zondag 12 juli 2009

Shock

Ik ben een beetje laks geweest de afgelopen maanden. Wat betreft Rufus in ieder geval. Laat ik het er op houden dat ik aangenaam afgeleid werd. Daardoor heb ik echter een hele ontwikkeling gemist, zo ontdekte ik gisteren na een youtube zoektocht.
Rufus had namelijk vrijdag de premiere van zijn eerste opera, Prima Donna, tijdens het Manchester International Festival. Ik was benieuwd en hoopte wat beelden te kunnen zien. Instead, I found something completely different.
Ik schrok. Om eerlijk te zijn.
Kijk, natuurlijk gaat het niet om het uiterlijk. Het zou wel heel oppervlakkig van mij zijn als ik alleen maar weg van deze jongen zou zijn omdat hij toevallig heel erg mooi is. Het gaat om zijn muziek, zijn charme en zijn humor.

Maar het is toch een mooie jongen. En da's mooi meegenomen.
Alleen, dan moet hij geen rare dingen gaan doen.
Ik snap eerlijk gezegd niet zo goed wat er gebeurd is op het Engelse platteland. En waarom niemand tegen hem gezegd heeft dat hij zich misschien even moet scheren ofzo. Daar heb je vrienden voor, lijkt me. Misschien dat hij heeft besloten dat het echt om zijn muziek moet gaan. En niet om de looks.

Mijn zoektocht resulteerde in de ontdekking dat hij tijdens de premiere op het einde opkwam als Verdi, vandaar de overmatige haargroei. De vraag is nu of hij hem laat staan, of dat hij toch weer snel de oude Rufus wordt. Ik hoop toch het laatste.



maandag 6 juli 2009

Observatie

Vandaag zag ik een toch wel redelijk dikke mevrouw op de fiets, moeilijk manoeuvrerend met een afgetraind klein hondje dat naast haar mee zou moeten rennen, maar dat eigenwijs aan de andere kant van de fiets was gaan lopen.
Toen ze het beestje eindelijk weer met veel gedoe met riem en voorbij rijdende auto's aan de goede kant van haar fiets had gekregen, onderwijl te langzaam doorfietsend, zei ze tegen hem: 'zo, we gaan even een ijsje eten'.
Welja, dacht ik.

vrijdag 3 juli 2009

Vissenkom

Everybody needs a fishbowl, zegt Barry Schwartz in zijn lezing over de paradox van de keuze.
Ik ben het met hem eens. Hij heeft me het antwoord gegeven dat ik zocht.

Zeven en een half jaar geleden, op 1 januari 2002, werd ik vegetariër. In eerste instantie uit idealistisch oogpunt. Ik wilde niet meer meedoen aan een proces waar ik het tot in de details niet mee eens ben. Daarnaast voelde ik me hypocriet dat ik wel beesten at, maar ze niet zelf zou doden.
Een prettige bijkomstigheid, zo ontdekte ik langzaam, was dat ik in restaurants veel minder moeite had met mijn menukeuze. Uiteindelijk staat er vaak maar een, hoogstens twee, vegetarische gerechten op de kaart. Mijn eerste vissenkom.

Op andere gebieden probeer ik ook vissenkommetjes te creëren voor mezelf. Zo probeer ik zo 'groen' mogelijk te leven: ik recycle, laat mijn oplader niet in het stopcontact zitten, eet zo veel mogelijk biologisch. Dat soort dingen.
Daardoor wordt ik soms door mensen gezien als een soort dwaze idealist, want 'het helpt toch niet'. Mijn antwoord gaat vanaf nu zijn: jawel, want het is een vissenkommetje. Het helpt mij, bij het maken van keuzes.
Waarom alleen maar nieuwe spullen kopen als vrienden en familie genoeg oude meuk hebben om mijn huis weer mee te vullen? Waarom bij Mc Donalds een vieze salade eten als ik ook in een lokaal restaurantje iets kan eten?

Er moeten meer vissenkommen komen. Ik heb nog steeds geen behang of lampen gekocht omdat ik niet kan kiezen. Ik haat kleren kopen omdat ik niet door de massa heen langs ellenlange kledingrekken wil lopen. Ik heb geen pensioenfonds omdat ik niet weet welke het beste is.

En wanneer iemand mij weer eens op mijn inconsistente gedrag wil wijzen: je beweert groen te leven, maar vliegt wel jaarlijks naar Verweggistan, dan zeg ik: de wereld is mijn vissenkom, en ik wil haar helemaal ontdekken!

woensdag 1 juli 2009

Columns vervolg

Met het risico dat iedereen na mijn vorige berichtje nu wel al op de hoogte is, wil ik toch een kleine aanvulling geven op mijn verhaal van gisteren.
Maar dan ook alleen omdat het zich in Beijing afspeelt... En Wouter zo leuk meedoet.

dinsdag 30 juni 2009

Columns

De zomercolumns zijn weer begonnen!
Eigenlijk zou deze zin genoeg moeten zijn om iedereen die hem leest instant blij te maken en door te surfen naar deze site om de nieuwste te bekijken.

Ik vrees echter dat ik hem toch even moet toelichten.
De zomercolumns.
Zomercolumns? Bij de NOS?

Je weet wel, die kleine, zogenaamd nietszeggende, items over het nieuws dat het journaal niet haalt. Achtergronden, gemaakt door correspondenten die een andere kant van hun standplaats willen laten zien. Verhalen over bv het jaarlijkse voedselgevecht tussen de Ozzies en Wessies op een brug in Berlijn, over het dorp met de langste naam ter wereld (63 letters in Wales) dat zo klein is dat je je hand moet ophouden om de trein te laten stoppen, over bejaarden in China die achteruit lopen als training van hun hersenen of over een viersterren hotel met 55 kamers in een plaats waar geen toeristen komen in het westen van Mali.

Heerlijke verhalen die je laten zien hoe de wereld in elkaar zit.

Een groot onderdeel van het plezier ligt ook in de participatie van de correspondenten. Die wellicht blij zijn eens iets leuks te mogen maken, zonder stalen gezicht. Dus zie je Wouter Zwart meedansen met bejaarde Chinezen, zwemt Bram Vermeulen (de correspondent die tegenwoordig in Turkije zit) in zijn eentje door dat lege zwembad in Mali en staat Margriet brandsma tot aan haar kuiten in een riviertje.
Heerlijk.

Deze zomer begon de NOS met Rop Zoutberg die Spaanse wijn proeft. Lichtelijk knullig, maar duidelijk met veel plezier laat hij zijn (on)kunde zien.


Ik heb zin in de zomer!
Overigens is het archief van vorig jaar hier te vinden.

zondag 28 juni 2009

Bosconcert

Gisteren stond ik vanaf zes uur 's avonds in Soest tussen de bossen en het zand te hopen dat het niet zou gaan regenen.
Heel Nederlands had inmiddels al last van het water gehad. Volgelopen kelders in Venlo, stortbuien bij Zwolle. Waarom zouden wij gespaard worden? Wekenlang was al door een commissie naar deze dag toegewerkt: er was een piano gekocht en gestemd, familie en vrienden waren uitgenodigd, kleedjes en lampjes gekocht. Koor Convivium was klaar om te zingen.



Diep in mijn hart was ik bang dat er niemand zou komen. Wie voelt zich nou geroepen om op zaterdagavond in de auto te stappen en naar een afgelegen locatie te rijden om buiten te staan, als Erwin, Marion en Piet allen voorspellen dat het met bakken naar beneden zal komen.

Hoewel de lucht dreigend leek en we voortdurend verschrikt omhoog keken of we echt een spatje gevoeld hadden, bleef het droog. We kleedden de locatie aan: twee tentjes voor het geval dat, waxinelichtjes langs het pad naar de verschillende locaties en de piano op de heuvel. Daarna zongen we alvast in. Tussen de bomen. Terwijl wandelaars met hun honden beneden langs het pad verdwaasd stil bleven staan om te luisteren.



Toen de schemering intrad en we naar het beginpunt liepen stond er een grote groep mensen te wachten. We namen ze mee naar de duinrand, schonken drankjes en begonnen aan onze a capella cyclus. Met achter ons de duinen, boven ons de wolkenvrije lucht en voor ons tachtig mensen zittend op kleedjes en tegen bomen.

Na de pauze namen we iedereen mee naar de boslocatie. Een sliert mensen liep, bijgelicht door kaarsjes, langs het pad. We klommen de heuvel op en groepeerden ons rondom de piano. Ons publiek om ons heen. Toen we begonnen met het Ave Verum van Mozart, begeleid door onze eigen piano, schoten de tranen in mijn ogen.
Onze eigen Oerol voorstelling in Soest.

dinsdag 23 juni 2009

Antony

Hij is een lichtje, dat ver weg beneden op het podium heen en weer beweegt.
Zijn grove lichaam is gehuld in een wit gewaad dat alles elegant bedekt, maar dat, in het juiste licht, zonder gene de contouren van zijn lijf toont. Een dag later zie ik op tv van dichtbij wat me eerder veraf ontroerde.
Als hij zingt lijkten de emoties over zijn gezicht te vliegen. Lacht hij? Gaat hij zo huilen? Doet het pijn?
Bij mij in ieder geval wel. Allemaal.
Zijn aanwezigheid imponeert. Hij lijkt niet te weten wat te moeten doen met zijn lijf. Een man die geen man wil zijn. Maar niet anders kan.
Zijn stem tilt me op, laat me vliegen. Draagt me ver weg van de plek waar ik zit, naar plaatsen waar ik nog nooit eerder was.
Hij praat. Over zijn angst voor stenen. Over vrouwen en hoe zij ooit de wereld zullen regeren. Hij huilt om het applaus voor het orkest.
Hij is zo lelijk, maar ook zo mooi. Want hoe kan iemand die deze muziek maakt lelijk zijn? Hoe kan je iemand die zijn ziel voor je voeten legt afwijzen?
Hij breekt mijn hart.