donderdag 4 april 2013

Stress

Afgelopen week besprak ik met een fysiotherapeut de pijn die ik al geruime tijd aan mijn onderrug voel, die zo heftig kan zijn dat ik niet weet hoe ik mijn lijf in een nieuwe positie moet manoeuvreren, en die soms dagen of weken lijkt te zijn verdwenen. De fysio vroeg of ik last van stress had?

Ik probeerde licht nonchalant mijn schouders op te halen; ach dat viel wel mee. Ja, de laatste maanden had ik wat meer stress, omdat ik in tijden van crisis door mijn eigen toedoen zonder baan zou komen te zitten, en ja, daarvoor had ik wel wat stress op mijn werk. Maar ach, zo erg was het allemaal niet. Achteraf realiseerde ik me echter dat mijn luchtige gedrag een beetje misplaatst was. Want het uitzicht op een nieuwe, onbekende toekomst veroorzaakt meer stress dan ik zou willen, maar valt in het niet bij de stress die ik de afgelopen jaren op mijn werk heb gehad.

Dit zeg ik niet om medelijden op te wekken. Wat me eigenlijk vooral verbaasde is dat ik me niet echt gerealiseerd heb hoeveel stress ik vaak voel en gevoeld heb. Pas toen de stress op mijn werk met regelmaat tot ruzies thuis leidde, realiseerde ik me dat het wellicht tijd voor verandering was. En nu ik zonder duidelijk plan die toekomst een nieuwe invulling kan gaan geven, voel ik zeker met regelmaat paniek over de onzekerheid die mijn keuze met zich mee brengt. Wanneer ik mijn voorlopige plannen uit de doeken doe aan vrienden, familie en bekenden, kan ik zien hoe zij bij het idee alleen al in de stress raken: "Maar, maar, en hoe ga je, en wat wil je, en dan?" Hun reactie helpt niet mijn stressniveau naar beneden te brengen.
Al met al is het dus helemaal niet vreemd dat ik al een tijd pijn in mijn rug heb. Stress kan allerlei lichamelijke gevolgen hebben, dat wist ik eigenlijk al lang. (Jaren geleden kreeg ik in een extreem stressvolle situatie opeens een aantal dagen uit het niets een dikke lip, en ook overgeven door teveel spanningen is mij niet geheel vreemd).

Maar de ruimte en de mogelijkheden die zich opeens voordoen geven ook nieuwe energie en leiden tot duizenden ideeën voor een mogelijke nieuwe levensinvulling.En dan verandert de stress opeens in opwinding en een positieve spanning, en enorm veel zin om al die nieuwe avonturen te beginnen.



In de documentaire Doen en Laten gaat Anneloor van Heemstra in op de gevolgen van stress, op relaties, op haar lichaam en op de opvoeding van haar kinderen.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.





zondag 31 maart 2013

Monoloog

Ik ben net ingestapt en zit op een tweezitter die met de rijrichting mee kijkt. Wanneer ik mijn jas uittrek en me installeer voor de reis naar huis hoor ik achter me gemompel. Eerst denk ik dat de morsige stem achter me het gezelschap is van de dame van middelbare leeftijd die aan de andere kant van het gangpad zit. Hij vraagt haar luid of dit de trein naar Den Haag is. Haar reactie is terughoudend, ze knikt en draait zich met haar rug naar hem toe.
Terwijl de trein langzaam in beweging komt luister ik, deels onvrijwillig, naar zijn monoloog:

"Kouwe klauwen jonguh, ik heb sulke kouwe klauwen.
Als ik thuis kom mot ik men medicijnen nemen, die ben ik helemaal vergetuh.
Ga ik een kaartje kopuh, kost me drie euro, is er geen controluh. Ben ik toch drie euro kwijt. Drie euro.
Ik heb nog een tientje geleend van men dochter.
Dooie klauwe papa. 
Is dit de trein naar Holland Spoor?
ik heb me toch een kouwe klauwen.

Me dit en me dat.
Waar zijn we? Delft. Ow, Delft. Ik heb vijfentwintig jaar in Delft gewoond. Nu woon ik acht jaar in Den Haag. Maar in Delft ben ik opgegroeid.
Stopt die trein nu bij Holland Spoor, of bij dat andere station, dat ene?

Ging ik zwartrijduh in de tram, kost me ook geld. Hier heb me dochter gewoond. Maar die woont nu in Zoetermeer.

Me telefoon ligt thuis.
Me telefoon ligt thuis.
Telefoon. Thuis.
Maar ik mot me dochter belluh zo. Ik heb zelluf vier kinderen en zeven kleinkinderen.
en ik houw van ze alle zeven.
Ik mot mijn medicijnen niet vergetuh.

Waar stopt hij nu? We zitten nog niet in Den Haag he?
Dit komt me bekend voor.
Kouwe klauwen  joh."

De omroeper roept het volgende station om: Den Haag Holland Spoor.

"Ah, daar mot ik zijn. Holland Spoor. Dat is mijn station."

Als hij opstaat en zijn spullen verzamelt, kijk ik voorzichtig achter me om te zien welke gedaante bij de stem hoort. Hij is eind vijftig, grijs lang haar en een kegel die me moeiteloos tegemoet komt. Terwijl hij al pratend naar de uitgang loopt zie ik dat de mensen om hem heen elkaar aankijken en bijna verontschuldigend naar elkaar lachen. Als onvrijwillig publiek van deze scene uit zijn leven, verzuchten we allemaal dat het niet niks is.
Ik hoop dat hij snel warm wordt.

dinsdag 26 maart 2013

Tijd

Tijd is een vreemd concept wanneer je op reis bent. Je vergeet op een bepaald moment welke dag en datum het is en voel je je los van de rest van de wereld die wordt bepaald door een steeds maar voort tikkende klok.

Aan de andere kant is de tijd het enige concept dat je reis bepaalt. In de ochtend moet je voor een bepaald tijdstip uitchecken. Dan kost het tijd om op de volgende bestemming te komen, die altijd verschilt van de tijd die je er in werkelijkheid voor neemt, pauzes inbegrepen. Het is altijd wel tijd voor koffie, lunch, een ijsje of een plaspauze. En dan wil je een beetje op tijd op de volgende plek aankomen, om te kunnen avondeten en nog wat aan je avond te hebben. En de volgende dag begint het weer allemaal opnieuw.

En dan is er het tijdsverschil. Elf jaar geleden moest ik steeds berekenen of het de juiste tijd was om te bellen, nu moet ik telkens als ik mail eraan denken dat ik pas veel later antwoord zal krijgen (elf jaar geleden functioneerde mail nog als een brief, in plaats van een gesprek zoals nu).
Nu is het alleen maar erger geworden. Dankzij wifi kan je overal online en ben je altijd bereikbaar. Ware het niet dat Nieuw Zeelands internet nog via Australië komt, en daardoor zo duur is dat je nog steeds per tijdslimit je inlogcode moet aanschaffen.

Wanneer je dus na een heerlijk relaxte dag - die eigenlijk bepaald werd door de tijd - nog even contact wil met het thuisfront, waarbij je rekening moet houden met dat tijdsverschil, dan ben je ook nog afhankelijk van de 30, 60 of 120 minuten die je voor veel geld hebt bemachtigd. Dan moet het thuisfront binnen die tijd ook nog eens aanwezig zijn, en de tijd hebben om contact te leggen.

Het is niet eenvoudig om een wereldburger te zijn.

zondag 3 maart 2013

Roadkill


Autorijden in het buitenland is altijd een avontuur. Andere regels, andere wegen, andere gevaren. In de VS schampte ik afgelopen zomer hardhandig een langsspringend hert en vernielde daarmee de auto op een dusdanige wijze dat een arme jongen vier uur moest rijden (heen) om een nieuwe wagen te brengen. Het hert is naar alle waarschijnlijkheid met de schrik vrij gekomen want het was in geen velden of wegen te bekennen.

Aan de andere kant van de wereld, waar links rijden steeds weer een hele ervaring is, zijn de wegen bezaaid met beestjes die in verschillende hoogtes met het asfalt verenigd zijn. Naast het feit dat ze allerlei vormen aannemen in hun stervensproces - van lang en gerekt tot klein en rond - zijn het ook vreselijk veel verschillende soorten: witte vlinders, ronde vogeltjes, uitgerekte muizen, opossums of andersoortige knaagdieren.

Als rechtgeaarde vegetariër rijd ik sowieso al met lichte vrees voor dit soort ongelukken rond, ik onthoud mij het liefst van iedere vorm van dierenleed. Nu is het aantal debiele vogels dat de afgelopen dagen ter nauwernood aan de destructieve effecten van mijn autobanden is ontsnapt, echter enorm en soms vraagt de situatie erom het risico te nemen een vogelleven te offeren voor dat van een mens - dat moge duidelijk zijn.

Maar steeds als ik weer een hoopje beest zie liggen, en ik bijna achteloos langs (of over) rechtopstaande pootjes, staarten of vleugels rijd, vraag ik me af hoe het kan dat 'de mens' zo superieur is. Wat maakt ons nou beter, en waarom kijken we op noch om als we daarmee geconfronteerd worden? We reizen af naar de andere kant van de wereld omdat daar de natuur nog zo puur is, doen vervolgens ons uiterste best om alleen maar foto's te maken waar ieder menselijk ingrijpen onzichtbaar is ("jammer van de lantaarnpaal", "he, hadden ze die heg nu niet even iets verder kunnen zetten?", "bah, die stomme boerderij verpest het landschap"), maar halen onze schouders op als we langs honderden voorbije leventjes rijden. Natuurlijk realiseer ik me dat op alle ellende in de wereld, de Nieuw Zeelandse roadkill laag zal scoren - ze hebben in ieder geval een geweldig leven gehad voordat ze onder een auto bleven hangen. Maar toch, maar toch. Toch vraag ik het me iedere keer weer af.

maandag 18 februari 2013

Identiteit

Je kunt alleen opnieuw beginnen als je het oude achter je laat.
Door iets dat jarenlang het Heden was opeens tot het Oude te bombarderen - mijn baan, voelt het alsof mijn leven op zijn kop staat. Mijn baan heeft de laatste jaren bepaald wie ik was. Ik verbond mijn tijd, energie en liefde aan een plek, aan de mensen, aan het werk. Wanneer ik wildvreemden vertelde wat ik mijn werk was, liet ik naar mijn gevoel daarmee ook weten wie ik was.
Nu hoeft dat natuurlijk helemaal niet. Je kunt best een baan hebben die verder niets zegt over wat je belangrijk of leuk vindt in het leven. Als je bij de IKEA werkt hoef je niet van ordenen, bouwen of Scandinavië te houden. Maar door mijn vertrek hoor ik er nu niet meer bij en ben ik geen deel meer van het geheel dat zo als thuis voelde.

Er is geen betere manier om het Nieuwe van het Oude te scheiden dan weg te gaan. Het Oude (even) achter je te laten. In dit geval door een korte reis naar de andere kant van de wereld te maken (en ja, kort is relatief; thuis werd er afgunstig gezucht wanneer ik over mijn vijf weken durende trip vertelde, hier kijken medereizigers meewarig als ze horen dat we maar zo kort hebben).
Het probleem van reizen is echter dat je voortdurend bezig bent je identiteit te bepalen. Een van de eerste vragen die medereizigers stellen is: wie ben je, wat doe je? Het voelt nog onwennig om mijn nieuwe bestaan aan te kondigen, en van binnen voel ik dan ook altijd twijfel. Maar het lucht op om te zien dat verder niemand verbaasd opkijkt, en iedereen probleemloos accepteert dat ik ben wat ik zeg.

Zij geloven het in ieder geval al. Nu ikzelf nog.

donderdag 24 januari 2013

Rituelen

Mensen hechten aan rituelen. We zijn gewoontedieren, die het liefst willen weten wat er gaat komen, zodat we rustig ons leven kunnen leiden zonder veel stress en gedoe. Alles dat de gewone gang van zaken op zijn kop zet, moet zo snel mogelijk worden genormaliseerd, want we willen ons veilig voelen.

Wanneer je opnieuw wil beginnen moet je iets veranderen aan je rituelen en gewoontes. Je moet breken met bestaande patronen om plek te kunnen maken voor nieuwe. Je ontslag indienen betekent dat de rituelen van het werk verdwijnen: snoozen in de ochtend, de kop koffie na binnenkomst op kantoor, binnenkomende e-mails die het werk bepalen, de klok die soms tergend langzaam maar meestal veel te snel tikt waardoor het weer te laat is voor lunch en het bijna weer tijd is om naar huis te gaan, praatjes met collega's over het leven buiten de kantoormuren. Een nieuwe baan vangt een deel van de stress op, want hoewel je kopjes voor de koffie en je lunchmaatjes er anders uit zullen zien, blijven het snoozen en de praatjes naar alle waarschijnlijkheid een onderdeel van je leven.

Zonder een nieuwe duidelijke plek, zonder lunchmaatjes of koffie in de ochtend, voelt het nieuwe leven als een groot zwart gat van onbekende diepten. Natuurlijk kan je thuis koffie zetten, of met potentiële partners lunchen en jezelf ertoe dwingen vroeg te beginnen met snoozen. Maar de onbekende invulling van je werk, die gaandeweg pas duidelijk zal worden, gaat tegen alle natuurlijke menselijke gedragingen in.

Niet weten wat er straks gaat gebeuren of hoe mijn leven er de komende maanden en uiteindelijk jaren, zal uitzien, is soms angstaanjagend. Regelmatig heb ik het gevoel alsof ik in een bad met ijskoud water spring, dat me alle adem beneemt. Het is als dat typische sauna gevoel, waarbij iedere vezel in je lijf het uitschreeuwt: WAAROM? Waarom spring je in dit bad, nadat we net zo lekker lagen te soezen in de naar eucalyptus geurende hitte? En je weet, terwijl al die vezels je toeschreeuwen, dat die hitte inderdaad heerlijk en veilig was. Maar je weet dat, wanneer je uit het koude bad bent geklommen, diezelfde vezels die nu nog zo keihard gillen, als kleine kittens zullen spinnen, omdat alles veel beter zal voelen dan wanneer je niet was gesprongen. Dus steeds wanneer ik mentaal naar adem hap, stel ik me dat heerlijke gevoel van erna voor en probeer ik erop te vertrouwen dat het heus wel allemaal goed komt. Het ontbreken van rituelen betekent alleen maar dat de mogelijkheden oneindig zullen zijn en dat alles wat zal gebeuren, mogelijk ooit tot een nieuw ritueel zal uitgroeien.

woensdag 9 januari 2013

Opnieuw

Ooit deed ik een week lang een theatercursus bij Buitenkunst met de titel Opnieuw. Het idee was dat je ging herhalen, op een manier waarbij iedere herhaling een nieuwe eerste keer was. Zo sprong ik ruim een halve dag enthousiast omhoog alsof ik nog niet eerder gesprongen had, en moest ik zeker anderhalve dag steeds weer opnieuw in slow motion in eenzelfde tempo naar beneden zakken en weer opstaan. We kregen een tijdsduur (de duur van een lied, vijf minuten vanaf nu) en mochten ons tempo niet versnellen of vertragen. Het klinkt vast allemaal niet heel erg spannend, maar ik heb nog steeds warme herinneringen aan die week. Ik kwam er namelijk achter dat er ontelbare manieren zijn om iets wat hetzelfde lijkt op een andere manier te doen.

Het voelt alsof ik nu ook opnieuw ga beginnen. En dan heb ik het niet over het nieuwe jaar, en de twaalf lege maanden die voor me liggen en die ik mag gaan inkleuren. Tien jaar geleden studeerde ik af, ging ik op zoek naar werk, en vond ik langzaam mijn weg. Ik ontdekte wat ik leuk vond en wat ik echt niet wilde. Ik hopte van klus naar klus, tot ik uiteindelijk besloot het zekere voor het onzekere te nemen en een 'echte' baan te zoeken. En door een mooie speling van het lot werd de baan waarvan ik bij mijn sollicitatie wist dat hij voor mij was ook echt de mijne.

En nu, na zes jaar op een heerlijke plek gewerkt te hebben, kies ik het onzekere voor het zekere. Ik duik in een nieuw avontuur, waarin ik ga proberen te doen wat ik nog niet zo goed kan: mijn hart volgen. Ik ga proberen de dingen te doen die ik echt wil doen, maar die ik eigenlijk veel te eng vind om te doen. En steeds vaker denk ik aan de cursus die ik jaren geleden deed, en het plezier waarmee ik een week lang zonder veel moeite naar beneden zakte en mezelf weer omhoog duwde. Wanneer mijn dagelijkse paniekaanval langs komt en het voelt alsof ik in een bad ijskoud water spring, focus ik me er maar op dat ik steeds weer omhoog kwam. Zo zal het in de echte wereld ook vast gaan.

Ik begin opnieuw.