Posts tonen met het label film. Alle posts tonen
Posts tonen met het label film. Alle posts tonen

donderdag 1 maart 2012

Jubileum

Op 31 december 2001 at ik voor de laatste keer vlees tijdens een barbecue in de Malborough Sounds, in Nieuw Zeeland. Ik vierde met een groepje wildvreemden oud en nieuw en besloot dat ik vanaf nu geen deel meer wilde zijn van een industrie die dieren mishandelt en die mensen steeds ongezonder maakt.

Ik had net Fast Food Nation, gelezen, een boek van Erik Schlosser over de Amerikaanse fast food industrie, waarin de verschillende onderdelen van die industrie (aardappelen, vlees, maïs, kindermarketing) onder de loep worden genomen. Tijdens mijn acht maanden lange reis was ik me al langzaam gaan realiseren dat de wereld lang niet zo mooi was als ik dacht, maar de feiten die ik in Fast Food Nation las vond ik weerzinwekkend.

Naast het feit dat het eten van fast food natuurlijk niet gezond is, en er heel veel troep in zit om het lekker te laten smaken, is de industrie achter het eten desastreus. Zo zijn alle kleine aardappelboeren uitgekocht door één groot mega bedrijf dat nu de hele aardappelindustrie in Amerika in handen heeft. In de maïs wereld is het al niet anders. Die grote grote bedrijven hebben we natuurlijk ook in Europa, sterker nog, het Franse Nestlé en Nederlands-Engelse Unilever hebben de meerderheid van de markt in handen.
Als je aan fast food denkt, denk je natuurlijk vooral aan hamburgers. Die worden gemaakt van koeien die geen of weinig bewegingsruimte hebben, die gerecycled voedsel krijgen en die, in de VS, vaak de e-coli bacterie met zich meedragen. De industrie weigert om alle koeien eenmalig in te enten, omdat de kosten van mogelijke rechtszaken van mensen die er ziek van zijn geworden uiteindelijk lager zijn. Deze koeien worden op een massale wijze in slachthuizen gedood, waarbij de tijd die berekend is voor het verwerken van één koe zo kort is, dat sommige dieren niet goed worden gedood, en vaak nog half levend worden opengesneden, om door te schuiven naar de volgende stap in het proces.



En niet alleen de beesten worden vreselijk behandeld. De mensen die in de slachthuizen werken (in Amerika veelal illegalen) riskeren hun leven met het schoonmaken van gevaarlijke machines, met het werken in ongezonde omstandigheden en door de lange uren waardoor ze moe en onoplettend worden. De medewerkers van McDonalds restaurants mogen zich aansluiten bij de vakbond. Maar als er teveel medewerkers van één filiaal bij de vakbond zitten, sluit McDonalds de locatie, ontslaat het hele personeel en bouwt honderd meter verder een nieuw restaurant. Waar natuurlijk alleen mensen worden aangenomen die niet bij de vakbond zitten.

Ik weet dat je door geen vlees te eten de wereld niet kunt redden. En ik weet dat ik ook, door de keuzes die ik maak in de supermarkt en in restaurants, een onderdeel ben van een grote machine die langzaam alles stuk maakt. Maar ik ben ervan overtuigd dat bewustzijn tot verandering kan leiden, en dat mijn besluit, nu tien jaar geleden, ook een kleine bijdrage levert.
Er zijn teveel feiten en verhalen die aantonen hoe de fast food industrie in elkaar steekt. In 2006 maakte Schlosser met Richard Linklater de gelijknamige film en in 2008 volgden Food Inc. Ga ze zien en realiseer je op zijn minst wát je eet, als je een Big Mac bestelt.

zondag 5 februari 2012

Stil

Het had me bijna vierentwintig uur gekost om in Brooklyn aan te komen. Vele uren later ontwaakte ik, met het geluid van de vliegtuigmotoren nog in mijn oren, uit het coma waar ik in beland was nadat ik thuis kwam. De jetlag, of de echo van het vliegen, zou nog wel even duren. Hoewel ik me wakker voelde, en zin had in de dag, was ik niet vooruit te branden. Alles wat ik normaal even snel deed kostte me nu uren.

Ik besloot naar buiten te gaan en op mijn bijna weggegooide dag in ieder geval nog een stukje van Brooklyn te zien. Terwijl ik op mijn fiets door de bekende straten fietste, zocht ik een doel. Op zich is koffie drinken, waar dan ook, altijd een goed doel in New York, maar ik wilde toch meer gedaan hebben dan een paar honderd meter fietsen voor een shot cafeïne. Ik besloot naar BAM te fietsen, dé culturele plek van Brooklyn, waar onder andere mooie films gedraaid worden. Op basis van de aanvangstijd zocht ik een film uit die me op tijd voor het avondeten thuis zou laten komen. The Artist. Ik had niet eens een tagline gelezen van het verhaal, toen ik in de hoog oplopende zaal ging zitten. Voor me zat een stel van middelbare leeftijd met hun puberzoon. Ik vond het grappig, dat deze drie mensen op een vrijdagnamiddag samen naar de film gingen.

De film begon, als een oude klassieke stomme film. Ik dacht nog 'wat een grappig begin', maar realiseerde me al snel dat dit de film was. Een stomme film, net als vroeger. Het verhaal zelf was uiteindelijk niet het meest pakkend, en het was ook niet het verrassende einde dat de film zo bijzonder maakte. Ik vond hem zo bijzonder omdat ik me opeens realiseerde dat ik bijna nooit meer stilte ervaar. Er is altijd overal geluid. En nu zaten we daar, met een man of vijftig in de zaal stil te wezen terwijl er niets anders dan een lullig muziekje klonk.



Het wegblijven van dialogen,gecombineerd met de vermoeidheid die nog steeds door min lijf raasde, deed me soms een beetje afdwalen. Mijn gedachten gingen alle kanten op, om dan weer te focussen op het verhaal, en de filmische technieken die gebruikt werden om de kijker erbij te houden. Ik moest denken aan de theaterweek met maskers die ik ooit deed, waarbij opeens bleek hoeveel expressie in je gezicht zit, en hoe je dat moet compenseren als het wegvalt. En een aantal maanden geleden maakte ik een film zonder tekst, zonder dialogen, zonder geluid, gedraaid op een 16 mm camera. Ook toen moest het beeld voor zich spreken.

The Artist is een fijne film, die doet terugverlangen naar oude tijden. Waarin we nog niet doodgegooid werden door duizenden beelden en geluiden per dag. Een beetje meer rust zou misschien niet zo gek zijn. Het is net als met reizen: je kunt weliswaar in acht uur naar New York vliegen, maar het duurt een paar dagen voordat je geest er ook is. Terwijl je wacht tot die twee weer samenkomen moet je rustig aan doen, fijne films kijken en koffie drinken.

maandag 23 januari 2012

Pina

Ik zag Kontakthof tijdens het Holland Festival in 2003, toen ik een maand lang overdag zat weggestopt in een kassahokje in de Schouwburg. 's Avonds kon ik voorstellingen zien, waaronder deze prachtige dansvoorstelling met twintig oudere dansers, een remake uit 1978. Ik herinner me nog duidelijk de sensatie die ik had in Carre: ik wist dat ik iets bijzonders zag. Niet alleen het concept van de oudere dansers, of gewoon al het feit in Carre te zijn, maar vooral dat ik een voorstelling van de Grote Pina zag, een vrouw die zo'n gevestigde naam was, dat ik me bijna schaamde nog nooit eerder een voorstelling van haar te hebben gezien.

Haar dans op Le Sacre du Printemps was me wel bekend, al was het maar omdat ik drie jaar eerder, ook tijdens het HF, me verdiept had in alles wat met Le Sacre te maken had toen ik bij de voorstelling Zingaro werkte. Waar de nieuwste versie van Kontakthof ingetogen en fragiel was, was Le Sacre heftig, intens, uitputtend. Zelf vanachter mijn computerschermpje voelde ik de ademhaling van de dansers, rook ik de aarde.

En dat gebeurde weer toen ik een paar weken geleden met een 3D bril op in de BAM filmzaal in Brooklyn zat. Wim Wenders maakte een film over haar, voor haar, Pina. Nu ben ik meestal niet zo van de 3D: ik vind het teveel gedoe, voor een extra toevoeging die ik meestal niet zo interessant vind. Maar bij deze film was het anders. Hij was tactiel, met prachtige beelden, waarbij het voelde alsof je de dansers kon aanraken, alsof ze vlak om je heen dansten. Soms waaide een jurk bijna in je gezicht, of moest je een doek weg duwen om hen weer te kunnen zien. Het was alsof je er naast stond.
De beelden die Pina creëerde dragen daar natuurlijk ook aan bij: onwaarschijnlijke situaties, als een enorme rots op het podium, met een eindeloze waterval ernaast, waarbij dansers door het water schuiven als insecten. Of een glazen kamer in een bos, waarbij de dansers uiteindelijk uitbreken en de vrijheid in rennen. Wanneer de deuren open gaan ruik je de bomen, de grond, die eerder alleen achter glas zichtbaar was. En natuurlijk Le Sacre.

Ze komt er bijna niet in voor, in de film die haar naam draagt. Maar een van de weinige dingen die ze zegt is: als de woorden op zijn, komt de dans. En daarmee bracht ze precies onder woorden wat ik voelde terwijl ik keek.

PINA - Dance, dance, otherwise we are lost - International Trailer from neueroadmovies on Vimeo.

woensdag 28 december 2011

Melancholia

Jaren geleden ging ik met vriendinnen naar de film tijdens het NFF. Vooraf waren we in Utrecht gaan eten, we dronken wijn en hadden zo'n typische 'meidenavond' die je doet gruwelen als je het leest, maar die echt heel gezellig en leuk was. We wisten weinig van de film die we gingen zien, alleen de naam van de regisseur en van de hoofdrolspeelster. Druk pratend en grappend liepen we naar binnen, ons van geen kwaad bewust. Ik vermoed dat ik als eerste begon te huilen, ergens in de eerst helft van de film, maar gaandeweg volgden de anderen mij met evenveel tranen en verdriet. Na afloop bleven we stil zitten, hand in hand. In stilte liepen we naar buiten, en in stilte dronken we nog een wijntje. Enkele maanden later ging ik nogmaals naar dezelfde film. Licht zenuwachtig deze keer, met het vorige tranendal nog vers in mijn herinnering. maar nu wist ik wat zou komen en zou ik niet zo naar verrast worden. Op precies hetzelfde moment, in de eerste helft van de film, begon ik weer te huilen, en ik kon niet stoppen tot het einde. Terwijl ik mijn berg zakdoekjes in mijn jaszak probeerde weg te stoppen, verzuchtte de vrouw naast me tegen haar vriend: "Wat een kut film, dit staat echt zóver van alle gevoel af!". Ik besloot nooit, nooit, nooit meer Dancer in the Dark te kijken.

Von Trier wilde ik niet afschrijven, zijn voorgaande films vond ik mooi. Dus zag ik Dogville, waarin het hem wederom lukte om een verschrikkelijke wereld te creëren. Tijdens het drankje achteraf besloot ik officieel nooit meer een Lars von Trier film te kijken.



Totdat ik een paar maanden geleden toch weer in een filmzaal zat, wetende dat de nieuwste Von Trier zo zou beginnen. Melancholia. Wederom zat ik totaal onvoorbereid in de zaal. Deze keer vond ik de pijnlijke familiesituaties die zich steeds weer voordeden humoristisch. De beelden waren prachtig, de conversaties intrigerend, de kleine handelingen en blikken verontrustend. Maar het was mooi. Totdat de planeet de hoofdrol overnam, en de film van standaard Von Trier ellende opeens super spannend werd! En terwijl het einde steeds sneller op ons af kwam, en de dreiging steeds groter werd, vroeg ik me af hoe hij dat in hemelsnaam visueel ging vertellen. Hoe kon hij, in het verlengde van wat ik zag, nu tot een mooi en bevredigend einde komen? De eind scène begon, en ik vermoedde dat dit zijn oplossing was. Begrijpelijk, en mooi. Melancholisch zelfs. Totdat hij uitzoomde, en het einde pas echt begon. Nadat alles plotseling zwart was geworden zat ik nog zeker tien minuten met open mond naar het scherm te staren. Niet wetende wat ik moest zeggen, of doen. Maar vervuld van verwondering, verbazing, onder de indruk en perplex.

Ik nam me voor om me nooit meer voor te nemen niet naar Von Trier films te gaan.

Sindsdien is mijn leven veranderd. Ik kan niet meer naar de maan kijken zonder me voor te stellen hoe het zou zijn als het een andere planeet was. De sterrenhemel is plotseling minder vredig en mooi. Het is een oneindige massa van mogelijke ellende, het gevaar is waar je het niet zien kan.

dinsdag 29 november 2011

Tijd

De tijd lijkt soms te vliegen. Of voort te daveren. Te verdwijnen in een zwart gat. Opgeslokt te worden door ondefinieerbare 'dingen'. Onopgemerkt voorbij te glijden. Zich te verstoppen om ongezien weg te glippen. De tijd gaat, met andere woorden, te snel. Veel te snel. Zodat uren overgaan in dagen, en dagen opeens weer weken geleden zijn.
Drie jaar lang heb ik met grote regelmaat mijn gedachten opgeschreven. De afgelopen maanden heb ik ze alleen maar kunnen denken. Omdat de tijd om ze op te schrijven zich niet aandiende. Of omdat ik de tijd er niet voor nam. Want dat is het natuurlijk ook met tijd: je kunt hem ook nemen. En dan is hij er misschien wel.
Zo nam ik de tijd om naar Berlijn te gaan. Om te werken. Om met vrienden naar de film te gaan. Koffie te drinken. Me te laten inspireren. In theaters te zitten. Ik nam, met andere woorden, de tijd om de dingen te doen die ik wilde. En schrijven hoorde daar even niet bij.

En toch is dat niet helemaal waar. Want ik schreef wel. In mijn hoofd. Een hele rits schrijfsels wacht nog steeds op het moment dat ze zichtbaar voor me op het scherm zullen verschijnen. Eens in de zoveel tijd weten ze zich een weg naar voren te dringen, en doemen ze ineens weer op in mijn gedachten. Als ze geluk hebben verworden ze tot een paar woorden in een boekje, die ooit moeten leiden tot een verhaal. Maar in dat boekje staan ze dan weer in lange rijen van andere gedachten die zich ook zo wisten te manifesteren, en die net zo belangrijk zijn, en dus net zo hard om aandacht schreeuwen. En in de tussentijd schrijdt de tijd weer met grote passen vooruit en is er weer een week voorbij, waarin nog steeds geen gedachten uitgeschreven zijn, en waarin de rij met uit te schrijven schrijfsels weer is gegroeid door meegemaakte avonturen.

En dan is er opeens soms iets dat je doet realiseren dat je toch wel echt zelf de tijd moet nemen, en dat die tijd nu is. De inspiratie is deze keer niet een boek van Eckhart Tolle, of een TED Talk over nuttige tijdbesteding. De inspiratie komt van Woody Allen, en zijn prachtige laatste film, Midnight in Paris. Waarin het verlangen naar andere tijden op magische wijze werkelijkheid wordt, maar waarin het heden uiteindelijk lijkt te winnen. Parijs in het Fin de Siecle, of in de twintiger jaren, toen alles nog goed was, tegenover het Parijs van nu. Niet minder goed, wel misschien minder romantisch. Omdat uiteindelijk altijd weer mensen naar vervlogen tijden verlangen. Twee dagen voor het zien van de film liep ik in het Van Gogh Museum, en keek ik naar schilderijen uit diezelfde periode. Zag ik hoe Van Gogh in Nederland nog donkere, grauwe appels schilderde, om twee jaar later, beinvloed door precies datzelfde Parijs, opeens uit te barsten in kleur en gevoel.

Het is tijd om weer aan de slag te gaan. Om te kiezen voor de dingen die belangrijk zijn. Tijd om te schrijven. Om te delen.



dinsdag 27 september 2011

Zweten

De ramen van een oude caravan beslaan, uit het kachelpijpje op het dak komen kleine rookwolkjes. Twee grote billen schuren tegen het raam naar beneden, een brede rug leunt er tegenaan. In het volgende shot zitten twee naakte mannen naast elkaar in de caravan. Ze zwijgen, kijken voor zich uit.

Nee, dit is het niet het begin van een al dan niet ranzige pornofilm. Het is een scène uit The Steam of Life, een documentaire over Finse mannen in sauna's. Waarom Finse mannen? Omdat er al genoeg films zijn over vrouwen in sauna's, en omdat de makers wilden aantonen dat Finse mannen ook gevoelens hebben, en niet alleen stug en gesloten zijn.

Een ex-militair praat over zijn stukgelopen huwelijk, een gescheiden vader huilt omdat hij zijn dochter niet ziet opgroeien, een ex-crimineel vertelt over hoe hij bijna ten onder ging, maar uiteindelijk zijn leven wist om te draaien. In het volgende shot wast hij een van zijn drie zoontjes, die naast hem in de sauna zitten. Een oude man leeft met zijn beer, een houtwerker vertelt over hoe zijn stiefvader hem mishandelde. Het is een opeenvolging van treurige levensverhalen, verteld door stoere mannen, die elkaar niet in de ogen kijken, maar wel onhandig een arm over een schouder slaan, wanneer de ander in stilte huilt. En in de tussentijd blijven ze water op de hete kolen gooien. Met emmers, bakjes, soeplepels.

De zware gesprekken in kleine hokjes worden afgewisseld met adembenemend mooie Finse landschappen: enorme bossen, diepblauwe meren, weilanden. De seizoenen veranderen, maar de stilte van de natuur is steeds weer aanwezig. De sauna's zijn de bouwsels in deze landschappen, en worden gebouwd in caravans, tenten, en zelfs een oude telefooncel die beslagen aan de kant van de weg staat.

Twee zwervers lopen met hun hele hebben en houden door de straten van Reykjavik. Ze gaan een gebouw binnen, stropen tientallen lagen kleren van hun lijf en wassen elkaars rug voordat ze de openbare sauna in gaan. Zelfs als je niets hebt, is er in Finland stoom.

donderdag 30 juni 2011

Kunst in beeld

Films over kunst. Is dat leuk? Werkt het? Kan je andere kunstvormen visualiseren, en sterker nog, er een interessant verhaal over vertellen? Zonder in een enorme discussie te belanden zou ik graag willen pleiten dat het zeker kan. En dat, hoewel niet iedere poging geslaagd is, er prachtige voorbeelden uitkomen die mijn pleit beargumenteren

Om te beginnen met Untitled. Een ietwat bizarre film, die overigens al in 2009 in de V.S. uit kwam en er twee jaar over gedaan heeft om de Amsterdamse Art House scene te bereiken, over twee mislukte New Yorkse kunstenaars. Alhoewel mislukt wellicht niet het juiste woord is. Wanneer ben je mislukt? Adrian componeert avant-gardistische muziek, waarbij tegen emmers geschopt wordt, klarinettisten hoog gillen en blaadjes papier doormidden gescheurd worden. Zijn broer Josh maakt schilderijen met stipjes en cirkels. Zijn werk hangt overal. In hotels, in banken, op allerlei plekken waar niemand kunst verwacht, en waar niemand zijn werk als kunst ervaart. "Ik geef mezelf nog drie jaar, als ik het dan niet gemaakt heb", zegt Adrian -"dan neem je een baan," zegt zijn broer. "Nee, dan pleeg ik zelfmoord."
Wat zo fijn is aan Untitled, zijn de nietszeggende conversaties, de semi intelligente opmerkingen, de hooghartige critici, die allemaal precies laten zien wat je stiekem al de hele tijd vermoed: die hele kunstwereld is een grote schijnwereld, waarin niemand echt weet wat hij doet. Met als ultieme bewijs de kunstenaar die de wereld om hem heen tot kunst verheft. Door er naamplaatjes op te plakken die precies zeggen wat het is. "Muur die ruimte omgeeft". "Potlood" In plaats van de wereld naar het museum te brengen, zoals Duchamps dat destijds deed, wordt de wereld een museum.



Daarna zag ik Howl, over het gedicht dat Allen Ginsberg schreef in de jaren vijftig. Na publicatie veroorzaakte het expliciete taalgebruik zoveel commotie dat de uitgever voor de rechter gedaagd werd voor obsceen taalgebruik. Naast het verhaal over Ginsbergs leven, gefilmd in een documentaire-achtige stijl in zwart wit, wordt het proces over het boek getoond in kleur. De nonchalance en artisticiteit van een kunstenaar en zijn wereld, tegenover de officiele, 'grote mensen' wereld, waarin gediscussieerd wordt over termen als context, intentie en nut - in kunst. Moet een dichter bepaalde woorden gebruiken, of zouden zij ook zonder enig probleem vervangen kunnen worden door een beleefder synoniem? Het ritme van de film komt echter van de voordracht van Howl door de acteur die de dichter speelt, in een kleine rokerige ruimte, in het bijzijn van zijn vrienden, zich nog onbewust van de impact die zijn gedicht later zal hebben. Zijn woorden, die in de andere fragmenten meer betekenis krijgen, de snelheid, het volume. En daarnaast de animaties, die het verhaal van zijn gedicht nog duidelijker maken.

Waar Untitled me blij maar lichtelijk gedeprimeerd maakte door de nietszeggendheid van kunst, was Howl inspirerend, opwindend en uitdagend. Dat kunst een individuele ervaring is bleek uit het feit dat mijn filmgenoot tegen het einde van de vertoning van Howl alvast een sigaretje ging draaien. Toen ik daar verbaasd naar wees, fluisterde hij: "ik denk dat hij zo afgelopen is."

maandag 27 juni 2011

Rabat

Hoewel ik de Nederlandse film een warm hart toedraag, en zeker de Nederlandse Documentaire erg lief heb, ben ik als het er echt op aankomt nogal sarcastisch. Ik ben te kinderachtig om me voor het verhaal over feitelijke inconsequenties heen te zetten, waardoor ik vaak niet echt lekker in de film kom, en vaak heb ik de desbetreffende acteurs al zo vaak gezien dat ik blijf denken: 'hè, die Barry wordt er toch ook niet jonger op' of 'wat doet Carice nu eigenlijk? Dat laatste zou ook zeker als argument tegen Films in het algemeen kunnen gelden, maar ik wijt het aan de grootte - of eigenlijk de on-grootte - van Nederland. Want bij Johnny Depp of Heath Ledger heb ik het bijna nooit.
Het zou ook aan het genre kunnen liggen. Bij de weinige rom-coms die ik zie, is Julia Roberts ook gewoon altijd de vrouw met de vreemde lach en niet het verlegen, lacherige of juist deze keer strenge personage dat bij de desbetreffende film hoort. In Nederland is de Filmwereld zo klein dat alle genres steeds door dezelfde acteurs gespeeld worden.

Na Sonny Boy, de laatste Nederlandstalige film die ik zag, was ik er eigenlijk wel klaar mee. Dus toen de reclamecampagne voor Rabat begon, voelde ik weinig tot geen drang om snel naar een filmhuis te fietsen om deze nieuwe Nederlandsche Paarl te gaan zien. De hip-heid van Habbekrats doet me weinig, en vaag drongen zich vlagen van die andere hippe film aan me op, die me zelfs voor een tijdje uit de filmzalen had gehouden (of in ieder geval het Ketelhuis, waar ik uit frustratie zo uitgebreid commentaar had zitten leveren dat ik eigenlijk niet meer terug durfde).



Toch bracht het lot mij en Rabat bij elkaar. Op een bijzonder goede avond, die begon met de vegetarische variant van shoarma, en een Marokkaanse muntthee om in de stemming te komen. In het begin zat ik met ingehouden adem te kijken. Het slechte geluid en de 'echte' Marokkaanse accenten maakten het niet makkelijk om het verhaal te volgen. Maar toen de jongens eenmaal op weg waren, en zich blijkbaar al doende realiseerden dat ze het geluid moesten verbeteren, en je langzaam went aan de ingeslikte letters en vreemde klemtónen, toen werd het een geweldige roadmovie!

Met prachtige beelden, werkelijk, prachtig, en geweldige scenes. Met karakters waar je langzaam verliefd op word, en met de Grote Thema's, die er toch bij horen.

Ik heb me anderhalf uur enorm vermaakt. Blijkbaar kan het wel, geweldige Nederlandse Films maken. Of het dan toevallig is dat juist deze film gemaakt is met een minimaal budget, veel liefde, en weinig pretenties, dat is dan wellicht een interessante vraag die ten tijde van marsen voor beschaving gesteld mogen worden. Kunst die gemaakt moet worden vindt altijd een weg. He man, je weet toch!

donderdag 16 juni 2011

Herzog

Jaren geleden zag ik tijdens een zaalwacht dienst bij het IDFA de film Mein Liebster Feind, van Werner Herzog over zijn relatie met de explosieve acteur Klaus Kinski. Herzog begint met zijn verhaal in zijn eigen jeugd, wanneer hij met zijn moeder in een kamertje in een huis in Munchen woont en Kinski een van zijn buren blijkt te zijn. Hun eerste kennismaking vindt plaats wanneer Kinski in een driftbui door het huis dendert en ongenuanceerd letterlijk met de deur komt binnenvallen terwijl de familie Herzog aan het avond eten zit. Jaren later vraagt hij de acteur, die bekend staat om zijn heftige uitvallen, om in zijn film Aguierre, der Zorn Gottes te spelen. In Mein Liebster Feind toont Herzog de gekte van een getalenteerd acteur, die hij bewondert, adoreert en haat. Een man die hem dood wenst wanneer het ontbijt in de Peruaanse jungle wederom pap blijkt te zijn, maar die hem ook lief heeft. De wrange vriendschap tussen de twee mannen ontroerde me, de gekte intrigeerde me.

Na het zien van deze film was ik dan ook Herzog verslaafd. Zijn vroege werk staat al jaren in mijn kast te wachten tot ik er echt voor kan gaan zitten, zijn latere films heb ik allemaal gezien. Steeds weer zoekt hij een passie, een gekte op, om gedurende de lengte van de film uit te zoeken hoe de persoon in kwestie nou in elkaar steekt. Uit duizenden uren materiaal schetste hij een prachtig portret van Timothy Treadwell in Grizzly Man. In Encounters at the End of the World gaat hij op zoek naar de drijfveren van de mensen die naar de Zuidpool trekken om daar te werken en te leven.



En nu is daar Cave of Forgotten Dreams, over de krijttekeningen in de grotten van Chauvet in Frankrijk. Ik had me er zo op verheugd. Veel films van Herzog kenmerken zich door zijn voice-over in een ongelofelijk charmant Engels met Duits accent. Hij geeft zijn films meer diepte door zijn eigen gedachtengang toe te voegen aan zijn beelden, waardoor je als kijker niet alleen de resultaten van zijn zoektocht ziet, maar ook de zoektocht zelf beter leert begrijpen.

Maar in deze film raakte hij me kwijt. Ik wilde wel, en misschien had de borrel die ik voor de film verlaten had ook zo zijn uitwerking, maar het lukt me niet om er in te komen. Hoewel de beelden prachtig zijn en Herzog en zijn team weer alles uit de kast hebben gehaald om de eeuwenoude twee dimensionale tekeningen tot leven te laten komen, raakte hij me deze keer steeds weer kwijt door zijn filosofische benadering van het geheel. De links die hij legt om zijn verhaal kracht bij te zetten gaan me te ver, de moeite die hij doet om het verleden te doen herleven is te groot. In dit geval had ik misschien - voor het eerst - iets minder van zijn zoektocht willen zien. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de tekeningen echt onwaarschijnlijk mooi zijn, en dat zijn driedimensionale weergave ervan ze tot hun recht laat komen.

De albino krokedillen op het einde van de film blijken gelukkig een ander verhaal te hebben dan wat Herzog in zijn film vertelt. En dat brengt me dan weer terug op waarom ik hem als filmmaker zo interessant vind: hij gebruikt alles om het verhaal te vertellen wat hij kwijt moet, ongeacht de waarheid:

Facts per se are not so interesting for me. Facts do not illuminate; they create norms. The Manhattan phone directory has 4 million entries which are factually correct, but as a book it doesn't really illuminate you. I've always said we have to look beyond realism, beyond facts. We have to dig into a deeper stratum of truth which is somehow deeply inherent in cinema but which is very hard to find and to create. I'm looking for moments that are somehow illuminating. In some of my films, I hope there are a few moments where you feel almost illuminated, like in a state of ecstasy, stepping out of yourself, beyond yourself and perceiving something which is only, in the case of cinema, possible in collective dreams.

En dat dan in dat geweldige charmante accent.

donderdag 31 maart 2011

Verbeelding

Misschien zijn alle relaties nep omdat ze uiteindelijk alleen bestaan in onze verbeelding. Is het niet zo dat we allemaal vriendschap en liefde en waarschijnlijk ook haat op onze eigen manier invullen? Wat is dan de waarde van vriendschap, als beide partijen er eigenlijk, in het diepst van hun gedachten, anders in staan? En nog erger, wat is dan de betekenis van liefde? Is het niet een schijn-samenzijn van twee mensen die denken iets met iemand te delen die daar zelf heel anders over denkt?

Het lijken enorm cynische gedachten, maar ze werden opgeroepen door twee bijzondere films die naar mijn idee beide over precies dit dilemma gaan. Een dilemma dat overigens enorm kan worden doorgetrokken, want er moge dan bijvoorbeeld een afspraak zijn over wat 'groen' is, maar is mijn 'groen' ook jouw 'groen', of is dat eigenlijk mijn 'rood'? Ik kan mezelf helemaal verliezen in dit soort gedachten. Dus is het fijn dat er films zijn die dat al voor je gedaan hebben.

In Les amours imaginaires zoeken twee vrienden, Marie en Francis, naar echte liefde. Ze denken die beide te kunnen vinden bij Niko die in hun verbeelding een Adonis wordt, maar die nogal onbeslist en arrogant overal tussendoor dwarrelt. Hij beweert van beiden te houden maar maakt uiteindelijk geen keuze en laat hen allebei verloren achter. Beide denken ze een kans te maken, beide hebben ze hoop en beide stellen ze zich voor, samen met hem te zijn, hun eigen vriendschap daarbij volkomen uit het oog verliezend. Het zou een treurige en tranen trekkende bedoening zijn geweest als het niet allemaal zo prachtig was gefilmd. Francis die als een nieuwe James Dean nonchalant maar zenuwachtig zijn haar in een kuif kamt. Marie die in jaloersmakende vintage jurken en kanten handschoenen sigaretten rookt tegen een pastelkleurige achtergrond. Close-ups van stukjes lijf, details, blikken die direct allerlei tegenstrijdige gevoelens oproepen.



En dan Copie Conforme, over een man en een vrouw, die elkaar ontmoeten tijdens een lezing van hem over echte en imitatiekunst. Het gesprek dat ze hebben over wanneer iets of iemand echt is, lijkt in eerste instantie een opbouw naar hun romance, maar ontwikkelt zich langzaam naar de realiteit van de film. In plaats van dat ze praten over echt en imitatie, verandert hun relatie en wordt je als kijker meegenomen in een spel tussen hen en jou. Alle verwachtingen die je hebt, over hun romance maar ook over de verhouding tussen kijker en film worden getest en aan het wankelen gebracht. Waar je eerst denkt mee te gaan in hun 'spel' vermoed je even later dat ze speelden toen je dacht dat wat je zag echt was.



Dus, wat is echt? Ik ga maar uit van mijn eigen gevoelens. Die kan ik het meest op hun ware waarde schatten. Alhoewel dat soms achteraf ook anders bezien kan worden..

zaterdag 12 maart 2011

Zwijmelen

Ik hou van films die zich in New York afspelen. En dat zijn er nog al wat.. Wat ik nog fijner vind is om films die zich in New York afspelen, in New York te zien.
Daar waar ik bij Nederlandse films nooit helemaal in het verhaal kan komen omdat ik me niet over de onwaarheden heen kan zetten (Je kunt je auto niet op de Munt parkeren, niet 's nacht en nooit niet, beste Reinout Oerlemans. En de wc's van Tuschinski zijn te vinden in Tuschinski en niet op andere locaties, beste Antoinette Beumer), ken ik de stad niet goed genoeg en ben ik nog steeds zo extatisch over alles dat iedere onwaarheid die me wellicht op zou vallen me niet kan deren. En wat is er nou leuker dan een film die zich in New York afspeelt, te zien in New York, terwijl de New Yorkse metro duidelijk hoorbaar onder de bioscoopzaal raast? Hoewel de Not For Tourist gids dit nou juist een een nadeel van deze locatie vindt, vond ik het alleen maar een extra toevoeging.

Nu zijn er heel veel verschillende films over New York. Je hebt enge films, als Aftershock, Earthquacke in New York of Cloudy with a Chance of Meatballs, je hebt actiefilms als Spiderman of The Day After Tomorrow, je hebt blockbusters als Sex and the City (de film) en Confessions of a Shopaholic en je hebt goede films, met ongeveer het hele oeuvre van Woody Allen, the Godfather en Smoke, die in mijn buurt schijnt te zijn opgenomen.

Maar waar ik, in alle eerlijkheid, het meest van hou zijn de Indiefilms, over het zogenaamde alledaagse leven van jonge New Yorkers waar ik me dan zo lekker mee kan identificeren. Het zijn meestal wannabe artist (check) die zich door moeilijke perioden in hun leven heen worstelen (check) terwijl ze leuke dingen met hun vrienden doen (check) en die hopen dat het later als ze groot zijn toch nog goed met ze komt (check). Het gaat gepaard met veel koffie op bankjes in parken, drank in donkere barretjes en veel persoonlijke ontboezemingen (check, check, check). Om het geheel toch nog een rode draad te geven is er vaak minstens een vreemd voorval dat gedurende de hele film zich langzaam ontspint.

Zo was daar drie jaar geleden Nick and Nora's Infinte playlist, die over iets jongere New Yorkers ging, zag ik twee jaar geleden New York I Love You, met elf korte verhalen over liefde in New York, en is daar nu Happythankyoumoreplease. Geschreven, geregisseerd en gespeeld door Josh Radnor, die voor velen bekend is van de tv-serie How I Met You Mother waarin hetzelfde principe wordt gehanteerd als in de Indiefilm. Vandaar dat een kritische noot zou kunnen zijn dat ik soms niet meer wist of Josh nou Ted uit de serie of Sam uit de film was. En nog kritischer zou het zijn om te zeggen dat dat er eigenlijk weinig toe deed.

Maar het deed me allemaal niets, ik vond het gewoon fijn. Fijne film, fijne stad, fijne acteur(s) (bijkomend plus puntje: Josh schijnt allergisch voor honden te zijn.) fijne filmlocatie en hele fijne muziek en daarna fijn met de metro naar huis.
Happy. Thank You. More please.

zondag 6 maart 2011

Duke and Battersby

Vanavond organiseerde Union Docs, een kleine non-profit in Brooklyn, die bijzondere projecten aan een groter publiek wil presenteren, maar ook makers bij elkaar brengt om samen nieuwe projecten te ontwikkelen, een filmavond. Drie filmpjes van ongeveer vijftien minuten, allen gemaakt door de Canadese kunstenaars Emily Vey Duke en Cooper Battersby.

In het gesprek dat op de vertoning volgde kwam naar voren dat ze een lange tijd een relatie met elkaar gehad hebben ('Only work with people that you fuck, or have fucked for a long time,' zoals Duke zei). Ooit kwamen ze elkaar tegen, niet in persoon, maar op papier. Beide plakten ze hun eigen provocatieve posters in een kleine Canadese stad, en herkenden ze zichzelf in het werk van de ander. Toen ze elkaar uiteindelijk in levende lijven tegenkwamen bleek dat er niets anders mogelijk was dan samenwerking. Na het zien van de films begrijp ik dat je, als je dit soort kunst maakt en iemand tegen komt die bij je past, je zo iemand niet mag laten lopen. Het lijkt mij althans dat er maar weinig mensen zijn die beide dit soort filmpjes wil maken.

Wat ik er mooi aan vind is dat ze allerlei verschillende kunstvormen samenbrengen: tekeningen, film, muziek, colages, bizarre verhalen. Het zijn geen documentaires, maar ook geen films in de pure zin van het woord ('een verhaal dat wordt uitgebeeld door opeenvolgende stilstaande beelden.'). Het zijn kunstwerkjes, collages van gedachten, beelden, fragmenten en geluiden, die door de makers bij elkaar zijn gezet en gemaakt. En net zoals andere kunstwerken moet je er niet altijd te lang over nadenken, maar vooral genieten van wat je te zien krijgt.

The Beauty is Relentless from cooper battersby on Vimeo.


Klik hier voor meer filmpjes.

dinsdag 18 januari 2011

DISS

Als wannabe filmmaker zijn de eerste stapjes in de grote wereld van de film, net als alle eerste stapjes, doodeng. Je hebt wat films gezien, je hebt een beeld voor ogen van wat je wil maken, maar je hebt geen idee waar te beginnen. Je kunt de grote stap wagen naar de filmacademie, zodat je op zijn minst een kans maakt om later serieus te worden genomen. Maar als de tijd en de middelen daartoe ontbreken moet je andere methoden bedenken. Je kunt cursussen doen, waar je leert hoe je een camera aanzet, hoe je een microfoon vasthoudt en hoe je het gefilmde op een acceptabele manier achter elkaar moet monteren. Maar uiteindelijk komt het punt dat je de basis wel kent, en je gewoon moet gaan filmen.

En dan moet je kiezen. Want een filmpje maken, dat doe je niet even snel. Gelukkig stikt het tegenwoordig van de filmcompetities waar je je nieuw geleerde kennis kunt gebruiken voor dat ene hogere doel: je Eigen Film. Het voordeel van dat soort competities is dat er vaak beperkende regels worden gesteld, die eigenlijk het hele proces vereenvoudigen. Zo probeer ik nu samen met een vriend een bestaande film te vertalen naar een versie van zestig seconden: Done In Sixty Seconds. Voor mij een heerlijk concept om me ook eens aan een fictiefilmpje te wagen. Want alleen al hiervoor - voor welgeteld één minuut - zijn we nu al zeker zes uur aan het werk geweest, en dan is er nog geen scène geschoten.
Het is echter heerlijk om samen scenes te kiezen, locaties te bedenken, acteurs te zoeken en camerastandpunten te bespreken. O, mocht ik dit toch elke dag doen! Uiteindelijk komt het natuurlijk vooral neer op het mailen van alle instanties en personen die we nodig denken te hebben, en is het toch weer productiewerk. Zondag aanstaande moet alles samenkomen, en hopen we onze eigen versie van The Social Network te draaien.

Tijdens mijn zoektocht naar geschikte films kwam ik echter langs een aantal websites die wellicht al lang bekend zijn, maar toch de moeite waard zijn om te noemen. Zo is er naast DISS - kijk vooral op de internationale site voor de meer professionelere filmpjes - ook een site waarop bekende films in slechts dertig seconden worden nagespeeld, door getekende konijntjes welteverstaan.



Op How it should have ended vind je andere mogelijke eindes van films die volgens de makers van deze filmpjes ongeloofwaardige of oninteressante eindes hadden. Waarbij natuurlijk de versie van The Social Network mijn grootste favoriet is.

De laatste competitie waar ik samen met een vriendin aan meedeed was Nachtshots, gelinkt aan de Museumnacht. In een poging om bijna alle deelnemende musea te filmen, fietsten we drie dagen de hele stad door, stonden we midden in de nacht het uithangbordje van Ons' Lieve Heer op Solder op de Wallen te filmen, en hebben we uren geprobeerd om enigszins op de juiste beat te monteren. Het leverde ons geen prijs op, maar wel een fijn filmpje!



De moraal van dit verhaal: laat je inspireren, grijp iedere kans aan om te filmen, en geniet van het proces!

zaterdag 8 januari 2011

Norwegian Wood

Het regent in Japan. En als het niet regent, dan sneeuwt het. Of het waait. Heel hard. En veel mensen zijn niet heel erg gelukkig in Japan. Althans, niet in Norwegian Wood, de gelijknamige film naar het boek van Haruki Murakami.
Het is geen prettige wereld, die geschetst wordt van het Japan van de jaren zeventig. Met name de wereld van twee tieners, Watanabe en Naoko, die rouwen om het verlies van hun vriend, is heftig en rauw. Langzaam verliezen ze zich, in elkaar, in zichzelf en in de wereld die ze proberen in stand te houden.

Maar de beelden waarin dat getoond wordt zijn prachtige langzame close-ups die je het verhaal inzuigen. Het is regisseur Tran Anh Hung gelukt gevoel te visualiseren. Hij voert je in meer dan twee uur mee langs prachtige Japanse landschappen, naar typisch Japanse huizen en door het Japan van de jaren zeventig, dat tot in detail is uitgewerkt in de aankleding.
Visueel is het dan ook sowieso een enorme aanrader, die zijn lengte meer dan de moeite waard is. Ik kan niet beoordelen of het boek, zoals meestal, uiteindelijk toch beter is dan de film, maar het verhaal dat in de film wordt verteld is treurig, nostalgisch en eenzaam. Prachtig voor deze tijd van het jaar dus. Zeker omdat je toch enigszins hoopvol de zaal weer verlaat.
Met in mijn geval het voornemen om dan nu maar eens echt aan de boeken van Murakami te beginnen.



En gewoon omdat het fijn is bij deze ook nog even het liedje van de Beatles waar het boek naar vernoemd is.

woensdag 29 december 2010

Donkere dagen

Je hebt mensen die zich al maanden verheugen op kerst en oud en nieuw. Die half augustus met een kookboek in de zon gaan zitten om het kerstdiner samen te stellen. Die half oktober alle Sinterklaas en kerstcadeaus al ingepakt en wel achterin de kledingkast hebben liggen. Die in de uitverkoop van vorig jaar alvast hun nieuwe outfit hebben gekocht en niet kunnen wachten om te schitteren tijdens eerste en tweede kerstdag in het nabij gelegen restaurant, waar de rest van de stad ook gereserveerd heeft.
Ze zijn er. Van die mensen die, in hun handen wrijvend, zin zeggen te hebben in de winter en die niet kunnen wachten tot de dagen korter worden.

En dan heb je de mensen die dat allemaal niet hebben. Die in meer of mindere mate zenuwachtig worden bij het naderen van december. Die je op vierentwintig december gehaast en met rode vlekken in hun nek door de winkelstraat ziet rennen in de hoop binnen twee uur alle cadeautjes gekocht te hebben zodat ze nog tijd hebben om boodschappen te doen voor het eten. Die je licht gestrest en met verwilderde ogen het restaurant ziet binnenkomen omdat ze niet naast een bepaald familielid willen zitten. Van die mensen die niet kunnen wachten tot januari weer begint, zodat ze eindelijk kunnen beginnen met hun nieuwe voornemens.

En dan is er nog een groep. Mensen die maar op halve kracht draaien. Die niet kunnen rennen, die niet kunnen voorbereiden. Omdat het allemaal teveel moeite kost. Ik denk dat ik tot deze groep behoor. Ik heb nét op tijd mijn cadeautjes binnen, heb het geluk dat ik alleen tijdens het kerstdiner hoef na te denken over eten, en heb geen ontzettend vervelende familieleden waar ik niet naast wil zitten. Wat ertoe leidt dat ik alles over me heen laat komen.

Voor mijn groep mensen is schuilen de beste manier om deze dagen door te komen. Wanneer mijn aanwezigheid niet meer nodig is, trek ik me terug. In mijn huis en in donkere filmzalen, waar ik me verlies in de verhalen van anderen. Door het ontbreken van enige verplichtingen slaap ik eerst tot onwaardige tijdstippen uit, waarna ik met de gordijnen dicht in huis rondscharrel. Wanneer de schemering alweer langzaam inzet, waag ik me buiten, met mijn muts ver over mijn hoofd heengetrokken om ieder overbodig licht tegen te houden. Pas in de zaal voelt het weer veilig. Het licht van de projectie brengt namelijk afleiding en vermaak.

Voor een ieder die zich hierin herkent, en ook voor hen die al dan niet van deze tijd van het jaar houden heb ik een aantal tips:
Ga naar Potiche, als je van humoristische Franse films met Gerard Depardieu en Catherne Deneuve houdt, maar verwacht geen standaard Franse film! Another Year is zo'n heerlijke film van Mike Leigh, waarbij het volmaakte geluk wordt aangevuld door alle ellende van anderen. Een film die hartverscheurend is, maar ook prachtig en liefdevol. En voor ouderwets Amerikaans filmhuis vermaak is er The Kids Are All Right. Over een niet zo standaard standaard Amerikaans gezin, waarbij alle vooroordelen worden bevestigd en ontkracht.
Het belangrijkst is: laat je gaan! Lach mee! Het maakt niet uit of het om de herkenning of de verbazing is. Of het uit medelijden of zelfmedelijden is. Houd je niet in omdat er andere mensen in de zaal zitten. Ik heb me al dagen samen met volslagen onbekenden enorm vermaakt om wat we zagen. De feestdagen gaan toch uiteindelijk om samenzijn?

Potiche


Another Year


The Kids Are All Right

dinsdag 10 augustus 2010

Lipdub

Benodigdheden: 1 camera, 1 liedje, 1 geschikte locatie en zoveel mogelijk mensen. Voorbereiding: indien professioneel: minimaal twee weken tijd, een dik draaiboek, een ingehuurd productieteam, meerdere locatiemanagers; indien niet professioneel: 1 enthousiaste zomercursus organisator, 1 choreografe die geen idee heeft wat een lipdub precies is, geen draaiboek en geen idee. Mix bovenstaande ingrediënten met de organisator en de choreografe, en laat de creativiteit haar werk doen.

Op 22 juni 2008 werd de eerste University Lipdub opgenomen in Duitsland. De term werd volgens Wikipedia twee jaar eerder door Jakob Lodwick, de oprichter van Vimeo, in 2006 bedacht. Sindsdien is het aantal youtube lipdub filmpjes explosief toegenomen. Niet alleen universiteiten lipdubben, maar ook kantoren, banken en keukengiganten, en laten we de eenzame nerds die in nachtelijke verveelbuien zichzelf en/of hun vrienden opnemen niet vergeten. Verwar de lipdub niet met de flashmob, ook een redelijk nieuw vercshijnsel waarbij een grote groep mensen onverwacht op openbare plekken zich verenigt in een synchroondans (wat na de dood van Michael Jackson veel gedaan werd).

Lipdubben is cool. Laat ik dat even voorop stellen. En het is moeilijk. Althans, moeilijker dan je zou denken.
De afgelopen zes weken heb ik met alle enthousiasme dat ik in me had, gepoogd de deelnemers van de CREA zomercursussen over te halen om mee te doen met mijn Grote Zomer Project: iedere week een nieuwe lipdub. In de eerste week zaten er zeven mensen, die uiteindelijk gelukkig net zo enthousiast als wij waren en in twee uur tijd een choreografie verzonnen en kostuums aantrokken. Een paar weken later zaten er twintig, die allemaal blij meezongen met de Spice Girls.

Ik houd natuurlijk van al mijn zomercursisten. Maar van de lipdubbers houd ik stiekem het meest. Om hun inzet, hun blijdschap, hun harde werk en omdat ze mij blijkbaar niet alleen willen laten staan met mijn gekke ideeën. Nog één keer te gaan. Ik hoop dat deze keer iedereen komt!


week 1 & 2


week 3


week 4


week 5

woensdag 16 juni 2010

Poldox

Kan je een wetenschappelijk onderzoek ook in beeld weergeven? Vanuit die vraag werd jaren geleden poldox opgezet, een college dat studenten uitdaagt om vanuit een politicologische invalshoek een film en bijbehorende website te maken over een sociaal wetenschappelijk onderwerp. Voor de zesde keer hebben ook dit jaar weer een aantal studenten zich op onderwerpen als Glazenwassers, De Roode Bioscoop, De Dappermarkt en de Participatiemakelaar gestort.
Vanaf een afstandje volgde ik het proces, dat standaard resulteert in een intensieve montageperiode waarin niet wordt geslapen en het afval zich langzaam maar zeker rond de montagecomputers opbouwt.
Zondag werden de resultaten vertoond. De zaal zat propvol met ouders, onderzoeksonderwerpen, makers en aanhang. De witte gezichtjes en vermoeide ogen verraadden wie van hen tot vroeg in de ochtend nog had zitten werken.

Het is natuurlijk 'maar' een college, en het zijn natuurlijk 'maar' studenten (zoals blijkbaar een van de gefilmde hoofdpersonen het ietwat laatdunkend had verwoord). Maar het ontroert. Het ontroert dat mensen die elkaar vier maanden geleden nog niet kenden nu als beste vrienden naast elkaar zitten te glunderen om het resultaat te zien na hun noeste arbeid, het ontroert dat docenten en mensen uit 'de documentaire wereld' hen serieus nemen en hun passie met hen delen. En het ontroert om een kijkje in onbekende werelden te krijgen.

Ik wist niet van het bestaan van de Driehoeksstraat in de Jordaan, ik kende de wereld van de glazenwassers niet. Er is niets zo fijn als op een zondagmiddag vanuit een donker theaterzaaltje in de koffiepauze van jeneverstokers te belanden, of temidden van de drukke Dappermarkt te staan.
Het meest ontroerde Rob van Veelen, participatiemakelaar in de Indische Buurt, me. Niet alleen omdat mijn buurtje er mooi bij lag, maar vooral omdat Rob zich met een enorme passie inzet voor de buurt. Een grote man, die door iedereen wordt herkend, die met iedereen een praatje maakt en die soms op het doek een ietwat verloren indruk maakt, maar intussen niet aanwezig blijkt te zijn bij de vertoning omdat hij met zijn vriendin lekker op vakantie is. Zo verloren is hij dus gelukkig niet.

Vooralsnog is de film en de site over Rob hier te vinden. Binnenkort gaan ze echt online. Verder staat de site van poldox vol met prachtige filmpjes van voorgaande jaren en inspirerend materiaal voor geïnteresseerden. Een grote aanrader dus!

vrijdag 11 juni 2010

Jim

Vroeger, toen ik nog niet zelf mocht kiezen naar welke muziek ik luisterde, of toen ik dat alleen op mijn kamer mocht doen, werd ik vooral omringd door klassieke muziek. Mijn vader luisterde vanaf zijn vijftiende eerst naar Beethoven en Mozart, maar al snel Sjostakovich en Wagner. In mijn jeugd waren het vooral de Russen die onze avondmaaltijden begeleidden. Zo lag zelfs de lichtste zomerse salade al snel zwaar op de maag.

De verzameling 'pop' van mijn vader bestaat nog steeds uit een enkele cd van Leonard Cohen, Simon & Garfunkel en Van Morrison en de gehele verzameling van de Rolling Stones. Ik kon dus niet terugvallen op mijn opvoeding als het ging over grote namen in de popgeschiedenis. Een van de eerste cd's die ik kocht was weliswaar een verzamelplaat van de Beatles, maar die was vooraf gegaan door Greatest Hits 1992 en Now Dance, een saaie mix van softe housemuziek.

In mijn studententijd leerde ik dan eindelijk ook over Janis Joplin, Jaques Brel en Jim Morrisson. Helden die ons jonge studenten jaren na hun dood tot drank en sigaretten aanzetten in een poging wild en avontuurlijk te leven. Vooral Jim Morrisson en The Doors, die bij mij met name een herinnering aan een heftige spacecake avond oproepen, deden het goed. Jims schreeuwerige stem die de luisteraar beledigend toeriep op de hallucinerende tonen van de gitaar, bracht veel van mijn vrienden in diepe vervoering. In When you're strange wordt de geschiedenis van de band verteld. Helaas op een manier die mij vooral pijnlijk duidelijk maakte dat Jim Morrisson wellicht geniaal en hyper intelligent was, maar toch vooral heel zielig en vooral verslaafd. In deze film, die bestaat uit oude beelden van concerten en eigen opnames, kijkt Jim voor het merendeel verdwaasd en pafferig de camera in, zonder echt een focus te hebben. Ik ben van mening dat wanneer zijn verhaal nu in het nieuws zou komen, het vooral medelijden zou opwekken. De goede oude tijd van drugs, sex en rock & roll is toch echt voorbij. Een bevriend muzikant wist mij te vertellen dat de hoge druk van tegenwoordig geen ruimte meer geeft voor dat soort uitspattingen. Als je het nu wilt maken moet je op een dieet van groene thee en brandnetelsoep, vroeg naar bed en het liefst een boeddhistische tempel in je huis hebben.

Het zette me aan het denken. Zijn er nog echt rock en rollers? Jonge zangers, of bands, die nog mogelijk op hun zevenentwintigste kunnen komen te overlijden ten gevolge van hun roekeloze bestaan? Het zou toch zonde zijn om de mythe op te geven.

Life during wartime

In 1998 maakte Todd Solondz Hapniness, een intense film over drie zussen en hun levens, een film die mensen nog steeds zuchtend treurig voor zich uit doet staren wanneer ze erover praten. Ik heb hem nooit gezien maar ben bekend met het de impact die hij heeft gehad.

Vandaar dat ik dan ook lichtelijk huiverig was om Life during wartime, de nieuwste film van Solondz, te zien. De zon scheen juist weer een beetje, waarom zou ik me bewust in een depressie storten? Tot mijn grote vreugde was het echter een prachtige film, die ik iedereen ter harte aanraad snel te gaan zien! Prachtige beelden, close-ups, mooi gekozen behangetjes. Muziek van Devendra Banhart. Maar vooral heerlijke dialogen.

Aangezien ik de laatste tijd bezig ben zelf scripts te schrijven en uit te werken, realiseer ik me ook steeds meer hoe moeilijk het is om goede dialogen te schrijven. Als die dan ook nog onvergetelijk grappig zijn, heb je mij voor je gewonnen. Ik heb gedurende de film herhaaldelijk hardop zitten lachen, al probeerde ik mijn geluid te smoren in jas, trui en sjaal. Toen ik overigens de volgende dag in een enthousiast relaas uitbarstte over deze film, keek een van mijn collega's me met een verbijsterde blik aan, om vervolgens de rest van het gezelschap kalm uit te leggen dat dit toch wel een van de meest oninteressante kutfilms was die hij ooit gezien had. De meningen lopen dus uiteen.

Hoe dan ook, Life during wartime is een film die me op het puntje van mijn stoel liet zitten, ongeduldig wachtend op de volgende scène. Een mooi begin van de zomer. Gaat dat zien!

dinsdag 18 mei 2010

Tourists

Aan het einde van het vorige jaar besloot ik dat ik nog even wilde wachten met het nieuwe decennium. Ik had er om verschillende redenen nog niet zo'n zin in, en bedacht me dat het eigenlijk je reinste onzin is je te conformeren aan de massa. Als anderen in een put zouden springen zou ik tenslotte ook niet... Ik vierde dus geen uitbundig oud en nieuw en sloeg alle uitnodigingen voor feestjes met drank en gezelligheid af. Al kon ik moeilijk om het feestgedruis van mijn buren heen en dus keek ik vanachter mijn raam als een kluizenaar nippend aan een glas wijn naar het vuurwerk.
Terwijl de meesten op 1 januari nog onder warme dekens met een roes het nieuwe jaar stuk sliepen, begon ik alvast mijn enige goede voornemen uit te voeren. Wat dus een goed voornemen in algemene zin was, aangezien het in dit geval niet gekoppeld was aan een nieuw jaar. Aangezien het overigens ook al het enige voornemen van het voorgaande jaar was, was het eigenlijk gewoon nog een oud voornemen, maar dan in een nieuw jasje.
Hoe het ook zij. Met dit voornemen in mijn achterhoofd stapte ik de koude winterochtend in, gewapend met filmcamera, fotocamera en notitieboekje. Een verlate mededeling aan iedereen die pas om vijf uur uit bed kroop om tussen flessen champagne en lege borden waar ooit toastjes op lagen nog naar iets eetbaars te zoeken: het was koud die dag. En ook de dagen erna. En er waren veel mensen op straat. Wat me enerzijds verbaasde, maar anderzijds erg gelukkig maakte, want dat was precies wat ik zocht: toeristen. Ik wilde hen namelijk wat vragen stellen...
En zo leidde drie dagen met bevroren vingers op 'rec' drukken, wildvreemde mensen aanspreken en koffie drinken met schattige meisjes uit Mexico, uiteindelijk tot onderstaand resultaat, dat ooit op een onbewaakt moment als idee door mijn hoofd geflitst was.



(Of klik hier om het filmpje op youtube te bekijken)

Oud en nieuw heb ik overigens half april gevierd, met sterretjes en bubbels en twaalf druiven, op een dakterras op de Wallen. Je kunt tenslotte niet teveel achter blijven lopen.