Posts tonen met het label Inspiratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Inspiratie. Alle posts tonen

woensdag 19 maart 2014

Beter worden

Eerder schreef ik over mijn angsten om niet te slagen in dit avontuur, om niet te kunnen worden wat ik wil zijn. Dagelijks moet ik mijn eigen gedachten in bedwang houden.

Toen ik besloot ontslag te nemen kreeg ik steeds de vraag: 'Wat ga je nu doen?'. Mijn antwoord dat ik documentaire films wilde maken en grafische vormgeving wilde gaan doen, leidde tot lichtelijk gefrons en vervolg vragen als: 'Ga je dan naar de filmacademie?' of: 'Ga je een grafische vormgevingscursus doen?' of: 'Hoe ga je dat combineren?'.
Ik was niet van plan om weer naar school te gaan. Ik wilde het gewoon proberen met de ervaring die ik de afgelopen jaren had opgebouwd en ik had geen idee of deze dingen te combineren waren. Maar steeds wanneer ik in zo'n gesprek terecht kwam, kreeg ik daarna een paniekaanval.

Waar was ik mee bezig? Natuurlijk stelde ik mezelf dezelfde vragen: hoe kan ik een nieuwe carrière beginnen in een veld (of zelfs twee) waarin ik geen echte opleiding heb gehad? In Nederland is het hebben van 'de juiste opleiding' een groot goed. Op de middelbare school ligt de nadruk op het kiezen van een goede vervolgopleiding en wanneer mensen iets anders willen gaan doen op latere leeftijd laten ze zich omscholen. Maar als ik kijk naar de mensen om me heen, werken er maar weinig in het veld waarin ze ooit opgeleid zijn.

In Amerika realiseerde ik me dat ik ook anders naar mijn situatie kan kijken: daar kun je alles zijn wat je wil zijn, zolang je er maar hard voor werkt. De Amerikaanse droom. Natuurlijk kleven daar ook veel nadelen aan, maar de Amerikaanse reactie op mijn nieuwe carriere was hoopgevender: 'Wat voor films wil je dan maken?', 'Wat ontwerp je dan?' 'Goed dat je die dingen combineert!'.

Ik ben nog steeds aan het werk om te worden wat ik wil zijn. En ik vergelijk mezelf nog altijd met de mensen die wél de juiste opleiding hebben, en steeds raak ik ontmoedigd. Hoe kan ik zo goed worden als zij? Toen zag ik onderstaande video, en realiseerde ik me dat ik nog niet geweldig hoef te zijn. Ik moet beter worden in wat ik doe en dat kan alleen door er hard aan te werken. En dat is precies wat ik et afgelopen jaar gedaan heb.

Een jaar nadat ik ontslag heb genomen, ben ik op het punt dat ik mezelf een beginnend film maker /  grafische vormgever noem. Wat al een stap verder is dan het alleen te wíllen worden. En voor nu is dat voldoende. In plaats van mezelf te vergelijken met anderen, die duidelijk meer ervaring hebben, vergelijk ik me met mezelf, een jaar geleden. Als ik dan kijk naar wat ik gedaan heb, en wat ik gemaakt heb, dan weet ik dat ik langzaam beter wordt. Ook al roepen mijn angsten nog steeds op verloren momeneten dat het niet goed genoeg is.


Klik voor de video!

maandag 18 november 2013

Nieuwe liefde

Hij is grappig.
Hij is intelligent.
Hij is muzikaal.
Hij is dramatisch.
Hij is voor rede vatbaar.
Hij is sexy.
Hij is spannend.
Hij is geweldig.

De speech die hij in september aan de universiteit van Perth gaf, was het eerste wat ik van hem zag. Vervolgens zag ik Rock and Roll Nerd, een documentaire uit 2008 waarin hij van een aardige en ietwat verlegen beginnende comedian verandert in een rock-ster/comedian/componist/acteur. Daarna ben ik verdwaald in het eindeloze (maar helaas toch beperkte) aanbod filmpjes op youtube. Ik leef in de wereld van Tim Minchin, en ik wil er voor altijd blijven.

Telkens weer sta ik versteld van de combinatie van zijn muzikaliteit en de met intelligente boodschappen doordrongen grappen en liedjes. Zowel de klanken als de inhoud raken me. Het liefste wil ik dit alles voor me houden, zodat zijn wereld van mij blijft. Maar eigenlijk is hij best wel bekend, en ik ontdek nooit als eerste iemand. Dus verander ik in een volger en verkondig ik het evangelie van Minchin.

Mijn vrienden rollen met hun ogen als ik met mijn verhalen kom. Mijn enthousiasme en toewijding vinden geen aansluiting. Uit vriendschap kijken ze naar wat ik ongevraagd onder hun neus duw, maar ze geloven me niet. Ze kennen mijn zendingsdrang, of de niet aflatende toewijding waarmee ik me met alle liefde en energie op nieuwe ontdekkingen stort. En aangezien ze zich voorheen al verwonderden over mijn fascinaties, doen ze dat nu ook weer.

Dus verblijf ik alleen in de wereld van Tim Minchin. Waarin god en jezus geen taboe zijn, waarin zoete slaapliedjes lang niet zo lief blijken te zijn, waarin niets zomaar wordt aangenomen, en waarin liefde en betrokkenheid en humor de boventoon voeren. Mocht je me zoeken, dan zit ik hier.
 






vrijdag 24 mei 2013

Oproep!

Ik probeer al dagen de juiste woorden te vinden om de mensen die daadwerkelijk mijn blog lezen over te halen, indien dat nog nodig is, om zich morgen (zaterdag) aan te sluiten bij het wereldwijde proces tegen Monsanto. In mijn hoofd hoor ik de kritische stemmen van vrienden die zich afvragen waarom ik me weer ergens druk over maak en ik zie mijn vrienden met kinderen voor me, die op zaterdag eindelijk tijd hebben om het huis aan kant te krijgen en de wekelijkse boodschappen te doen. Ik begrijp hun drukte vraag me af: hoe leg ik hen het belang van dit protest uit?

Door uit te leggen wie of wat Monsanto is?
(Een giga multinational uit de VS die ooit begon als producent van chemische wapens (o.a. Agent Orange), en zich de laatste twintig tot dertig jaar op genetisch geproduceerde landbouw richt.)

Door uit te leggen waarom hun werkwijze op zoveel verschillende fronten fout is?
(-Boeren moeten jaarlijks nieuwe zaden kopen, en mocht een individuele boer per ongeluk Monsanto zaden op zijn velden krijgen, dan moet hij hen alsnog eigendomsrechten betalen. 
- De genetisch gemanipuleerde zaden van Monsanto kunnen alleen verbouwd worden in combinatie met een zwaar giftig bestrijdingsmiddel, Roundup, dat alles om zich heen vernietigt en heel schadelijk is voor mens en natuur.
- Genetisch gemanipuleerd voedsel werd in eerste instantie ingezet voor veevoer - en leidde toen al tot misvormingen, ziektes etc - maar wordt nu ook voor menselijk voedsel gebruikt, met bijkomende 
ziektes.)

Door te vertellen over de macht van multinationals, en de Europese Unie, die in dit geval niet het belang van haar burgers voorop stelt?
(Na jaren van lobbyen door Monsanto en Amerikaanse diplomaten wil de EU, los van alle onderzoeken en studies over de effecten van genetisch gemanipuleerd voedsel, een wetsvoorstel doordrukken waardoor alle zaden die in Europa gebruikt worden, door de EU goedgekeurd moeten worden. Dit betekent dat veel Europese rassen zullen verdwijnen en dat het op den duur strafbaar word om zaden te ruilen met je buurman.)

Door uit te leggen dat het langzaam toch echt tijd wordt dat we met zijn allen wakker worden, opstaan, en onze overheden laten weten dat wij, het volk, de burgers, ook een mening hebben. En dat daar, zoals dat hoort in een democratie, naar geluisterd dient te worden?

Bij iedere schrijfpoging zakte de moed weer in mijn schoenen. Wie ben ik, om dit enorme onderwerp aan te snijden en er voldoende objectieve informatie over te geven, zodat mijn vrienden hun drukke leven even stil zetten en voor een een groter goed willen strijden? Al lezend over en kijkend naar alle informatie die online te vinden is, realiseerde ik me dat anderen het al lang en beter beschreven of verfilmd hebben. Dus waarom zou ik dat wiel opnieuw uitvinden? (Zo komen bovenstaande quotes van de March against Monsanto Amsterdam Facebook Pagina.)

Bij deze dus een oproep: neem de tijd, en surf eens een beetje rond online. Lees, klik op filmpjes, en word een beetje wijzer over de wereld waarin we leven. Als je dan nog steeds geen noodzaak ziet, doe dan vooral niets. Maar als je opeens een vervelend opgewonden gevoel voelt, een gevoel van ongeloof, boosheid en de wil om actie te ondernemen, doe dan iets. Wees een kolibrie in een brandend bos (zie het tweede filmpje).

Ter inspiratie een filmpje over Rachel Parent, die gelooft in wat ze doet...

Word wakker!


 







maandag 8 oktober 2012

Nieuw

Oktober is Buy Nothing New maand. Een initiatief dat ooit begon in Australië en nu ook in Nederland is opgestart. Het idee: een maand lang geen nieuwe spullen kopen (en te genieten van wat je al hebt). Bij inschrijving voor de Challenge, die vooral inhoudt dat je belooft mee te doen in ruil voor tips en ideeën, werd gevraagd naar mijn motivatie om mee te doen. Mijn antwoord: ik vermoed dat dit idee binnen mijn leefstijl valt.

Misschien komt het door de boeken die ik las en de documentaires die ik zag over het overmatige gebruik van spullen, grondstoffen, en vooral het effect daarvan op het milieu, het broeikaseffect, de klimaatsveranderingen. Misschien is het omdat ik eigenlijk nooit mijn studenten leefstijl ontgroeid ben. Hoe dan ook: ik koop weinig nieuwe spullen.

Mijn laatste grote aankoop bij het vreselijke Zweedse meubelbedrijf was meer dan vier jaar geleden, toen ik mijn huidige huis betrok en door omstandigheden de helft van mijn huisraad opnieuw moest aanschaffen. Voor het gemak - en zeker niet voor het geld - heb ik me op een doordeweekse dag door de gangen gesleept om de vooraf gekozen bank en boekenkasten uit het magazijn te slepen. De spullen die daarna mijn huis binnen kwamen waren van Marktplaats of tweedehands winkels.

Wat kleren betreft heb ik mezelf gelimiteerd tot de kastruimte die ik momenteel heb (2 kasten van bovengenoemde Zweedse hel, gekocht toen ik naar een grotere studentenkamer verhuisde). Hier past zowel mijn winter- als zomercollectie in, en er kan pas iets nieuws in als er iets ouds uit gaat en dat laatste gebeurt zelden. Wanneer ik dan toch iets leuks of moois zie, vraag ik me altijd af of ik het echt nodig heb, wat in 9 van de 10 keer resulteert in het terug hangen van het kledingstuk. Want écht nodig heb ik het niet.

Mijn grote verleiding zijn boekwinkels en winkels die papier en verf verkopen. Ik kan geen boekwinkel uitlopen zonder een boek gekocht te hebben. De oplossing: alleen voor cadeautjes naar binnen gaan. Dan kan ik een boek kopen, zonder het daarna thuis in mijn kast te hebben staan. En wat de papierwinkels betreft: daar mag ik eens in de zoveel tijd naar toe. Om rond te lopen, mooie papiertjes te voelen en als het echt niet anders kan er een paar te kopen.

Sinds het begin van de maand heb ik één nieuw ding willen kopen: een koekenpan. De oude heeft een schuine bodem waardoor al mijn eten steeds naar één kant schuift tijdens het koken. Maar ach, als ik er naast sta en blijf roeren, gaat het vast nog wel een tijdje goed.

Een tijd geleden heb ik me voor genomen: van het Zweedse meubelbedrijf komen er geen nieuwe dingen meer in mijn huis. En dat gaat nog steeds goed!


dinsdag 28 augustus 2012

Marina

It's been a few weeks ago, but the images still go through my mind. The huge stage, the craziness of Defoe, who really felt the story he was telling while the images besides and behind him show the story to the audience, Marinas firm look when she plays the role of her mother, and of course, of course, Antony, who was dressed in a beautiful costume and literary stood in front of me, and it seemed that the rest of the venue had disappeared and he was just singing for me.

I had heard about the hype. I'd heard about the demand of tickets, and I decided not to join in. I didn't really know this Abramovic lady and the amount of the tickets made me resentful to learn more about her. But then the possibility presented itself to get a bang for my buck and I ended up, literary in front of the stage with the images, the texts and the music flowing over me into the rest of the venue.

Only then, I understood the hype that was buzzing through Amsterdam. Afterwards, I wanted more. More Marina, more stories. Thanks to Holland Doc I got more. The tv show Profile spend an episode on her project Meet the Artist in Moma, where she sat on a chair and look at the person who sat in front of her. I knew the story and I knew about the emotions of the visitors. But I didn't understand. I had to see it, her performance, I had to see her, and the people sitting opposite of her, looking back, each in their own way. Then I understood. And I was watching the television with tears in my eyes. No, I cried. Just like the people facing her. Just like herself.
I've been trying to put it into words, what it exactly is that makes me cry and touches me. But I can't find the right words. Probably, that is just what makes it so touching: there are no words. That's what art is about.


zaterdag 7 april 2012

Geloof

Pasen is de tijd van bezinning en van lijden, maar steeds minder mensen weten wat de christelijke betekenis van Pasen is, en nog minder die van Hemelvaart en Pinksteren. De komende dagen ontbijt iedereen met gekleurde eitjes, paasbrood en verse jus, maar niemand van ons heeft de afgelopen veertig dagen zijn consumptie geminderd om tot die bezinning te komen. Bij Carnaval denkt nu iedereen aan bier en nog meer bier, niet aan het begin van de Vastentijd.

We leven in een samenleving die zich houdt aan de joods-christelijke traditie. Eert uw vader en uw moeder, gij zult niet doden, gij zult niet stelen. Nu geloof ik zelf dat die basisprincipes ook al voor het begin van de godsdiensten er waren, alleen waren ze nog niet op schrift gesteld. En toen iemand op het idee kwam die principes vast te leggen, was het handiger om dat te doen in verhalen die mensen konden onthouden. Verhalen die in de tijd waarin ze verteld werden ook andere belangrijke lessen met zich meedroegen: van varkensvlees wordt je sneller ziek dan van koeien, dus je kunt beter geen varkens eten, houdt vlees en ander eten gescheiden van elkaar, dat is hygiënischer, in plaats van iedere vrouw te nemen die hij ziet, kan een man zich beter beperken tot drie of vier vrouwen die hij de zijne mag noemen.

Ik denk niet dat de schrijvers van toen zich realiseerden dat al die verhalen voor miljarden mensen eeuwenlang zouden dicteren hoe ze zouden moeten leven. En dat er uit naam van hun verhalen later oorlogen zouden worden gevoerd. Ik geloof dat zij mensen wilden amuseren, en wellicht nog iets wilden leren, en dat ze misschien hoopten dat hun verhalen hen zouden overleven. Maar ik geloof niet dat ze wilden dat hun verhalen ertoe zouden leiden dat anno 2012 miljarden mensen sterven aan AIDS omdat hen verteld wordt dat het zondig is als ze condooms gebruiken, dat er jonge jongens misbruikt worden omdat de echte gelovigen zogenaamd geen seks drive hebben. Dat hele volksstammen roepen dat zij het ware geloof hebben, en alle anderen hel en verdoemenis toewensen.

Het moge duidelijk zijn dat ik atheïst ben. Mijn overgrootvader kreeg minder werk in de mijn omdat hij op zondag niet in de kerkbanken zat, mijn vader dreigde met allerlei immorele acties als het bisdom hem niet zou uitschrijven (wat het in eerste instantie geweigerd had) en ik deed geen communie, maar had een heiden-feestje. Nog steeds vloek ik een paar keer als ik een kerk in loop om met mijn koor de prachtige muziek van Mozart, Bach en Fauré te zingen. Kinderachtig, ik weet het. Maar niet minder kinderachtig dan mensen die zich verbergen achter alle goede eigenschappen die een ware gelovige heeft, maar tegelijkertijd iedereen die zijn opvattingen niet deelt afschrijft. Heb uw naasten lief, maar alleen zij die net zo zijn als u?

Een tijd geleden las ik een prachtig boek van Guus Kuijer, Hoe een klein rotgodje god vermoorde, waarin hij verhelderend de echt verhalen bespreekt, en hoe die later zijn misvormd tot de mythen van nu. Zojuist zag ik een toespraak van Stephen Fry, over zijn visie op de katholieke kerk, die naar mijn idee erg goed verwoord wat er mis is met dit soort instanties, in dit geval de katholieke. Alain de Botton, tot slot, predikt een nieuw evangelie: atheism 2.0, waarin de atheïsten van deze wereld zich niet aan de instituten onderwerpen, maar wel enerzijds kunnen profiteren van de positieve bijdragen van religie aan onze samenleving (mooie kerken, de kerstviering, de fresco's in Assisi) en anderzijds ook de positieve kanten van religie overnemen in de seculiere samenleving.

Voor iedereen die met Pasen wat bezinning zoekt....

Stephen Fry (2009) deel 1:


Stephen Fry (2009) deel 2:


Alain de Botton tijdens TEDGlobal 2011:








maandag 2 april 2012

Werk

Is mijn werk mijn identiteit? En ben ik tevreden met de identiteit die mijn werk mij geeft? Het zijn vragen die op de meest ongewenste momenten naar boven komen.

Na een aantal jaar van de ene tijdelijke baan naar de andere te zijn 'gehopt', besloot ik bijna zes jaar geleden dat ik eens een tijdje wat langer op dezelfde plek wilde zitten. Het idee alleen al vloog me naar mijn keel, de angst om 'uiteindelijk niet meer weg te durven' had me al die jaren weerhouden van langere verbintenissen. Zingen in mijn koor was (en is) de enige activiteit op mijn cv die aan kon tonen dat ik me daadwerkelijk kon committeren. Maar de onrust van steeds alvast weer verder te moeten zoeken terwijl ik op een nieuwe plek werd ingewerkt, was me tegen gaan staan en dus zocht ik een Vaste Baan.
Nu zit ik al bijna vijf en een half jaar op een vaste plek, en steeds als ik mijn werk omschrijf aan anderen, draaien ze jaloers met hun ogen. Ik heb een baan waar mensen jaloers op zijn. Toch ben ik al jaren onrustig, en denk ik steeds weer dat ik iets anders wil, iets anders moet. De huidige economische situatie maakt dit soort gedachten angstaanjagend, want wie zegt nu zijn vaste baan en zekerheid op, zonder te weten wat er komen gaat? Aan de andere kant trekt het avontuur, en de - wellicht volledig ongepaste - hoop dat uiteindelijk altijd alles wel goed zal komen.

Ik ben gelukkig niet de enige met dit dilemma. Alleen al in mijn vriendenkring kom ik vingers te kort om soortgelijke gevallen te tellen. En met ons zijn er nog talloze andere dertigers die met dezelfde vragen worstelen. Gelukkig zijn er dan programma's als Dus ik ben: ik werk dus ik ben, waarin wordt uitgelegd hoe in onze huidige door werk geobsedeerde samenleving het hebben van een baan, en daar hard voor moeten werken, als hoogstaande waarden worden gezien. Je werkt voor je eigen ontwikkeling, en om een bijdrage te leveren, je haalt je identiteit uit je werk. Maar de vrijheid die we denken na te streven is een illusie, want ook al roepen werk- en opdrachtgevers ons op om autonoom te werken, uiteindelijk zijn we allemaal afhankelijk van het systeem, en zijn de heersende normen en waarden zo sterk, dat er weinig vrijheid over blijft.

Het kan tot interessante discussies leiden, en tot heel veel gedachten op de fiets, in de douche en tijdens saaie vergaderingen. Voor mij geldt dat ik er nog lang niet over uit ben. De onrust om weg te gaan en nieuwe dingen te proberen blijft, net als de angst die leuke baan die zoveel mensen zouden willen hebben op te zeggen en dan nooit meer iets vergelijkbaars te vinden. Met andere woorden: wordt vervolgd...

maandag 23 januari 2012

Pina

Ik zag Kontakthof tijdens het Holland Festival in 2003, toen ik een maand lang overdag zat weggestopt in een kassahokje in de Schouwburg. 's Avonds kon ik voorstellingen zien, waaronder deze prachtige dansvoorstelling met twintig oudere dansers, een remake uit 1978. Ik herinner me nog duidelijk de sensatie die ik had in Carre: ik wist dat ik iets bijzonders zag. Niet alleen het concept van de oudere dansers, of gewoon al het feit in Carre te zijn, maar vooral dat ik een voorstelling van de Grote Pina zag, een vrouw die zo'n gevestigde naam was, dat ik me bijna schaamde nog nooit eerder een voorstelling van haar te hebben gezien.

Haar dans op Le Sacre du Printemps was me wel bekend, al was het maar omdat ik drie jaar eerder, ook tijdens het HF, me verdiept had in alles wat met Le Sacre te maken had toen ik bij de voorstelling Zingaro werkte. Waar de nieuwste versie van Kontakthof ingetogen en fragiel was, was Le Sacre heftig, intens, uitputtend. Zelf vanachter mijn computerschermpje voelde ik de ademhaling van de dansers, rook ik de aarde.

En dat gebeurde weer toen ik een paar weken geleden met een 3D bril op in de BAM filmzaal in Brooklyn zat. Wim Wenders maakte een film over haar, voor haar, Pina. Nu ben ik meestal niet zo van de 3D: ik vind het teveel gedoe, voor een extra toevoeging die ik meestal niet zo interessant vind. Maar bij deze film was het anders. Hij was tactiel, met prachtige beelden, waarbij het voelde alsof je de dansers kon aanraken, alsof ze vlak om je heen dansten. Soms waaide een jurk bijna in je gezicht, of moest je een doek weg duwen om hen weer te kunnen zien. Het was alsof je er naast stond.
De beelden die Pina creëerde dragen daar natuurlijk ook aan bij: onwaarschijnlijke situaties, als een enorme rots op het podium, met een eindeloze waterval ernaast, waarbij dansers door het water schuiven als insecten. Of een glazen kamer in een bos, waarbij de dansers uiteindelijk uitbreken en de vrijheid in rennen. Wanneer de deuren open gaan ruik je de bomen, de grond, die eerder alleen achter glas zichtbaar was. En natuurlijk Le Sacre.

Ze komt er bijna niet in voor, in de film die haar naam draagt. Maar een van de weinige dingen die ze zegt is: als de woorden op zijn, komt de dans. En daarmee bracht ze precies onder woorden wat ik voelde terwijl ik keek.

PINA - Dance, dance, otherwise we are lost - International Trailer from neueroadmovies on Vimeo.

woensdag 11 januari 2012

Dag

24 juni 2010 moet wel de meest vastgelegde dag ooit zijn. Overal ter wereld werd gehoor gegeven aan de oproep van filmmakers Ridley Scott en Kevin MacDonald om een moment op die dag op te nemen, en het te delen. Van de 4500 uur aan materiaal dat zij binnen kregen maakten ze de film Life in a Day.

Ik realiseerde me dat een dag op deze wereld eigenlijk 36 uur duurt, vanaf het moment dat het twaalf uur 's nachts is, helemaal in het oosten, tot het moment dat het 23.59 uur is aan de uiterste westkant, direct naast dat oosten. Ik heb geen idee waar dat precies is, maar weet wel dat een van de grote kandidaten voor dat laatste moment sinds vorige week bij de kandidaten voor het eerste moment behoort.



De dag begint met de nacht, waarin mensen dronken zijn, slapen, hun baby voeden en naar de maan kijken. En terwijl de zon langzaam op komt, en duizenden mensen hun voeten op de vloer laten neerkomen, er overal ter wereld op verschillende wijzen koffie wordt gezet, mensen ontbijt maken, geliefden wakker worden, kruipt de dag langzaam voort. Tussen alle snel gesneden scenes komen plotseling verlaten verhalen terug, en ontdek je gedurende de film een fragment van een verhaal.
Aan de hand van vragen, waar mensen dan weer in eigen filmpjes antwoord op geven, ontvouwt zich de eenvoud op deze wereld. What's in your pocket, is één zo'n vraag. Het antwoord? Van geld, telefoons en sleutels van Lamborghini's, tot messen, revolvers, vlaggen van alle landen waar de voorouders van een (vermoedelijk) autistische vrouw vandaan komen, tot simpelweg niets. Of een stokje van een Neemboom dat gebruikt wordt als tandenborstel.

Hoe simpel is het leven? sommigen hebben alles, anderen hebben niets. Het is simpel, en oneerlijk. En al klaagt niemand, je kunt er niet omheen, dat het niet klopt. Op de vraag What do you love? antwoorden mensen 'mijn familie', 'my cat', 'hele vieze dingen schoonmaken zodat je meteen resultaat ziet', God, The Lord and our Saviour' en 'driving 150 miles an hour with my car'. We zijn verschillend, maar ook helemaal niet. Overal ter wereld trouwen mensen, overal eten ze hun eigen vreemde voedsel, en overal proberen ze het beste ervan te maken. De zieke moeder, met haar gehavende lijf en haar jonge zoontje, de Berber die met zijn veertien kinderen in een hut zonder stroom of water woont, het Amerikaanse meisje wiens man in Afghanistan vecht, de Koreaan die de wereld rond fietst en die emotioneel wordt van Nepalese vliegen, omdat die net zo groot zijn als in zijn thuisland.

En terwijl de dag voort schrijdt, en het langzaam avond wordt, verandert de Love Parade in een drama, breken branden uit, liggen mensen huilend in bed, viert het westen het leven met dansende cheerleaders en halfnaakte vrouwen, wordt er ergens ter wereld een enorm vuurwerk afgestoken en onweert het. Terwijl de maan weer op komt en het twee voor twaalf is, filmt een meisje op de valreep zichzelf. "Ik hoopte dat vandaag iets bijzonders zou gebeuren, zodat ik de wereld kon laten zien dat er altijd wel ergens iets bijzonders gebeurt. Maar zelfs nu er niets gebeurd is, heb ik toch het gevoel dat er wel iets bijzonders is gebeurd.

Het leven in een dag.

maandag 3 oktober 2011

Protest

Ik fiets door Berlijn. Het is warm, de zon schijnt fel, en ik ben al uren op zoek naar de perfecte plek om koffie te drinken en te lezen. Ik fiets langs enorme gebouwen die herinneringen met zich meedragen die ik niet zelf heb beleefd. De Reichstag, de Brandenburgertor. Heel Oost Berlijn. Ik stop bij Topographie des Terrors, een laaggelegen gang, waar ooit de hoofdkwartieren van o.a. de SS en de geheime Staatspolitie stonden en waar nu de restanten van de muur nog als stille getuigen ons laten herinneren. Een paar straten verderop dwaal ik door het doolhof van pilaren van het Holocaust Monument, waar soms stilte lijkt te heersen, tussen de zware betonnen blokken. De dagboeken en brieven die beneden te lezen zijn roepen bekende beelden op die nog steeds intrigerend, misselijkmakend, verontrustend zijn.

Wanneer ik later op een terras in de zon zit, verdwijn ik in de wrange wereld van José Saramago, die in zijn boek De Stad der Blinden beschrijft hoe na een onverklaarbare blindheidsepedimie in eerste instantie de regering, en vervolgens de massa reageert. De nare, vernederende en heftige wereld die hij beschrijft doen de zon vergeten. De angst die regeert en die onmenselijk gedrag zonder problemen accepteert, de macht die zo snel mogelijk wordt misbruikt door een ieder die haar in handen heeft, de onverschilligheid en het keiharde geweld dat mensen zonder problemen toepassen wanneer het er blijkbaar echt op aan komt, het is allemaal weinig hoopgevend. De weinige pogingen tot mededogen kunnen niet op tegen de narigheid die door de massa niet alleen wordt geaccepteerd, maar ook toegepast. Het is ieder voor zich.

Als ik even later online ga zie ik de beelden van New York. Massa's mensen die hun stem laten horen, opkomen tegen systemen die groter zijn dan zij. Terwijl de media nog zwijgt zie ik hoe politieagenten met stokken inslaan op omstanders, hoe mensen over de grond gesleurd worden, hoe de massa met één stem spreekt. Ik ga op zoek naar berichtgeving, maar stuit steeds weer op persoonlijke video's en verhalen, die via moderne media hun weg naar de rest van de wereld zoeken.

Achteraf is het altijd makkelijk praten, over bijvoorbeeld wie de slechterik is en wie de held. Zo krijgen we het ook immers voorgeschoteld in films. Ik vraag me af hoe tijdens de tweede wereldoorlog het verzet werd gezien door de massa. Als helden? Of als gekken, die niet wisten waar ze mee bezig waren? Ik denk aan de vrouw die tegen het machtsmisbruik opkomt in De stad der blinden: de enige die nog kan zien wanneer de rest al blind is. Waar de protesten in het Midden Oosten werden gezien als een nieuwe, frisse en hoopgevende beweging, wordt vooralsnog hier nergens over gesproken. Eerst moeten duizenden mensen worden gearresteerd, geslagen en vernederd worden voordat het verhaal wordt opgepikt. Pas als meer mensen de straat op gaan, als wereldwijd mensen hun stem verheffen, berichten de media. Ik zou willen dat ik alvast kon terugkijken op deze tijd.

maandag 5 september 2011

Kwartier

Het concept is simpel, het idee inspirerend, maar dan komt de uitvoering.
Zet een aantal mensen, die elkaar al dan niet kennen, een weekend bij elkaar en geef ieder van hen een kwartier om iets te vertellen.

Ooit had ik een gesprek met een vriendin over hoe weinig we eigenlijk wisten van het werk van elkaar en onze vrienden. Na onze studietijd, waarin we veelvuldig spraken over colleges en onderzoeken, raakten we steeds verder verwijderd van de inhoudelijke gesprekken over dagelijkse bezigheden. Vroeger zaten we vaker in de kroeg en hadden we minder overige bezigheden overdag, waardoor het logischerwijs na tien bier uiteindelijk ook over scriptieonderwerpen ging. Daarna verdwenen we allemaal in verschillende richtingen en verstopten we onze achter deuren en muren, om achter computers werk te doen dat we weliswaar leuk vonden, maar waarover we niet uitgebreid praatten. De meeste van mijn vrienden weten dat ik 'iets' doe bij CREA, en dat ik onder andere zomercursussen organiseer waarvoor ik dan lange uren maak. Wat die organisatie precies inhoudt, en wat ik in die lange uren doe, dat weten er maar weinig. Net zoals ik van hen weinig weet. Wat doet M. als assistent van een hoogleraar? En waarom reist J. in opdracht van een mediainstituut Europa door? Ik weet dat V. veel online moet doen, maar wat precies? En S. doet onderzoek én begeleidt mensen, maar waarin? Het idee was geboren om eens samen te komen om daarover te praten. Maar hoewel de interesse er nog steeds is, was er blijkbaar geen energie om het daadwerkelijk te organiseren. En welke mensen zou je dan uitnodigen? Wil ik weten wat de broer van L. doet op zijn middelbare school?

Uiteindelijk evolueerde het idee in het hoofd van een andere vriendin tot Fifteen Minutes of Fame. Een weekend waarin je een kwartier krijgt om te praten over wat je leuk vind. Dat kan je werk zijn, maar ook het boek dat je onlangs gelezen hebt, of je favoriete spelletje op de computer. De enige restrictie is dat het in vijftien minuten moet.

Afgelopen weekend vond de derde editie plaats, met twaalf mensen, waarvan er niet één iedereen kende. Met vreemden, kennissen en bekenden dronken, dansten en aten we. We zwommen in de zee, we liepen door de duinen. Maar vooral luisterden we, en we anticipeerden. We dachten mee met projecten die meer vorm moesten krijgen, we leerden associatief denken. We beoordeelden blind verschillende producten op smaak in plaats van merk, we improviseerden, we discussieerden.

Wat bijzonder is aan deze weekenden is dat iedereen praat over zijn of haar passie, of over iets dat hen bezig houdt. De presentaties zijn ongelofelijk verschillend, maar ze zijn de opmaat tot verdere gesprekken in de overige tijd. Ook al kenden we elkaar niet allemaal in het begin, we gingen weg als vrienden. Omdat, wanneer iemand iets persoonlijks deelt en zich kwetsbaar heeft opgesteld, je daarna geen vreemden meer kunt zijn.

Ik hou ongelofelijk veel van groepen bij elkaar brengen en van delen met anderen. En ik ben vriendin A. dan ook meer dan dankbaar dat zij uiteindelijk de daad bij het woord heeft gevoegd en deze weekenden is gaan organiseren. Nu zijn we weer los van elkaar, en kunnen we dankzij de sociale media op de hoogte blijven. En wat blijkt? Nu schrijven we erover en gaat het delen door.

maandag 27 juni 2011

Rabat

Hoewel ik de Nederlandse film een warm hart toedraag, en zeker de Nederlandse Documentaire erg lief heb, ben ik als het er echt op aankomt nogal sarcastisch. Ik ben te kinderachtig om me voor het verhaal over feitelijke inconsequenties heen te zetten, waardoor ik vaak niet echt lekker in de film kom, en vaak heb ik de desbetreffende acteurs al zo vaak gezien dat ik blijf denken: 'hè, die Barry wordt er toch ook niet jonger op' of 'wat doet Carice nu eigenlijk? Dat laatste zou ook zeker als argument tegen Films in het algemeen kunnen gelden, maar ik wijt het aan de grootte - of eigenlijk de on-grootte - van Nederland. Want bij Johnny Depp of Heath Ledger heb ik het bijna nooit.
Het zou ook aan het genre kunnen liggen. Bij de weinige rom-coms die ik zie, is Julia Roberts ook gewoon altijd de vrouw met de vreemde lach en niet het verlegen, lacherige of juist deze keer strenge personage dat bij de desbetreffende film hoort. In Nederland is de Filmwereld zo klein dat alle genres steeds door dezelfde acteurs gespeeld worden.

Na Sonny Boy, de laatste Nederlandstalige film die ik zag, was ik er eigenlijk wel klaar mee. Dus toen de reclamecampagne voor Rabat begon, voelde ik weinig tot geen drang om snel naar een filmhuis te fietsen om deze nieuwe Nederlandsche Paarl te gaan zien. De hip-heid van Habbekrats doet me weinig, en vaag drongen zich vlagen van die andere hippe film aan me op, die me zelfs voor een tijdje uit de filmzalen had gehouden (of in ieder geval het Ketelhuis, waar ik uit frustratie zo uitgebreid commentaar had zitten leveren dat ik eigenlijk niet meer terug durfde).



Toch bracht het lot mij en Rabat bij elkaar. Op een bijzonder goede avond, die begon met de vegetarische variant van shoarma, en een Marokkaanse muntthee om in de stemming te komen. In het begin zat ik met ingehouden adem te kijken. Het slechte geluid en de 'echte' Marokkaanse accenten maakten het niet makkelijk om het verhaal te volgen. Maar toen de jongens eenmaal op weg waren, en zich blijkbaar al doende realiseerden dat ze het geluid moesten verbeteren, en je langzaam went aan de ingeslikte letters en vreemde klemtónen, toen werd het een geweldige roadmovie!

Met prachtige beelden, werkelijk, prachtig, en geweldige scenes. Met karakters waar je langzaam verliefd op word, en met de Grote Thema's, die er toch bij horen.

Ik heb me anderhalf uur enorm vermaakt. Blijkbaar kan het wel, geweldige Nederlandse Films maken. Of het dan toevallig is dat juist deze film gemaakt is met een minimaal budget, veel liefde, en weinig pretenties, dat is dan wellicht een interessante vraag die ten tijde van marsen voor beschaving gesteld mogen worden. Kunst die gemaakt moet worden vindt altijd een weg. He man, je weet toch!

donderdag 16 juni 2011

Metro Muzikanten

New York is muziek. De stad zelf heeft een ritme, een klank, een swing. Wanneer je voor het eerst aankomt wil je dansen, want je bent in New York! Na herhaaldelijk bezoek zie je langzaam dat iedere wijk zijn eigen melodie heeft, zijn eigen genre. Times Square en omgeving voelt als een muziekstuk van Philip Glass, met een drukke, zich immer herhalend opbouw van geluid, die soms even weg lijkt te zijn maar die daarna net zo hard weer terug komt. Chelsea klinkt als de oude standards van Sinatra en Garland, swingend, verlangend, hitsig soms. Williamsburg barst van de moderne pop terwijl de Upper West Side een ietwat stijf opera tintje heeft. En Bed Stuy is natuurlijk rap. Rap 'n Roll.

Maar ook onder de stad is muziek. Overal. Je kunt bijna geen metrostation instappen of je hoort wel een instrument of een stem die de nauwe gang vult. Overal tonen muzikanten, wanna be muzikanten en ware geniën hun kunsten in de hoop een paar dollars te verdienen. Sommigen doen het naast hun 'normale' bestaan, anderen leven van hun ondergrondse bestaan.

De metro muzikanten vormden een sound track tijdens mijn reizen door de stad. Op weg naar mijn werk zat de tandeloze Cubaan, die met de muziek van zijn thuisland de dag een melancholisch tintje gaf. Aan het einde van de dag verdreven de twee hipster jongens mijn honger met hun vrolijke liedjes, de drummer op 6th Ave en 14st die je al van ver kon horen vulde de metrogangen tot aan Union Square met zijn improvisaties en Joe, die in het weekend op Metropolitan Station zat, vulde niet alleen mijn hart met zijn muziek maar zorgde onbewust tijdens een spontane jamsessie voor nog meer liefde.

Ik heb ze gefilmd, die metro muzikanten die New York nog meer kleur geven. Uren aan materiaal van mensen die met liefde hun passie staan uit te voeren, liggen te wachten om tot een verhaal gemonteerd te worden. Natuurlijk ben ik niet de enige die ziet wat ze doen. Het aantal filmmakers, wanna be filmmakers en geniën die net zo veel en meer materiaal hebben is ontelbaar. En hoewel ik natuurlijk graag de enige zou zijn geweest die dit idee had gehad (los van dat Hedy Honigman al jaren geleden de prachtige film Het ondergrondse orkest maakte), ben ik ook gaan zien hoe al onze verhalen samen het echte verhaal vertellen. Of op zijn minst in de buurt komen van het echte verhaal, dat bestaat uit al die verschillende verhalen van muzikanten, publiek en reizigers.

Een van de eerste filmpjes die ik maakte


Een film die nu gemaakt wordt over mijn New Yorkse vrienden:

Herzog

Jaren geleden zag ik tijdens een zaalwacht dienst bij het IDFA de film Mein Liebster Feind, van Werner Herzog over zijn relatie met de explosieve acteur Klaus Kinski. Herzog begint met zijn verhaal in zijn eigen jeugd, wanneer hij met zijn moeder in een kamertje in een huis in Munchen woont en Kinski een van zijn buren blijkt te zijn. Hun eerste kennismaking vindt plaats wanneer Kinski in een driftbui door het huis dendert en ongenuanceerd letterlijk met de deur komt binnenvallen terwijl de familie Herzog aan het avond eten zit. Jaren later vraagt hij de acteur, die bekend staat om zijn heftige uitvallen, om in zijn film Aguierre, der Zorn Gottes te spelen. In Mein Liebster Feind toont Herzog de gekte van een getalenteerd acteur, die hij bewondert, adoreert en haat. Een man die hem dood wenst wanneer het ontbijt in de Peruaanse jungle wederom pap blijkt te zijn, maar die hem ook lief heeft. De wrange vriendschap tussen de twee mannen ontroerde me, de gekte intrigeerde me.

Na het zien van deze film was ik dan ook Herzog verslaafd. Zijn vroege werk staat al jaren in mijn kast te wachten tot ik er echt voor kan gaan zitten, zijn latere films heb ik allemaal gezien. Steeds weer zoekt hij een passie, een gekte op, om gedurende de lengte van de film uit te zoeken hoe de persoon in kwestie nou in elkaar steekt. Uit duizenden uren materiaal schetste hij een prachtig portret van Timothy Treadwell in Grizzly Man. In Encounters at the End of the World gaat hij op zoek naar de drijfveren van de mensen die naar de Zuidpool trekken om daar te werken en te leven.



En nu is daar Cave of Forgotten Dreams, over de krijttekeningen in de grotten van Chauvet in Frankrijk. Ik had me er zo op verheugd. Veel films van Herzog kenmerken zich door zijn voice-over in een ongelofelijk charmant Engels met Duits accent. Hij geeft zijn films meer diepte door zijn eigen gedachtengang toe te voegen aan zijn beelden, waardoor je als kijker niet alleen de resultaten van zijn zoektocht ziet, maar ook de zoektocht zelf beter leert begrijpen.

Maar in deze film raakte hij me kwijt. Ik wilde wel, en misschien had de borrel die ik voor de film verlaten had ook zo zijn uitwerking, maar het lukt me niet om er in te komen. Hoewel de beelden prachtig zijn en Herzog en zijn team weer alles uit de kast hebben gehaald om de eeuwenoude twee dimensionale tekeningen tot leven te laten komen, raakte hij me deze keer steeds weer kwijt door zijn filosofische benadering van het geheel. De links die hij legt om zijn verhaal kracht bij te zetten gaan me te ver, de moeite die hij doet om het verleden te doen herleven is te groot. In dit geval had ik misschien - voor het eerst - iets minder van zijn zoektocht willen zien. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de tekeningen echt onwaarschijnlijk mooi zijn, en dat zijn driedimensionale weergave ervan ze tot hun recht laat komen.

De albino krokedillen op het einde van de film blijken gelukkig een ander verhaal te hebben dan wat Herzog in zijn film vertelt. En dat brengt me dan weer terug op waarom ik hem als filmmaker zo interessant vind: hij gebruikt alles om het verhaal te vertellen wat hij kwijt moet, ongeacht de waarheid:

Facts per se are not so interesting for me. Facts do not illuminate; they create norms. The Manhattan phone directory has 4 million entries which are factually correct, but as a book it doesn't really illuminate you. I've always said we have to look beyond realism, beyond facts. We have to dig into a deeper stratum of truth which is somehow deeply inherent in cinema but which is very hard to find and to create. I'm looking for moments that are somehow illuminating. In some of my films, I hope there are a few moments where you feel almost illuminated, like in a state of ecstasy, stepping out of yourself, beyond yourself and perceiving something which is only, in the case of cinema, possible in collective dreams.

En dat dan in dat geweldige charmante accent.

maandag 13 juni 2011

Geluk

Alles en iedereen lijkt tegenwoordig maar op één ding gericht te zijn: geluk. Ieder zichzelf respecterend tijdschrift heeft wekelijks minstens een artikel over hoe dat geluk te bereiken is, sommige tijdschriften zijn er zelfs geheel aan gewijd.
De afdelingen Philosophy en Religion and Inspiration bij de Barnes and Noble staan vol met paperbacks en hardbacks die je in een x aantal stappen dichterbij deze wenselijke staat van zijn brengt. Op TED kan je uren doorbrengen met het kijken naar inspirerende speeches over dezelfde stappen, en geslaagde experimenten.

Het is in principe mogelijk om dagen en weken door te brengen met leren over geluk. Maar dan? Als je al die kostbare tijd, die je ook door had kunnen brengen in de zon, met je geliefde of met vrienden en lekker eten, kwijt bent en een enorme berg informatie rijker. Wat dan?

Ga je dan al die adviezen in praktijk brengen? Maak je dan dagelijks een lijstje dat je kunt afwerken - want de gemiddelde mens houd van lijstjes - en staan daar dan een paar makkelijk te bereiken doelen op - want dat geeft voldoening en leidt tot meer actie? Of laat je alles los - want alleen dan kan je het ware geluk ervaren - en ga je op een berg in Azië mediteren in een kleurrijk gewaad - omdat ze daar pas echt begrijpen wat geluk is?

Het moge duidelijk zijn dat ik al vele uren heb doorgebracht met het lezen van artikelen en het zien van filmpjes die inspireren tot een gelukkiger leven. Natuurlijk wil ik er alles aan doen om me nog gelukkiger te voelen dan ik al ben. Want dat moet ook gezegd worden: ik ben al aardig gelukkig. Een vriend verzuchtte dan ook met draaiende ogen "Oh nee hè, toch niet zo'n boek over dat het de kleine dingen zijn die nog gelukkiger maken, dat je met vrienden in de zon lekker moet eten enzo. Dat weten we nu toch wel?" Ik sprak met hem over het boek The Happiness Project, waarin Gretchen Rubin experimenteert om met kleine veranderingen in haar leven nog gelukkiger te worden.

Enerzijds moest ik hem gelijk geven: het is allemaal al duizend keer gezegd, het is oude koek, we weten het wel. Aan de andere kant geloof ik dat je het niet vaak genoeg kunt horen (of lezen), want blijkbaar zijn we hardleers en is het helemaal niet zo makkelijk om al die dingen daadwerkelijk in praktijk te brengen. Het boek van Gretchen Rubin laat zien dat je helemaal niet je leven overhoop moet gooien om gelukkiger te worden, maar dat een beetje meer slaap, een beetje meer liefde en een beetje meer aandacht al grote veranderingen kunnen brengen. En dat lijkt me nou helemaal niet zo'n vervelende boodschap voor al die mensen - inclusief ikzelf - die zich soms afvragen: wat nu?

zaterdag 14 mei 2011

Bill

Het is met New York net als met andere grote steden. De echte New Yorkers wonen niet meer op Manhattan. Net zoals de echte Amsterdammers voor het merendeel ergens diep in Almere wonen, zo wonen de meeste New Yorkers inmiddels in Brooklyn, Queens of the Bronx. Dus van wie is New York? Van de toeristen, die met zijn zevenenveertig miljoenen jaarlijks het eiland bewandelen? Of de acht-punt-twee miljoen inwoners, die vanuit de hele wereld hier naar toe komen om hun geluk te beproeven in de stad waar alles kan?

Is New York van de bankiers, die in het zuidelijkste puntje van het eiland op een gebied dat niet groter is dan een paar vierkante kilometer, beslissingen nemen die de rest van de wereld beïnvloeden? Is het de stad van de bedrijven die allemaal proberen mee te surfen op de energie golf waar NYC zo bekend om staat? Of is het de stad van de kunstenaars, de Andy Warhols en Woody Allens, die zowel vroeger als nu de culturele waarden bepalen voor zoveel verschillende genres?

Als New York al van iemand kan zijn, dan lijkt me dat het de stad van Bill Cunningham is. Bill Cunningham verhuisde in 1948 naar New York, en fotografeert al jaren niet alleen de bijzondere evenementen in de stad, maar ook de mode die hij op straat tegen komt. Zijn eerste spread in de New York Times was het begin van een voortdurende verzameling foto's die het mode tijdsbeeld van de stad op een prachtige manier weergeeft. Bill brengt de catwalk naar de straat en toont hoe de 'gewone' New Yorkse vrouwen hun eigen draai geven aan de mode die door designers wordt bedacht.



In de film Bill Cunningham New York wordt een portret geschetst van een uiterst aimabele en ontroerende man van tachtig. Een man met een grote lach, die zijn gezicht tot en met zijn ogen aan toe open breekt. Een man die nog steeds op zijn fiets de stad doorkruist, van society gebeuren naar society gebeuren, waar hij gezellig praat met alle aanwezigen - die hem natuurlijk allemaal kennen - maar waar hij nooit iets zal eten of drinken. "Ik ben daar aan het werk." Een man die al meer dan veertig jaar in een van de artist lofts van Carnegie Hall woonde, totdat hij met de twee andere laatste bewoners vorig jaar alsnog werd verdreven, die een kamertje had dat vol stond gestouwd met archiefkasten, waar hij al zijn foto's in bewaarde, waar hij tussen sliep, op een eenpersoonsstretcher met een laken en een deken. En die in zijn nieuwe appartement dat uitkijkt op Central Park de nieuwe keuken eruit liet slopen om plaats te maken voor zijn kasten. Een man die altijd in een blauwe overjas rond loopt, omdat die niet stuk gaat door zijn camera die er voortdurend tegenaan schuurt. Een man die overal vrienden heeft, maar die niemand dichtbij laat. Waarvan niemand precies weet wat zijn geschiedenis is, of hij wel eens verliefd is geweest en wie zijn 'echte' vrienden zijn. Een man die niet het middelpunt wil zijn, die niet teveel nadenkt over zijn eigen impact op anderen, maar die al dan niet bewust anderen raakt. Een man die precies weet wat hij wil zeggen als hij met zijn foto's in de weer is, maar die stil wordt als het over hem gaat. Een man die is vergroeid met New York, die leeft van de stad en die de stad zijn leven heeft gegeven. Door er te zijn, door te kijken en door vast te leggen.

"He who seeks art will find it," zegt hij op het eind. En zo is het.



Bill werkt nog steeds voor de Times.

woensdag 11 mei 2011

Earthalujah!

New York is de stad van de consumptie. Eten, kleren, spullen, ideeën, ervaringen. Alles is te koop. Duizenden restaurantjes, diners en bars lokken je naar binnen om bij hen je volgende maaltijd te nuttigen. Kledingzaken stunten met goedkopere, duurdere, mooiere, betere of bijzonderdere kleren dan je elders vinden kan. Op Manhattan sluit de ene straat met prachtige en begerenswaardige spullen naadloos aan op de volgende, zodat je je voortdurend in een wereld van hebzucht bevind.

Geruime tijd geleden, lang voordat ik naar New York vertrok, besloot ik zo min mogelijk te consumeren. Waarom zoveel spullen in mijn huis? Waarom steeds weer nieuwe kleren? Met die gedachte in mijn hoofd probeer ik iedere keer weer bewust te kiezen: waarom wil ik dit hebben, wil ik het echt? Word ik er gelukkiger van?
Deels is het gemakkelijk: je kunt niet alles kopen, je kunt niet alles bezitten. Mijn slinkende bankrekening maakt dat ik redelijk probleemloos langs alle verleidingen kan lopen. Maar soms, soms zou ik willen dat ik veel geld had, zodat ik die mooie boekjes kon kopen, of die geweldige tas, die prachtige schoenen en al die lekkere dingen die ik zie.

Lange tijd was ik op zoek naar medestanders, mensen om mijn geloof mee te delen. Ze zijn er natuurlijk wel, maar ik vond ze vaak niet radicaal genoeg. Tot ik Reverend Billy and the Church of Earthalujah vond, die niet alleen mijn ideeen delen, maar ze ook nog eens heel goed weten uit te dragen. Tijdens de wekelijkse 'service' zingt het Stop Life After Shopping Gospel Choir liederen als "Stop Shopping, Shop no more, We won't shop again, forever and amen", "Earth is speaking, do you speak earth? Got to listen harder, put your ear to the dirt".



Ze zijn echter niet alleen wekelijks in een theater te vinden. Hun echte activiteiten vinden buiten plaats, in parken en op pleinen, en bij voorkeur in winkels, waar ze proberen consumenten wakker te maken en de duivel uit de kassa verjagen. Naast acties tegen Starbucks, Victoria Secret, en inkopen in het algemeen, organiseren ze ook verschillende campagnes die onder drie initiatieven vallen:

* het ondersteunen en pleiten voor duurzame consumptie
* het stimuleren van sterke lokale bedrijven
* het verdedigen van het Eerste Amendement en de openbare ruimte.

Dit leidde tot acties voor het behoud van Union Square park, Coney Island en recentelijk tegen Mountaintop Removal, waarbij bergtoppen worden opgeblazen om kolen te delven.

Ik ben geinspireerd geraakt door Reverend Billy en zijn koor. Los van hun hoge entertainment gehalte dragen ze een boodschap uit die ik steun. Ze bekijken de wereld op een manier die ik graag overneem, en die ik met liefde predik. Met andere woorden: ik ben bekeerd.
Earthalujah!


donderdag 28 april 2011

Choreografie

Mensen staan her en der verspreid. Sommigen zitten op houten bankjes. Iedereen lijkt in gedachten verzonken, kijkt voor zich uit, of speelt een spelletje op zijn telefoon. Sommige mensen hebben oordopjes in, waar vlagen van luide muziek uit komt. De verschillende liedjes vormen samen een ruis, waarbij soms bepaalde liedjes harder te horen zijn.

Dan een hard geluid. Twee lichtjes die dichterbij komen. Het geluid van openschuivende deuren. Er komt beweging in de massa. Vanuit hun verschillende uitgangspunten bewegen ze allemaal naar dezelfde plek toe. Ze verenigen zich met nieuwe mensen, voorbijgaande personages in ieders leven.

Terwijl de snelheid de choreografie overneemt vindt de massa één ritme. Samen bewegen ze naar links, naar rechts. Het zijn kleine bewegingen, maar perfect gecoördineerd, allemaal op hetzelfde moment. Iedereen houdt zich vast, sommigen zitten, anderen leunen tegen deuren of palen. Maar ze hebben allemaal hetzelfde ritme. Het lijkt ongecontroleerd, plotseling.

Ze blijven allemaal onverstoord voor zich uit kijken, of naar beneden, waar ze boekjes of telefoons in hun handen hebben. Ze proberen elkaar niet aan te raken, wijken uit wanneer iemand te dichtbij komt. Om elkaar dan weer, soms bedoeld, soms onbedoeld, op te zoeken. Een voet raakt een been, een hand raakt een rug. Kleine tekenen van saamhorigheid, van deel uit maken van de groep. Bevestigingen van elkaars bestaan. Heel soms kruisen blikken elkaar. Dan wordt geknikt, soms gelachen.

Wanneer de deuren weer open gaan herhaalt het ritueel zich. Oude voorbijgangers verlaten de groep, nieuwe komen erbij en pikken moeiteloos het ritme van de snelheid op.

maandag 4 april 2011

Sketchbook

Eens per jaar gaan er duizenden lege boekjes de hele wereld over. Overal zitten mensen ongeduldig te wachten tot hun nieuwe blanco schat binnen komt, zodat ze er hun ziel en zaligheid in kwijt kunnen. je zou het kunnen vergelijken met een dagboek. Maar waar een dagboek als het volgeschreven is met alle verdriet en vreugde die in de voorgaande periode langs kwam, vervolgens op een plankje of in een doos wordt weggelegd, worden deze boekjes weer teruggestuurd. Nadat hun eigenaars er maanden in hebben geschreven, getekend, geplakt, en geknipt om er een uniek kunstwerkje van te maken, gaan ze terug naar de plek waar ze vandaan kwamen: de Art Library in Brooklyn.

The Sketchbook Project: 2011

The Sketchbook Project is een verzameling van werelden. Van woorden, tekeningen, plaksels, stofjes en verf. Van lieflijke engeltjes die mooie zinnetjes produceren tot eenkoppige monsters die je grauw en koud aankijken vanaf de donker gekleurde pagina's. Er zijn boekjes die uitpuilen omdat ze vol nieuwe informatie zitten, waarbij de pagina's bij elkaar gehouden worden door elastiek of touw. En er zijn boekjes die uitgehold zijn, waarbij pagina's deels zijn weggehaald, aan elkaar zijn geplakt, om nieuwe vormen te maken.
Bovenal is het een verzameling van liefde. Want hoe verscheidend de inhoud ook moge zijn, en hoe verschillende de levens van de makers ook mogen zijn, al die mensen hebben met liefde hun boekje gevuld. Dat kan niet anders. Ze hebben erover nagedacht, er tijd een aandacht aan besteed. En vervolgens hebben ze de moeite genomen om hun kleine wereld weer in te pakken en terug te sturen.

Zodat er nu jaarlijks duizenden boekjes door Amerika reizen. Om broederlijk, rug aan rug, te wachten tot andere mensen hen uit die enorme stapel trekken er erdoorheen bladeren. Om heel even ontroerd te raken of te moeten lachen, of onder de indruk te zijn, van het werk van de maker.

donderdag 31 maart 2011

Verbeelding

Misschien zijn alle relaties nep omdat ze uiteindelijk alleen bestaan in onze verbeelding. Is het niet zo dat we allemaal vriendschap en liefde en waarschijnlijk ook haat op onze eigen manier invullen? Wat is dan de waarde van vriendschap, als beide partijen er eigenlijk, in het diepst van hun gedachten, anders in staan? En nog erger, wat is dan de betekenis van liefde? Is het niet een schijn-samenzijn van twee mensen die denken iets met iemand te delen die daar zelf heel anders over denkt?

Het lijken enorm cynische gedachten, maar ze werden opgeroepen door twee bijzondere films die naar mijn idee beide over precies dit dilemma gaan. Een dilemma dat overigens enorm kan worden doorgetrokken, want er moge dan bijvoorbeeld een afspraak zijn over wat 'groen' is, maar is mijn 'groen' ook jouw 'groen', of is dat eigenlijk mijn 'rood'? Ik kan mezelf helemaal verliezen in dit soort gedachten. Dus is het fijn dat er films zijn die dat al voor je gedaan hebben.

In Les amours imaginaires zoeken twee vrienden, Marie en Francis, naar echte liefde. Ze denken die beide te kunnen vinden bij Niko die in hun verbeelding een Adonis wordt, maar die nogal onbeslist en arrogant overal tussendoor dwarrelt. Hij beweert van beiden te houden maar maakt uiteindelijk geen keuze en laat hen allebei verloren achter. Beide denken ze een kans te maken, beide hebben ze hoop en beide stellen ze zich voor, samen met hem te zijn, hun eigen vriendschap daarbij volkomen uit het oog verliezend. Het zou een treurige en tranen trekkende bedoening zijn geweest als het niet allemaal zo prachtig was gefilmd. Francis die als een nieuwe James Dean nonchalant maar zenuwachtig zijn haar in een kuif kamt. Marie die in jaloersmakende vintage jurken en kanten handschoenen sigaretten rookt tegen een pastelkleurige achtergrond. Close-ups van stukjes lijf, details, blikken die direct allerlei tegenstrijdige gevoelens oproepen.



En dan Copie Conforme, over een man en een vrouw, die elkaar ontmoeten tijdens een lezing van hem over echte en imitatiekunst. Het gesprek dat ze hebben over wanneer iets of iemand echt is, lijkt in eerste instantie een opbouw naar hun romance, maar ontwikkelt zich langzaam naar de realiteit van de film. In plaats van dat ze praten over echt en imitatie, verandert hun relatie en wordt je als kijker meegenomen in een spel tussen hen en jou. Alle verwachtingen die je hebt, over hun romance maar ook over de verhouding tussen kijker en film worden getest en aan het wankelen gebracht. Waar je eerst denkt mee te gaan in hun 'spel' vermoed je even later dat ze speelden toen je dacht dat wat je zag echt was.



Dus, wat is echt? Ik ga maar uit van mijn eigen gevoelens. Die kan ik het meest op hun ware waarde schatten. Alhoewel dat soms achteraf ook anders bezien kan worden..