze voorbereidingen, de laatste keer de verwachte lach horen, de laatste keer buigen en de laatste keer de nazit in de kroeg. Het zal vast een mooie avond worden, die hopelijk heel laat eindigt. Afscheid is rekbaar.

Zijn afscheid is echter ook voor anderen een afscheid. Zonder ons, vrienden, fanschare, theaterbezoekers, te raadplegen kiest hij er zomaar voor om te verdwijnen. Wat ik persoonlijjk dan in ieder geval een verdrietig afscheid vind. Mij gaf hij veertien jaar lang een avond per jaar de magie van zijn verhalen en de ontroering van zijn liedjes, die nu alleen nog maar van cd te horen zullen zijn. Gelukkig zijn de meeste dingen niet definitief. De Police kwam weer samen om te spelen, net als Take That en NKOTB. Dus wie weet, komt er ook een dag waarop Ernst weer gaat ontroeren in theaterzalen. Mocht dat nou niet het geval zijn, dan word ik hypochonder, zodat ik vaak naar de dokter moet. Ik weet nu al welke liedjes zeker een medicinale werking zullen hebben...

zondag 9 mei 2010

High 3: NUHR

Ik word high van mooie voorstellingen, van ontroerende films, van bijzondere concerten. Maar wat ik helemaal vergeten was, is dat ik ook high word van zelf op een podium staan. Ooit, lang geleden, droomde ik ervan om mensen te kunnen ontroeren op een manier die mij ook ontroerde: door mooie beelden te maken, liedjes te zingen die tranen zouden doen opwellen, of grappige scènes te spelen. De magie van het moment, dat je als speler creëert met het publiek dat je die avond komt bezoeken, was het hoogste streven.
Zoals dat soms gaat met dromen, vervloog deze na een tijdje. Omdat er praktische bezwaren waren en omdat er teveel stemmen in mijn hoofd zeiden dat ik hem moest laten gaan. Dus ging ik op zoek naar andere manieren om te ontroeren. De weinige keren dat ik op een podium sta ben ik echter steeds weer verrast door wat het met me doet.

Vorige week ging ik naar de lezing van de nieuwe voorstelling van NUHR, voorheen NIet uit het raam. Drie mannen, een tafel, twee lampjes, pruiken, een politiepet, een doktersjas en vijf scripts. Vijf? Ja, want ook Eddie Wahr en Kees van der Vooren spelen mee. Eddie zat in de zaal, Kees was niet aanwezig.
De mannen lazen het script voor. Eddie leende een leesbril en deed zijn zin. De lichtman probeerde een sfeerlichtje tijdens een spiksplinternieuw lied. En Kees? Kees was er niet. Kees moest gespeeld worden door een vrouw. Of ik Kees wilde spelen?
Tuurlijk. Ik mocht drie keer het podium opklimmen om wat zinnetjes voor te lezen. En telkens weer voelde het geweldig. Al waren het korte zinnetjes en al stelde het niets voor. Mijn oude droom kwam weer om de hoek kijken. De energie, de spanning, het licht en het publiek. Ik voelde plotseling weer die oude verlangens omhoog komen.

Wat ik verder mee ga doen? Niets, vooralsnog. Ik heb zoveel verschillende dromen dat ik me maar op een paar kan focussen. Maar het is goed om te weten dat hij er nog is. Dromen sterven nooit.

Voor mensen die NUHR niet kennen:

woensdag 5 mei 2010

High 2: Jakop

Wat krijg je als je David Lynch, Freud, acht geweldige dansers en Alamo Race Track bij elkaar zet? Dan krijg je Innenschau, de nieuwste voorstelling van Jakop Ahlbom. Hij is al lang niet meer nieuw, deze voorstelling, sterker nog, als je hem nog wil zien zul je tussen 27 en 31 juli naar Salzburg moeten gaan. Aangezien ik echter pas een voorstelling zie als die in Amsterdam speelt, was het voor mij nog nieuw.
Voor aanvang van de voorstelling zat ik in de nog verlichte zaal te verkondigen dat ik niet zo van Toneelgroep Amsterdam houd, onder andere door de grote hoeveelheid onfunctionele naaktheid in ieder stuk. "Andere makers en theatergroepen hebben dat niet nodig," zo sprak ik zelfs. Het zaallicht dimde, de spot op het podium ging aan en daar zagen we een stelletje onder een dun laken seks hebben. Ik zakte al lichtelijk beschaamd ietsje dieper weg in mijn stoel. Daar ging mijn statement. Daar bleef het echter niet bij: het stelletje had nog zeker twee keer seks, en verder was er ook genoeg ander naakt te zien. Allemaal hartstikke functioneel natuurlijk.

De voorstellingen van Jakop zijn echter veel meer dan de hierboven beschreven scène. Jakop maakt cadeautjes voor het oog. Prachtige beelden, bewegingen en situaties. In zijn voorstellingen verdwijnen mensen zomaar. Het ene moment zie je ze, het andere zijn ze weg. Deze keer bestond het decor uit verrijdbare kasten, die me deden denken aan tekenfilms als Alice in Wonderland en Belle en het beest. Dode dingen die tot leven lijken te komen en zich in het verhaal gaan mengen.
Jakop neemt je mee naar een wereld waarin alles mogelijk is. Waarin je niet meer weet wanneer je in wiens droom of gedachten zit. Een wereld waarin je je ongemakkelijk maar ook behaaglijk kan voelen. Die fijn herkenbaar en angstaanjagend vreemd is. Hij toont je een wereld die je nog lang niet wilt verlaten als na anderhalf uur het licht weer aan gaat.

dinsdag 4 mei 2010

High 1: Roemer

Soms heb je van die dagen dat je de rest van de wereld vergeet. Ik in ieder geval wel. Nou ja, misschien geen dagen, maar momenten dan. Momenten waar je helemaal kunt opgaan in het NU, om die zweefterm maar weer eens uit de kast te halen (waar ik overigens wel naar streef, dat nu). Soms heb ik niet eens door hoe ik erin ben gekomen. Dan merk ik pas achteraf dat ik al heel lang in zo'n moment zat. Om dan vervolgens teleurgesteld te moeten concluderen dat het dus weer voorbij is, want dat is zo, als je je realiseert dat het zo is. Of was dus. Voor mij voelt het alsof ik high ben. Letterlijk. Alsof ik zweef. Ik voel niets meer van de buikpijn die ik had, ik ben de stress van die dag vergeten. Ik zweef een stukje boven de grond en de wereld is opeens mooi.

Ik hoef geen drugs te nemen om in deze bijzondere staat van zijn te komen. Een donkere zaal met een lichtje op het podium werkt meestal al uitstekend. Of een fijn café met dierbare vrienden. Een draaiende camera in mijn hand. Een avond zingen met vierentwintig mensen. En meer van dien.

De afgelopen weken viel ik van het ene moment in het andere. En aangezien al die momenten nog steeds door mijn gedachten dwarrelen, ga ik eens even de tijd nemen om ze te ordenen.

Ik begin deze keer met Roemer.
Roemer zingt liedjes, en vertelt zo zijn verhaal. Alleen leeft Roemer in een soort hinkstapsprong, waarbij hij je binnen twee zinnen van het ene onderwerp naar het andere trekt, zonder dat daar ook maar enig logisch verband tussen lijkt te bestaan. Het mooie is dat je meegaat met hem. Je kan niet anders. Nog mooier is dat het, op het moment zelf, namelijk ook volkomen logisch lijkt allemaal, waardoor je je pas achteraf realiseert dat je binnen één liedje wel vijf verschillende werelden hebt betreden. Daarnaast kan Roemer ook geweldig goed heel veel woorden in één zin stoppen en daarbij het ritme volledig uit het oog verliezen. Maar ook dat klopt, want die woorden moeten nu eenmaal in die zin. Het is allemaal heel logisch.
Roemer liet me zweven, tijdens de voorstelling, maar ook nog daarna, met in mijn hoofd een prachtige lofzang op de nieuwbouwwijken van Hoofddorp en tiramisu.

dinsdag 14 juli 2009

Wiek

Ik zag Wiek, van Boukje Schweigman, waar ik al eerder over schreef. Boukje maakt prachtige voorstellingen, waarbij je je blijft verbazen over wat er nu weer gebeurt. Net als deze keer.


Ik had de voorstelling graag tijdens Oerol gezien, op het strand van Terschelling, maar toen dat uiteindelijk niet lukte, was ik blij met een herkansing op het Over het IJ festival. Geen eindeloos strand en duinen dus, maar de ruwe omgeving van de oude scheepswerf, de grauwe lucht boven het IJ, de klanken van aangrenzende voorstellingen en de kou van een zondagavond in juli.

In het prachtige decor van Theun Mosk bewegen drie meisjes.
Eerst nog onschuldig en lichtelijk verdwaasd. Dan opgejaagd door de wiek die hen steeds weer inhaalt. Steeds weer als ik me afvraag hoe deze scène zal stoppen, en wanneer, krijgt het een onverwachte wending die achteraf gezien niet anders had gekund. Wanneer je zelf langzaam moe en duizelig bent van het draaien, rennen en springen, vallen ze plotseling stil. Lijken ze wormpjes, die onopgemerkt hun gang kunnen gaan. Uiteindelijk gaan ze het gevecht aan, en draaien ze tegen de wiek in hun eigen rondjes.

In een fijne ontroering om zoveel moois verliet ik Amsterdam Noord.

zaterdag 25 april 2009

Twaalf

Bambie speelt er weer lekker op los. Deze week in reprise in Amsterdam, Bambie 12. Ik zag de voorstelling nadat ik net uren in een vliegtuig vanuit Bangkok had gezeten, en kon me waarschijnlijk daardoor niets herinneren. Waardoor ik gisteren anderhalf uur lang aha-erlebnissen had. Tot mijn grote vreugde, moet ik zeggen. Prachtige fragmenten met mooie beelden en ontroerende momenten in de zo herkenbare Bambie-stijl.

Onderstaand fragment is een kleine uitsnede. Een onderdeel van een voorstelling. Naar mijn idee een verbeelding van het verplichte plezier, het zogenaamde vrij-mi-bo-gevoel, of kerst met je familie, of vrienden die je eigenlijk geen vrienden meer wilt noemen. Je kent het wel...



Van 11 tot 21 mei speelt Bambie in Lantaren/Venster in Rotterdam weer een Bambierambam. De kans voor een ieder om Bambie 8, mijn favoriete voorstelling allertijden, te gaan zien. Of te gaan herzien. Want ook als je je wel alles herinnert zijn Bambie voorstellingen fijn. Op naar Roterdam dus!

zondag 15 maart 2009

Gaat dat zien!

Ik ben fan van Boukje Schweigman. Als ik ooit, in een ander leven, theatermaker word, dan wil ik haar soort theater maken. En dat van Bambie. Boukje staat eind deze maand met een herneming van Wervel in Frascati en ik raad bij deze iedereen aan om deze voorstelling te gaan zien!

donderdag 18 december 2008

Alles is goed

Gisteren zag ik de voorstelling 'Alle is goed' van Geinke Deuten.
Een voorstelling over de laatste twee mensen op aarde en vijf herten die hen proberen te redden van de ondergang. Ik was direct fan van de herten. Die twee mensen konden me niet zo veel interesseren. Het enige wat zij deden was de hele situatie ontkennen. Uit paniek. Maar ook omdat dat ons zo eigen is.
Alles wat ik verder over ontkenning zou willen zeggen wordt helaas een verschrikkelijk cliché of een aantijging die ik helemaal niet wil maken.
Dus verleg ik de aandacht subtiel naar de hertjes. Die dus echt geweldig zijn.

zaterdag 8 november 2008

Inspiratie

Ik ben alweer drie weken thuis, en het leven van alledag neemt weer de overhand. Logisch.
Het gevolg daarvan is dat ik minder vaak nieuwe mensen ontmoet, minder bijzondere ervaringen heb en minder koffie drink.
Maar ook hier, gewoon in Amsterdam, is overal inspiratie te vinden. Zoals tijdens de verkiezingsnacht bij CREA, alhoewel de inspiratie toen toch weer uit Amerika kwam. Of bij het concert van Leonard Cohen, alhoewel dat in Rotterdam was. Of in gesprekken met vrienden in de kroeg.
Vanavond kreeg ik inspiratie van de theatergroep die al jaren mijn hart sneller laat slaan, Bambie. Met Bambie Treize (13) dit keer. Met scene's waarin uit ramen wordt gesprongen, waarin tijdnes een zoen gedanst wordt, waarin mannen elkaar proberen te overtreffen om het hart van een vrouw te winnen. Met prachtige kromme Franse zinnen, geweldige verkleedpartijen en ontroerende vondsten. Mensen die zo licht bewegen dat ze lijken te zweven, dat de dingen die ze doen en de bewegingen die ze maken geen moeite lijken te kosten.
En eigenlijk is dat het nog niet eens. Eigenlijk gaat het uiteindelijk gewoon pm het feit dat mensen dit maken. Voor ons. Voor mij.