De ramen van een oude caravan beslaan, uit het kachelpijpje op het dak komen kleine rookwolkjes. Twee grote billen schuren tegen het raam naar beneden, een brede rug leunt er tegenaan. In het volgende shot zitten twee naakte mannen naast elkaar in de caravan. Ze zwijgen, kijken voor zich uit.
Nee, dit is het niet het begin van een al dan niet ranzige pornofilm. Het is een scène uit The Steam of Life, een documentaire over Finse mannen in sauna's. Waarom Finse mannen? Omdat er al genoeg films zijn over vrouwen in sauna's, en omdat de makers wilden aantonen dat Finse mannen ook gevoelens hebben, en niet alleen stug en gesloten zijn.
Een ex-militair praat over zijn stukgelopen huwelijk, een gescheiden vader huilt omdat hij zijn dochter niet ziet opgroeien, een ex-crimineel vertelt over hoe hij bijna ten onder ging, maar uiteindelijk zijn leven wist om te draaien. In het volgende shot wast hij een van zijn drie zoontjes, die naast hem in de sauna zitten. Een oude man leeft met zijn beer, een houtwerker vertelt over hoe zijn stiefvader hem mishandelde. Het is een opeenvolging van treurige levensverhalen, verteld door stoere mannen, die elkaar niet in de ogen kijken, maar wel onhandig een arm over een schouder slaan, wanneer de ander in stilte huilt. En in de tussentijd blijven ze water op de hete kolen gooien. Met emmers, bakjes, soeplepels.
De zware gesprekken in kleine hokjes worden afgewisseld met adembenemend mooie Finse landschappen: enorme bossen, diepblauwe meren, weilanden. De seizoenen veranderen, maar de stilte van de natuur is steeds weer aanwezig. De sauna's zijn de bouwsels in deze landschappen, en worden gebouwd in caravans, tenten, en zelfs een oude telefooncel die beslagen aan de kant van de weg staat.
Twee zwervers lopen met hun hele hebben en houden door de straten van Reykjavik. Ze gaan een gebouw binnen, stropen tientallen lagen kleren van hun lijf en wassen elkaars rug voordat ze de openbare sauna in gaan. Zelfs als je niets hebt, is er in Finland stoom.
dinsdag 27 september 2011
maandag 5 september 2011
Kwartier
Het concept is simpel, het idee inspirerend, maar dan komt de uitvoering.
Zet een aantal mensen, die elkaar al dan niet kennen, een weekend bij elkaar en geef ieder van hen een kwartier om iets te vertellen.
Ooit had ik een gesprek met een vriendin over hoe weinig we eigenlijk wisten van het werk van elkaar en onze vrienden. Na onze studietijd, waarin we veelvuldig spraken over colleges en onderzoeken, raakten we steeds verder verwijderd van de inhoudelijke gesprekken over dagelijkse bezigheden. Vroeger zaten we vaker in de kroeg en hadden we minder overige bezigheden overdag, waardoor het logischerwijs na tien bier uiteindelijk ook over scriptieonderwerpen ging. Daarna verdwenen we allemaal in verschillende richtingen en verstopten we onze achter deuren en muren, om achter computers werk te doen dat we weliswaar leuk vonden, maar waarover we niet uitgebreid praatten. De meeste van mijn vrienden weten dat ik 'iets' doe bij CREA, en dat ik onder andere zomercursussen organiseer waarvoor ik dan lange uren maak. Wat die organisatie precies inhoudt, en wat ik in die lange uren doe, dat weten er maar weinig. Net zoals ik van hen weinig weet. Wat doet M. als assistent van een hoogleraar? En waarom reist J. in opdracht van een mediainstituut Europa door? Ik weet dat V. veel online moet doen, maar wat precies? En S. doet onderzoek én begeleidt mensen, maar waarin? Het idee was geboren om eens samen te komen om daarover te praten. Maar hoewel de interesse er nog steeds is, was er blijkbaar geen energie om het daadwerkelijk te organiseren. En welke mensen zou je dan uitnodigen? Wil ik weten wat de broer van L. doet op zijn middelbare school?
Uiteindelijk evolueerde het idee in het hoofd van een andere vriendin tot Fifteen Minutes of Fame. Een weekend waarin je een kwartier krijgt om te praten over wat je leuk vind. Dat kan je werk zijn, maar ook het boek dat je onlangs gelezen hebt, of je favoriete spelletje op de computer. De enige restrictie is dat het in vijftien minuten moet.
Afgelopen weekend vond de derde editie plaats, met twaalf mensen, waarvan er niet één iedereen kende. Met vreemden, kennissen en bekenden dronken, dansten en aten we. We zwommen in de zee, we liepen door de duinen. Maar vooral luisterden we, en we anticipeerden. We dachten mee met projecten die meer vorm moesten krijgen, we leerden associatief denken. We beoordeelden blind verschillende producten op smaak in plaats van merk, we improviseerden, we discussieerden.
Wat bijzonder is aan deze weekenden is dat iedereen praat over zijn of haar passie, of over iets dat hen bezig houdt. De presentaties zijn ongelofelijk verschillend, maar ze zijn de opmaat tot verdere gesprekken in de overige tijd. Ook al kenden we elkaar niet allemaal in het begin, we gingen weg als vrienden. Omdat, wanneer iemand iets persoonlijks deelt en zich kwetsbaar heeft opgesteld, je daarna geen vreemden meer kunt zijn.
Ik hou ongelofelijk veel van groepen bij elkaar brengen en van delen met anderen. En ik ben vriendin A. dan ook meer dan dankbaar dat zij uiteindelijk de daad bij het woord heeft gevoegd en deze weekenden is gaan organiseren. Nu zijn we weer los van elkaar, en kunnen we dankzij de sociale media op de hoogte blijven. En wat blijkt? Nu schrijven we erover en gaat het delen door.
Zet een aantal mensen, die elkaar al dan niet kennen, een weekend bij elkaar en geef ieder van hen een kwartier om iets te vertellen.
Ooit had ik een gesprek met een vriendin over hoe weinig we eigenlijk wisten van het werk van elkaar en onze vrienden. Na onze studietijd, waarin we veelvuldig spraken over colleges en onderzoeken, raakten we steeds verder verwijderd van de inhoudelijke gesprekken over dagelijkse bezigheden. Vroeger zaten we vaker in de kroeg en hadden we minder overige bezigheden overdag, waardoor het logischerwijs na tien bier uiteindelijk ook over scriptieonderwerpen ging. Daarna verdwenen we allemaal in verschillende richtingen en verstopten we onze achter deuren en muren, om achter computers werk te doen dat we weliswaar leuk vonden, maar waarover we niet uitgebreid praatten. De meeste van mijn vrienden weten dat ik 'iets' doe bij CREA, en dat ik onder andere zomercursussen organiseer waarvoor ik dan lange uren maak. Wat die organisatie precies inhoudt, en wat ik in die lange uren doe, dat weten er maar weinig. Net zoals ik van hen weinig weet. Wat doet M. als assistent van een hoogleraar? En waarom reist J. in opdracht van een mediainstituut Europa door? Ik weet dat V. veel online moet doen, maar wat precies? En S. doet onderzoek én begeleidt mensen, maar waarin? Het idee was geboren om eens samen te komen om daarover te praten. Maar hoewel de interesse er nog steeds is, was er blijkbaar geen energie om het daadwerkelijk te organiseren. En welke mensen zou je dan uitnodigen? Wil ik weten wat de broer van L. doet op zijn middelbare school?
Uiteindelijk evolueerde het idee in het hoofd van een andere vriendin tot Fifteen Minutes of Fame. Een weekend waarin je een kwartier krijgt om te praten over wat je leuk vind. Dat kan je werk zijn, maar ook het boek dat je onlangs gelezen hebt, of je favoriete spelletje op de computer. De enige restrictie is dat het in vijftien minuten moet.
Afgelopen weekend vond de derde editie plaats, met twaalf mensen, waarvan er niet één iedereen kende. Met vreemden, kennissen en bekenden dronken, dansten en aten we. We zwommen in de zee, we liepen door de duinen. Maar vooral luisterden we, en we anticipeerden. We dachten mee met projecten die meer vorm moesten krijgen, we leerden associatief denken. We beoordeelden blind verschillende producten op smaak in plaats van merk, we improviseerden, we discussieerden.
Wat bijzonder is aan deze weekenden is dat iedereen praat over zijn of haar passie, of over iets dat hen bezig houdt. De presentaties zijn ongelofelijk verschillend, maar ze zijn de opmaat tot verdere gesprekken in de overige tijd. Ook al kenden we elkaar niet allemaal in het begin, we gingen weg als vrienden. Omdat, wanneer iemand iets persoonlijks deelt en zich kwetsbaar heeft opgesteld, je daarna geen vreemden meer kunt zijn.
Ik hou ongelofelijk veel van groepen bij elkaar brengen en van delen met anderen. En ik ben vriendin A. dan ook meer dan dankbaar dat zij uiteindelijk de daad bij het woord heeft gevoegd en deze weekenden is gaan organiseren. Nu zijn we weer los van elkaar, en kunnen we dankzij de sociale media op de hoogte blijven. En wat blijkt? Nu schrijven we erover en gaat het delen door.
maandag 22 augustus 2011
Sociale Netwerk Vrienden
Mijn vriendenkring is op vele manieren op te delen; op basis van de lengte van de vriendschap, de frequentie waarin we elkaar zien, de mate van overeenkomstige levensinstelling. De indeling die zich echter steeds sterker lijkt af te tekenen is die van de sociale media. Betrekkelijk weinig mensen in mijn omgeving zitten nog niet op een van de sociale netwerk sites. De weinige vrienden zich hiervan distantiëren, brengen dat vaak als statement. 'Ik doe niet mee aan die onzin', of: 'Ik ben te druk voor dat soort dingen'. Ik vind het allemaal best en heb er weinig problemen mee. Toch vallen me steeds weer twee dingen op.
Ten eerste zijn de mensen die zich zogenaamd afzetten tegen 'dat soort dingen' vaak mensen die niet voor hun werk achter de computer zitten. Het zijn vaak docenten op middelbare scholen, kunstenaars die door het land reizen of artsen die dagelijks met hun neus in de patiënten statussen zitten. Mensen die minimaal acht uur per dag achter hun computer werk doen dat vooral gegenereerd wordt door te ontvangen en te verwerken emails, worden graag afgeleid door status updates van vrienden. Hoe ethisch het is om in de baas zijn tijd je eigen mail te checken is natuurlijk weer een andere kwestie. Feit is dat het betrekkelijk makkelijk is om Facebook, Twitter of Hyves in een ander tabje open te hebben staan.
Ten tweede, en dat vind ik eigenlijk veel belangrijker, brengt (in mijn geval) Facebook me oprecht veel plezier. Sterker nog: ik vind dat mijn leven er rijker van is geworden. Natuurlijk ben ik niet geïnteresseerd in iedere gevoelsveranderingen van alle al dan niet echte vrienden die ik online heb. (Het is overigens een sociaal experiment op zich om te onderzoeken welke maatstaven mensen hanteren om wel of niet met anderen bevriend te raken.) Ik vermoed ook niet dat al die mensen hunkerend zit te wachten op al mijn dagelijkse beslommeringen die ik besluit te willen delen.
Maar ik vind het wel fijn om op een uiterst makkelijke manier op de hoogte te blijven van het wel en wee van mensen die ik echt niet allemaal op een regelmatige basis kan zien. Door hun statussen te lezen en hun vakantiefoto's te bekijken kan ik hun levens een beetje bijhouden en zijn de halfjaarlijkse bijpraat gesprekken een stuk geanimeerder. Natuurlijk vervangt dit niet de gesprekken in de kroeg, maar het voegt gewoon iets toe.
Daarnaast heb ik de afgelopen jaren me kunnen wentelen in de cadeautjes die mijn Facebookvrienden me geven: grappige, ontroerende en prachtige filmpjes, links, websites en gedachten, die ze posten en waarvan ik kan besluiten om ze aan te klikken of niet. Ik heb nieuwe bands ontdekt, inspirerende sites gevonden en al heel vaak heel hard moeten lachen om gekke of bizarre opmerkingen, discussies of links.
Met andere woorden: ik vind Facebook een cadeautje. En daar maak ik graag soms wat tijd voor vrij.
Ten eerste zijn de mensen die zich zogenaamd afzetten tegen 'dat soort dingen' vaak mensen die niet voor hun werk achter de computer zitten. Het zijn vaak docenten op middelbare scholen, kunstenaars die door het land reizen of artsen die dagelijks met hun neus in de patiënten statussen zitten. Mensen die minimaal acht uur per dag achter hun computer werk doen dat vooral gegenereerd wordt door te ontvangen en te verwerken emails, worden graag afgeleid door status updates van vrienden. Hoe ethisch het is om in de baas zijn tijd je eigen mail te checken is natuurlijk weer een andere kwestie. Feit is dat het betrekkelijk makkelijk is om Facebook, Twitter of Hyves in een ander tabje open te hebben staan.
Ten tweede, en dat vind ik eigenlijk veel belangrijker, brengt (in mijn geval) Facebook me oprecht veel plezier. Sterker nog: ik vind dat mijn leven er rijker van is geworden. Natuurlijk ben ik niet geïnteresseerd in iedere gevoelsveranderingen van alle al dan niet echte vrienden die ik online heb. (Het is overigens een sociaal experiment op zich om te onderzoeken welke maatstaven mensen hanteren om wel of niet met anderen bevriend te raken.) Ik vermoed ook niet dat al die mensen hunkerend zit te wachten op al mijn dagelijkse beslommeringen die ik besluit te willen delen.
Maar ik vind het wel fijn om op een uiterst makkelijke manier op de hoogte te blijven van het wel en wee van mensen die ik echt niet allemaal op een regelmatige basis kan zien. Door hun statussen te lezen en hun vakantiefoto's te bekijken kan ik hun levens een beetje bijhouden en zijn de halfjaarlijkse bijpraat gesprekken een stuk geanimeerder. Natuurlijk vervangt dit niet de gesprekken in de kroeg, maar het voegt gewoon iets toe.
Daarnaast heb ik de afgelopen jaren me kunnen wentelen in de cadeautjes die mijn Facebookvrienden me geven: grappige, ontroerende en prachtige filmpjes, links, websites en gedachten, die ze posten en waarvan ik kan besluiten om ze aan te klikken of niet. Ik heb nieuwe bands ontdekt, inspirerende sites gevonden en al heel vaak heel hard moeten lachen om gekke of bizarre opmerkingen, discussies of links.
Met andere woorden: ik vind Facebook een cadeautje. En daar maak ik graag soms wat tijd voor vrij.
donderdag 28 juli 2011
Verslaving
Op de middelbare school stonden de stoere jongens en meisjes in de pauze buiten onder een afdakje te roken. Mijn vriendinnen en ik zaten binnen, enkele tafels verwijderd van de nerds en besloten dat roken voor sukkels was, onszelf daarmee boven beide uitersten verheffend. Vlak voor mijn achttiende verjaardag verhuisde ik naar Amsterdam en een oudtante verweet mijn vader dat hij zijn enige dochter naar het Nederlandse Sodom en Gomorra liet gaan. Haar voorspelling dat ik binnen enkele jaren achter een raam als heroïnehoertje mijn geld zou verdienen, is tot nu toe nog niet uit gekomen. Tijdens een ongelofelijk vage avond tegen het einde van mijn studie at ik twee plakken space cake die me zo van de wereld brachten dat ik jaren lang ieder gebruik van drugs vermeed. Toen ik in een verlate puberale recalcitrantie alsnog op mijn tweeëntwintigste wilde gaan roken, kon dat alleen wanneer het gepaard ging met alcohol en andere rokers.
Enkele jaren later ben ik een gezelligheidsroker, die zich soms laat overhalen tot softdrugs gebruik (maar dat laatste alleen in het buitenland) en die enkele avonden per week bier, wijn of whisky drinkt. Alles met mate. Met andere woorden: ik heb mijn best gedaan, maar ik ben niet echt verslavingsgevoelig. Zelfs suiker kan ik best laten staan, zo blijkt de laatste weken.
Waar ik echter totaal geen maat weet te houden, waar ik de controle volkomen verlies en mezelf steeds weer terug vind als een kwijnend hoopje, verlangend naar meer, overgeleverd aan een oncontroleerbare drang die iedere cel in mijn lichaam voelt, is als het gaat om series. Televisieseries. Die ik dan weliswaar niet op televisie, maar via internet bekijk, op ieder door mij - of beter: door de drang in mijn cellen - gewenste tijdstip. Meestal tot midden in de nacht. Ik lever mijzelf, mijn tijd en mijn intellect weerloos over aan verhaallijnen, personages en clifhangers. Eens in de zoveel tijd laat ik me gaan en kies ik wat ik noem een 'slechte serie', die niet echt ergens over gaat, maar heerlijk is om gedachtenloos te kijken, als Sex and the city of Grey's Anatomy. Verraderlijker zijn de zogenaamde 'goede series', waarin goed geacteerd wordt, met spannende verhaallijnen, en geweldige personages. Zoals Six Feet Under, Dexter. of In Treatment.
En nu is er de West Wing. De laatste aflevering werd in 2006 uitgezonden en al die tijd kon ik het verlangen weerstaan. Wetende dat ik mezelf moest beschermen, weerde ik alle informatie over hoe goed hij was af. Ik hield dvd sets uit mijn huis, en zelfs toen ze toch binnen kwamen, stopte ik ze ver weg, achterin diepe kasten. Tot ik enkele weken geleden in een opruimwoede het stof van de dvd set afblies als een alcoholist met een goede fles wijn zou doen. Ik keek er even naar, hield de set vast, las het etiket en haalde de eerste dvd uit het hoesje. Huilend stopte ik hem in mijn computer, wetende dat ik verloren was.
Nu, halverwege seizoen vijf van zeven, heb ik een structureel slaaptekort, zit ik zonder sociale contacten omdat ik zo snel mogelijk naar huis wil om verder te kijken, droom ik over mijn nieuwe vrienden CJ, Toby, Josh en Donna, en probeer ik in ieder gesprek het onderwerp slinks via de Amerikaanse politiek op de serie te brengen. Mijn wereld bestaan uit de West Wing en ik weet dat er een einde aan gaat komen, dat ik weer naar buiten moet, en de realiteit onder ogen moet zien.
Tot die tijd zeg ik: Bartlet for president!
Enkele jaren later ben ik een gezelligheidsroker, die zich soms laat overhalen tot softdrugs gebruik (maar dat laatste alleen in het buitenland) en die enkele avonden per week bier, wijn of whisky drinkt. Alles met mate. Met andere woorden: ik heb mijn best gedaan, maar ik ben niet echt verslavingsgevoelig. Zelfs suiker kan ik best laten staan, zo blijkt de laatste weken.
Waar ik echter totaal geen maat weet te houden, waar ik de controle volkomen verlies en mezelf steeds weer terug vind als een kwijnend hoopje, verlangend naar meer, overgeleverd aan een oncontroleerbare drang die iedere cel in mijn lichaam voelt, is als het gaat om series. Televisieseries. Die ik dan weliswaar niet op televisie, maar via internet bekijk, op ieder door mij - of beter: door de drang in mijn cellen - gewenste tijdstip. Meestal tot midden in de nacht. Ik lever mijzelf, mijn tijd en mijn intellect weerloos over aan verhaallijnen, personages en clifhangers. Eens in de zoveel tijd laat ik me gaan en kies ik wat ik noem een 'slechte serie', die niet echt ergens over gaat, maar heerlijk is om gedachtenloos te kijken, als Sex and the city of Grey's Anatomy. Verraderlijker zijn de zogenaamde 'goede series', waarin goed geacteerd wordt, met spannende verhaallijnen, en geweldige personages. Zoals Six Feet Under, Dexter. of In Treatment.
En nu is er de West Wing. De laatste aflevering werd in 2006 uitgezonden en al die tijd kon ik het verlangen weerstaan. Wetende dat ik mezelf moest beschermen, weerde ik alle informatie over hoe goed hij was af. Ik hield dvd sets uit mijn huis, en zelfs toen ze toch binnen kwamen, stopte ik ze ver weg, achterin diepe kasten. Tot ik enkele weken geleden in een opruimwoede het stof van de dvd set afblies als een alcoholist met een goede fles wijn zou doen. Ik keek er even naar, hield de set vast, las het etiket en haalde de eerste dvd uit het hoesje. Huilend stopte ik hem in mijn computer, wetende dat ik verloren was.
Nu, halverwege seizoen vijf van zeven, heb ik een structureel slaaptekort, zit ik zonder sociale contacten omdat ik zo snel mogelijk naar huis wil om verder te kijken, droom ik over mijn nieuwe vrienden CJ, Toby, Josh en Donna, en probeer ik in ieder gesprek het onderwerp slinks via de Amerikaanse politiek op de serie te brengen. Mijn wereld bestaan uit de West Wing en ik weet dat er een einde aan gaat komen, dat ik weer naar buiten moet, en de realiteit onder ogen moet zien.
Tot die tijd zeg ik: Bartlet for president!
zondag 24 juli 2011
De Helling
Toen de pont de wal raakte klonk vanuit de verte een zachte beat. Verder klonk alleen het geluid van de regen die de hele middag al onophoudelijk uit de lucht kwam vallen. Het terrein op de helling werd omgeven door hekken, met aan één kant een opening voor een ingang waar beveiligingsjongens tassen checkten en bezoekers controleerden op het al dan niet meesmokkelen van drugs.
De helling, waar ooit schepen van te water gleden, was dit keer het decor voor Henk op de Helling. Waar op andere dagen duizenden koopjesjagers langs rommelmarktstandjes struinen, of waar eens per jaar prachtige voorstellingen tijdens het Over 't IJ festival spelen, stonden nu dj sets, witte partytenten en een rij bars, waar bier, wijn, cola en wodka te krijgen was. In een hoekje bovenop de helling stond een lange rij mensen te wachten tot de gegrilde groentespiezen, hamburgers en pastasalades klaar waren.
Los van mijn drijfnatte kleren, waardoor ik eigenlijk niets liever wilde dan onder een warme douche staan, hield ik absoluut niet van de dreunende dance en trance muziek die kenmerkend was voor dit festival. Ik vroeg me af waarom ik me had laten overhalen. Of, waarom ik op de uitnodiging in was gegaan en mijn warme huis verlaten had voor deze kou en narigheid. De reden was de nieuwe vriend van een vriendin. Want los van de muziek, presenteerde Stichting Henk ook kunstprojecten, waaronder Den Visscher van Piet. Piet, die rondliep in een groen visserspak, zijn blonde haar in een staart gebonden. Waarvan andere bezoekers vermoedden dat hij Henk was. Piet vertelde zijn verhaal in een bootje, waar je met een lange ladder in moest klimmen, waar maximaal zeven mensen met opgetrokken benen op kussens konden zitten, luisterend naar zijn verhaal. Een van de luisteraars was Paul van twintig, die mij met grote pupillen aan keek en een onduidelijk verhaal vertelde over de passie in zijn leven, die bestond uit feesten, drinken en pillen.

Naast het bootje van Piet stond een poëziepodium, waar schrijvers en dichters onverstaanbaar in een microfoon hun gedachten mompelden voor een overvolle tribune van mensen die dekking tegen het weer zochten, en die alles behalve poëzie wilden horen. "Ik vind dit zo vermoeiend," zuchtte het meisje naast me tegen een vriendin. Beide zaten ze in korte rokjes, met t-shirts en opgestoken haar aan een groentenspies te knabbelen. Terwijl harde windvlagen de regen over de helling joegen, sprongen ze op en liepen richting de partytenten. Ik zocht mijn heil in het bootje van Piet, waar mijn kleren opdroogden terwijl we juttersbitter dronken. Zoals het hoort op een boot.
De helling, waar ooit schepen van te water gleden, was dit keer het decor voor Henk op de Helling. Waar op andere dagen duizenden koopjesjagers langs rommelmarktstandjes struinen, of waar eens per jaar prachtige voorstellingen tijdens het Over 't IJ festival spelen, stonden nu dj sets, witte partytenten en een rij bars, waar bier, wijn, cola en wodka te krijgen was. In een hoekje bovenop de helling stond een lange rij mensen te wachten tot de gegrilde groentespiezen, hamburgers en pastasalades klaar waren.
Los van mijn drijfnatte kleren, waardoor ik eigenlijk niets liever wilde dan onder een warme douche staan, hield ik absoluut niet van de dreunende dance en trance muziek die kenmerkend was voor dit festival. Ik vroeg me af waarom ik me had laten overhalen. Of, waarom ik op de uitnodiging in was gegaan en mijn warme huis verlaten had voor deze kou en narigheid. De reden was de nieuwe vriend van een vriendin. Want los van de muziek, presenteerde Stichting Henk ook kunstprojecten, waaronder Den Visscher van Piet. Piet, die rondliep in een groen visserspak, zijn blonde haar in een staart gebonden. Waarvan andere bezoekers vermoedden dat hij Henk was. Piet vertelde zijn verhaal in een bootje, waar je met een lange ladder in moest klimmen, waar maximaal zeven mensen met opgetrokken benen op kussens konden zitten, luisterend naar zijn verhaal. Een van de luisteraars was Paul van twintig, die mij met grote pupillen aan keek en een onduidelijk verhaal vertelde over de passie in zijn leven, die bestond uit feesten, drinken en pillen.
Naast het bootje van Piet stond een poëziepodium, waar schrijvers en dichters onverstaanbaar in een microfoon hun gedachten mompelden voor een overvolle tribune van mensen die dekking tegen het weer zochten, en die alles behalve poëzie wilden horen. "Ik vind dit zo vermoeiend," zuchtte het meisje naast me tegen een vriendin. Beide zaten ze in korte rokjes, met t-shirts en opgestoken haar aan een groentenspies te knabbelen. Terwijl harde windvlagen de regen over de helling joegen, sprongen ze op en liepen richting de partytenten. Ik zocht mijn heil in het bootje van Piet, waar mijn kleren opdroogden terwijl we juttersbitter dronken. Zoals het hoort op een boot.
dinsdag 19 juli 2011
Freddy
Achteraf gezien was hij waarschijnlijk voor mij de eerste in een rij van homo- en biseksuele artiesten waar ik genadeloos voor viel. Alhoewel het vrijwel onmogelijk is dat niet minstens één van de New Kids on the Block, waar ik daarvoor fan van was, ook op mannen viel, was hij toch de eerste waarvan het redelijk duidelijk was.
Het was niet zozeer zijn uiterlijk, en eigenlijk ook niet zijn kledingkeuze die het hem voor mij deden. In eerste instantie was het zijn dood. Mijn fascinatie begon namelijk pas bij de aankondiging van zijn overlijden, dat natuurlijk nogal heftig was, en het kwetsbare lied dat vlak daarna werd uitgebracht. Dat raakte mijn gevoelige pubersnaren. Wat overigens ook verklaart waarom zijn uiterlijk - haar, gebit, graatmagere lijf - wellicht niet direct op mij werkte. Ik was dertien en had nog niet zo'n duidelijk beeld van wat je met zo'n mannenlichaam zou kunnen doen.
Wat het wel was, was zijn ongelofelijke uitstraling. Zijn podiumgedrag, zijn ongegeneerde drang om aanwezig te zijn, om zich te uiten, om te laten zien wie hij was. Door ieder uiterlijk middel te gebruiken dat hij kon vinden, strakke pakjes, vlaggen, bontjassen, fakkels. En zijn muziek. Of de muziek van zijn band. Want er stonden ook nog drie andere artiesten achter hem, alhoewel zij pas in de schijnwerpers kwamen te staan toen hij vóór hen verdwenen was. Op mijn lijstje 'dingen die ik nog wel eens had willen doen' staat een stadion concert van Queen toch wel erg hoog genoteerd.
Eens in de zoveel tijd geef ik me weer tijdelijk over aan hun opzwepende gitaar- en drumsolo's, en vooral aan Freddy stem. In mijn korte bestaan als Queen-fan heb ik gelukkig ook de wat minder bekende liedjes beluisterd, zoals het geweldige Breakthru, You take my breath away, en Love of my life. Maar uiteindelijk zijn het toch ook wel de bekende nummers die ik dagenlang in mijn hoofd met me mee draag: Killer Queen, Fat bottomed girls, Somebody to love en als topper onderstaand nummer, dat zo ongelofelijk lekker swingt op de fiets.
Nu ik na jaren eindelijk openlijk durf uit te komen voor mijn voorkeur voor homoseksuele zangers, durf ik ook te zeggen dat ik Freddy's pakjes eigenlijk best opwindend vind, dat die tanden eigenlijk ook wel wat hebben en dat ik met liefde door zijn haar had gewoeld.
RIP Freddy.
Het was niet zozeer zijn uiterlijk, en eigenlijk ook niet zijn kledingkeuze die het hem voor mij deden. In eerste instantie was het zijn dood. Mijn fascinatie begon namelijk pas bij de aankondiging van zijn overlijden, dat natuurlijk nogal heftig was, en het kwetsbare lied dat vlak daarna werd uitgebracht. Dat raakte mijn gevoelige pubersnaren. Wat overigens ook verklaart waarom zijn uiterlijk - haar, gebit, graatmagere lijf - wellicht niet direct op mij werkte. Ik was dertien en had nog niet zo'n duidelijk beeld van wat je met zo'n mannenlichaam zou kunnen doen.
Wat het wel was, was zijn ongelofelijke uitstraling. Zijn podiumgedrag, zijn ongegeneerde drang om aanwezig te zijn, om zich te uiten, om te laten zien wie hij was. Door ieder uiterlijk middel te gebruiken dat hij kon vinden, strakke pakjes, vlaggen, bontjassen, fakkels. En zijn muziek. Of de muziek van zijn band. Want er stonden ook nog drie andere artiesten achter hem, alhoewel zij pas in de schijnwerpers kwamen te staan toen hij vóór hen verdwenen was. Op mijn lijstje 'dingen die ik nog wel eens had willen doen' staat een stadion concert van Queen toch wel erg hoog genoteerd.
Eens in de zoveel tijd geef ik me weer tijdelijk over aan hun opzwepende gitaar- en drumsolo's, en vooral aan Freddy stem. In mijn korte bestaan als Queen-fan heb ik gelukkig ook de wat minder bekende liedjes beluisterd, zoals het geweldige Breakthru, You take my breath away, en Love of my life. Maar uiteindelijk zijn het toch ook wel de bekende nummers die ik dagenlang in mijn hoofd met me mee draag: Killer Queen, Fat bottomed girls, Somebody to love en als topper onderstaand nummer, dat zo ongelofelijk lekker swingt op de fiets.
Nu ik na jaren eindelijk openlijk durf uit te komen voor mijn voorkeur voor homoseksuele zangers, durf ik ook te zeggen dat ik Freddy's pakjes eigenlijk best opwindend vind, dat die tanden eigenlijk ook wel wat hebben en dat ik met liefde door zijn haar had gewoeld.
RIP Freddy.
donderdag 14 juli 2011
Het vermoeden dat we door moesten
We verzamelden naast een van de grote loodsen, aan de rand van het festival, de smaak van vegetarische roti met bier wegwerkend met een pepermuntje. Toen een stem, en de groep die zich verzameld had kwam in beweging. We kriskrasten langs andere bezoekers en lieten het festival achter ons. De waterkant van Noord, het onontgonnen terrein, de nieuwe gebouwen die herrezen waren uit het zand. De groep slingerde zich langs de stenen kantoren. Aan het einde van een parkeerterrein, waar een net niet doodlopende weg een bocht maakte, stond een overdekte tribune.
We namen plaats, zetten op commando de koptelefoons op. We hoorden nog niets en keken uit op een lege straat. Net toen de man naast mij olijk riep dat hij de muziek zo goed vond, hoorden we het geluid van de zee. Knisperende voetstappen in grind. De straat voor ons bleef leeg. Een stem neuriede zachtjes in onze oren, in de verte stopte een auto bij de kruising en trok langzaam weer op. Iedereen hield zijn adem in. Hoorde dat erbij? De stem begon zacht te zingen, de voetstappen vermenigvuldigden. Twee mannen liepen. Zuchtten dat het nog zo ver was. Dat de zee achter hen lag. Dat ze niet meer wisten waar ze vandaan kwamen. Voor ons vulde de leegte zich met betekenisvolle toevalligheden. Auto's. Wandelaars. Fietsers, die met een verbaasde blik richting de bocht fietsten, kijkend naar de honderd mensen die naar hen keken.
In de verte werden twee figuren zichtbaar, die zich gedroegen zoals de stemmen in ons hoofd het voorspelden. 'Ik ga denk ik even liggen." "Dan loop ik heen en weer." Minimalistische teksten in een bijna wijds landschap. Een vrouwtje liep het beeld in, haar kleren verrieden dat ze bij het verhaal hoorde. Ze deed wat dingen. De mannen kwamen dichterbij. Het vrouwtje werd verstaanbaar door hun aanwezigheid. De zee ruiste door in onze oren.
Maar ze moesten door. Die mannen. Dus het vrouwtje bleef achter, en de mannen verdwenen. In de stilte die aan het applaus vooraf hoort te gaan, de zucht van het publiek voordat het uit het verhaal stapt en de handen in elkaar slaat, liepen twee voorbijgangers het beeld in. Net op tijd om een enorm applaus te mogen ontvangen.
Bambie, een van de beste theatergezelschappen in Nederland, speelt op het over 't IJ Festival. Mis het niet!
We namen plaats, zetten op commando de koptelefoons op. We hoorden nog niets en keken uit op een lege straat. Net toen de man naast mij olijk riep dat hij de muziek zo goed vond, hoorden we het geluid van de zee. Knisperende voetstappen in grind. De straat voor ons bleef leeg. Een stem neuriede zachtjes in onze oren, in de verte stopte een auto bij de kruising en trok langzaam weer op. Iedereen hield zijn adem in. Hoorde dat erbij? De stem begon zacht te zingen, de voetstappen vermenigvuldigden. Twee mannen liepen. Zuchtten dat het nog zo ver was. Dat de zee achter hen lag. Dat ze niet meer wisten waar ze vandaan kwamen. Voor ons vulde de leegte zich met betekenisvolle toevalligheden. Auto's. Wandelaars. Fietsers, die met een verbaasde blik richting de bocht fietsten, kijkend naar de honderd mensen die naar hen keken.
In de verte werden twee figuren zichtbaar, die zich gedroegen zoals de stemmen in ons hoofd het voorspelden. 'Ik ga denk ik even liggen." "Dan loop ik heen en weer." Minimalistische teksten in een bijna wijds landschap. Een vrouwtje liep het beeld in, haar kleren verrieden dat ze bij het verhaal hoorde. Ze deed wat dingen. De mannen kwamen dichterbij. Het vrouwtje werd verstaanbaar door hun aanwezigheid. De zee ruiste door in onze oren.
Maar ze moesten door. Die mannen. Dus het vrouwtje bleef achter, en de mannen verdwenen. In de stilte die aan het applaus vooraf hoort te gaan, de zucht van het publiek voordat het uit het verhaal stapt en de handen in elkaar slaat, liepen twee voorbijgangers het beeld in. Net op tijd om een enorm applaus te mogen ontvangen.
Bambie, een van de beste theatergezelschappen in Nederland, speelt op het over 't IJ Festival. Mis het niet!
Abonneren op:
Posts (Atom)