Het had me bijna vierentwintig uur gekost om in Brooklyn aan te komen. Vele uren later ontwaakte ik, met het geluid van de vliegtuigmotoren nog in mijn oren, uit het coma waar ik in beland was nadat ik thuis kwam. De jetlag, of de echo van het vliegen, zou nog wel even duren. Hoewel ik me wakker voelde, en zin had in de dag, was ik niet vooruit te branden. Alles wat ik normaal even snel deed kostte me nu uren.
Ik besloot naar buiten te gaan en op mijn bijna weggegooide dag in ieder geval nog een stukje van Brooklyn te zien. Terwijl ik op mijn fiets door de bekende straten fietste, zocht ik een doel. Op zich is koffie drinken, waar dan ook, altijd een goed doel in New York, maar ik wilde toch meer gedaan hebben dan een paar honderd meter fietsen voor een shot cafeïne. Ik besloot naar BAM te fietsen, dé culturele plek van Brooklyn, waar onder andere mooie films gedraaid worden. Op basis van de aanvangstijd zocht ik een film uit die me op tijd voor het avondeten thuis zou laten komen. The Artist. Ik had niet eens een tagline gelezen van het verhaal, toen ik in de hoog oplopende zaal ging zitten. Voor me zat een stel van middelbare leeftijd met hun puberzoon. Ik vond het grappig, dat deze drie mensen op een vrijdagnamiddag samen naar de film gingen.
De film begon, als een oude klassieke stomme film. Ik dacht nog 'wat een grappig begin', maar realiseerde me al snel dat dit de film was. Een stomme film, net als vroeger. Het verhaal zelf was uiteindelijk niet het meest pakkend, en het was ook niet het verrassende einde dat de film zo bijzonder maakte. Ik vond hem zo bijzonder omdat ik me opeens realiseerde dat ik bijna nooit meer stilte ervaar. Er is altijd overal geluid. En nu zaten we daar, met een man of vijftig in de zaal stil te wezen terwijl er niets anders dan een lullig muziekje klonk.
Het wegblijven van dialogen,gecombineerd met de vermoeidheid die nog steeds door min lijf raasde, deed me soms een beetje afdwalen. Mijn gedachten gingen alle kanten op, om dan weer te focussen op het verhaal, en de filmische technieken die gebruikt werden om de kijker erbij te houden. Ik moest denken aan de theaterweek met maskers die ik ooit deed, waarbij opeens bleek hoeveel expressie in je gezicht zit, en hoe je dat moet compenseren als het wegvalt. En een aantal maanden geleden maakte ik een film zonder tekst, zonder dialogen, zonder geluid, gedraaid op een 16 mm camera. Ook toen moest het beeld voor zich spreken.
The Artist is een fijne film, die doet terugverlangen naar oude tijden. Waarin we nog niet doodgegooid werden door duizenden beelden en geluiden per dag. Een beetje meer rust zou misschien niet zo gek zijn. Het is net als met reizen: je kunt weliswaar in acht uur naar New York vliegen, maar het duurt een paar dagen voordat je geest er ook is. Terwijl je wacht tot die twee weer samenkomen moet je rustig aan doen, fijne films kijken en koffie drinken.
Posts tonen met het label New York. Alle posts tonen
Posts tonen met het label New York. Alle posts tonen
maandag 3 oktober 2011
Protest
Ik fiets door Berlijn. Het is warm, de zon schijnt fel, en ik ben al uren op zoek naar de perfecte plek om koffie te drinken en te lezen. Ik fiets langs enorme gebouwen die herinneringen met zich meedragen die ik niet zelf heb beleefd. De Reichstag, de Brandenburgertor. Heel Oost Berlijn. Ik stop bij Topographie des Terrors, een laaggelegen gang, waar ooit de hoofdkwartieren van o.a. de SS en de geheime Staatspolitie stonden en waar nu de restanten van de muur nog als stille getuigen ons laten herinneren. Een paar straten verderop dwaal ik door het doolhof van pilaren van het Holocaust Monument, waar soms stilte lijkt te heersen, tussen de zware betonnen blokken. De dagboeken en brieven die beneden te lezen zijn roepen bekende beelden op die nog steeds intrigerend, misselijkmakend, verontrustend zijn.
Wanneer ik later op een terras in de zon zit, verdwijn ik in de wrange wereld van José Saramago, die in zijn boek De Stad der Blinden beschrijft hoe na een onverklaarbare blindheidsepedimie in eerste instantie de regering, en vervolgens de massa reageert. De nare, vernederende en heftige wereld die hij beschrijft doen de zon vergeten. De angst die regeert en die onmenselijk gedrag zonder problemen accepteert, de macht die zo snel mogelijk wordt misbruikt door een ieder die haar in handen heeft, de onverschilligheid en het keiharde geweld dat mensen zonder problemen toepassen wanneer het er blijkbaar echt op aan komt, het is allemaal weinig hoopgevend. De weinige pogingen tot mededogen kunnen niet op tegen de narigheid die door de massa niet alleen wordt geaccepteerd, maar ook toegepast. Het is ieder voor zich.
Als ik even later online ga zie ik de beelden van New York. Massa's mensen die hun stem laten horen, opkomen tegen systemen die groter zijn dan zij. Terwijl de media nog zwijgt zie ik hoe politieagenten met stokken inslaan op omstanders, hoe mensen over de grond gesleurd worden, hoe de massa met één stem spreekt. Ik ga op zoek naar berichtgeving, maar stuit steeds weer op persoonlijke video's en verhalen, die via moderne media hun weg naar de rest van de wereld zoeken.
Achteraf is het altijd makkelijk praten, over bijvoorbeeld wie de slechterik is en wie de held. Zo krijgen we het ook immers voorgeschoteld in films. Ik vraag me af hoe tijdens de tweede wereldoorlog het verzet werd gezien door de massa. Als helden? Of als gekken, die niet wisten waar ze mee bezig waren? Ik denk aan de vrouw die tegen het machtsmisbruik opkomt in De stad der blinden: de enige die nog kan zien wanneer de rest al blind is. Waar de protesten in het Midden Oosten werden gezien als een nieuwe, frisse en hoopgevende beweging, wordt vooralsnog hier nergens over gesproken. Eerst moeten duizenden mensen worden gearresteerd, geslagen en vernederd worden voordat het verhaal wordt opgepikt. Pas als meer mensen de straat op gaan, als wereldwijd mensen hun stem verheffen, berichten de media. Ik zou willen dat ik alvast kon terugkijken op deze tijd.
Wanneer ik later op een terras in de zon zit, verdwijn ik in de wrange wereld van José Saramago, die in zijn boek De Stad der Blinden beschrijft hoe na een onverklaarbare blindheidsepedimie in eerste instantie de regering, en vervolgens de massa reageert. De nare, vernederende en heftige wereld die hij beschrijft doen de zon vergeten. De angst die regeert en die onmenselijk gedrag zonder problemen accepteert, de macht die zo snel mogelijk wordt misbruikt door een ieder die haar in handen heeft, de onverschilligheid en het keiharde geweld dat mensen zonder problemen toepassen wanneer het er blijkbaar echt op aan komt, het is allemaal weinig hoopgevend. De weinige pogingen tot mededogen kunnen niet op tegen de narigheid die door de massa niet alleen wordt geaccepteerd, maar ook toegepast. Het is ieder voor zich.
Als ik even later online ga zie ik de beelden van New York. Massa's mensen die hun stem laten horen, opkomen tegen systemen die groter zijn dan zij. Terwijl de media nog zwijgt zie ik hoe politieagenten met stokken inslaan op omstanders, hoe mensen over de grond gesleurd worden, hoe de massa met één stem spreekt. Ik ga op zoek naar berichtgeving, maar stuit steeds weer op persoonlijke video's en verhalen, die via moderne media hun weg naar de rest van de wereld zoeken.
Achteraf is het altijd makkelijk praten, over bijvoorbeeld wie de slechterik is en wie de held. Zo krijgen we het ook immers voorgeschoteld in films. Ik vraag me af hoe tijdens de tweede wereldoorlog het verzet werd gezien door de massa. Als helden? Of als gekken, die niet wisten waar ze mee bezig waren? Ik denk aan de vrouw die tegen het machtsmisbruik opkomt in De stad der blinden: de enige die nog kan zien wanneer de rest al blind is. Waar de protesten in het Midden Oosten werden gezien als een nieuwe, frisse en hoopgevende beweging, wordt vooralsnog hier nergens over gesproken. Eerst moeten duizenden mensen worden gearresteerd, geslagen en vernederd worden voordat het verhaal wordt opgepikt. Pas als meer mensen de straat op gaan, als wereldwijd mensen hun stem verheffen, berichten de media. Ik zou willen dat ik alvast kon terugkijken op deze tijd.
donderdag 16 juni 2011
Metro Muzikanten
New York is muziek. De stad zelf heeft een ritme, een klank, een swing. Wanneer je voor het eerst aankomt wil je dansen, want je bent in New York! Na herhaaldelijk bezoek zie je langzaam dat iedere wijk zijn eigen melodie heeft, zijn eigen genre. Times Square en omgeving voelt als een muziekstuk van Philip Glass, met een drukke, zich immer herhalend opbouw van geluid, die soms even weg lijkt te zijn maar die daarna net zo hard weer terug komt. Chelsea klinkt als de oude standards van Sinatra en Garland, swingend, verlangend, hitsig soms. Williamsburg barst van de moderne pop terwijl de Upper West Side een ietwat stijf opera tintje heeft. En Bed Stuy is natuurlijk rap. Rap 'n Roll.
Maar ook onder de stad is muziek. Overal. Je kunt bijna geen metrostation instappen of je hoort wel een instrument of een stem die de nauwe gang vult. Overal tonen muzikanten, wanna be muzikanten en ware geniën hun kunsten in de hoop een paar dollars te verdienen. Sommigen doen het naast hun 'normale' bestaan, anderen leven van hun ondergrondse bestaan.
De metro muzikanten vormden een sound track tijdens mijn reizen door de stad. Op weg naar mijn werk zat de tandeloze Cubaan, die met de muziek van zijn thuisland de dag een melancholisch tintje gaf. Aan het einde van de dag verdreven de twee hipster jongens mijn honger met hun vrolijke liedjes, de drummer op 6th Ave en 14st die je al van ver kon horen vulde de metrogangen tot aan Union Square met zijn improvisaties en Joe, die in het weekend op Metropolitan Station zat, vulde niet alleen mijn hart met zijn muziek maar zorgde onbewust tijdens een spontane jamsessie voor nog meer liefde.
Ik heb ze gefilmd, die metro muzikanten die New York nog meer kleur geven. Uren aan materiaal van mensen die met liefde hun passie staan uit te voeren, liggen te wachten om tot een verhaal gemonteerd te worden. Natuurlijk ben ik niet de enige die ziet wat ze doen. Het aantal filmmakers, wanna be filmmakers en geniën die net zo veel en meer materiaal hebben is ontelbaar. En hoewel ik natuurlijk graag de enige zou zijn geweest die dit idee had gehad (los van dat Hedy Honigman al jaren geleden de prachtige film Het ondergrondse orkest maakte), ben ik ook gaan zien hoe al onze verhalen samen het echte verhaal vertellen. Of op zijn minst in de buurt komen van het echte verhaal, dat bestaat uit al die verschillende verhalen van muzikanten, publiek en reizigers.
Een van de eerste filmpjes die ik maakte
Een film die nu gemaakt wordt over mijn New Yorkse vrienden:
Maar ook onder de stad is muziek. Overal. Je kunt bijna geen metrostation instappen of je hoort wel een instrument of een stem die de nauwe gang vult. Overal tonen muzikanten, wanna be muzikanten en ware geniën hun kunsten in de hoop een paar dollars te verdienen. Sommigen doen het naast hun 'normale' bestaan, anderen leven van hun ondergrondse bestaan.
De metro muzikanten vormden een sound track tijdens mijn reizen door de stad. Op weg naar mijn werk zat de tandeloze Cubaan, die met de muziek van zijn thuisland de dag een melancholisch tintje gaf. Aan het einde van de dag verdreven de twee hipster jongens mijn honger met hun vrolijke liedjes, de drummer op 6th Ave en 14st die je al van ver kon horen vulde de metrogangen tot aan Union Square met zijn improvisaties en Joe, die in het weekend op Metropolitan Station zat, vulde niet alleen mijn hart met zijn muziek maar zorgde onbewust tijdens een spontane jamsessie voor nog meer liefde.
Ik heb ze gefilmd, die metro muzikanten die New York nog meer kleur geven. Uren aan materiaal van mensen die met liefde hun passie staan uit te voeren, liggen te wachten om tot een verhaal gemonteerd te worden. Natuurlijk ben ik niet de enige die ziet wat ze doen. Het aantal filmmakers, wanna be filmmakers en geniën die net zo veel en meer materiaal hebben is ontelbaar. En hoewel ik natuurlijk graag de enige zou zijn geweest die dit idee had gehad (los van dat Hedy Honigman al jaren geleden de prachtige film Het ondergrondse orkest maakte), ben ik ook gaan zien hoe al onze verhalen samen het echte verhaal vertellen. Of op zijn minst in de buurt komen van het echte verhaal, dat bestaat uit al die verschillende verhalen van muzikanten, publiek en reizigers.
Een van de eerste filmpjes die ik maakte
Een film die nu gemaakt wordt over mijn New Yorkse vrienden:
dinsdag 7 juni 2011
Routine
De wekker gaat om acht uur, snoozen kan met gemak nog een half uur. Te warm, te fijn.
Te laat. Douche, thee, met natte haren de trap af.
Twee blokken tot aan Lafayette, dan linksaf naar Bedford. Dag mannen op straat. Dag mannen bij de bodega. Dag mannen bij de bushalte.
Trap af, rechts naar beneden. Doorlopen tot het eind, want hier stopt de metro niet halverwege. Wachten.
Instappen. Blijven staan bij de andere deur.
Myrtle-Willoughby. Flushing. Broadway. Metropolitan.
Mensen kijken.
Tegen de menigte in de trap op. Half rennend met de meute mee.
Trap af en trap op. In de tussentijd goed luisteren.
Op het perron doorlopen tot de tweede rij reclameposters.
Instappen. Spieden naar een zitplaats.
Bedford. 1st Ave. 3rd Ave. Union Square. 6th Ave.
Uitstappen en direct de linkertrap omhoog. Hopen dat de F er zo aan komt.
Doorlopen tot na de bankjes. Hopelijk weer een kans om een metromuzikant te filmen.
Instappen. Blijven staan.
23rd.
Uitstappen en links de trap omhoog.
Lucht. Regen of zon? Rechtsaf, 6th Ave op.
Schuin oversteken als het verkeer het toelaat.
A large earl grey tea with milk please.
$2.45
24th street inlopen.
Schuin oversteken naar het groene luifeltje. Paws in Chelsea.
De blaffende hondjes onder me laten en naar de 2e etage.
Laat de dag maar beginnen.
Te laat. Douche, thee, met natte haren de trap af.
Twee blokken tot aan Lafayette, dan linksaf naar Bedford. Dag mannen op straat. Dag mannen bij de bodega. Dag mannen bij de bushalte.
Trap af, rechts naar beneden. Doorlopen tot het eind, want hier stopt de metro niet halverwege. Wachten.
Instappen. Blijven staan bij de andere deur.
Myrtle-Willoughby. Flushing. Broadway. Metropolitan.
Mensen kijken.
Tegen de menigte in de trap op. Half rennend met de meute mee.
Trap af en trap op. In de tussentijd goed luisteren.
Op het perron doorlopen tot de tweede rij reclameposters.
Instappen. Spieden naar een zitplaats.
Bedford. 1st Ave. 3rd Ave. Union Square. 6th Ave.
Uitstappen en direct de linkertrap omhoog. Hopen dat de F er zo aan komt.
Doorlopen tot na de bankjes. Hopelijk weer een kans om een metromuzikant te filmen.
Instappen. Blijven staan.
23rd.
Uitstappen en links de trap omhoog.
Lucht. Regen of zon? Rechtsaf, 6th Ave op.
Schuin oversteken als het verkeer het toelaat.
A large earl grey tea with milk please.
$2.45
24th street inlopen.
Schuin oversteken naar het groene luifeltje. Paws in Chelsea.
De blaffende hondjes onder me laten en naar de 2e etage.
Laat de dag maar beginnen.
zaterdag 14 mei 2011
Bill
Het is met New York net als met andere grote steden. De echte New Yorkers wonen niet meer op Manhattan. Net zoals de echte Amsterdammers voor het merendeel ergens diep in Almere wonen, zo wonen de meeste New Yorkers inmiddels in Brooklyn, Queens of the Bronx. Dus van wie is New York? Van de toeristen, die met zijn zevenenveertig miljoenen jaarlijks het eiland bewandelen? Of de acht-punt-twee miljoen inwoners, die vanuit de hele wereld hier naar toe komen om hun geluk te beproeven in de stad waar alles kan?
Is New York van de bankiers, die in het zuidelijkste puntje van het eiland op een gebied dat niet groter is dan een paar vierkante kilometer, beslissingen nemen die de rest van de wereld beïnvloeden? Is het de stad van de bedrijven die allemaal proberen mee te surfen op de energie golf waar NYC zo bekend om staat? Of is het de stad van de kunstenaars, de Andy Warhols en Woody Allens, die zowel vroeger als nu de culturele waarden bepalen voor zoveel verschillende genres?
Als New York al van iemand kan zijn, dan lijkt me dat het de stad van Bill Cunningham is. Bill Cunningham verhuisde in 1948 naar New York, en fotografeert al jaren niet alleen de bijzondere evenementen in de stad, maar ook de mode die hij op straat tegen komt. Zijn eerste spread in de New York Times was het begin van een voortdurende verzameling foto's die het mode tijdsbeeld van de stad op een prachtige manier weergeeft. Bill brengt de catwalk naar de straat en toont hoe de 'gewone' New Yorkse vrouwen hun eigen draai geven aan de mode die door designers wordt bedacht.

In de film Bill Cunningham New York wordt een portret geschetst van een uiterst aimabele en ontroerende man van tachtig. Een man met een grote lach, die zijn gezicht tot en met zijn ogen aan toe open breekt. Een man die nog steeds op zijn fiets de stad doorkruist, van society gebeuren naar society gebeuren, waar hij gezellig praat met alle aanwezigen - die hem natuurlijk allemaal kennen - maar waar hij nooit iets zal eten of drinken. "Ik ben daar aan het werk." Een man die al meer dan veertig jaar in een van de artist lofts van Carnegie Hall woonde, totdat hij met de twee andere laatste bewoners vorig jaar alsnog werd verdreven, die een kamertje had dat vol stond gestouwd met archiefkasten, waar hij al zijn foto's in bewaarde, waar hij tussen sliep, op een eenpersoonsstretcher met een laken en een deken. En die in zijn nieuwe appartement dat uitkijkt op Central Park de nieuwe keuken eruit liet slopen om plaats te maken voor zijn kasten. Een man die altijd in een blauwe overjas rond loopt, omdat die niet stuk gaat door zijn camera die er voortdurend tegenaan schuurt. Een man die overal vrienden heeft, maar die niemand dichtbij laat. Waarvan niemand precies weet wat zijn geschiedenis is, of hij wel eens verliefd is geweest en wie zijn 'echte' vrienden zijn. Een man die niet het middelpunt wil zijn, die niet teveel nadenkt over zijn eigen impact op anderen, maar die al dan niet bewust anderen raakt. Een man die precies weet wat hij wil zeggen als hij met zijn foto's in de weer is, maar die stil wordt als het over hem gaat. Een man die is vergroeid met New York, die leeft van de stad en die de stad zijn leven heeft gegeven. Door er te zijn, door te kijken en door vast te leggen.
"He who seeks art will find it," zegt hij op het eind. En zo is het.
Bill werkt nog steeds voor de Times.
Is New York van de bankiers, die in het zuidelijkste puntje van het eiland op een gebied dat niet groter is dan een paar vierkante kilometer, beslissingen nemen die de rest van de wereld beïnvloeden? Is het de stad van de bedrijven die allemaal proberen mee te surfen op de energie golf waar NYC zo bekend om staat? Of is het de stad van de kunstenaars, de Andy Warhols en Woody Allens, die zowel vroeger als nu de culturele waarden bepalen voor zoveel verschillende genres?
Als New York al van iemand kan zijn, dan lijkt me dat het de stad van Bill Cunningham is. Bill Cunningham verhuisde in 1948 naar New York, en fotografeert al jaren niet alleen de bijzondere evenementen in de stad, maar ook de mode die hij op straat tegen komt. Zijn eerste spread in de New York Times was het begin van een voortdurende verzameling foto's die het mode tijdsbeeld van de stad op een prachtige manier weergeeft. Bill brengt de catwalk naar de straat en toont hoe de 'gewone' New Yorkse vrouwen hun eigen draai geven aan de mode die door designers wordt bedacht.

In de film Bill Cunningham New York wordt een portret geschetst van een uiterst aimabele en ontroerende man van tachtig. Een man met een grote lach, die zijn gezicht tot en met zijn ogen aan toe open breekt. Een man die nog steeds op zijn fiets de stad doorkruist, van society gebeuren naar society gebeuren, waar hij gezellig praat met alle aanwezigen - die hem natuurlijk allemaal kennen - maar waar hij nooit iets zal eten of drinken. "Ik ben daar aan het werk." Een man die al meer dan veertig jaar in een van de artist lofts van Carnegie Hall woonde, totdat hij met de twee andere laatste bewoners vorig jaar alsnog werd verdreven, die een kamertje had dat vol stond gestouwd met archiefkasten, waar hij al zijn foto's in bewaarde, waar hij tussen sliep, op een eenpersoonsstretcher met een laken en een deken. En die in zijn nieuwe appartement dat uitkijkt op Central Park de nieuwe keuken eruit liet slopen om plaats te maken voor zijn kasten. Een man die altijd in een blauwe overjas rond loopt, omdat die niet stuk gaat door zijn camera die er voortdurend tegenaan schuurt. Een man die overal vrienden heeft, maar die niemand dichtbij laat. Waarvan niemand precies weet wat zijn geschiedenis is, of hij wel eens verliefd is geweest en wie zijn 'echte' vrienden zijn. Een man die niet het middelpunt wil zijn, die niet teveel nadenkt over zijn eigen impact op anderen, maar die al dan niet bewust anderen raakt. Een man die precies weet wat hij wil zeggen als hij met zijn foto's in de weer is, maar die stil wordt als het over hem gaat. Een man die is vergroeid met New York, die leeft van de stad en die de stad zijn leven heeft gegeven. Door er te zijn, door te kijken en door vast te leggen.
"He who seeks art will find it," zegt hij op het eind. En zo is het.
Bill werkt nog steeds voor de Times.
woensdag 11 mei 2011
Earthalujah!
New York is de stad van de consumptie. Eten, kleren, spullen, ideeën, ervaringen. Alles is te koop. Duizenden restaurantjes, diners en bars lokken je naar binnen om bij hen je volgende maaltijd te nuttigen. Kledingzaken stunten met goedkopere, duurdere, mooiere, betere of bijzonderdere kleren dan je elders vinden kan. Op Manhattan sluit de ene straat met prachtige en begerenswaardige spullen naadloos aan op de volgende, zodat je je voortdurend in een wereld van hebzucht bevind.
Geruime tijd geleden, lang voordat ik naar New York vertrok, besloot ik zo min mogelijk te consumeren. Waarom zoveel spullen in mijn huis? Waarom steeds weer nieuwe kleren? Met die gedachte in mijn hoofd probeer ik iedere keer weer bewust te kiezen: waarom wil ik dit hebben, wil ik het echt? Word ik er gelukkiger van?
Deels is het gemakkelijk: je kunt niet alles kopen, je kunt niet alles bezitten. Mijn slinkende bankrekening maakt dat ik redelijk probleemloos langs alle verleidingen kan lopen. Maar soms, soms zou ik willen dat ik veel geld had, zodat ik die mooie boekjes kon kopen, of die geweldige tas, die prachtige schoenen en al die lekkere dingen die ik zie.
Lange tijd was ik op zoek naar medestanders, mensen om mijn geloof mee te delen. Ze zijn er natuurlijk wel, maar ik vond ze vaak niet radicaal genoeg. Tot ik Reverend Billy and the Church of Earthalujah vond, die niet alleen mijn ideeen delen, maar ze ook nog eens heel goed weten uit te dragen. Tijdens de wekelijkse 'service' zingt het Stop Life After Shopping Gospel Choir liederen als "Stop Shopping, Shop no more, We won't shop again, forever and amen", "Earth is speaking, do you speak earth? Got to listen harder, put your ear to the dirt".

Ze zijn echter niet alleen wekelijks in een theater te vinden. Hun echte activiteiten vinden buiten plaats, in parken en op pleinen, en bij voorkeur in winkels, waar ze proberen consumenten wakker te maken en de duivel uit de kassa verjagen. Naast acties tegen Starbucks, Victoria Secret, en inkopen in het algemeen, organiseren ze ook verschillende campagnes die onder drie initiatieven vallen:
* het ondersteunen en pleiten voor duurzame consumptie
* het stimuleren van sterke lokale bedrijven
* het verdedigen van het Eerste Amendement en de openbare ruimte.
Dit leidde tot acties voor het behoud van Union Square park, Coney Island en recentelijk tegen Mountaintop Removal, waarbij bergtoppen worden opgeblazen om kolen te delven.
Ik ben geinspireerd geraakt door Reverend Billy en zijn koor. Los van hun hoge entertainment gehalte dragen ze een boodschap uit die ik steun. Ze bekijken de wereld op een manier die ik graag overneem, en die ik met liefde predik. Met andere woorden: ik ben bekeerd.
Earthalujah!
Geruime tijd geleden, lang voordat ik naar New York vertrok, besloot ik zo min mogelijk te consumeren. Waarom zoveel spullen in mijn huis? Waarom steeds weer nieuwe kleren? Met die gedachte in mijn hoofd probeer ik iedere keer weer bewust te kiezen: waarom wil ik dit hebben, wil ik het echt? Word ik er gelukkiger van?
Deels is het gemakkelijk: je kunt niet alles kopen, je kunt niet alles bezitten. Mijn slinkende bankrekening maakt dat ik redelijk probleemloos langs alle verleidingen kan lopen. Maar soms, soms zou ik willen dat ik veel geld had, zodat ik die mooie boekjes kon kopen, of die geweldige tas, die prachtige schoenen en al die lekkere dingen die ik zie.
Lange tijd was ik op zoek naar medestanders, mensen om mijn geloof mee te delen. Ze zijn er natuurlijk wel, maar ik vond ze vaak niet radicaal genoeg. Tot ik Reverend Billy and the Church of Earthalujah vond, die niet alleen mijn ideeen delen, maar ze ook nog eens heel goed weten uit te dragen. Tijdens de wekelijkse 'service' zingt het Stop Life After Shopping Gospel Choir liederen als "Stop Shopping, Shop no more, We won't shop again, forever and amen", "Earth is speaking, do you speak earth? Got to listen harder, put your ear to the dirt".

Ze zijn echter niet alleen wekelijks in een theater te vinden. Hun echte activiteiten vinden buiten plaats, in parken en op pleinen, en bij voorkeur in winkels, waar ze proberen consumenten wakker te maken en de duivel uit de kassa verjagen. Naast acties tegen Starbucks, Victoria Secret, en inkopen in het algemeen, organiseren ze ook verschillende campagnes die onder drie initiatieven vallen:
* het ondersteunen en pleiten voor duurzame consumptie
* het stimuleren van sterke lokale bedrijven
* het verdedigen van het Eerste Amendement en de openbare ruimte.
Dit leidde tot acties voor het behoud van Union Square park, Coney Island en recentelijk tegen Mountaintop Removal, waarbij bergtoppen worden opgeblazen om kolen te delven.
Ik ben geinspireerd geraakt door Reverend Billy en zijn koor. Los van hun hoge entertainment gehalte dragen ze een boodschap uit die ik steun. Ze bekijken de wereld op een manier die ik graag overneem, en die ik met liefde predik. Met andere woorden: ik ben bekeerd.
Earthalujah!
zondag 17 april 2011
Fietspad oorlog
Het kopen van een fiets, een paar weken geleden, ging gepaard met allerlei goede raad - over de gevaren van fietsen zonder helm, en de noodzaak van goede sloten - die tot honende blikken van mij kant leidde. Een Amsterdamse laat zich natuurlijk niets vertellen over sloten (alhoewel ik thuis uit luiheid al jarenlang met één slot door het leven ga, en dat nog steeds goed gaat) en ik zal nog niet dood met een helm op mijn hoofd gevonden willen worden.
Steeds weer werd er berispend gesproken dat New York toch echt niet te vergelijken is met Amsterdam, dat schattige dorp met grachten. Nee, hier, in de stad van de criminaliteit en de gekken, is fietsen een levensgevaarlijke onderneming die serieus moet worden genomen en waar niet te licht gedacht mag worden over veiligheid en diefstal.
Vooralsnog fiets ik dolgelukkig helmloos door de stad. De gekte die me voorspeld werd valt mee, alhoewel ik wel iets oplettender van Ave naar Ave peddel dan dat ik in Amsterdam over de grachten fiets. Maar om nou te zeggen dat het een wildernis is. Nee. In tegendeel: het is heerlijk om met de wind in je haar over de Brooklyn Bridge naar Manhattan te fietsen (maar pas op voor toeristen!), of in Williamsburg koffie te gaan drinken en niet in de donkere metro te hoeven stappen om er te komen.
Ik kwam er echter achter dat hier een verborgen geschiedenis ligt, waar ik mij niet bewust van was.
Om in het zogenaamde hipster gedeelte van Williamsburg te komen, waar de fijne cafeetjes en restaurantjes zijn, moet ik vanuit Bed-Stuy waar ik woon door een wijk waar Chassidische Joden wonen: mannen met hoge zwarte hoeden en pijpenkrullen, vrouwen met pruiken of hoofddoekjes, lange rokken, zwarte nauwsluitende jassen, kinderen met soortgelijke pijpenkrullen en achttiende eeuwse kledij, het wemelt ervan. Tijdens een wandeling enkele weken geleden voelde ik me al, zwak gezegd, niet geheel op mijn plaats. Ik liep natuurlijk in mijn korte rok het straatbeeld te vervuilen, dus met een beetje moeite kon ik me voorstellen dat ik daarom niet alleen volledig genegeerd werd, maar ook dat mensen uit voorzorg de straat overstaken om mij niet tegen te hoeven komen. Al fietsend kwam ik er achter dat dit gedrag echter ook mijn veiligheid op het spel zet, want in hun drang mij niet te willen zien steken mensen snel vlak voor me over, of rijden ze stoïcijns door zonder mij de voorrang te geven wanneer ik die wel heb. Ze hebben letterlijk een blinde vlek voor mensen die niet bij hun gemeenschap horen.
Dit gegeven maakt bij mij nogal veel gefrustreerde gevoelens los over religie, verdraagzaamheid, superioriteit en meer van dien. Toen ik die uitte tegen een vriendin, vertelde zij me over de fietspadoorlog die in 2009 plaats heeft gevonden.

New York creëert steeds meer fietspaden en -routes, waaronder ook de Bedford bike lane, die heel Brooklyn doorkruist en die mij veilig richting Williamsburg Bridge, cafe's en yoga brengt. Toen de Chassidische gemeenschap klaagde omdat het fietspad een gevaar voor 'veiligheid en religie' was (zogenaamd omdat kinderen niet veilig uit schoolbussen konden stappen omdat die niet op het fietspad mogen parkeren - maar eigenlijk omdat de kledingstijl van de hipsters de religieuze voorschriften van de Joden in het nauw brengt, zij mogen geen onbedekte huid zien), besloot het Department of Transportation de fietspaden te verwijderen. Hierbij hadden ze niet gerekend op de creatieve aard van de hipsters, die de fietspaden 's nachts weer aanbrachten en om hun protest kracht bij te zetten daarnaast opriepen tot een Freedom Ride waarbij zij topless door de wijk zouden fietsen. Een hevige sneeuwstorm voorkwam dat, maar weerhield de fietsers niet ervan om met voorgebonden plastic borsten blijk van hun ongenoegen te geven.
Het resultaat? Een mooiere, veilige, fietsbaan, enkele blokken verder, en een druk bezocht en duidelijk zichtbaar fietspad op Bedford. Je zou denken dat zeker in een stad als New York, de stad van de immigranten, verschillende mensen met elkaar kunnen leven. Als het hier al niet kan, hoe kunnen we dan hoop hebben voor al die andere plaatsen van onverdraagzaamheid?
Steeds weer werd er berispend gesproken dat New York toch echt niet te vergelijken is met Amsterdam, dat schattige dorp met grachten. Nee, hier, in de stad van de criminaliteit en de gekken, is fietsen een levensgevaarlijke onderneming die serieus moet worden genomen en waar niet te licht gedacht mag worden over veiligheid en diefstal.
Vooralsnog fiets ik dolgelukkig helmloos door de stad. De gekte die me voorspeld werd valt mee, alhoewel ik wel iets oplettender van Ave naar Ave peddel dan dat ik in Amsterdam over de grachten fiets. Maar om nou te zeggen dat het een wildernis is. Nee. In tegendeel: het is heerlijk om met de wind in je haar over de Brooklyn Bridge naar Manhattan te fietsen (maar pas op voor toeristen!), of in Williamsburg koffie te gaan drinken en niet in de donkere metro te hoeven stappen om er te komen.
Ik kwam er echter achter dat hier een verborgen geschiedenis ligt, waar ik mij niet bewust van was.
Om in het zogenaamde hipster gedeelte van Williamsburg te komen, waar de fijne cafeetjes en restaurantjes zijn, moet ik vanuit Bed-Stuy waar ik woon door een wijk waar Chassidische Joden wonen: mannen met hoge zwarte hoeden en pijpenkrullen, vrouwen met pruiken of hoofddoekjes, lange rokken, zwarte nauwsluitende jassen, kinderen met soortgelijke pijpenkrullen en achttiende eeuwse kledij, het wemelt ervan. Tijdens een wandeling enkele weken geleden voelde ik me al, zwak gezegd, niet geheel op mijn plaats. Ik liep natuurlijk in mijn korte rok het straatbeeld te vervuilen, dus met een beetje moeite kon ik me voorstellen dat ik daarom niet alleen volledig genegeerd werd, maar ook dat mensen uit voorzorg de straat overstaken om mij niet tegen te hoeven komen. Al fietsend kwam ik er achter dat dit gedrag echter ook mijn veiligheid op het spel zet, want in hun drang mij niet te willen zien steken mensen snel vlak voor me over, of rijden ze stoïcijns door zonder mij de voorrang te geven wanneer ik die wel heb. Ze hebben letterlijk een blinde vlek voor mensen die niet bij hun gemeenschap horen.
Dit gegeven maakt bij mij nogal veel gefrustreerde gevoelens los over religie, verdraagzaamheid, superioriteit en meer van dien. Toen ik die uitte tegen een vriendin, vertelde zij me over de fietspadoorlog die in 2009 plaats heeft gevonden.

New York creëert steeds meer fietspaden en -routes, waaronder ook de Bedford bike lane, die heel Brooklyn doorkruist en die mij veilig richting Williamsburg Bridge, cafe's en yoga brengt. Toen de Chassidische gemeenschap klaagde omdat het fietspad een gevaar voor 'veiligheid en religie' was (zogenaamd omdat kinderen niet veilig uit schoolbussen konden stappen omdat die niet op het fietspad mogen parkeren - maar eigenlijk omdat de kledingstijl van de hipsters de religieuze voorschriften van de Joden in het nauw brengt, zij mogen geen onbedekte huid zien), besloot het Department of Transportation de fietspaden te verwijderen. Hierbij hadden ze niet gerekend op de creatieve aard van de hipsters, die de fietspaden 's nachts weer aanbrachten en om hun protest kracht bij te zetten daarnaast opriepen tot een Freedom Ride waarbij zij topless door de wijk zouden fietsen. Een hevige sneeuwstorm voorkwam dat, maar weerhield de fietsers niet ervan om met voorgebonden plastic borsten blijk van hun ongenoegen te geven.
Het resultaat? Een mooiere, veilige, fietsbaan, enkele blokken verder, en een druk bezocht en duidelijk zichtbaar fietspad op Bedford. Je zou denken dat zeker in een stad als New York, de stad van de immigranten, verschillende mensen met elkaar kunnen leven. Als het hier al niet kan, hoe kunnen we dan hoop hebben voor al die andere plaatsen van onverdraagzaamheid?
dinsdag 12 april 2011
Sokken
Er is een werelden van sokken. Sokken met een levensverhaal en karakteromschrijving. Ze leven in een wereld waarin je de ene sok nou eenmaal niet kunt vergelijken met de andere. Omdat geen enkele sok hetzelfde is.
Deze sokwereld is vergelijkbaar met die van ons. Er is muziek, er is televisie, en natuurlijk zijn ze ook te vinden op Facebook en Myspace. En deze sokwereld heeft een God. Die Marty Allen heet. En die van gewone sokken personages maakt. Waar hij dan filmpjes mee opneemt, en muziek. En waar hij foto's van verkoopt, in fotolijstjes die hij in een oplage van twintig duizend uit China liet overkomen. Waarop hij op de achterkant de persoonlijkheid van de geportretteerde sok uitlegt. Portretten, die overigens ook al heel veel over de desbetreffende sok vertellen.
Wanneer je met Marty praat, als hij achter zijn stalletje staat, praat hij heel snel. Echt, razend snel. En hij zegt de woorden sock puppets meerdere keren in elke zin. Maar hoe je het ook wendt of keert, hij leeft van zijn sokken. Zijn sokken zijn zijn inkomen.
Ik weet niet of dat komt door de energie en charme van hun schepper, of door hun geweldige uitstraling, hoe dan ook: ook ik liep weg met een portret onder mijn arm. Of beter: zorgvuldig ingepakt in bubbeltjesplastic, (beter bekend als noppenfolie maar dat vind ik niet bij deze sokken passen), want Marty vond het maar niets, mijn idee om het portret gewoon in mijn tas te stoppen tussen de boeken. Liever pakte hij het goed in.
Mijn mede-sokken-portret-adoptie-genoot al snel zijn keuze liet vallen op Lillith Lollybottom, die hem zwoel en zelfs een tikkeltje verlopen aankeek, mijn keus viel op Plim of Zimmy Zambini. Waar Plim er nogal cool uitzag, met haar dat door een windvlaag nonchalant één kant op leek te zijn gewaaid, een soort van rockster zeg maar, zag Zimmy eruit alsof ze net een spook had gezien, of alsof ze zichzelf net in een spiegel had bekeken. Haar haar door alle stress alle kanten op, haar mond nog open na haar schreeuw. Ze leek gered te moeten worden.
Marty stelde me echter gerust: Zimmy is de slimme zus van Plim en Plom, waar ze samen The Fabulous Flying Zambinis mee vormt; een wereld bekend acrobaten trio, waarvan de ouders verpletterd werden door een olifant toen de kinderen nog klein waren. Ze werden door de andere circusartiesten goed opgevangen en ze zorgen goed voor elkaar. Zimmy is de virtuoos van de de drie getalenteerde artiesten, maar heeft een tere geest.
Toen was de keuze snel gemaakt. Plim zou zichzelf wel redden. Ik zorg voor Zimmy.
Deze sokwereld is vergelijkbaar met die van ons. Er is muziek, er is televisie, en natuurlijk zijn ze ook te vinden op Facebook en Myspace. En deze sokwereld heeft een God. Die Marty Allen heet. En die van gewone sokken personages maakt. Waar hij dan filmpjes mee opneemt, en muziek. En waar hij foto's van verkoopt, in fotolijstjes die hij in een oplage van twintig duizend uit China liet overkomen. Waarop hij op de achterkant de persoonlijkheid van de geportretteerde sok uitlegt. Portretten, die overigens ook al heel veel over de desbetreffende sok vertellen.
Wanneer je met Marty praat, als hij achter zijn stalletje staat, praat hij heel snel. Echt, razend snel. En hij zegt de woorden sock puppets meerdere keren in elke zin. Maar hoe je het ook wendt of keert, hij leeft van zijn sokken. Zijn sokken zijn zijn inkomen.
Ik weet niet of dat komt door de energie en charme van hun schepper, of door hun geweldige uitstraling, hoe dan ook: ook ik liep weg met een portret onder mijn arm. Of beter: zorgvuldig ingepakt in bubbeltjesplastic, (beter bekend als noppenfolie maar dat vind ik niet bij deze sokken passen), want Marty vond het maar niets, mijn idee om het portret gewoon in mijn tas te stoppen tussen de boeken. Liever pakte hij het goed in.
Mijn mede-sokken-portret-adoptie-genoot al snel zijn keuze liet vallen op Lillith Lollybottom, die hem zwoel en zelfs een tikkeltje verlopen aankeek, mijn keus viel op Plim of Zimmy Zambini. Waar Plim er nogal cool uitzag, met haar dat door een windvlaag nonchalant één kant op leek te zijn gewaaid, een soort van rockster zeg maar, zag Zimmy eruit alsof ze net een spook had gezien, of alsof ze zichzelf net in een spiegel had bekeken. Haar haar door alle stress alle kanten op, haar mond nog open na haar schreeuw. Ze leek gered te moeten worden.
Marty stelde me echter gerust: Zimmy is de slimme zus van Plim en Plom, waar ze samen The Fabulous Flying Zambinis mee vormt; een wereld bekend acrobaten trio, waarvan de ouders verpletterd werden door een olifant toen de kinderen nog klein waren. Ze werden door de andere circusartiesten goed opgevangen en ze zorgen goed voor elkaar. Zimmy is de virtuoos van de de drie getalenteerde artiesten, maar heeft een tere geest.
Toen was de keuze snel gemaakt. Plim zou zichzelf wel redden. Ik zorg voor Zimmy.
zaterdag 26 maart 2011
Teddy
In principe zijn er maar drie dingen nodig om mij gelukkig te maken. Een podium. Een man. Een instrument. De intensiteit van het geluk kan afhangen van de intimiteit van het podium, de aantrekkelijkheid van de man en het soort instrument - vooralsnog word ik gelukkiger van piano en gitaar dan van triangel, maar daarmee wil ik niet uitsluiten dat er ooit een geweldig goede, en wellicht aantrekkelijke triangelspeler zal zijn die mij tot in het diepste puntje van mijn ziel weet te raken.
Vooralsnog zijn het echter vooral piano's en gitaren die het 'm doen. Ik vind dat niet teveel gevraagd. Zeker niet als ik in het ergste geval - groot podium waar ik op grote afstand van sta, lelijke man die niet kan zingen en vals instrument - alsnog geroerd kan raken door de knulligheid ervan.
Deze avond had echter goede variabelen, zowel qua podium, man als instrument, en was ook nog eens op een bijzondere locatie, het Rubin Museum of Himalayan Art, waar maandelijks de Naked Soul avonden worden georganiseerd. Avonden waarop er op het podium niet meer staat dan een man (en soms vrouw, denk ik) met een instrument, en misschien een microfoon. In dit geval stond de microfoon niet aan. Hij stond er wel, zodat de artiest ergens achter kon staan, maar hij deed het niet. De zaal kon het hebben.
Teddy Thompson, de man in kwestie, stond ongelofelijk nonchalant te wezen. Spijkerbroek, dun vest, long sleeve t-shirt en gitaar. Alsof hij tijdens het joggen door Chelsea langs het museum was gerend en bedacht dat hij eigenlijk net zo goed even kon gaan spelen. De eerste liedjes speelde hij zonder ook maar een woord uitleg te geven. Hij leek een beetje ongemakkelijk, daar in zijn eentje op dat grote podium. Maar langzaam kwam hij steeds meer los, vertelde dat hij eigenlijk geen playlist had, en moest herhaaldelijk zijn iPod erbij halen om te kijken hoe zijn eigen liedjes ook alweer gespeeld moesten worden. Hij was net terug uit Californië, wat hij zelf verklaarde als reden voor zijn relaxedheid.
Ik realiseerde me dat ik, hoewel ik zijn muziek al jaren ken en graag luister, geen enkele tekst ken, en alleen maar melodieën herken. Die dan wel weer lekker meeslepend zijn. Ik ken ook geen enkele titel uit mijn hoofd, zoals andere bezoekers die Teddy probeerden te helpen bij het kiezen uit zijn repertoire. "No, can't do that one without band". "That one is too difficult to sing alone." "I haven't sung that in a long time, don't remember the lyrics."
Door het wegvallen van alle opsmuk, bleef er niet veel meer over dan zijn teksten. En nu pas, voor de eerste keer, hoorde ik hoe groot het verlangen en de deceptie aanwezig zijn in zijn liedjes. Hij wil haar weg hebben, mist haar, voelt zich afgewezen, vraagt zich af wat ze nog samen doen. Teddy's liedjes gaan bijna allemaal over de liefde! En dat maakt hem natuurlijk alleen nog maar nóg leuker!
En een van mijn favorieten:
Vooralsnog zijn het echter vooral piano's en gitaren die het 'm doen. Ik vind dat niet teveel gevraagd. Zeker niet als ik in het ergste geval - groot podium waar ik op grote afstand van sta, lelijke man die niet kan zingen en vals instrument - alsnog geroerd kan raken door de knulligheid ervan.
Deze avond had echter goede variabelen, zowel qua podium, man als instrument, en was ook nog eens op een bijzondere locatie, het Rubin Museum of Himalayan Art, waar maandelijks de Naked Soul avonden worden georganiseerd. Avonden waarop er op het podium niet meer staat dan een man (en soms vrouw, denk ik) met een instrument, en misschien een microfoon. In dit geval stond de microfoon niet aan. Hij stond er wel, zodat de artiest ergens achter kon staan, maar hij deed het niet. De zaal kon het hebben.
Teddy Thompson, de man in kwestie, stond ongelofelijk nonchalant te wezen. Spijkerbroek, dun vest, long sleeve t-shirt en gitaar. Alsof hij tijdens het joggen door Chelsea langs het museum was gerend en bedacht dat hij eigenlijk net zo goed even kon gaan spelen. De eerste liedjes speelde hij zonder ook maar een woord uitleg te geven. Hij leek een beetje ongemakkelijk, daar in zijn eentje op dat grote podium. Maar langzaam kwam hij steeds meer los, vertelde dat hij eigenlijk geen playlist had, en moest herhaaldelijk zijn iPod erbij halen om te kijken hoe zijn eigen liedjes ook alweer gespeeld moesten worden. Hij was net terug uit Californië, wat hij zelf verklaarde als reden voor zijn relaxedheid.
Ik realiseerde me dat ik, hoewel ik zijn muziek al jaren ken en graag luister, geen enkele tekst ken, en alleen maar melodieën herken. Die dan wel weer lekker meeslepend zijn. Ik ken ook geen enkele titel uit mijn hoofd, zoals andere bezoekers die Teddy probeerden te helpen bij het kiezen uit zijn repertoire. "No, can't do that one without band". "That one is too difficult to sing alone." "I haven't sung that in a long time, don't remember the lyrics."
Door het wegvallen van alle opsmuk, bleef er niet veel meer over dan zijn teksten. En nu pas, voor de eerste keer, hoorde ik hoe groot het verlangen en de deceptie aanwezig zijn in zijn liedjes. Hij wil haar weg hebben, mist haar, voelt zich afgewezen, vraagt zich af wat ze nog samen doen. Teddy's liedjes gaan bijna allemaal over de liefde! En dat maakt hem natuurlijk alleen nog maar nóg leuker!
En een van mijn favorieten:
maandag 21 maart 2011
Kaartje
Je bent wie je wil zijn.
Althans, in New York.
In een ideale wereld ben je overal wat je wil zijn, en wordt dat door anderen geaccepteerd. Maar ja, in een ideale wereld is er vrede op aard, is er geen global warming en groeien chocolaatjes aan struiken, zodat je er makkelijk bij kan.
Een ideale wereld bestaat niet. Maar New York komt er in principe in de buurt. Afhankelijk van het onderwerp.
Wat global warming betreft heb ik binnen drie weken mijn tien jaar spaarzaam-lichten-uit-doen-in-kamers-waar-ik-niet-ben en -papier-en-plastic-afval-scheiden en niet-te-lang-douchen en opladers-uit-het-stopcontact-halen-als-er-geen-apparaat-aan-vast-zit (en ga zo maar door) er alweer doorheen gejaagd. Alles komt in plastic bakjes, met plastic vorkjes, en plastic lepels, liefst allemaal in aparte plastic zakjes verpakt en samen in een groter plastic zakje gestopt. Sorry, aarde.
Ook zou ik niet zo snel chocolaatjes van struiken plukken hier, maar er is wel overal veel lekkers te vinden, met ecologische chocoladetaarten, versgebakken muffins, en home made cookies als persoonlijke favorieten.
Vrede op aard is zeker nu ver te zoeken en ook in NY gaat het er niet altijd vriendelijk aan toe. Neem de jongen die 's ochtends vroeg tijdens de ochtendspits in de metro de persoon die hem aanraakte tijdens het naar buiten lopen nog een extra duw gaf en met een bedreigende stem zei: "Don't touch me". Schat, neem dan geen metro op dit tijdstip van de dag. Ga lekker fietsen. Niet alleen heb ik bewonderend naar mensen gekeken die in onmenselijke bochten zich vast probeerden te houden aan stangen of aan het plafond, terwijl ze rustig hun boekje stonden te lezen. Zelf heb ik ook soms lichaamsdelen tussen tassen, benen en lichamen vandaan moeten trekken in de hoop dat ze er niet al te beschadigd uit zouden komen.
Waar New York dicht bij in de buurt komt, qua ideale wereld, is dat er in principe genoeg ruimte is om te zijn wat je wil zijn. Ik sprak een meisje dat zei: "I'm actually a singer, and that's why I came to New York, but I really need to start doing that." Bleek dat ze al vijf jaar hier woonde en als receptioniste bij een kapperszaak werkte. In deze stad is iedereen die je je koffie geeft, je bestelling opneemt of je boodschappen afrekent eigenlijk kunstenaar. En of ze daar nou intensief mee bezig zijn of dat ze dat soms doen, of dat ze er slechts aan denken, dat doet er uiteindelijk niet toe. Je bent wie je wil zijn.
Afhankelijk van de locatie ben je echter ook wat je doet. Op een bijeenkomst van de Netherlands-America-Foundation kwam ik niet weg met: ik doe niet zo veel. Mensen werkten bij banken, promoveerden bij gerenommeerde universiteiten of werkten in het bedrijfsleven. Gelukkig had ik net op tijd een bezigheid gevonden, en kon ik me zo profileren. Ik heb echter nog geen kaartje.
Je kunt hier zijn wie je wil, je kunt doen wat je wil en toch iets anders willen zijn en dat dan zijn, je kunt er niet over nadenken wat je bent, als je maar een kaartje hebt. Iedereen die zich iets noemt, heeft een kaartje dat daar het bewijs van is. Ik loop iedere dag met minstens twee nieuwe kaartjes naar huis, van mensen die mij al dan niet gevraagd het bewijs van hun bestaan in handen drukken.
Met andere woorden: ik moet snel even naar Kinko's..
Althans, in New York.
In een ideale wereld ben je overal wat je wil zijn, en wordt dat door anderen geaccepteerd. Maar ja, in een ideale wereld is er vrede op aard, is er geen global warming en groeien chocolaatjes aan struiken, zodat je er makkelijk bij kan.
Een ideale wereld bestaat niet. Maar New York komt er in principe in de buurt. Afhankelijk van het onderwerp.
Wat global warming betreft heb ik binnen drie weken mijn tien jaar spaarzaam-lichten-uit-doen-in-kamers-waar-ik-niet-ben en -papier-en-plastic-afval-scheiden en niet-te-lang-douchen en opladers-uit-het-stopcontact-halen-als-er-geen-apparaat-aan-vast-zit (en ga zo maar door) er alweer doorheen gejaagd. Alles komt in plastic bakjes, met plastic vorkjes, en plastic lepels, liefst allemaal in aparte plastic zakjes verpakt en samen in een groter plastic zakje gestopt. Sorry, aarde.
Ook zou ik niet zo snel chocolaatjes van struiken plukken hier, maar er is wel overal veel lekkers te vinden, met ecologische chocoladetaarten, versgebakken muffins, en home made cookies als persoonlijke favorieten.
Vrede op aard is zeker nu ver te zoeken en ook in NY gaat het er niet altijd vriendelijk aan toe. Neem de jongen die 's ochtends vroeg tijdens de ochtendspits in de metro de persoon die hem aanraakte tijdens het naar buiten lopen nog een extra duw gaf en met een bedreigende stem zei: "Don't touch me". Schat, neem dan geen metro op dit tijdstip van de dag. Ga lekker fietsen. Niet alleen heb ik bewonderend naar mensen gekeken die in onmenselijke bochten zich vast probeerden te houden aan stangen of aan het plafond, terwijl ze rustig hun boekje stonden te lezen. Zelf heb ik ook soms lichaamsdelen tussen tassen, benen en lichamen vandaan moeten trekken in de hoop dat ze er niet al te beschadigd uit zouden komen.
Waar New York dicht bij in de buurt komt, qua ideale wereld, is dat er in principe genoeg ruimte is om te zijn wat je wil zijn. Ik sprak een meisje dat zei: "I'm actually a singer, and that's why I came to New York, but I really need to start doing that." Bleek dat ze al vijf jaar hier woonde en als receptioniste bij een kapperszaak werkte. In deze stad is iedereen die je je koffie geeft, je bestelling opneemt of je boodschappen afrekent eigenlijk kunstenaar. En of ze daar nou intensief mee bezig zijn of dat ze dat soms doen, of dat ze er slechts aan denken, dat doet er uiteindelijk niet toe. Je bent wie je wil zijn.
Afhankelijk van de locatie ben je echter ook wat je doet. Op een bijeenkomst van de Netherlands-America-Foundation kwam ik niet weg met: ik doe niet zo veel. Mensen werkten bij banken, promoveerden bij gerenommeerde universiteiten of werkten in het bedrijfsleven. Gelukkig had ik net op tijd een bezigheid gevonden, en kon ik me zo profileren. Ik heb echter nog geen kaartje.
Je kunt hier zijn wie je wil, je kunt doen wat je wil en toch iets anders willen zijn en dat dan zijn, je kunt er niet over nadenken wat je bent, als je maar een kaartje hebt. Iedereen die zich iets noemt, heeft een kaartje dat daar het bewijs van is. Ik loop iedere dag met minstens twee nieuwe kaartjes naar huis, van mensen die mij al dan niet gevraagd het bewijs van hun bestaan in handen drukken.
Met andere woorden: ik moet snel even naar Kinko's..
zaterdag 12 maart 2011
Zwijmelen
Ik hou van films die zich in New York afspelen. En dat zijn er nog al wat.. Wat ik nog fijner vind is om films die zich in New York afspelen, in New York te zien.
Daar waar ik bij Nederlandse films nooit helemaal in het verhaal kan komen omdat ik me niet over de onwaarheden heen kan zetten (Je kunt je auto niet op de Munt parkeren, niet 's nacht en nooit niet, beste Reinout Oerlemans. En de wc's van Tuschinski zijn te vinden in Tuschinski en niet op andere locaties, beste Antoinette Beumer), ken ik de stad niet goed genoeg en ben ik nog steeds zo extatisch over alles dat iedere onwaarheid die me wellicht op zou vallen me niet kan deren. En wat is er nou leuker dan een film die zich in New York afspeelt, te zien in New York, terwijl de New Yorkse metro duidelijk hoorbaar onder de bioscoopzaal raast? Hoewel de Not For Tourist gids dit nou juist een een nadeel van deze locatie vindt, vond ik het alleen maar een extra toevoeging.
Nu zijn er heel veel verschillende films over New York. Je hebt enge films, als Aftershock, Earthquacke in New York of Cloudy with a Chance of Meatballs, je hebt actiefilms als Spiderman of The Day After Tomorrow, je hebt blockbusters als Sex and the City (de film) en Confessions of a Shopaholic en je hebt goede films, met ongeveer het hele oeuvre van Woody Allen, the Godfather en Smoke, die in mijn buurt schijnt te zijn opgenomen.
Maar waar ik, in alle eerlijkheid, het meest van hou zijn de Indiefilms, over het zogenaamde alledaagse leven van jonge New Yorkers waar ik me dan zo lekker mee kan identificeren. Het zijn meestal wannabe artist (check) die zich door moeilijke perioden in hun leven heen worstelen (check) terwijl ze leuke dingen met hun vrienden doen (check) en die hopen dat het later als ze groot zijn toch nog goed met ze komt (check). Het gaat gepaard met veel koffie op bankjes in parken, drank in donkere barretjes en veel persoonlijke ontboezemingen (check, check, check). Om het geheel toch nog een rode draad te geven is er vaak minstens een vreemd voorval dat gedurende de hele film zich langzaam ontspint.
Zo was daar drie jaar geleden Nick and Nora's Infinte playlist, die over iets jongere New Yorkers ging, zag ik twee jaar geleden New York I Love You, met elf korte verhalen over liefde in New York, en is daar nu Happythankyoumoreplease. Geschreven, geregisseerd en gespeeld door Josh Radnor, die voor velen bekend is van de tv-serie How I Met You Mother waarin hetzelfde principe wordt gehanteerd als in de Indiefilm. Vandaar dat een kritische noot zou kunnen zijn dat ik soms niet meer wist of Josh nou Ted uit de serie of Sam uit de film was. En nog kritischer zou het zijn om te zeggen dat dat er eigenlijk weinig toe deed.
Maar het deed me allemaal niets, ik vond het gewoon fijn. Fijne film, fijne stad, fijne acteur(s) (bijkomend plus puntje: Josh schijnt allergisch voor honden te zijn.) fijne filmlocatie en hele fijne muziek en daarna fijn met de metro naar huis.
Happy. Thank You. More please.
Daar waar ik bij Nederlandse films nooit helemaal in het verhaal kan komen omdat ik me niet over de onwaarheden heen kan zetten (Je kunt je auto niet op de Munt parkeren, niet 's nacht en nooit niet, beste Reinout Oerlemans. En de wc's van Tuschinski zijn te vinden in Tuschinski en niet op andere locaties, beste Antoinette Beumer), ken ik de stad niet goed genoeg en ben ik nog steeds zo extatisch over alles dat iedere onwaarheid die me wellicht op zou vallen me niet kan deren. En wat is er nou leuker dan een film die zich in New York afspeelt, te zien in New York, terwijl de New Yorkse metro duidelijk hoorbaar onder de bioscoopzaal raast? Hoewel de Not For Tourist gids dit nou juist een een nadeel van deze locatie vindt, vond ik het alleen maar een extra toevoeging.
Nu zijn er heel veel verschillende films over New York. Je hebt enge films, als Aftershock, Earthquacke in New York of Cloudy with a Chance of Meatballs, je hebt actiefilms als Spiderman of The Day After Tomorrow, je hebt blockbusters als Sex and the City (de film) en Confessions of a Shopaholic en je hebt goede films, met ongeveer het hele oeuvre van Woody Allen, the Godfather en Smoke, die in mijn buurt schijnt te zijn opgenomen.
Maar waar ik, in alle eerlijkheid, het meest van hou zijn de Indiefilms, over het zogenaamde alledaagse leven van jonge New Yorkers waar ik me dan zo lekker mee kan identificeren. Het zijn meestal wannabe artist (check) die zich door moeilijke perioden in hun leven heen worstelen (check) terwijl ze leuke dingen met hun vrienden doen (check) en die hopen dat het later als ze groot zijn toch nog goed met ze komt (check). Het gaat gepaard met veel koffie op bankjes in parken, drank in donkere barretjes en veel persoonlijke ontboezemingen (check, check, check). Om het geheel toch nog een rode draad te geven is er vaak minstens een vreemd voorval dat gedurende de hele film zich langzaam ontspint.
Zo was daar drie jaar geleden Nick and Nora's Infinte playlist, die over iets jongere New Yorkers ging, zag ik twee jaar geleden New York I Love You, met elf korte verhalen over liefde in New York, en is daar nu Happythankyoumoreplease. Geschreven, geregisseerd en gespeeld door Josh Radnor, die voor velen bekend is van de tv-serie How I Met You Mother waarin hetzelfde principe wordt gehanteerd als in de Indiefilm. Vandaar dat een kritische noot zou kunnen zijn dat ik soms niet meer wist of Josh nou Ted uit de serie of Sam uit de film was. En nog kritischer zou het zijn om te zeggen dat dat er eigenlijk weinig toe deed.
Maar het deed me allemaal niets, ik vond het gewoon fijn. Fijne film, fijne stad, fijne acteur(s) (bijkomend plus puntje: Josh schijnt allergisch voor honden te zijn.) fijne filmlocatie en hele fijne muziek en daarna fijn met de metro naar huis.
Happy. Thank You. More please.
dinsdag 8 maart 2011
China
Gisteren liep ik in de stromende regen om half elf met twee mensen door Chinatown. We hadden honger en het leek ons dat je daar op dit voor New York niet onchristelijke tijdstip toch wel moest kunnen eten. Terwijl we door de smalle straatjes liepen zagen we het ene na het andere rolluik dichtgaan, werden stoepjes voor de laatste maal die dag aangeveegd en zorgde de regen voor een verlaten sfeer. Tot we licht zagen branden en zagen hoe binnen een stuk of zeven obers en vijf koks neerzegen na een dag hard werken. Op onze vraag of we nog eten konden krijgen, werd er even in het Chinees gepraat en kregen we een korte knik, kom maar binnen. Onder het toeziend oog van twaalf Chinezen aten we snel onze Foe jong hai. Weer in de regen bespraken we de Chinese arbeidsethos: als je geld kan verdienen moet je het doen.
Vandaag zag ik de Tegenlicht documentaire over De Chinese bubbel, waarin een taxichauffeur concludeert dat hij honderd tot tweehonderd jaar zou moeten werken om een huis te kunnen kopen in de stad, en de vastgoedmagnaat besluit een stuk grond in, jawel, New York te willen kopen om er een Aziatische stad op te bouwen. "Dan noem ik het Asian Star of New Asia." De positiviteit straalt er vanaf, van de Chinezen. Of in ieder geval van de rijkere Chinezen. Zij hebben grote dromen, willen veel bereiken. De taxichauffeur hoopt dat de economie niet instort omdat er dan minder mensen met de taxi zullen willen reizen. De steigerbouwer verlangt naar het China van lang geleden. Hij voelt zich hier niet thuis, maar "zelfs in mijn dromen begeef ik me in de lucht".
De film liet me denken aan het Go West Project, van journalist Michiel Hulshof en architect Daan Roggeveen. Zij onderzoeken de ontwikkeling van nieuwe metropolen in China, die zich door de stagnerende groei van de miljoenensteden in het oosten steeds meer westwaarts strekt. In een presentatie over hun project, dat uiteindelijk in een boek resulteert, lieten zij vorig jaar in de Balie zien hoe China zich langzaam vult met nog lege steden, met lege woningen, lege (snel)wegen en enorme lege winkelcentra, waar nu nog niemand loopt, maar die wachten tot de miljoenen mensen die de komende jaren naar de stad zullen trekken, hen zullen vinden.
Volgens de econoom in De Chinese bubbel is vastgoed de enige manier van beleggen in een land waar je niet in het buitenland mag investeren, en in een tijd waarin aandelen te wisselvallig zijn. Maar op de website van het Go West Project staart de leegte je foto na foto aan.
Het deed me, om af te sluiten, denken aan een project waar ik al eerder over schreef: Highrise, out of my window. waar Tainan (ooit overigens door Nederlanders gesticht) de enige "Chinese" stad is in dit project. Het lijkt me toch dat er genoeg andere steden ook een prachtige bijdragen zouden kunnen leveren.
En bezoek de sites! Echt! Ze zijn geweldig!
Vandaag zag ik de Tegenlicht documentaire over De Chinese bubbel, waarin een taxichauffeur concludeert dat hij honderd tot tweehonderd jaar zou moeten werken om een huis te kunnen kopen in de stad, en de vastgoedmagnaat besluit een stuk grond in, jawel, New York te willen kopen om er een Aziatische stad op te bouwen. "Dan noem ik het Asian Star of New Asia." De positiviteit straalt er vanaf, van de Chinezen. Of in ieder geval van de rijkere Chinezen. Zij hebben grote dromen, willen veel bereiken. De taxichauffeur hoopt dat de economie niet instort omdat er dan minder mensen met de taxi zullen willen reizen. De steigerbouwer verlangt naar het China van lang geleden. Hij voelt zich hier niet thuis, maar "zelfs in mijn dromen begeef ik me in de lucht".
De film liet me denken aan het Go West Project, van journalist Michiel Hulshof en architect Daan Roggeveen. Zij onderzoeken de ontwikkeling van nieuwe metropolen in China, die zich door de stagnerende groei van de miljoenensteden in het oosten steeds meer westwaarts strekt. In een presentatie over hun project, dat uiteindelijk in een boek resulteert, lieten zij vorig jaar in de Balie zien hoe China zich langzaam vult met nog lege steden, met lege woningen, lege (snel)wegen en enorme lege winkelcentra, waar nu nog niemand loopt, maar die wachten tot de miljoenen mensen die de komende jaren naar de stad zullen trekken, hen zullen vinden.
Volgens de econoom in De Chinese bubbel is vastgoed de enige manier van beleggen in een land waar je niet in het buitenland mag investeren, en in een tijd waarin aandelen te wisselvallig zijn. Maar op de website van het Go West Project staart de leegte je foto na foto aan.
Het deed me, om af te sluiten, denken aan een project waar ik al eerder over schreef: Highrise, out of my window. waar Tainan (ooit overigens door Nederlanders gesticht) de enige "Chinese" stad is in dit project. Het lijkt me toch dat er genoeg andere steden ook een prachtige bijdragen zouden kunnen leveren.
En bezoek de sites! Echt! Ze zijn geweldig!
donderdag 24 februari 2011
Big Apple
Het is gemakkelijk om weg te zwijmelen bij mooie fantasieën over grote avonturen, belangrijke gebeurtenissen of andere toekomstige en wellicht daadwerkelijk uitgevoerde projecten. Maar om er dan vervolgens werk van te maken, dat is toch wel een tweede.
Dus kon ik heel makkelijk twee jaar geleden besluiten om over een jaar (in 2010) in New York te zullen wonen. Ik zag het al helemaal voor me: koffie drinken met vrienden in een van de duizenden coffeeshops, aan het werk op een plek met uitzicht over Manhattan, en net als alle andere commuters 's ochtends verveeld in de metro zitten omdat je nu wel weet hoe je het snelst op de plek van bestemming moet komen. Op het moment dat ik het bedacht zweefde ik bij iedere stap die ik zette nog op een halve meter hoogte van geluk omdat ik er (weer) was. Een half jaar eerder zette ik er mijn eerste stappen, werd verliefd, en besloot terug te gaan. Tijdens mijn tweede bezoek werd ik steeds weer emotioneel als ik dacht aan dat grote besluit dat ik zojuist genomen had. Dit zou mijn thuis worden!
Na terugkomst bleek het allemaal niet zo gemakkelijk. Zelfs het uitzoeken van de mogelijkheden kostte tijd en moeite en was vooral erg ontmoedigend. Hoewel ik in mijn fantasieën nog steeds koffie zat te drinken met nog onbekende vrienden, fietste ik in werkelijkheid gewoon weer door Amsterdam, dat er opeens veel mooier, fijner en zonniger uitzag dan dat ik het ooit had gezien. In de afgelopen twee jaar ben ik hernieuwde liefde voor Amsterdam gaan voelen. voor de cafés en theaters, waar ik met vrienden koffie drink, voor het feit dat ik overal op de fiets naar toe kan gaan, voor mijn werk en werkplek. Voor mijn leven hier.
Een mooi moment dus om er even uit te stappen. Niet voor altijd, en helemaal niet lang. Maar lang genoeg om even echt weg te zijn, en andere dingen te proberen. Zonder werk, zonder doel. Ik ga koffie drinken in New York. Ik ga schrijven, filmen en leven. En als het ook daar niet van komt (van dat schrijven en filmen) dan ga ik er gewoon zijn. Omdat het kan. Omdat mijn fantasie in verkleinde versie en met dank aan velen werkelijkheid is geworden.
De belangrijkste les? Dat je moet blijven fantaseren, maar dat je ook moet doen. Want who knows, sometimes dreams can come true.
Talking Big Apple '75
Dus kon ik heel makkelijk twee jaar geleden besluiten om over een jaar (in 2010) in New York te zullen wonen. Ik zag het al helemaal voor me: koffie drinken met vrienden in een van de duizenden coffeeshops, aan het werk op een plek met uitzicht over Manhattan, en net als alle andere commuters 's ochtends verveeld in de metro zitten omdat je nu wel weet hoe je het snelst op de plek van bestemming moet komen. Op het moment dat ik het bedacht zweefde ik bij iedere stap die ik zette nog op een halve meter hoogte van geluk omdat ik er (weer) was. Een half jaar eerder zette ik er mijn eerste stappen, werd verliefd, en besloot terug te gaan. Tijdens mijn tweede bezoek werd ik steeds weer emotioneel als ik dacht aan dat grote besluit dat ik zojuist genomen had. Dit zou mijn thuis worden!
Na terugkomst bleek het allemaal niet zo gemakkelijk. Zelfs het uitzoeken van de mogelijkheden kostte tijd en moeite en was vooral erg ontmoedigend. Hoewel ik in mijn fantasieën nog steeds koffie zat te drinken met nog onbekende vrienden, fietste ik in werkelijkheid gewoon weer door Amsterdam, dat er opeens veel mooier, fijner en zonniger uitzag dan dat ik het ooit had gezien. In de afgelopen twee jaar ben ik hernieuwde liefde voor Amsterdam gaan voelen. voor de cafés en theaters, waar ik met vrienden koffie drink, voor het feit dat ik overal op de fiets naar toe kan gaan, voor mijn werk en werkplek. Voor mijn leven hier.
Een mooi moment dus om er even uit te stappen. Niet voor altijd, en helemaal niet lang. Maar lang genoeg om even echt weg te zijn, en andere dingen te proberen. Zonder werk, zonder doel. Ik ga koffie drinken in New York. Ik ga schrijven, filmen en leven. En als het ook daar niet van komt (van dat schrijven en filmen) dan ga ik er gewoon zijn. Omdat het kan. Omdat mijn fantasie in verkleinde versie en met dank aan velen werkelijkheid is geworden.
De belangrijkste les? Dat je moet blijven fantaseren, maar dat je ook moet doen. Want who knows, sometimes dreams can come true.
Talking Big Apple '75
donderdag 24 september 2009
Ellis Ashbrook
Ik schreef al eerder over deze band uit New York (oorspronkelijk uit Boston), en mijn bezoek aan hun optreden. Deze zomer maakten ze een videoclip, Hard 2 B EZ. Die ik natuurlijk graag promoot via deze weg. Op Youtube is ook een 'making of' te vinden. Voor een beginnend bandje vind ik dat het er allemaal professioneel uitziet!
vrijdag 11 september 2009
Theorie
Acht jaar geleden stortten de Twin Towers in en kwam ook Building no 7 naar beneden.
Grote kans dat alleen al door het noemen van het laatste mensen afhaken om nog door te lezen. Building no 7 is namelijk een van de speerpunten van alle organisaties die geloven dat er meer verhalen achter alle ellende van 11 september zitten. Verhalen die niet door de gewone media getoond zullen worden. De meeste mensen doen die verhalen af als complot theorieën, die niet serieus genomen moeten worden.
Ik durf eerlijk gezegd geen zinnige uitspraak te doen over al deze onderwerpen. Ik weet er te weinig vanaf. Vorig jaar ontmoette ik mensen die alles op alles zetten om de waarheid zoals zij die zien boven water te krijgen. Zij overlaadden me met links, films en informatie die hun uitspraken bevestigden. Ik weet niet wat ik moet geloven. Ik wil er wel over weten. Alle invalshoeken en ideeën. Ik wil weten wat er gezegd wordt, welke argumenten daarvoor gebruikt worden en welke tegenargumenten er zijn.
Maar zelfs al het uiten van deze twijfel, leidde ertoe dat veel mensen om mij heen me argwanend aankeken. Op zijn zachts gezegd. Wanneer ik liet merken dat ik ook de tegenargumenten wilde weten, haakten de meeste gesprekspartners af omdat ik niet meer serieus te nemen was.
Op deze dag waag ik het er op. Wellicht raak ik nu mijn kleine lezersschare kwijt omdat mijn geloofwaardigheid wederom in twijfel wordt getrokken. Het zij zo. Ik denk zelf dat het niet zo slecht is om te willen horen wat anderen te zeggen hebben.
Voor een ieder die het tot hier gehaald heeft een link. En volgende keer schrijf ik dan weer gewoon over de mooie dingen in het leven.
Grote kans dat alleen al door het noemen van het laatste mensen afhaken om nog door te lezen. Building no 7 is namelijk een van de speerpunten van alle organisaties die geloven dat er meer verhalen achter alle ellende van 11 september zitten. Verhalen die niet door de gewone media getoond zullen worden. De meeste mensen doen die verhalen af als complot theorieën, die niet serieus genomen moeten worden.
Ik durf eerlijk gezegd geen zinnige uitspraak te doen over al deze onderwerpen. Ik weet er te weinig vanaf. Vorig jaar ontmoette ik mensen die alles op alles zetten om de waarheid zoals zij die zien boven water te krijgen. Zij overlaadden me met links, films en informatie die hun uitspraken bevestigden. Ik weet niet wat ik moet geloven. Ik wil er wel over weten. Alle invalshoeken en ideeën. Ik wil weten wat er gezegd wordt, welke argumenten daarvoor gebruikt worden en welke tegenargumenten er zijn.
Maar zelfs al het uiten van deze twijfel, leidde ertoe dat veel mensen om mij heen me argwanend aankeken. Op zijn zachts gezegd. Wanneer ik liet merken dat ik ook de tegenargumenten wilde weten, haakten de meeste gesprekspartners af omdat ik niet meer serieus te nemen was.
Op deze dag waag ik het er op. Wellicht raak ik nu mijn kleine lezersschare kwijt omdat mijn geloofwaardigheid wederom in twijfel wordt getrokken. Het zij zo. Ik denk zelf dat het niet zo slecht is om te willen horen wat anderen te zeggen hebben.
Voor een ieder die het tot hier gehaald heeft een link. En volgende keer schrijf ik dan weer gewoon over de mooie dingen in het leven.
donderdag 10 september 2009
400
Deze week is het dan zo ver: Holland aan de Hudson. Deze week worden 400 jaar "ononderbroken vriendschap tussen Nederland en New York" gevierd. Het koninklijk paar keurde de Empire State toren oranje, er voeren Nederlandse schepen over de Hudson en morgen begint een klein Oerol/Parade festival op Governors Island
Ik vermoed dat geen enkele New Yorker hier koud of warm van zal worden. Misschien dat ze zich even verwonderd hebben afgevraagd wat er nu weer aan de hand was, toen er een politie escorte richting Emipe State Building reed.
Naast al deze activiteiten die op een of andere manier iets moeten duidelijk maken wat ze volgens mij niet doen, zag ik vandaag echter ook een prachtige samensmelting van twee culturen: Man bijt hond goes NY.
Nu koester ik stiekem de wens om ooit bij Man bijt hond te mogen werken. Omdat dit programma op ultieme wijze (en vaak tenenkrommend), echte verhalen van normale mensen laat zien. Waarbij meestal blijkt dat echt iedereen een verhaal heeft. Hoe knullig ook.
Nu zitten ze dus in New York. Waar ze met een 'dominee' meegaan die preekt tegen de consumptiemaatschappij en met een taxichauffeur die leeft in het nachtelijke New York. De babbelbox staat in Central Park (met de vraag: what does a Dutchman mean when he says: a hero on socks?) en kloppen ze van uptown tot downtown aan bij de mensen met de vraag: wat bent u aan het doen?
En wat blijkt? Ook in New York zijn er verhalen. En ze zijn niet specialer of gekker dan in Nederland tussen hot en her. Ze zijn hetzelfde. Net zo ontroerend en bijzonder. Of misschien komt dat toch omdat ze uiteindelijk van ' ons' afstammen?
Klik hier voor fragmenten uit de uitzending van gisteren, waarin onder andere boer Frans Zwaagstra zijn boerderij verlaat voor een andere wereld...
Ik vermoed dat geen enkele New Yorker hier koud of warm van zal worden. Misschien dat ze zich even verwonderd hebben afgevraagd wat er nu weer aan de hand was, toen er een politie escorte richting Emipe State Building reed.
Naast al deze activiteiten die op een of andere manier iets moeten duidelijk maken wat ze volgens mij niet doen, zag ik vandaag echter ook een prachtige samensmelting van twee culturen: Man bijt hond goes NY. Nu koester ik stiekem de wens om ooit bij Man bijt hond te mogen werken. Omdat dit programma op ultieme wijze (en vaak tenenkrommend), echte verhalen van normale mensen laat zien. Waarbij meestal blijkt dat echt iedereen een verhaal heeft. Hoe knullig ook.
Nu zitten ze dus in New York. Waar ze met een 'dominee' meegaan die preekt tegen de consumptiemaatschappij en met een taxichauffeur die leeft in het nachtelijke New York. De babbelbox staat in Central Park (met de vraag: what does a Dutchman mean when he says: a hero on socks?) en kloppen ze van uptown tot downtown aan bij de mensen met de vraag: wat bent u aan het doen?
En wat blijkt? Ook in New York zijn er verhalen. En ze zijn niet specialer of gekker dan in Nederland tussen hot en her. Ze zijn hetzelfde. Net zo ontroerend en bijzonder. Of misschien komt dat toch omdat ze uiteindelijk van ' ons' afstammen?
Klik hier voor fragmenten uit de uitzending van gisteren, waarin onder andere boer Frans Zwaagstra zijn boerderij verlaat voor een andere wereld...
zondag 1 maart 2009
Toetje
Ik probeer de herinnering vast te houden aan het gevoel dat ik eergisteren had, toen ik door Brooklyn liep. De stoeptegels, het verkeer, de koffie die ik dronk in het park. Het uitzicht over de East River op Manhattan, waar ik zeker een uur heb zitten kijken. Het gevoel dat New York me geeft heb ik niet eerder gehad. Ik weet niet of ik het kan omschrijven. Het is het gevoel dat je er bent. Daar waar het gebeurt. Ook al ben je er niet letterlijk bij, dan ben je in ieder geval in de buurt. En wat er dan zoal gebeurt, dat kan verschillen. Het hoeven geen grote dingen als vallende gebouwen, mega evenementen of historische gebeurtenissen te zijn. Ook geen interessante musts, zoals bijzondere uitzichten zien, musea bezichtigen of hippe plekken bezoeken. Het gaat erom dat in deze stad nieuwe dingen worden bedacht. Dat hier de oorsprong van gedachten, muziek, theater en kunst ligt. Niet van alles, maar wel van veel. En er kan zomaar iets nieuws ontstaan.
En tegelijkertijd gaat het juist helemaal niet om. Gaat het om de kleine dingen, de gesprekken in de metro, de avonden met vrienden, een nieuwe plek om de hoek ontdekken.
Ik kreeg een toetje.
Ik stond al klaar om het vliegtuig in te stappen, toen bleek dat er helemaal geen vliegtuig was en ik mijn aansluiting zou missen. Dus mocht ik met de taxi weer terug, en beleefde ik een avond die ik ken van vroeger, met kleine optredens en grote gebaren. Herkende ik mensen die er niet waren, omdat op dit soort avonden er altijd iemand is die eindeloos doorgaat met zijn act, en er altijd iemand is die heel mooi kan zingen, en altijd iemand is die iedereen ontroert.
Ik dronk een bijzonder kopje thee en keek toe.
Het was een avond die in het teken stond van dank. Dus bij deze: dank aan de mensen van HoY, hun nieuwste HoY-boy, en ook aan US Airways, omdat ik niet alleen nog een dag langer in NY mocht blijven, maar ook nog eens een een onvergetelijke avond had!
En tegelijkertijd gaat het juist helemaal niet om. Gaat het om de kleine dingen, de gesprekken in de metro, de avonden met vrienden, een nieuwe plek om de hoek ontdekken.
Ik kreeg een toetje.
Ik stond al klaar om het vliegtuig in te stappen, toen bleek dat er helemaal geen vliegtuig was en ik mijn aansluiting zou missen. Dus mocht ik met de taxi weer terug, en beleefde ik een avond die ik ken van vroeger, met kleine optredens en grote gebaren. Herkende ik mensen die er niet waren, omdat op dit soort avonden er altijd iemand is die eindeloos doorgaat met zijn act, en er altijd iemand is die heel mooi kan zingen, en altijd iemand is die iedereen ontroert.
Ik dronk een bijzonder kopje thee en keek toe.
Het was een avond die in het teken stond van dank. Dus bij deze: dank aan de mensen van HoY, hun nieuwste HoY-boy, en ook aan US Airways, omdat ik niet alleen nog een dag langer in NY mocht blijven, maar ook nog eens een een onvergetelijke avond had!
dinsdag 24 februari 2009
maandag 23 februari 2009
Avondje uit
Links van me zie ik de skyline van New York. The Empire State Building, nog net zichtbaar in de bewolkte lucht. Het regent. En ik zit in een andere wereld, Thuis bij Erwin en Scott, die in NJ wonen. Het lijkt onwerkelijk, de stad aan de overkant van het water. En toch is het echt. Ik zie auto's rijden, lichtjes aan en uit gaan.
Afgelopen week zat ik op een pluche rode bank, in een vreemd alternatief theater in Brooklyn, waar J sinds deze week woont, en vroeg ik me af waar ik nou weer terecht was gekomen.
Eerder die avond speelde de band in de Lower East Side. Daarna gingen we, met 14 mensen in een busje gepropt, over de Brooklyn Bridge, naar J's huis. Een theatergroep heeft een oud pakhuis omgebouwd tot theater, met op de tweede etage kantoren en daarboven kamers. Zonder ramen, dat wel. Maar wel redelijk groot, en lekker alternatief. Daar aangekomen bleek dat het gastoptreden van de freaks nog niet klaar was. En werden we dus getrakteerd op de meest bizarre voorstelling die ik ooit gezien heb. Een dwerg zonder armen die een drumstel optilde aan kettingen die aan zijn oorringen werden bevestigd, een meneer die van top tot teen getatoeerd was met groene puzzelstukjes (nee, echt, overal (en die een of ander goedje uit zijn maag oppompte dat vervolgens door iemand anders werd opgedronken), een jongen die de fooien van die dag op zijn lijf liet nieten (men mocht zijn dollar met een nietmachine op zijn lijf bevestigen) en nog een paar ietwat gewonere mensen die gewoon vreemd geverfd waren en andere rariteiten uithaalden.
En ik was niet eens zo heel erg onder de invloed van het een en ander.
Uiteindelijk belandden we met de freaks om 3 uur 's nachts in een Mexicaans restaurant, want eten moet je toch. Beetje kletsen. Zo zei puzzelman bijvoorbeeld dat zijn oorstukjes (ja, hij heeft stukjes uit zijn oren laten halen om nog meer op een puzzel te lijken) in een diepvries in Vegas liggen. Dat soort gesprekken. Verder zijn het aardige mensen hoor. Alleen is het toch even schrikken als je 's ochtends puzzelman in zijn onderbroek tegen komt..
Afgelopen week zat ik op een pluche rode bank, in een vreemd alternatief theater in Brooklyn, waar J sinds deze week woont, en vroeg ik me af waar ik nou weer terecht was gekomen.
Eerder die avond speelde de band in de Lower East Side. Daarna gingen we, met 14 mensen in een busje gepropt, over de Brooklyn Bridge, naar J's huis. Een theatergroep heeft een oud pakhuis omgebouwd tot theater, met op de tweede etage kantoren en daarboven kamers. Zonder ramen, dat wel. Maar wel redelijk groot, en lekker alternatief. Daar aangekomen bleek dat het gastoptreden van de freaks nog niet klaar was. En werden we dus getrakteerd op de meest bizarre voorstelling die ik ooit gezien heb. Een dwerg zonder armen die een drumstel optilde aan kettingen die aan zijn oorringen werden bevestigd, een meneer die van top tot teen getatoeerd was met groene puzzelstukjes (nee, echt, overal (en die een of ander goedje uit zijn maag oppompte dat vervolgens door iemand anders werd opgedronken), een jongen die de fooien van die dag op zijn lijf liet nieten (men mocht zijn dollar met een nietmachine op zijn lijf bevestigen) en nog een paar ietwat gewonere mensen die gewoon vreemd geverfd waren en andere rariteiten uithaalden.
En ik was niet eens zo heel erg onder de invloed van het een en ander.
Uiteindelijk belandden we met de freaks om 3 uur 's nachts in een Mexicaans restaurant, want eten moet je toch. Beetje kletsen. Zo zei puzzelman bijvoorbeeld dat zijn oorstukjes (ja, hij heeft stukjes uit zijn oren laten halen om nog meer op een puzzel te lijken) in een diepvries in Vegas liggen. Dat soort gesprekken. Verder zijn het aardige mensen hoor. Alleen is het toch even schrikken als je 's ochtends puzzelman in zijn onderbroek tegen komt..
vrijdag 20 februari 2009
Inspiratie
Ik ben nu een week hier en heb de man van mijn leven alweer twee keer gezien. Hopelijk vanavond een derde, en waarschijnlijk laatste, keer. Het was een heel avontuur om hem te zien optreden in Montclair, NJ. De reis heen viel mee (los van dat mijn reisgenoot zijn jas verloor en nooit meer weder zal zien), maar terug duurde wat langer. Gelukkig ligt mijn appartement erg centraal en hoefde ik niet naar de rafelranden van de stad te reizen. Veel muziek gezien, veel koffie gedronken, veel gelezen. En al wat daarbij hoort. Veel gesprekken, veel indrukken. En veel ideeen. Waarvan ik nog niet precies weet wat ik ermee moet. Maar dat zal de tijd wel leren. Oude vrienden gezien, en vrienden van vrienden.
Met nog een week te gaan en veel afspraken op mijn agenda tel ik met vrees de dagen die ik nog heb..
Ik moet misschien maar weer gaan sparen voor een ticket.
Met nog een week te gaan en veel afspraken op mijn agenda tel ik met vrees de dagen die ik nog heb..
Ik moet misschien maar weer gaan sparen voor een ticket.
Abonneren op:
Posts (Atom)