maandag 23 januari 2012

Pina

Ik zag Kontakthof tijdens het Holland Festival in 2003, toen ik een maand lang overdag zat weggestopt in een kassahokje in de Schouwburg. 's Avonds kon ik voorstellingen zien, waaronder deze prachtige dansvoorstelling met twintig oudere dansers, een remake uit 1978. Ik herinner me nog duidelijk de sensatie die ik had in Carre: ik wist dat ik iets bijzonders zag. Niet alleen het concept van de oudere dansers, of gewoon al het feit in Carre te zijn, maar vooral dat ik een voorstelling van de Grote Pina zag, een vrouw die zo'n gevestigde naam was, dat ik me bijna schaamde nog nooit eerder een voorstelling van haar te hebben gezien.

Haar dans op Le Sacre du Printemps was me wel bekend, al was het maar omdat ik drie jaar eerder, ook tijdens het HF, me verdiept had in alles wat met Le Sacre te maken had toen ik bij de voorstelling Zingaro werkte. Waar de nieuwste versie van Kontakthof ingetogen en fragiel was, was Le Sacre heftig, intens, uitputtend. Zelf vanachter mijn computerschermpje voelde ik de ademhaling van de dansers, rook ik de aarde.

En dat gebeurde weer toen ik een paar weken geleden met een 3D bril op in de BAM filmzaal in Brooklyn zat. Wim Wenders maakte een film over haar, voor haar, Pina. Nu ben ik meestal niet zo van de 3D: ik vind het teveel gedoe, voor een extra toevoeging die ik meestal niet zo interessant vind. Maar bij deze film was het anders. Hij was tactiel, met prachtige beelden, waarbij het voelde alsof je de dansers kon aanraken, alsof ze vlak om je heen dansten. Soms waaide een jurk bijna in je gezicht, of moest je een doek weg duwen om hen weer te kunnen zien. Het was alsof je er naast stond.
De beelden die Pina creëerde dragen daar natuurlijk ook aan bij: onwaarschijnlijke situaties, als een enorme rots op het podium, met een eindeloze waterval ernaast, waarbij dansers door het water schuiven als insecten. Of een glazen kamer in een bos, waarbij de dansers uiteindelijk uitbreken en de vrijheid in rennen. Wanneer de deuren open gaan ruik je de bomen, de grond, die eerder alleen achter glas zichtbaar was. En natuurlijk Le Sacre.

Ze komt er bijna niet in voor, in de film die haar naam draagt. Maar een van de weinige dingen die ze zegt is: als de woorden op zijn, komt de dans. En daarmee bracht ze precies onder woorden wat ik voelde terwijl ik keek.

PINA - Dance, dance, otherwise we are lost - International Trailer from neueroadmovies on Vimeo.

zondag 22 januari 2012

Poëzie

Ooit begon ik mijn leescarrière met Pinkeltje en Wipneus en Pim, om vervolgens de geschiedenis in de te duiken met de boeken van Thea Beckman. Mijn eerste "volwassen" boeken waren de mysteries van Agatha Christy. Maar achttien jaar geleden zette ik mijn eerste stappen in de Nederlandse literatuur. Wolkers, Mulisch, Couperus.

De pauzes op mijn middelbare school bracht ik door in de bibliotheek, waar ik dan gedichten ging lezen en spreuken opzocht. Een van de weinige gedichten die ik nog helemaal uit mijn hoofd ken is het bekende liefdesgedicht van Herman Gorter. Door zijn Mei kwam ik niet echt heen, maar Zie je vond ik prachtig. Het appelleert natuurlijk enorm aan alle puberale verliefdheden - althans, die van mij - waarin je vooral bewondert, maar nog niets durft. Ik stelde me de dichter voor, wanhopig gedreven door de liefde. Hij wil zo graag, maar durft het niet, hoe kan hij zijn enorm intense gevoelens uiten? Hoe kan hij in godsnaam laten zien wat hij voelt? Hij zit buiten, kijkt naar de zon en pakt pen en papier..

Een tijdje geleden vertelde iemand me over een parodie op Gorters gedicht, die Ingmar Heytze in 2001 schreef. Het is een prachtige opvolger voor de puberale verliefdheid: de cynische volwassenen die na alle gedoe langzaam door heeft dat je het niet mooier moet maken dan het is, en dat iedere relatie uiteindelijk ook weer uit gaat. En weer zie ik de gekwelde dichter voor me. Gedesillusioneerd na weer een verbroken relatie, alleen in een nieuwbouw huisje met geleende spullen. Van vrienden heeft hij net gehoord dat ze al een nieuwe vriend heeft, een oude jeugdliefde, en hij zit daar, drinkt zijn whisky en pakt zijn laptop..

ZIE je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht --
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees'lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen --
Maar ik kan het toch niet zeggen.

Herman Gorter


HOOR eens ik haat je
ik schreef dat je lief was en licht -
en nog wat onzin over je gezicht
maar nu haat ik je, god wat haat ik je.

Die neus, dat hoofd, die paardenbek,
die ogen en die gierennek
dat kraagje en dat bloemkooloor
met al je slierten haar er voor.

Hoor eens ik wou graag zijn
jou, maar het kon niet zijn,
het licht is uit, ik zie je alsnog
zoals je werkelijk bent.

O ja, ik haat je,
ik haat je zo vreselijk,
ik wou het helemaal niet zeggen -
maar ik moest het even kwijt.

Ingmar Heytze

zaterdag 14 januari 2012

Recensie

Ik ging met een vriend naar Over Canto, een film waarin de Canto Ostinato centraal stond. De film gaat echter niet over het muziekstuk zelf, maar over de invloed die het op verschillende mensen gehad heeft. Geen verkeerd uitgangspunt, als je interessante mensen neemt. Daarmee bedoel ik niet dat er meer vrienden van Halina Reijn naast haar hadden moeten verschijnen, maar dat de mensen die nu gekozen waren niet allemaal even interessant waren met hun Canto verhaal. "Ik luisterde het gewoon altijd toen ik klein was, en ging dan met mijn lego spelen," zo vertelt een studente die op haar kleine kamer achter een grote vleugel zit.
Uiteindelijk waren het echter vooral de filmische keuzes van regisseur Ramon Gieling, die ervoor zorgden dat ik en mijn kijkgenoot (hij in mindere mate) steeds lacheriger werd.

In een masterclass vertelde René Appel (die Zij gelooft in mij over Hazes maakte) ooit dat hij nooit liet zien waar de mensen in zijn films over spraken. Je moet het verhaal niet verzwakken met begeleidende beelden. Gieling had die masterclass misschien moeten bijwonen, want de flashbacks die in Over Canto de verhalen begeleiden zijn ronduit vreselijk én ze kloppen niet. Als het meisje het over lego heeft, moet je geen blokken gebruiken. Daarnaast leek het alsof de makers een sound-effecten-cd gevonden hadden en die te pas en te onpas gebruikten. Vogelgeluiden, regendruppels, alles leek binnen te komen alsof de geluidsman ze aan zijn hengel had geplakt.

In ieder interview kwam de stem van de maker terug die zei: "je vertelde me eerder dat je ... (dan volgde een anekdote) .. kan je daar wat meer over vertellen?" Waarop de anekdote volgde. Waarom wilde Gieling zelf aanwezig zijn? Waarom moeten wij horen dat hij vooraf met zijn personages een gesprek heeft gehad? Liever hoor ik hen gewoon vertellen. Ook kwam uiteindelijk ieder verhaal op hetzelfde neer: de Canto Ostinato heeft een enorme indruk gemaakt en heeft mijn leven veranderd. Na drie keer hadden we die boodschap ook al begrepen.

Een van de interessante personages, musicoloog Henkjan Honing, wordt van onderaf gefilmd terwijl hij een college geeft over hoe muziek kan raken, en hoe dat precies gebeurt. Helaas wordt zijn college gefilmd in een bijna lege UvA aula, waar her en der verspreid enkele vrouwelijke studentes naar hem op lijken te kijken. De irritatie over de camerastandpunten was groter dan de aandacht voor zijn inhoudelijk interessante verhaal.
De foto's die achter onderzoeker Johannes Bentz stonden, van rotondes - waar de Canto hem aan lieten denken - waren prachtig, net als de filmpjes van een rotonde, waar op een bepaald moment toch echt een voetganger lijkt te worden aangereden. Grapje van de maker?

Toen op het einde 'de meester zelf', componist Simeon ten Holt aan het woord kwam, en Gieling weer refereerde aan eerdere gesprekken, kon ik al niet meer mijn aandacht erbij houden. Ik keek naar de man wiens bovenlijf over liep te lopen in zijn onderlijf en vroeg me af of hij een snuggy aan had. Toen hij vervolgens - naar onze mening licht geïrriteerd - antwoordde op Gielens vragen dacht ik dat we voor de gek gehouden werden en naar Wim de Bie zaten te kijken. Daar kan Ten Holt natuurlijk verder niets aan doen, maar de lacherigheid die ik tijdens de film langzaam had opgebouwd veranderde nu in een enorme aanval van de slappe lach, die ik al lange tijd niet meer gehad had.

Dank daarvoor, Ramon Gieling. En mijn excuses aan het andere bioscooppubliek.

De muziek is overigens prachtig:

woensdag 11 januari 2012

Dag

24 juni 2010 moet wel de meest vastgelegde dag ooit zijn. Overal ter wereld werd gehoor gegeven aan de oproep van filmmakers Ridley Scott en Kevin MacDonald om een moment op die dag op te nemen, en het te delen. Van de 4500 uur aan materiaal dat zij binnen kregen maakten ze de film Life in a Day.

Ik realiseerde me dat een dag op deze wereld eigenlijk 36 uur duurt, vanaf het moment dat het twaalf uur 's nachts is, helemaal in het oosten, tot het moment dat het 23.59 uur is aan de uiterste westkant, direct naast dat oosten. Ik heb geen idee waar dat precies is, maar weet wel dat een van de grote kandidaten voor dat laatste moment sinds vorige week bij de kandidaten voor het eerste moment behoort.



De dag begint met de nacht, waarin mensen dronken zijn, slapen, hun baby voeden en naar de maan kijken. En terwijl de zon langzaam op komt, en duizenden mensen hun voeten op de vloer laten neerkomen, er overal ter wereld op verschillende wijzen koffie wordt gezet, mensen ontbijt maken, geliefden wakker worden, kruipt de dag langzaam voort. Tussen alle snel gesneden scenes komen plotseling verlaten verhalen terug, en ontdek je gedurende de film een fragment van een verhaal.
Aan de hand van vragen, waar mensen dan weer in eigen filmpjes antwoord op geven, ontvouwt zich de eenvoud op deze wereld. What's in your pocket, is één zo'n vraag. Het antwoord? Van geld, telefoons en sleutels van Lamborghini's, tot messen, revolvers, vlaggen van alle landen waar de voorouders van een (vermoedelijk) autistische vrouw vandaan komen, tot simpelweg niets. Of een stokje van een Neemboom dat gebruikt wordt als tandenborstel.

Hoe simpel is het leven? sommigen hebben alles, anderen hebben niets. Het is simpel, en oneerlijk. En al klaagt niemand, je kunt er niet omheen, dat het niet klopt. Op de vraag What do you love? antwoorden mensen 'mijn familie', 'my cat', 'hele vieze dingen schoonmaken zodat je meteen resultaat ziet', God, The Lord and our Saviour' en 'driving 150 miles an hour with my car'. We zijn verschillend, maar ook helemaal niet. Overal ter wereld trouwen mensen, overal eten ze hun eigen vreemde voedsel, en overal proberen ze het beste ervan te maken. De zieke moeder, met haar gehavende lijf en haar jonge zoontje, de Berber die met zijn veertien kinderen in een hut zonder stroom of water woont, het Amerikaanse meisje wiens man in Afghanistan vecht, de Koreaan die de wereld rond fietst en die emotioneel wordt van Nepalese vliegen, omdat die net zo groot zijn als in zijn thuisland.

En terwijl de dag voort schrijdt, en het langzaam avond wordt, verandert de Love Parade in een drama, breken branden uit, liggen mensen huilend in bed, viert het westen het leven met dansende cheerleaders en halfnaakte vrouwen, wordt er ergens ter wereld een enorm vuurwerk afgestoken en onweert het. Terwijl de maan weer op komt en het twee voor twaalf is, filmt een meisje op de valreep zichzelf. "Ik hoopte dat vandaag iets bijzonders zou gebeuren, zodat ik de wereld kon laten zien dat er altijd wel ergens iets bijzonders gebeurt. Maar zelfs nu er niets gebeurd is, heb ik toch het gevoel dat er wel iets bijzonders is gebeurd.

Het leven in een dag.

vrijdag 30 december 2011

Openbaar

Ik probeerde me tevergeefs te herinneren wanneer ik voor het eerst van 'het internet' hoorde. Ergens in '98 creëerde ik mijn eigen email adres, bij een Nederlandse host die al heel lang niet meer bestaat. Zoals bij de meeste dingen huppel ik altijd achter de feiten aan. Zo werd ik lid van Hyves toen het al lang niet meer populair was, gebruik ik nog steeds hotmail, had ik vijftig Facebook uitnodigingen nodig om uiteindelijk overstag te gaan, en is online stukjes posten natuurlijk al lang weer achterhaald. Ik toon een deel van mijn leven online, de ene keer wat meer dan de andere, maar heb daarbij mijn grenzen bepaald. Soms zou ik willen dat ik voorop liep, en al lang van te voren zou weten wat de nieuwe hype gaat worden, zodat ik daar handig op in kan springen en er zelfs wat geld mee zou kunnen verdienen.

Zoals bijvoorbeeld Josh Harris, "the greatst internet pioneer you've never heard of", de "Warhol of the Web". Harris startte het eerste internet televisienetwerk, Pseudo.com, waarmee hij een wereld probeerde te creëren die toen totaal onbekend en nieuw was, maar die nu gewoon de dagelijkse realiteit is. Vervolgens bedacht hij het project Quiet, waarbij honderd mensen dertig dagen lang met elkaar opgesloten werden, zonder enige privacy. Waar bij Big Brother (dat op hetzelfde moment in Nederland startte) nog enige privacy in douche en toilet was, werd hier iedereen constant gefilmd, en kon men voortdurend elkaar bekijken. Volgens Harris was dit wederom een voorspelling van hoe ons leven er in de toekomst uit zou zien. Nadat Harris anderen als proefkonijnen voor zijn fascinaties had gebruikt, volgde het project We live in public, waarbij hij en zijn toenmalige vriendin onder 24 uur camera bewaking stonden, waarbij de kijkers met hen konden chatten en konden reageren op hun doen en laten. Uiteindelijk werden de opmerkingen van kijkers belangrijker dan hun leven en relatie zelf, en lieten zij zich door hun anonieme aanhangers uit elkaar drijven.



Het is allemaal te zien in de documentaire We Live in Public, gemaakt door Ondi Timoner in 2009, lang nadat Harris zijn leven op een ander continent was gaan leiden, ver weg van internet en oude schulden. Toen zijn vriendin hem en hun met camera's behangen huis had verlaten daalde zijn aanhang van 100 tot 15 mensen. "Ik voelde me nutteloos," zei Harris. Het deed mij denken aan de Postsecret app die ik op mijn telefoon heb. Waar de website wekelijks zorgt voor ontroerende en herkenbare momenten voor duizenden volgers over de hele wereld, is de telefoon app een wereld op zich geworden, waarbij mensen elkaar bekritiseren, becommentariëren en anoniem beschuldigen. Verzonnen geheimen, dreigementen "heart this and I won't kill myself", foto's van anderen met beschuldigende teksten, het is er allemaal op te vinden.



Harris voorspelde een wereld die werkelijkheid geworden is. Hij liep voorop en verdiende geld met het uitbuiten van anderen en zichzelf en maakte het gewone leven tot een openbaar goed. En terwijl ik net zo goed verslaafd ben aan het checken van mijn mail en facebook, en ik iedere dag de geheimen van onbekenden lees, zou ik er liever geen deel van uit willen maken. Wel van de wereld waarin ik met vrienden over de hele wereld gemakkelijk in contact kan komen, en waarin ik ontroerd kan raken van verborgen verhalen, maar niet van de andere kant van die wereld. Dan maar niet voorop lopen en geld verdienen.

woensdag 28 december 2011

Melancholia

Jaren geleden ging ik met vriendinnen naar de film tijdens het NFF. Vooraf waren we in Utrecht gaan eten, we dronken wijn en hadden zo'n typische 'meidenavond' die je doet gruwelen als je het leest, maar die echt heel gezellig en leuk was. We wisten weinig van de film die we gingen zien, alleen de naam van de regisseur en van de hoofdrolspeelster. Druk pratend en grappend liepen we naar binnen, ons van geen kwaad bewust. Ik vermoed dat ik als eerste begon te huilen, ergens in de eerst helft van de film, maar gaandeweg volgden de anderen mij met evenveel tranen en verdriet. Na afloop bleven we stil zitten, hand in hand. In stilte liepen we naar buiten, en in stilte dronken we nog een wijntje. Enkele maanden later ging ik nogmaals naar dezelfde film. Licht zenuwachtig deze keer, met het vorige tranendal nog vers in mijn herinnering. maar nu wist ik wat zou komen en zou ik niet zo naar verrast worden. Op precies hetzelfde moment, in de eerste helft van de film, begon ik weer te huilen, en ik kon niet stoppen tot het einde. Terwijl ik mijn berg zakdoekjes in mijn jaszak probeerde weg te stoppen, verzuchtte de vrouw naast me tegen haar vriend: "Wat een kut film, dit staat echt zóver van alle gevoel af!". Ik besloot nooit, nooit, nooit meer Dancer in the Dark te kijken.

Von Trier wilde ik niet afschrijven, zijn voorgaande films vond ik mooi. Dus zag ik Dogville, waarin het hem wederom lukte om een verschrikkelijke wereld te creëren. Tijdens het drankje achteraf besloot ik officieel nooit meer een Lars von Trier film te kijken.



Totdat ik een paar maanden geleden toch weer in een filmzaal zat, wetende dat de nieuwste Von Trier zo zou beginnen. Melancholia. Wederom zat ik totaal onvoorbereid in de zaal. Deze keer vond ik de pijnlijke familiesituaties die zich steeds weer voordeden humoristisch. De beelden waren prachtig, de conversaties intrigerend, de kleine handelingen en blikken verontrustend. Maar het was mooi. Totdat de planeet de hoofdrol overnam, en de film van standaard Von Trier ellende opeens super spannend werd! En terwijl het einde steeds sneller op ons af kwam, en de dreiging steeds groter werd, vroeg ik me af hoe hij dat in hemelsnaam visueel ging vertellen. Hoe kon hij, in het verlengde van wat ik zag, nu tot een mooi en bevredigend einde komen? De eind scène begon, en ik vermoedde dat dit zijn oplossing was. Begrijpelijk, en mooi. Melancholisch zelfs. Totdat hij uitzoomde, en het einde pas echt begon. Nadat alles plotseling zwart was geworden zat ik nog zeker tien minuten met open mond naar het scherm te staren. Niet wetende wat ik moest zeggen, of doen. Maar vervuld van verwondering, verbazing, onder de indruk en perplex.

Ik nam me voor om me nooit meer voor te nemen niet naar Von Trier films te gaan.

Sindsdien is mijn leven veranderd. Ik kan niet meer naar de maan kijken zonder me voor te stellen hoe het zou zijn als het een andere planeet was. De sterrenhemel is plotseling minder vredig en mooi. Het is een oneindige massa van mogelijke ellende, het gevaar is waar je het niet zien kan.

woensdag 14 december 2011

Gezellig

Terwijl ik in de rij langzaam vooruit schuifelde, langs kitschig gedecoreerde kraampjes, etende mensen en verklede pelgrims die luid op triangels en tamboerijnen sloegen, vroeg ik me af waarom dit 'gezellig' was? Mensen wierpen een licht ongeïnteresseerde blik op de uitgestalde koopwaar: kralenkettingen, neusfluiten, dure olijfolie, van die vreselijke kristallen dierenbeeldjes en de laatste workshop resultaten van de lokale buurthuizen. Eigenlijk waren ze vooral op weg van het ene eetkraampje naar het andere. Na de bokworst kwam de mini kaasfondue, dan de gemarineerde champignons, de aardappelkoekjes en vervolgens de zoete crêpes, wafels en ijsjes met slagroom. De stalletjes daartussen boden een momentje van rust om de zojuist verkregen smaaksensatie nog even na te proeven, alvorens zich in een nieuw culinair avontuur te storten.

De kerstmarkt.

In Limburg groeide ik op met dit fenomeen, zij het in een afgezwakte vorm van de Duitse variant. Misschien verklaart dat mijn antipathie tegen dit jaarlijkse ritueel. Misschien is het de herinnering aan kerst, aan de gedwongen gezelligheid die in mijn geval drie dagen per jaar werd afgedwongen - of waar althans een poging toe werd gedaan - die maakt dat mijn haren overeind gaan staan bij de gedachte alleen al. Er zijn vast heel veel psychologische redenen te verzinnen.


Maar eerlijk gezegd denk ik toch dat het vooral te maken heeft met de overdaad, het gedachteloos consumeren, en de goedkope marketing waarmee hordes mensen zo gemakkelijk zijn over te halen om als schaapjes achter elkaar aan te lopen. Wat nou crisis, wat nou zware tijden, wat nou? Hier, op een landgoed in Duitsland, betalen duizenden mensen vijf euro om geld uit te mogen geven aan vet eten en onbruikbare spullen.


Hoewel ik mijn best doe om dit niet neerbuigend te laten klinken, en ik de bezoekers niet wil veroordelen - want wat is er mis met lekker eten en spulletjes kopen of kijken, en hee, je bent ook nog even buiten - realiseer ik me dat ik jammerlijk faal. Want ja, ik begrijp het niet zo goed. Ik begrijp niet dat je je laat leiden door impulsinkopen, ik begrijp niet dat het leuk is om in een rij te moeten wachten tot je je dure worst kan kopen, terwijl er buiten het terrein een goedkopere - en vast lekkerdere - worst te krijgen is. Ik snap niet dat niet iedereen in de rij steeds geïrriteerder word door het langzame tempo, de mensen die achter je je schoenen van je hiel trapten, de mosterd die plotseling aan je jas zit omdat de man die je zojuist probeerde in te halen zijn handen niet had schoongeveegd.

En wat me vooral opviel: weinig mensen keken er blij. Er straalde weinig vrolijkheid van af. Ja, de verkopers, die straalden. En ze gooiden er nog een schepje bovenop als ze zagen dat zich weer een klant aandiende. En mijn grote groep vrienden, waarvan er elf van de twintig nog nooit op een kerstmarkt waren geweest. Die waren ook vrolijk. Die dansten in de glühwein tent - als enigen - en die genoten van alle gekke etenswaren en snuisterijen. Maar die waren dan ook nog nooit op een kerstmarkt in Duitsland geweest.