Posts tonen met het label Documentaire. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Documentaire. Alle posts tonen

donderdag 3 oktober 2013

Wat nu?

Waarom zou je je baan opzeggen? Je had het toch naar je zin? Waarom laat je je bestaande zekerheden achter je en stort je in een avontuur dat slechts door onduidelijkheid geleid wordt? Maar wát dóe je dan nu precies? Wat wíl je dan doen? Hoe ga je dat dan aanpakken? Wat zijn je plannen dan precies? En… hoe verdien je nu dan geld?

Het zijn een paar van de vragen die ik sinds februari van bekenden en onbekenden krijg. Onbekenden kan ik meestal snel afleiden door te vragen naar hun eigen werk/baan/levensinvulling/hobby’s. Bekenden zijn moeilijker op andere gespreksonderwerpen te brengen. Zij willen het naadje van de kous weten, proberen zich voor te stellen waar ik mee bezig ben en schieten dan in een stressaanval die weer op mij terug slaat.
Want mijn eerlijke antwoord is dat ik het ook niet zo goed weet. Dat ik zoek, en dat ik wíl, maar dat ik niet altijd weet wat en hoe en waar. Dat ik heel veel zin had in iets anders, maar dat ik niet weet hoe dat anders er precies uit moet zien. Maar ‘het niet precies weten’ is geen antwoord in een wereld die geregeerd wordt door de economische crisis, smeltende poolkappen en dreigende oorlogen. Er zijn al teveel onzekerheden, waarom zou je er nog meer creëeren?

Het invullen van een nieuw bestaan is niet gemakkelijk. Niet stressloos. Niet relaxed. Maar juist dat vacuum dat ontstaat wanneer vastigheden wegvallen, zorgt voor nieuwe ideeën, nieuwe plannen. Ik moet weer wennen aan het feit dat in principe ‘alles’ mogelijk is. En dat ikzelf, en niet mijn postvak in, bepaal hoe mijn dag er uit komt te zien.
Natuurlijk moet er geld verdiend worden. Moeten rekeningen worden betaald. Maar gelukkig zijn de rekeningen relatief gering, net als het geld. Dus dat heft elkaar vooralsnog op, en blijft er tijd over. Tijd om uit te zoeken 'wat nu'.

Dat ik niet de enige ben in deze situatie wist ik natuurlijk al langer. Aanstaande maandag (7 oktober) laat Tegenlicht zien hoe ‘mijn generatie’ zich handhaaft in “deze crisis en hoe deze vormt die hen in een leeftijdsfase die in het teken staat van carrière maken, een gezin stichten en over de toekomst nadenken?” Iedereen die mij bovenstaande vragen gesteld heeft moet misschien Tegenlicht kijken, dan praten we daarna verder.



woensdag 5 juni 2013

Blij

Ik schreef al eens over hoe de muziekdocumentaires altijd het hoogtepunt van mijn jaarlijkse IDFA avontuur zijn. Afgelopen jaar paste er echter geen enkele muziekfilm van mijn verlanglijstje in mijn nogal strakke schema. Ze moesten het afleggen tegen films over de financiële crisis, Afghanistan en andere vreselijke onderwerpen.

Dus zo miste ik onder andere Big Easy Express, waar ik op een later tijdstip meer dan ongelofelijk blij van werd. Stel je voor: drie (best wel bekende) folkbands, in een trein, door Amerika.

Het is zo simpel. En zo leuk. En fijn. Na zelf de V.S. van oost naar west en van west naar oost over land te hebben doorkruist, ben ik dol op films waarin dit gebeurt.

De bands: Edward Sharpe and the Magnetic Zeros, Old Crow Medicine Show en Mumford & Sons.
De reis: van San Fransisco naar New Orleans.
De muziek, de trein, de drank en de luchten.

Meer heb je niet nodig om heel blij te worden en zo snel mogelijk je biezen te pakken om reizend muzikant te worden. Tot die tijd, en in afwachting van het begin van de zomer (zelfs nu de zon eindelijk wil schijnen), is het raadzaam om de film te bekijken. Dan weet je vast wat je te wachten staat als je zelf op pad gaat.


donderdag 16 mei 2013

Afghanistan

Het was juli 2002, ik vloog na acht maanden te hebben gereisd met een zwaar hart terug naar Europa. Hoewel ik klaar was met het steeds in en uitpakken van mijn spullen en vooral met het slepen met mijn rugzak, wilde ik de wijde wereld nog niet verlaten. Die eerste reis smaakte naar meer, en ik kon niet wachten om andere plekken te ontdekken. De wereld schoof langzaam onder me voorbij, terwijl ik met mijn neus tegen het raampje gedrukt nieuwe bestemmingen zocht.
We vlogen over bergen. Eindeloze bergen, kaal en droog, zonder ook maar iets van bos of water dat de bruine aarde bedekte. Ik keek op het vliegschema om te zien waar we vlogen: Afghanistan.

Sinds die vlucht, dat moment van verbazing over de omvang van zoveel niets, en de wetenschap dat in dat niets een hele bevolking leefde, wil ik er naar toe. Nu deed ik mijn ontdekking een paar maanden na de Amerikaanse inval in hun zoektocht naar Al Qaida, wat een spoedig bezoek enigszins belemmerde, en dat waarschijnlijk nog wel een tijdje zal doen.

In de tussentijd blijf ik gefascineerd door het land en de mensen en kijk ik met verbazing naar reportages en documentaires die daarover gemaakt worden. Zo is er nu een nieuwe serie, van journaliste Natalie Righton, die in 2010 naar Afghanistan vertrok om van binnenuit verslag van de situatie te doen. Hoewel duidelijk is hoe gevaarlijk het is om daar momenteel als westerse vrouw rond te lopen, voedt haar verhaal ook mijn verlangen.
Ooit. Ooit ga ik het zelf zien.



zondag 28 april 2013

Economische bijscholing

De economische crisis is Big Business, en dan niet alleen voor banken en bedrijven. In de afgelopen jaren zijn er ontelbaar veel documentaires en films gemaakt die ofwel een poging doen een aspect van de crisis te verhelderen, of een dramatische invulling geven aan de onpersoonlijke verhalen die dagelijks ons leven binnen komen.

In mijn IDFA aantekeningenboekje, zijn de meeste pagina's gewijd aan documentaires over de crisis. Waar ik op andere plekken nog in het donker aantekeningen probeer te maken over mooie shots of manieren om te interviewen, lukt het me bij deze films alleen maar om de enorme brei aan feiten op te krabbelen, in de hoop er na afloop nog enigszins uit te komen. Hier en daar staat nog een opmerking als 'mooie graphics' of ' hij kijkt buiten het frame', maar het zijn toch voornamelijk opsommingen van getallen en jaartallen met bijbehorende rampzalige feiten. Standaard staat er ook bij iedere film iets in de trant van 'hier moet ik veel meer over lezen', en 'ik heb echt geen idee meer waar dit over gaat' (halverwege een film genoteerd).

Nu ik in de gelegenheid ben om mijn aantekeningen van IDFA 2012 uit te werken in mijn nette boekje, kom ik ook weer achter al mijn voornemens om me meer te verdiepen in dit onderwerp. Zo wil ik een aantal films opnieuw zien: I.O.U.S.A (uit 2008!), Enron (2005), Four Horsemen (2011) en natuurlijk Oscarwinnaar Inside Job (2010). Maar ik ga ook het blog dat Joris Luyendijks in de Guardian schrijft en de blogs van Ewald Engelen lezen.

Wie weet leidt dat alles weer tot een beetje meer kennis en begrip over de situatie waarin we ons bevinden. Ik sta open voor meer suggesties, dus kom maar op!


zondag 21 april 2013

Naïef

Drie weken geleden stond Facebook vol met lovende opmerkingen over de Tegenlicht aflevering De Tax Free Tour, over belastingparadijzen, de off-shore economie en hoe bekende en onbekende multinationals hun winsten weten te vermenigvuldigen. Grote verontwaardiging alom, over de rol die Nederland hierin blijkt te spelen, en veel lovende woorden over de dappere documentaire makers en sprekers in de film. En een plotseling realisatie, zo leek het haast, over onze favoriete bedrijven (Apple, Starbucks, Amazon) die, nu ze indirect via ons hun belasting kunnen ontduiken, echt slecht blijken te zijn.
Hun andere praktijken; de situatie van hun medewerkers in andere landen, of hun producten daadwerkelijk zo 'fair' zijn als ze zelf beweren en de exorbitante bedragen die ze vragen voor het simpele feit dat hun logo op een product staat, al die dingen hebben ons er niet van weerhouden hun producten te kopen, maar daar komt nu verandering in!

Laat ik vooral eerst de hand in eigen boezem steken: ook ik ben lichtelijk verslaafd aan de 'oogstrelende producten van Apple'. Starbucks laat ik links liggen, net als Amazon, maar: ja, ik doe ook mee aan de hypocrisie van deze tijd, waarin we onze verontwaardiging zelden daadwerkelijk aan acties koppelen.

Toen ik echter een paar dagen voor de bewuste Tegenlicht documentaire me uitliet tegenover een vriend over de onrechtvaardigheid van deze wereld, noemde hij me naïef. Dat was toch allemaal geen nieuws? En mocht alles ooit een keer genadeloos ten onder gaan, zoals ik in mijn tirade had geopperd, dan verschilde dat toch niet van andere grote Rijken, die lang lang geleden hetzelfde lot waren beschoren? En ik begreep waarschijnlijk net zo weinig van de economische crisis als hij, en al die slimme mensen die ons ooit hierin hadden gemanoeuvreerd zouden ons er ook vast weer uit manoeuvreren. Dus waar maakte ik me toch zo druk over?

Zijn ietwat neerbuigende opmerking over mijn naïviteit zette me aan het denken. Is het echt belachelijk om je druk te maken over de grotere systemen, omdat je er niet direct iets tegen kan doen? Is het naïef om te hopen dat er verandering kan komen in vastgeroeste patronen? De reacties op de Tegenlicht aflevering gaven me weer nieuwe hoop. Hoe meer we horen, hoe bozer we worden, en misschien komt er dan ooit een moment dat we daadwerkelijk onze verontwaardiging koppelen aan acties en geen nieuwe apple meer kopen.
Tot dan blijf ik naïef, en hoop ik van harte dat mijn Mac niet binnenkort kapot gaat en mij voor een vreselijk dilemma stelt.


donderdag 4 april 2013

Stress

Afgelopen week besprak ik met een fysiotherapeut de pijn die ik al geruime tijd aan mijn onderrug voel, die zo heftig kan zijn dat ik niet weet hoe ik mijn lijf in een nieuwe positie moet manoeuvreren, en die soms dagen of weken lijkt te zijn verdwenen. De fysio vroeg of ik last van stress had?

Ik probeerde licht nonchalant mijn schouders op te halen; ach dat viel wel mee. Ja, de laatste maanden had ik wat meer stress, omdat ik in tijden van crisis door mijn eigen toedoen zonder baan zou komen te zitten, en ja, daarvoor had ik wel wat stress op mijn werk. Maar ach, zo erg was het allemaal niet. Achteraf realiseerde ik me echter dat mijn luchtige gedrag een beetje misplaatst was. Want het uitzicht op een nieuwe, onbekende toekomst veroorzaakt meer stress dan ik zou willen, maar valt in het niet bij de stress die ik de afgelopen jaren op mijn werk heb gehad.

Dit zeg ik niet om medelijden op te wekken. Wat me eigenlijk vooral verbaasde is dat ik me niet echt gerealiseerd heb hoeveel stress ik vaak voel en gevoeld heb. Pas toen de stress op mijn werk met regelmaat tot ruzies thuis leidde, realiseerde ik me dat het wellicht tijd voor verandering was. En nu ik zonder duidelijk plan die toekomst een nieuwe invulling kan gaan geven, voel ik zeker met regelmaat paniek over de onzekerheid die mijn keuze met zich mee brengt. Wanneer ik mijn voorlopige plannen uit de doeken doe aan vrienden, familie en bekenden, kan ik zien hoe zij bij het idee alleen al in de stress raken: "Maar, maar, en hoe ga je, en wat wil je, en dan?" Hun reactie helpt niet mijn stressniveau naar beneden te brengen.
Al met al is het dus helemaal niet vreemd dat ik al een tijd pijn in mijn rug heb. Stress kan allerlei lichamelijke gevolgen hebben, dat wist ik eigenlijk al lang. (Jaren geleden kreeg ik in een extreem stressvolle situatie opeens een aantal dagen uit het niets een dikke lip, en ook overgeven door teveel spanningen is mij niet geheel vreemd).

Maar de ruimte en de mogelijkheden die zich opeens voordoen geven ook nieuwe energie en leiden tot duizenden ideeën voor een mogelijke nieuwe levensinvulling.En dan verandert de stress opeens in opwinding en een positieve spanning, en enorm veel zin om al die nieuwe avonturen te beginnen.



In de documentaire Doen en Laten gaat Anneloor van Heemstra in op de gevolgen van stress, op relaties, op haar lichaam en op de opvoeding van haar kinderen.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.





zaterdag 14 januari 2012

Recensie

Ik ging met een vriend naar Over Canto, een film waarin de Canto Ostinato centraal stond. De film gaat echter niet over het muziekstuk zelf, maar over de invloed die het op verschillende mensen gehad heeft. Geen verkeerd uitgangspunt, als je interessante mensen neemt. Daarmee bedoel ik niet dat er meer vrienden van Halina Reijn naast haar hadden moeten verschijnen, maar dat de mensen die nu gekozen waren niet allemaal even interessant waren met hun Canto verhaal. "Ik luisterde het gewoon altijd toen ik klein was, en ging dan met mijn lego spelen," zo vertelt een studente die op haar kleine kamer achter een grote vleugel zit.
Uiteindelijk waren het echter vooral de filmische keuzes van regisseur Ramon Gieling, die ervoor zorgden dat ik en mijn kijkgenoot (hij in mindere mate) steeds lacheriger werd.

In een masterclass vertelde René Appel (die Zij gelooft in mij over Hazes maakte) ooit dat hij nooit liet zien waar de mensen in zijn films over spraken. Je moet het verhaal niet verzwakken met begeleidende beelden. Gieling had die masterclass misschien moeten bijwonen, want de flashbacks die in Over Canto de verhalen begeleiden zijn ronduit vreselijk én ze kloppen niet. Als het meisje het over lego heeft, moet je geen blokken gebruiken. Daarnaast leek het alsof de makers een sound-effecten-cd gevonden hadden en die te pas en te onpas gebruikten. Vogelgeluiden, regendruppels, alles leek binnen te komen alsof de geluidsman ze aan zijn hengel had geplakt.

In ieder interview kwam de stem van de maker terug die zei: "je vertelde me eerder dat je ... (dan volgde een anekdote) .. kan je daar wat meer over vertellen?" Waarop de anekdote volgde. Waarom wilde Gieling zelf aanwezig zijn? Waarom moeten wij horen dat hij vooraf met zijn personages een gesprek heeft gehad? Liever hoor ik hen gewoon vertellen. Ook kwam uiteindelijk ieder verhaal op hetzelfde neer: de Canto Ostinato heeft een enorme indruk gemaakt en heeft mijn leven veranderd. Na drie keer hadden we die boodschap ook al begrepen.

Een van de interessante personages, musicoloog Henkjan Honing, wordt van onderaf gefilmd terwijl hij een college geeft over hoe muziek kan raken, en hoe dat precies gebeurt. Helaas wordt zijn college gefilmd in een bijna lege UvA aula, waar her en der verspreid enkele vrouwelijke studentes naar hem op lijken te kijken. De irritatie over de camerastandpunten was groter dan de aandacht voor zijn inhoudelijk interessante verhaal.
De foto's die achter onderzoeker Johannes Bentz stonden, van rotondes - waar de Canto hem aan lieten denken - waren prachtig, net als de filmpjes van een rotonde, waar op een bepaald moment toch echt een voetganger lijkt te worden aangereden. Grapje van de maker?

Toen op het einde 'de meester zelf', componist Simeon ten Holt aan het woord kwam, en Gieling weer refereerde aan eerdere gesprekken, kon ik al niet meer mijn aandacht erbij houden. Ik keek naar de man wiens bovenlijf over liep te lopen in zijn onderlijf en vroeg me af of hij een snuggy aan had. Toen hij vervolgens - naar onze mening licht geïrriteerd - antwoordde op Gielens vragen dacht ik dat we voor de gek gehouden werden en naar Wim de Bie zaten te kijken. Daar kan Ten Holt natuurlijk verder niets aan doen, maar de lacherigheid die ik tijdens de film langzaam had opgebouwd veranderde nu in een enorme aanval van de slappe lach, die ik al lange tijd niet meer gehad had.

Dank daarvoor, Ramon Gieling. En mijn excuses aan het andere bioscooppubliek.

De muziek is overigens prachtig:

woensdag 11 januari 2012

Dag

24 juni 2010 moet wel de meest vastgelegde dag ooit zijn. Overal ter wereld werd gehoor gegeven aan de oproep van filmmakers Ridley Scott en Kevin MacDonald om een moment op die dag op te nemen, en het te delen. Van de 4500 uur aan materiaal dat zij binnen kregen maakten ze de film Life in a Day.

Ik realiseerde me dat een dag op deze wereld eigenlijk 36 uur duurt, vanaf het moment dat het twaalf uur 's nachts is, helemaal in het oosten, tot het moment dat het 23.59 uur is aan de uiterste westkant, direct naast dat oosten. Ik heb geen idee waar dat precies is, maar weet wel dat een van de grote kandidaten voor dat laatste moment sinds vorige week bij de kandidaten voor het eerste moment behoort.



De dag begint met de nacht, waarin mensen dronken zijn, slapen, hun baby voeden en naar de maan kijken. En terwijl de zon langzaam op komt, en duizenden mensen hun voeten op de vloer laten neerkomen, er overal ter wereld op verschillende wijzen koffie wordt gezet, mensen ontbijt maken, geliefden wakker worden, kruipt de dag langzaam voort. Tussen alle snel gesneden scenes komen plotseling verlaten verhalen terug, en ontdek je gedurende de film een fragment van een verhaal.
Aan de hand van vragen, waar mensen dan weer in eigen filmpjes antwoord op geven, ontvouwt zich de eenvoud op deze wereld. What's in your pocket, is één zo'n vraag. Het antwoord? Van geld, telefoons en sleutels van Lamborghini's, tot messen, revolvers, vlaggen van alle landen waar de voorouders van een (vermoedelijk) autistische vrouw vandaan komen, tot simpelweg niets. Of een stokje van een Neemboom dat gebruikt wordt als tandenborstel.

Hoe simpel is het leven? sommigen hebben alles, anderen hebben niets. Het is simpel, en oneerlijk. En al klaagt niemand, je kunt er niet omheen, dat het niet klopt. Op de vraag What do you love? antwoorden mensen 'mijn familie', 'my cat', 'hele vieze dingen schoonmaken zodat je meteen resultaat ziet', God, The Lord and our Saviour' en 'driving 150 miles an hour with my car'. We zijn verschillend, maar ook helemaal niet. Overal ter wereld trouwen mensen, overal eten ze hun eigen vreemde voedsel, en overal proberen ze het beste ervan te maken. De zieke moeder, met haar gehavende lijf en haar jonge zoontje, de Berber die met zijn veertien kinderen in een hut zonder stroom of water woont, het Amerikaanse meisje wiens man in Afghanistan vecht, de Koreaan die de wereld rond fietst en die emotioneel wordt van Nepalese vliegen, omdat die net zo groot zijn als in zijn thuisland.

En terwijl de dag voort schrijdt, en het langzaam avond wordt, verandert de Love Parade in een drama, breken branden uit, liggen mensen huilend in bed, viert het westen het leven met dansende cheerleaders en halfnaakte vrouwen, wordt er ergens ter wereld een enorm vuurwerk afgestoken en onweert het. Terwijl de maan weer op komt en het twee voor twaalf is, filmt een meisje op de valreep zichzelf. "Ik hoopte dat vandaag iets bijzonders zou gebeuren, zodat ik de wereld kon laten zien dat er altijd wel ergens iets bijzonders gebeurt. Maar zelfs nu er niets gebeurd is, heb ik toch het gevoel dat er wel iets bijzonders is gebeurd.

Het leven in een dag.

vrijdag 30 december 2011

Openbaar

Ik probeerde me tevergeefs te herinneren wanneer ik voor het eerst van 'het internet' hoorde. Ergens in '98 creëerde ik mijn eigen email adres, bij een Nederlandse host die al heel lang niet meer bestaat. Zoals bij de meeste dingen huppel ik altijd achter de feiten aan. Zo werd ik lid van Hyves toen het al lang niet meer populair was, gebruik ik nog steeds hotmail, had ik vijftig Facebook uitnodigingen nodig om uiteindelijk overstag te gaan, en is online stukjes posten natuurlijk al lang weer achterhaald. Ik toon een deel van mijn leven online, de ene keer wat meer dan de andere, maar heb daarbij mijn grenzen bepaald. Soms zou ik willen dat ik voorop liep, en al lang van te voren zou weten wat de nieuwe hype gaat worden, zodat ik daar handig op in kan springen en er zelfs wat geld mee zou kunnen verdienen.

Zoals bijvoorbeeld Josh Harris, "the greatst internet pioneer you've never heard of", de "Warhol of the Web". Harris startte het eerste internet televisienetwerk, Pseudo.com, waarmee hij een wereld probeerde te creëren die toen totaal onbekend en nieuw was, maar die nu gewoon de dagelijkse realiteit is. Vervolgens bedacht hij het project Quiet, waarbij honderd mensen dertig dagen lang met elkaar opgesloten werden, zonder enige privacy. Waar bij Big Brother (dat op hetzelfde moment in Nederland startte) nog enige privacy in douche en toilet was, werd hier iedereen constant gefilmd, en kon men voortdurend elkaar bekijken. Volgens Harris was dit wederom een voorspelling van hoe ons leven er in de toekomst uit zou zien. Nadat Harris anderen als proefkonijnen voor zijn fascinaties had gebruikt, volgde het project We live in public, waarbij hij en zijn toenmalige vriendin onder 24 uur camera bewaking stonden, waarbij de kijkers met hen konden chatten en konden reageren op hun doen en laten. Uiteindelijk werden de opmerkingen van kijkers belangrijker dan hun leven en relatie zelf, en lieten zij zich door hun anonieme aanhangers uit elkaar drijven.



Het is allemaal te zien in de documentaire We Live in Public, gemaakt door Ondi Timoner in 2009, lang nadat Harris zijn leven op een ander continent was gaan leiden, ver weg van internet en oude schulden. Toen zijn vriendin hem en hun met camera's behangen huis had verlaten daalde zijn aanhang van 100 tot 15 mensen. "Ik voelde me nutteloos," zei Harris. Het deed mij denken aan de Postsecret app die ik op mijn telefoon heb. Waar de website wekelijks zorgt voor ontroerende en herkenbare momenten voor duizenden volgers over de hele wereld, is de telefoon app een wereld op zich geworden, waarbij mensen elkaar bekritiseren, becommentariëren en anoniem beschuldigen. Verzonnen geheimen, dreigementen "heart this and I won't kill myself", foto's van anderen met beschuldigende teksten, het is er allemaal op te vinden.



Harris voorspelde een wereld die werkelijkheid geworden is. Hij liep voorop en verdiende geld met het uitbuiten van anderen en zichzelf en maakte het gewone leven tot een openbaar goed. En terwijl ik net zo goed verslaafd ben aan het checken van mijn mail en facebook, en ik iedere dag de geheimen van onbekenden lees, zou ik er liever geen deel van uit willen maken. Wel van de wereld waarin ik met vrienden over de hele wereld gemakkelijk in contact kan komen, en waarin ik ontroerd kan raken van verborgen verhalen, maar niet van de andere kant van die wereld. Dan maar niet voorop lopen en geld verdienen.

donderdag 16 juni 2011

Metro Muzikanten

New York is muziek. De stad zelf heeft een ritme, een klank, een swing. Wanneer je voor het eerst aankomt wil je dansen, want je bent in New York! Na herhaaldelijk bezoek zie je langzaam dat iedere wijk zijn eigen melodie heeft, zijn eigen genre. Times Square en omgeving voelt als een muziekstuk van Philip Glass, met een drukke, zich immer herhalend opbouw van geluid, die soms even weg lijkt te zijn maar die daarna net zo hard weer terug komt. Chelsea klinkt als de oude standards van Sinatra en Garland, swingend, verlangend, hitsig soms. Williamsburg barst van de moderne pop terwijl de Upper West Side een ietwat stijf opera tintje heeft. En Bed Stuy is natuurlijk rap. Rap 'n Roll.

Maar ook onder de stad is muziek. Overal. Je kunt bijna geen metrostation instappen of je hoort wel een instrument of een stem die de nauwe gang vult. Overal tonen muzikanten, wanna be muzikanten en ware geniën hun kunsten in de hoop een paar dollars te verdienen. Sommigen doen het naast hun 'normale' bestaan, anderen leven van hun ondergrondse bestaan.

De metro muzikanten vormden een sound track tijdens mijn reizen door de stad. Op weg naar mijn werk zat de tandeloze Cubaan, die met de muziek van zijn thuisland de dag een melancholisch tintje gaf. Aan het einde van de dag verdreven de twee hipster jongens mijn honger met hun vrolijke liedjes, de drummer op 6th Ave en 14st die je al van ver kon horen vulde de metrogangen tot aan Union Square met zijn improvisaties en Joe, die in het weekend op Metropolitan Station zat, vulde niet alleen mijn hart met zijn muziek maar zorgde onbewust tijdens een spontane jamsessie voor nog meer liefde.

Ik heb ze gefilmd, die metro muzikanten die New York nog meer kleur geven. Uren aan materiaal van mensen die met liefde hun passie staan uit te voeren, liggen te wachten om tot een verhaal gemonteerd te worden. Natuurlijk ben ik niet de enige die ziet wat ze doen. Het aantal filmmakers, wanna be filmmakers en geniën die net zo veel en meer materiaal hebben is ontelbaar. En hoewel ik natuurlijk graag de enige zou zijn geweest die dit idee had gehad (los van dat Hedy Honigman al jaren geleden de prachtige film Het ondergrondse orkest maakte), ben ik ook gaan zien hoe al onze verhalen samen het echte verhaal vertellen. Of op zijn minst in de buurt komen van het echte verhaal, dat bestaat uit al die verschillende verhalen van muzikanten, publiek en reizigers.

Een van de eerste filmpjes die ik maakte


Een film die nu gemaakt wordt over mijn New Yorkse vrienden:

Herzog

Jaren geleden zag ik tijdens een zaalwacht dienst bij het IDFA de film Mein Liebster Feind, van Werner Herzog over zijn relatie met de explosieve acteur Klaus Kinski. Herzog begint met zijn verhaal in zijn eigen jeugd, wanneer hij met zijn moeder in een kamertje in een huis in Munchen woont en Kinski een van zijn buren blijkt te zijn. Hun eerste kennismaking vindt plaats wanneer Kinski in een driftbui door het huis dendert en ongenuanceerd letterlijk met de deur komt binnenvallen terwijl de familie Herzog aan het avond eten zit. Jaren later vraagt hij de acteur, die bekend staat om zijn heftige uitvallen, om in zijn film Aguierre, der Zorn Gottes te spelen. In Mein Liebster Feind toont Herzog de gekte van een getalenteerd acteur, die hij bewondert, adoreert en haat. Een man die hem dood wenst wanneer het ontbijt in de Peruaanse jungle wederom pap blijkt te zijn, maar die hem ook lief heeft. De wrange vriendschap tussen de twee mannen ontroerde me, de gekte intrigeerde me.

Na het zien van deze film was ik dan ook Herzog verslaafd. Zijn vroege werk staat al jaren in mijn kast te wachten tot ik er echt voor kan gaan zitten, zijn latere films heb ik allemaal gezien. Steeds weer zoekt hij een passie, een gekte op, om gedurende de lengte van de film uit te zoeken hoe de persoon in kwestie nou in elkaar steekt. Uit duizenden uren materiaal schetste hij een prachtig portret van Timothy Treadwell in Grizzly Man. In Encounters at the End of the World gaat hij op zoek naar de drijfveren van de mensen die naar de Zuidpool trekken om daar te werken en te leven.



En nu is daar Cave of Forgotten Dreams, over de krijttekeningen in de grotten van Chauvet in Frankrijk. Ik had me er zo op verheugd. Veel films van Herzog kenmerken zich door zijn voice-over in een ongelofelijk charmant Engels met Duits accent. Hij geeft zijn films meer diepte door zijn eigen gedachtengang toe te voegen aan zijn beelden, waardoor je als kijker niet alleen de resultaten van zijn zoektocht ziet, maar ook de zoektocht zelf beter leert begrijpen.

Maar in deze film raakte hij me kwijt. Ik wilde wel, en misschien had de borrel die ik voor de film verlaten had ook zo zijn uitwerking, maar het lukt me niet om er in te komen. Hoewel de beelden prachtig zijn en Herzog en zijn team weer alles uit de kast hebben gehaald om de eeuwenoude twee dimensionale tekeningen tot leven te laten komen, raakte hij me deze keer steeds weer kwijt door zijn filosofische benadering van het geheel. De links die hij legt om zijn verhaal kracht bij te zetten gaan me te ver, de moeite die hij doet om het verleden te doen herleven is te groot. In dit geval had ik misschien - voor het eerst - iets minder van zijn zoektocht willen zien. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de tekeningen echt onwaarschijnlijk mooi zijn, en dat zijn driedimensionale weergave ervan ze tot hun recht laat komen.

De albino krokedillen op het einde van de film blijken gelukkig een ander verhaal te hebben dan wat Herzog in zijn film vertelt. En dat brengt me dan weer terug op waarom ik hem als filmmaker zo interessant vind: hij gebruikt alles om het verhaal te vertellen wat hij kwijt moet, ongeacht de waarheid:

Facts per se are not so interesting for me. Facts do not illuminate; they create norms. The Manhattan phone directory has 4 million entries which are factually correct, but as a book it doesn't really illuminate you. I've always said we have to look beyond realism, beyond facts. We have to dig into a deeper stratum of truth which is somehow deeply inherent in cinema but which is very hard to find and to create. I'm looking for moments that are somehow illuminating. In some of my films, I hope there are a few moments where you feel almost illuminated, like in a state of ecstasy, stepping out of yourself, beyond yourself and perceiving something which is only, in the case of cinema, possible in collective dreams.

En dat dan in dat geweldige charmante accent.

woensdag 18 mei 2011

Marketing

Ik zit achter mijn Apple laptop, met in mijn hand een net geopend flesje Mountain Spring water van Trader Joe's. Naast mijn computer liggen de restanten van een Wholefoods scone. Met mijn blauwe Wolky schoenen tik ik zachtjes op de grond terwijl ik de juiste zinnen probeer te vinden. Het labeltje van mijn Victoria Secrets bh prikt in mijn rug, vergeten te verwijderen. Ik neem nog een slok water en sta op om een kopje Twinnings Earl Grey thee te maken. In de tussentijd vraag ik me af waar ik zo zal gaan eten. Bij een van de nabije organic restaurantjes, of bij een van de grotere ketens, als Humus Place, of Sushi Samba?
Teveel keus.

Ik wil naar de film, gelukkig is er geen Pathe te vinden, hier in New York, wel Angelica of IFC. Mijn oog, met maandlenzen van Bausch & Lomb, valt op The greatest movie ever sold. Ik neem de MTA metro naar Broadway en Lafayette en even later zak ik diep weg in het rode pluche.

Wanneer het licht uit gaat word ik anderhalf uur lang overspoeld met al dan niet verborgen reclamebeelden. Het gaat snel, en ik wantrouw alles wat ik zie. Hoe kan het dat we het doodnormaal vinden dagelijks belaagd te worden door bedrijven en organisaties die droomwerelden beloven? Hoe hebben we het laten gebeuren dat niet wij verzinnen wat we doen, maar we dat door anderen laten bepalen? En, belangrijker, waarom trappen we er in? Waarom hebben we er geen moeite mee, dat alles wat we zien gesponsord is, of verkocht moet worden? Waarom halen we onze schouders op en gaan we door, met precies dat te doen wat de bedrijven bedacht hebben dat wij willen doen?

Als ik na afloop duizelig naar buiten loop heb ik dorst. Ik loop een bodega binnen en koop een POM. Gek, daar had ik nog nooit eerder zin in.

zaterdag 14 mei 2011

Bill

Het is met New York net als met andere grote steden. De echte New Yorkers wonen niet meer op Manhattan. Net zoals de echte Amsterdammers voor het merendeel ergens diep in Almere wonen, zo wonen de meeste New Yorkers inmiddels in Brooklyn, Queens of the Bronx. Dus van wie is New York? Van de toeristen, die met zijn zevenenveertig miljoenen jaarlijks het eiland bewandelen? Of de acht-punt-twee miljoen inwoners, die vanuit de hele wereld hier naar toe komen om hun geluk te beproeven in de stad waar alles kan?

Is New York van de bankiers, die in het zuidelijkste puntje van het eiland op een gebied dat niet groter is dan een paar vierkante kilometer, beslissingen nemen die de rest van de wereld beïnvloeden? Is het de stad van de bedrijven die allemaal proberen mee te surfen op de energie golf waar NYC zo bekend om staat? Of is het de stad van de kunstenaars, de Andy Warhols en Woody Allens, die zowel vroeger als nu de culturele waarden bepalen voor zoveel verschillende genres?

Als New York al van iemand kan zijn, dan lijkt me dat het de stad van Bill Cunningham is. Bill Cunningham verhuisde in 1948 naar New York, en fotografeert al jaren niet alleen de bijzondere evenementen in de stad, maar ook de mode die hij op straat tegen komt. Zijn eerste spread in de New York Times was het begin van een voortdurende verzameling foto's die het mode tijdsbeeld van de stad op een prachtige manier weergeeft. Bill brengt de catwalk naar de straat en toont hoe de 'gewone' New Yorkse vrouwen hun eigen draai geven aan de mode die door designers wordt bedacht.



In de film Bill Cunningham New York wordt een portret geschetst van een uiterst aimabele en ontroerende man van tachtig. Een man met een grote lach, die zijn gezicht tot en met zijn ogen aan toe open breekt. Een man die nog steeds op zijn fiets de stad doorkruist, van society gebeuren naar society gebeuren, waar hij gezellig praat met alle aanwezigen - die hem natuurlijk allemaal kennen - maar waar hij nooit iets zal eten of drinken. "Ik ben daar aan het werk." Een man die al meer dan veertig jaar in een van de artist lofts van Carnegie Hall woonde, totdat hij met de twee andere laatste bewoners vorig jaar alsnog werd verdreven, die een kamertje had dat vol stond gestouwd met archiefkasten, waar hij al zijn foto's in bewaarde, waar hij tussen sliep, op een eenpersoonsstretcher met een laken en een deken. En die in zijn nieuwe appartement dat uitkijkt op Central Park de nieuwe keuken eruit liet slopen om plaats te maken voor zijn kasten. Een man die altijd in een blauwe overjas rond loopt, omdat die niet stuk gaat door zijn camera die er voortdurend tegenaan schuurt. Een man die overal vrienden heeft, maar die niemand dichtbij laat. Waarvan niemand precies weet wat zijn geschiedenis is, of hij wel eens verliefd is geweest en wie zijn 'echte' vrienden zijn. Een man die niet het middelpunt wil zijn, die niet teveel nadenkt over zijn eigen impact op anderen, maar die al dan niet bewust anderen raakt. Een man die precies weet wat hij wil zeggen als hij met zijn foto's in de weer is, maar die stil wordt als het over hem gaat. Een man die is vergroeid met New York, die leeft van de stad en die de stad zijn leven heeft gegeven. Door er te zijn, door te kijken en door vast te leggen.

"He who seeks art will find it," zegt hij op het eind. En zo is het.



Bill werkt nog steeds voor de Times.

donderdag 20 januari 2011

Gevangen

Het is angstaanjagend hoe sommige mensen elkaar vast kunnen zetten. Meestal zie je dat in -vaak inmiddels slechtlopende - relaties, waarbij de één weg wil en de ander bang is om verlaten te worden. Of bij vriendschappen die al aan hun laatste draadje bungelen maar nog niet helemaal verbroken zijn. In beide gevallen is het mogelijk om, zij het pijnlijk, het pact te verbreken. Veel moeilijker is het met familie. Die is er je hele leven, of je nou wil of niet. Een onbreekbare band, die je voor altijd met mensen verbindt, die je misschien zelf nooit zou hebben uitgekozen om mee verbonden te zijn.
Maar wat als die band tussen jou en je tweelingzus is?
In de documentaire L.A.Raeven, de verbeelding voorbij, wordt dat dilemma getoond. Meer dan over hun kunst, die fascinerend en soms zelfs eng is, zoomt deze film (in premiere gegaan tijdens het IDFA, en nu in verkorte versie te zien bij Holland Doc) in op de benauwende en hechte band tussen de zussen Liesbeth en Angelique Raeven.

Vaak is het letterlijk, dat inzoomen. Met veel close-ups, die je het gevoel geven dat je op hun huid zit, net zoals zij op elkaars huid zitten. Alles hebben ze samen gedaan: geboren worden, opgroeien, anorexia krijgen, kunst maken. En nu wil er één weg, en de ander wil niet verlaten worden.

Opvallend is dat ze voortdurend elkaars naam noemen, ook als ze alleen (weliswaar met cameraploeg) in hun huis zijn. Het lijkt alsof het noemen van de naam van de ander hen hun eigen identiteit geeft. Jij bent Liesbeth, ik Angelique. Hun zelf verkozen gevangenschap geeft geen ruimte voor liefde, tederheid, intimiteit. Althans, niet voor elkaar. Het enige lichamelijke contact dat ze hebben zijn de drie zoenen op de wang, wanneer Liesbeth met haar nieuwe vriend op vakantie gaat. Verder staan ze voortdurend naast elkaar, los van elkaar. Alsof ze zich willen afkeren van de ander, terwijl ze toch zo overduidelijk bij elkaar horen. Zelfs de familiefilmpjes die tijdens hun jeugd gemaakt zijn, tonen al iets van de onrust en de frictie nu voortdurend aanwezig is.

Ik wilde voortdurend roepen: Ren meisjes! Ren! Ga de wereld in, en ontdek andere mensen! En lach eens!



zondag 2 januari 2011

Gebak

De misselijkheid die toch altijd bij kerst, oud en nieuw en vooral de dagen daartussen hoort is net langzaam weggetrokken. Ik kan eindelijk weer aan eten denken zonder te moeten gaan liggen. Dus je zou denken dat het evenklaar is met al dat gedoe. Even niets, even crackers en thee. Echter, in deze periode is het beste tijdverdrijf naast eten naar mijn mening Holland Doc; het verzamelvat van heerlijke documentaires.

Hoog op mijn lijstje van nog te bekijken films stond nog steeds Kings of Pastry, van D.A.Pennebaker, die ook geweldige films als Primary en The War Room maakte. (Als je die nog niet gezeien hebt: huur ze, koop ze, download ze!) In Kings of Pastry volgt hij een aantal patisserie chefs die zich voorbereiden aan de belangrijkste wedstrijd in Frankrijk voor hun specialisme, de Meilleurs Ouvriers de France (MOF).

Het is een heerlijke film, fijn gemonteerd, waarin de passie en de liefde voor het vak in al zijn vormen getoond wordt. De documentairemakers hadden het verschrikkelijke geluk bij een ongeluk, om het zo te zeggen, dat zich een dramatische gebeurtenis voordoet, die het verhaal alleen maar nog ontroerender maakt. Ik verklap alleen dat het met geblazen suiker, handwerk en tijdsdruk te maken heeft.

Voor een ieder die het weer aan kan eten te zien: kijk de film! Voor de rest, wacht nog een paar weken. Maar gaat dat zien!

Spoileralert!

zondag 19 december 2010

Verhalen

Om nog even terug te komen op een van de fijnste gebeurtenissen van de maand november: het IDFA. Mijn favoriete onderdeel is DocLab, het nieuwe media programma. Enerzijds richt DocLab zich op technologieën die in de wereld van 'digital storytelling' nieuwe mogelijkheden bieden (denk bv aan de mobiele telefoon, camera's die 360 graden kunnen capturen etc). Anderzijds brengt DocLab de digitale media naar het grote scherm.



Ik vind het soms lichtelijk angstaanjagend, de hoeveelheid toffe en inspirerende projecten die nu al online te vinden zijn. Zelfs met slechts zicht op slechts een klein deel van het aanbod ben ik al overweldigd. Dit jaar kwamen er, net als vorig jaar overigens, weer bijzondere websites langs die enorm de moeite zijn om te bezoeken.

Zo presenteerde Zach Wise, die op de multimedia afdeling van de NY Times werkt, zijn bookmarks: Bijvoorbeeld Everynone, waar prachtige associatieve filmpjes op te zien zijn, The Archive, een film over toewijding en muziek, een filmpje over Stoopsitting, een typisch Amerikaanse gewoonte die ik graag in Amsterdam zou introduceren of het filmpje over The Lost Tribes van NY. Dingen waar je blij van wordt.

Een van de mooiste projecten is naar mijn mening Highrise, Out of my Window. Een project waarin in verschillende steden ter wereld zowel binnen als buiten hoge flatgebouwen wordt gekeken. Met prachtige collages van de omgeving, waar je al scrollend filmpjes, foto's en verhalen kunt aanklikken.

Verhalen vertellen, zo toont DocLab, kan tegenwoordig op duizenden mogelijkheden. Waarom zou je je beperken tot alleen woorden of alleen beeld? Alle verhalen eisen hun eigen vorm, het is aan de vertellers om de juiste vorm te vinden en die dan zo goed mogelijk te gebruiken. Daardoor was het, wederom naar mijn mening, dan ook bijzonder inspirerend om op een van de DocLab avonden getracteerd te worden op een avond ouderwets verhalen vertellen.

Eens per maand in Toomler, en bij hoge uitzondering nu in een bioscoopzaal van Tuschinski, werden Echt Gebeurde Verhalen verteld. Ik moet met het schaamrood op mijn kaken bekennen dat ik er nog niet eerder van gehoord had, maar heb wel per direct mijn hart verpand aan het concept. Van alle verhalen, en vooral alle mogelijkheden voor het vertellen van verhalen, die DocLab aanbiedt, is dit toch wel de meest uitgeklede, ontroerende en makkelijkste vorm: één persoon, één microfoon, en een lichtje. En dan gewoon vertellen.

The Lost Tribes of New York City from Carolyn London on Vimeo.

maandag 29 november 2010

IDFA: Muziek

Eigenlijk is het ieder jaar hetzelfde liedje.
Er zijn ontroerende, schokkende, ongelofelijke en inspirerende documentaires, maar de leukste zijn toch nog altijd de muziekdocumentaires. Ik herinner me To Tulsa and Back, een roadmovie over J.J. Cale in 2005, The Power of Song over folkzanger Peete Seeger in 2007, The Audition van vorig jaar, over jonge mensen die meedoen met een operaconcours, en natuurlijk I'm your Man, de film over Leonard Cohen die mijn wereld letterlijk veranderd heeft.

Ook dit jaar waren er weer muzikale verrassingen die me al dat andere wereldleed even deden vergeten.
Om te beginnen was daar Kinshasa Symphony, een film over een amateur symfonieorkest in de hoofdstad van Congo, een land dat verscheurd wordt door oorlogen en misstanden. In deze film niets van dat al. Deze film toont dat muziek verbroedert, letterlijk. Het Orchestre Symphonique Kimbanguiste werd vijftien jaar geleden opgericht en bestaat nu uit ongeveer tweehonderd spelers en zangers. We volgen er een paar, die praten over hun instrument, over repeteren buiten de repetities om (van cd) en over hoe klassieke muziek in de Afrikaanse samenleving past. Wanneer afgesloten wordt met een uitvoering van de Negende Symfonie van Beethoven, en er in Afrikaans Duits Alle Menschen werden Brüder gezongen wordt, realiseer je je dat het de post-koloniale gedachten van Europeanen zijn die zich verbazen over de combinatie van mensen, locatie en muziek. Voor de uitvoerenden is muziek muziek. Niets meer en niets minder.



Dat muziek verbroedert bewijst ook Socalled, in The Socalled Movie, voorheen Socalled Heavy J, een Canadese artiest wiens veelzijdigheid alleen getoond kan worden in achttien korte films. De muzikant is de uitvinder van de klezmerhop en klezmerfunk, de goochelaar toont verschillende trucjes die hij met engelengeduld geoefend heeft, en neemt hij als filmmaker een deel van de documentaire over voor zijn eigen filmpjes.
Socalled is een jongen om blij van te worden. Iemand die nergens bang voor lijkt te zijn en die mensen bij elkaar brengt die elkaar anders nooit ontmoet zouden hebben. Inspiratie alom!

woensdag 24 november 2010

IDFA: feitjes

Je hebt documentaires die een duidelijke boodschap hebben, een one-liner, die vaak al in de titel, en anders in de ondertitel terug te vinden is. Je hebt ook documentaires die een hele film nodig hebben om duidelijk te maken welk punt ze willen maken. Dat zijn documentaires die een gebeurtenis, een verschijnsel of een theorie proberen uit te leggen. Films die niet zonder statistieken en graphics kunnen om enigszins een genuanceerd beeld te schetsen. Ik zag er tot nu meerdere die maakten dat ik blij dat ik mijn notitieboekje bij de hand had.

Zo gaat Inside Job over de financiële crisis, en vooral de opbouw ernaar toe. Over hoe Amerikaanse banken in de jaren tachtig onder Reagan en zijn deregulatiebeleid de mogelijkheid kregen om winst te gaan maken, en hoe de hebzucht die daar uiteindelijk uit voort kwam de huidige malaise heeft veroorzaakt. Banken sloten leningen af, maakten er CDO's ( Collateral Debt Obligations) van die weer aan investeerders werden verkocht en waar door rating agencies een tripple A status aan gegeven werd. AIG verhandelde in de tussentijd in Credit Default Swaps, verzekeringen voor wanneer zo'n CDO minder waard werd. Maar ook als je zelf geen CDO's had, kon je bij AIG CDS kopen, waardoor je als bedrijf geld kon verdienen wanneer anderen geld verloren. Schokkender is nog dat niet alleen de FBI maar ook de Federal Bank hiervan op de hoogte waren en er alles aan gedaan hebben om willens en wetens deze situatie zolang mogelijk in stand te houden. Wat wij uiteindelijk op televisie zagen waren de mannen in pakken die op straat bekogeld werden en voor rotte vis werden uitgemaakt, maar die in de tussentijd miljarden verdienden en met grote bonussen weg gingen. Veel van hen werken nu voor hoge salarissen bij Harvard, Columbia of gewoon, onder president Obama. Waarbij ze natuurlijk een clausule in hun contract hebben waarin staat dat ze overige werkzaamheden met behoud van salaris mogen uitvoeren.

In American Coup wordt verteld over coup die de VS in 1953 pleegde in Iran. Daar had de toenmalige -democratisch gekozen- minister president Mossadeq besloten dat de Britse oliemaatschappij die eigenaar was van alle olie in Iran, dat eigenlijk niet was en dat dit verdrag onder verkeerde -koloniale- omstandigheden was verkregen. Engeland was echter van mening dat Iran contractbreuk pleegde, weerhield eerst alle overige olieschepen Iran te benaderen, maar klopte uiteindelijk bij president Eisenhower aan voor hulp. Die stuurde Kermit Roosenveld (kleinzoon van) naar Iran en liet hem chaos creëren door verschillende mensen om te laten kopen, groepen tegen betaling tegen elkaar te laten vechten en de pers met geld ertoe te verleiden Mossadeq te omschrijven als een communist. De sjah keerde, na vijf miljoen dollar van de CIA te ontvangen, terug en gaf Engeland en zijn oliemaatschappij BP toestemming om Iraanse olie te delven. Aan het einde van de film vraagt een van de sprekers zich af hoe niet alleen Iran, maar de hele regio eruit zou hebben gezien als het nog steeds een democratisch land zou zijn geweest.

Freakonomics is tenslotte gebaseerd op het gelijknamige boek en laat in een snel tempo en met grappige animaties zien hoe:
a) het er niet toe doet wat je naam is. Je opvoeding, achtergrond, buurt, opleiding etc wel. En die, of in elk geval die van je ouders, hebben meestal wel weer invloed op je naam;
b) er overal patronen in zijn te vinden en economen alles kunnen herleiden op basis van die patronen.
c) het afnemen van de criminaliteitscijfers in New York niet zozeer te maken hebben met een strenger politiebeleid, maar vooral met het aannemen van een abortuswet, vijftien jaar eerder, waardoor er minder ongewilde kinderen in arme buurten geboren werden en
d) hoe iedereen reageert op incentives: prikkels die tot een bepaald gedrag aanmoedigen.

Met andere woorden: neem een notitieblok mee als je later in een discussie je nieuw vergaarde kennis wilt kunnen aanvoeren (en je net als ik nogal kort van geheugen bent als het om cijfers gaat)!







maandag 22 november 2010

IDFA: Afghanistan

Uiteindelijk is alles met elkaar verbonden. Althans, zo lijkt het, als je urenlang films over de meest uiteenlopende onderwerpen kijkt. Uiteindelijk hoor je steeds dezelfde namen, zie je nog nooit eerder opgemerkte patronen en realiseer je je dat de wereld kleiner is dan hij lijkt. Er zijn kleine verbanden, vergezochte verbanden en overduidelijke verbanden.

In dit geval gaat het om het laatste: Afghanistan. Twee films, een land. Het land waar ik al naar toe wil sinds ik er in 2002 overheen vloog. En dat, na het zien van verschillende documentaires, en het lezen van die twee beroemde boeken, alleen nog maar aantrekkelijker lijkt. Alleen is het er niet zo leuk. Voor veel mensen in ieder geval.

In The Dancing Boys of Afghanistan wordt getoond hoe een eeuwenoude traditie illegaal (maar gedoogd, zoals wij het zouden noemen) voortgezet wordt. Kleine jongens van ongeveer tien jaar, die al dan niet met toestemming van hun ouders worden meegenomen door.. ja, hoe moet je ze noemen? Criminelen, rijke maffia, vieze mannen. De jongens worden opgeleid tot dansers, worden verkleed als vrouwen en moeten voor oudere mannen dansen. Ze krijgen een opleiding en kost en inwoning, maar ze kunnen geen kant op. Ze gaan niet zonder hun eigenaar - want dat zijn het uiteindelijk - de straat op, ze mogen niet alleen met de interviewer in een kamer, ze krijgen voorgezegd wat ze moeten antwoorden. Het is benauwend, verontrustend. Prachtige jongens, die behalve met hun kunsten ook op andere manieren de mannen moeten dienen. "Sommigen vragen om sex," beweert een legerleider die zijn jongen heeft weggedaan toen hij ging trouwen.

Je bent blij dat Jabar en Zahir niet in zo'n situatie zitten. Tijdens de eerste minuut van Addicted in Afghanistan, want daarna ben je meer dan een uur getuige van hun heroïnegebruik. Ze liggen in huis, hangen op straat, commanderen hun zus. Maar ze zijn vooral high. Met ingevallen ogen zitten ze naast elkaar. Hun knieën opgetrokken tot naast hun oren, hun dunne armen losjes daaromheen geslagen. Ze proberen herhaaldelijk af te kicken, maar steeds weer mislukt het, is de nood te hoog. Hun vriendschap is hun ondergang. Steeds weer verleiden ze elkaar tot nog een 'shot'; geroutineerd verhitten ze wat aluminium, roken de rook en vallen in slaap.

Bij het IDFA zie je de gezichten achter kleine artikeltjes in de krant, waar je overheen leest en die je nauwelijks opslaat. Maar ze zijn er wel. Zahir, Jabar, en alle jongens die op dit moment, nu ik dit schrijf, als meisje dansen voor oude mannen, niet wetend wat de nacht zal brengen.

The dancing boys of Afghanistan


Addicted in Afghanistan

vrijdag 5 november 2010

Aftellen

Wanneer de zomervakantie voorbij is en het gewone leven weer gewoon zijn gang gaat, wanneer de warmte uit de lucht is en een koude wind de grachten onveilig maakt, wanneer de schappen alweer vol liggen met speculaas, pepernoten en marsepein en wanneer dat nare wintergevoel zich langzaam verspreid en mensen het al gaan hebben over oud en nieuw feestjes... dan is er gelukkig nog één lichtpuntje waar ik me aan vast houd, voordat korte koude dagen het leven gaan beheersen.

Het IDFA komt er weer aan.

Het IDFA brengt, weliswaar in donkere zalen, inspiratie, avontuur, realiteit en verbazing. Tien dagen lang ga ik onderuitgezakt, met in mijn tas een verzameling benodigdheden (water, hapje, drankje, extra sjaal, pen en papier) de wereld over.
En hoewel ik niet kan wachten tot het zover is, betekent dat dat twee weken daarvoor dat andere heerlijke moment komt: het programmaboekje.

Met een volle pot thee, een pen en een marker ga ik er dan goed voor zitten. Ik lees alle beschrijvingen zorgvuldig, waarbij ik een systeem hanteer van importantie inzake de documentaires die ik zeker wil zien. Een, twee of drie sterren kunnen ze krijgen. En dan begint het gepuzzel. Welke film kan ik wanneer zien, en hoe kan ik een zo efficiënt mogelijk schema maken, waarbij ik ook nog tijd heb voor repetities, cursussen en yoga?

IDFA is zijn archief openbaar aan het maken en zo zag ik plotseling een mooie film, die ik in een voorgaande editie als cadeautje bij mijn gekozen film kreeg: Peter en Ben. Een film over een bijzondere vriendschap...