Ik ben iemand van de lijstjes. Het is fijn om dingen te rangschikken. Of op zijn minst achter elkaar te zetten. Dan lijkt het overzichtelijker. Pure schijn, want dat ik er dan verder vaak weinig tot niets mee doe staat daar geheel los van. Naast de algemeen geaccepteerde lijstjes voor boodschappen en dingen die op korte termijn moeten gebeuren (de 'to do' lijst) maak ik ook lijstjes voor minder urgente zaken. Zo schrijf ik eens in de zoveel tijd een lijstje onder de titel 'huis', waar al bijna twee jaar het woord 'plinten' op voor komt. Waar natuurlijk niets van gaat komen. Net als 'plafond overwitten'. Ik heb meer hoop dat 'gordijnrail bed' (voor een Oosterse sfeer) en 'lampen' binnen niet al te lange tijd weggestreept kunnen worden.
Een ander lijst is het 'wat wil ik sowieso nog een keer doen'-lijstje. Met daarop zaken als: 'Frans leren', een 'paardrijvakantie' (uit nostalgische overweging) en 'pianoles'. Of de 'nog te kopen cd's en boeken' lijst. Daarnaast zijn er lijstjes die wellicht minder urgent zijn, maar die wel veel zwaarder wegen dan al die anderen bij elkaar opgeteld. Bijvoorbeeld het lijstje 'voordat ik dood ga' (In New York wonen, een boek schrijven, echte liefde kennen, het maximum uit alles halen, een film maken, de wereld twee keer rond reizen). Dat zijn lijstjes die diep in mijn hart zitten en waar ik soms bang ben om aan te beginnen.
Los van alle voornemens, wensen en intenties houd ik ook lijstjes bij van voorbije dingen. Die tonen een geheel andere werkelijkheid. Dat zijn de lijstjes met harde cijfers, waar ik me moeilijk aan kan onttrekken. 'Niet uitgevoerde ideeën', 'verloren harten', 'aantal keren op de computer stompzinnige series gekeken'.
Maar soms, eens in de zoveel tijd, realiseer ik me dat er ook een ander lijstje is. Eentje dat ik weinig of nooit bijhoud, en waar ik zelden bij stilsta. Het lijstje 'Gelukt!', met daarop al een behoorlijk aantal onderwerpen. Soms klein, andere keren iets groter. En dat lijstje groeit gestaag.
Wat ik eigenlijk zeggen wil, is dat het maar een kwestie van perspectief is. En dat lijstjes helemaal niet verkeerd hoeven te zijn als ze de juiste titel hebben.
maandag 22 februari 2010
zaterdag 20 februari 2010
Oorlog
Dit wordt geen verhaaltje over het debat over de Nederlandse missie in Afghanistan. Dit verhaaltje gaat over een film.
Afgelopen week zag ik de film The Hurt Locker, een film over de oorlog in Irak, die genomineerd is voor negen Oscars. In eerste instantie werd hij kleinschalig uitgebracht in de VS, met name bij verschillende festivals. Na de ietwat onverwachte hoeveelheid nominaties is hij dan ook in Nederland te zien. In totaal in negen zalen.
Ik houd niet zo van oorlogsfilms, zeker niet als er veel geweld en schieten in voor komt. Maar deze film staat los van alles wat ik als oorlogsfilm zou definiëren. Deze film neemt je mee naar Irak, naar de jongens die de bommen die her en der verspreid worden, op tijd proberen te ontmantelen. Natuurlijk komt er geweld en actie in voor, maar wel van een geheel andere orde. Je beziet het geheel namelijk via de menselijke kant, in eerste instantie vanuit de Amerikaanse soldaten, maar ook vanuit de lokale bevolking. Je voelt de hitte, de spanning, het gevaar. Maar ook de kick, de missie en de intenties van de soldaten die daar daadwerkelijk hun werk doen.
Na het zien van The Hurt Locker heb je een ander beeld voor ogen wanneer je op het journaal hoort dat dertig mensen zijn omgekomen bij een bomaanslag op een markt. Sterker nog, voor het eerst heb je er een beeld bij.
Los van alle ellende en de realiteit van een oorlog is dit echter een van de meest esthetische films die ik sinds lange tijd gezien heb. Prachtige scènes in de woestijn, slow motion beelden van ontploffingen, ga zo maar door. Hij sleept je mee, je bent erbij.
Gaat dat dus zien! Of koop hem, want hij is binnenkort al op dvd verkrijgbaar.
Afgelopen week zag ik de film The Hurt Locker, een film over de oorlog in Irak, die genomineerd is voor negen Oscars. In eerste instantie werd hij kleinschalig uitgebracht in de VS, met name bij verschillende festivals. Na de ietwat onverwachte hoeveelheid nominaties is hij dan ook in Nederland te zien. In totaal in negen zalen.
Ik houd niet zo van oorlogsfilms, zeker niet als er veel geweld en schieten in voor komt. Maar deze film staat los van alles wat ik als oorlogsfilm zou definiëren. Deze film neemt je mee naar Irak, naar de jongens die de bommen die her en der verspreid worden, op tijd proberen te ontmantelen. Natuurlijk komt er geweld en actie in voor, maar wel van een geheel andere orde. Je beziet het geheel namelijk via de menselijke kant, in eerste instantie vanuit de Amerikaanse soldaten, maar ook vanuit de lokale bevolking. Je voelt de hitte, de spanning, het gevaar. Maar ook de kick, de missie en de intenties van de soldaten die daar daadwerkelijk hun werk doen.
Na het zien van The Hurt Locker heb je een ander beeld voor ogen wanneer je op het journaal hoort dat dertig mensen zijn omgekomen bij een bomaanslag op een markt. Sterker nog, voor het eerst heb je er een beeld bij.
Los van alle ellende en de realiteit van een oorlog is dit echter een van de meest esthetische films die ik sinds lange tijd gezien heb. Prachtige scènes in de woestijn, slow motion beelden van ontploffingen, ga zo maar door. Hij sleept je mee, je bent erbij.
Gaat dat dus zien! Of koop hem, want hij is binnenkort al op dvd verkrijgbaar.
dinsdag 16 februari 2010
Stemwijzer
Een bekentenis: vroeger heb ik geflyerd voor de PvdA.
Omdat het moest van mijn ouders.
Omdat mijn moeder op die flyers stond.
ik heb er geen traumatische herinneringen aan over gehouden, maar heb dit gegeven wel altijd opgeworpen als argument om mijn gebrek aan politiek activisme te verdedigen. Toen ik net studeerde heb ik nog wel nachten liggen piekeren of ik nou wel of niet de politiek in moest. Maar vaak verleidden theater, films of andere dramatische verhandelingen me van daadkrachtig optreden. Jaren later, toen ik me erbij had neergelegd dat ik niet was weggelegd voor actieve betrokkenheid bij aow discussies of hypotheekrente besloot ik dat ik mijn burgerplicht vervulde door van mijn stemrecht een stemplicht te maken. Waardoor ik zelfs een urenlange wandeling in het snikhete Melbourne ondernam, op zoek naar de ambassade waar ik mijn machtiging voor de verkiezingen van 2002 kon laten registreren. Ik ben politiek bewust, heb een duidelijke mening over veel kwesties en stem op een partij die naar mijn mening het beste representeert waar ik voor sta, en ben daar ook lid van geworden.
Toch knaagde al die tijd nog dezelfde twijfel als vroeger: moet ik niet echt iets dóen? Uiteindelijk worden gebeden, of vragen in dit geval, altijd gehoord, en diende zich een antwoord aan: in plaats van op koude ochtenden op CS te staan flyeren, of tijdens manifestaties in partijkleding mensen aan te spreken om hen, indien nodig, te overtuigen, werd mijn hulp gevraagd voor het maken van een promo filmpje. En dan ook nog iemand van mijn partij! Dat waren meerdere vliegen in één klap!
Voor iedereen die in Amsterdam nog twijfelt op wie hij of zij zal stemmen op 3 maart (want als je mag, dan moet je stemmen), bij deze een tip:
Omdat het moest van mijn ouders.
Omdat mijn moeder op die flyers stond.
ik heb er geen traumatische herinneringen aan over gehouden, maar heb dit gegeven wel altijd opgeworpen als argument om mijn gebrek aan politiek activisme te verdedigen. Toen ik net studeerde heb ik nog wel nachten liggen piekeren of ik nou wel of niet de politiek in moest. Maar vaak verleidden theater, films of andere dramatische verhandelingen me van daadkrachtig optreden. Jaren later, toen ik me erbij had neergelegd dat ik niet was weggelegd voor actieve betrokkenheid bij aow discussies of hypotheekrente besloot ik dat ik mijn burgerplicht vervulde door van mijn stemrecht een stemplicht te maken. Waardoor ik zelfs een urenlange wandeling in het snikhete Melbourne ondernam, op zoek naar de ambassade waar ik mijn machtiging voor de verkiezingen van 2002 kon laten registreren. Ik ben politiek bewust, heb een duidelijke mening over veel kwesties en stem op een partij die naar mijn mening het beste representeert waar ik voor sta, en ben daar ook lid van geworden.
Toch knaagde al die tijd nog dezelfde twijfel als vroeger: moet ik niet echt iets dóen? Uiteindelijk worden gebeden, of vragen in dit geval, altijd gehoord, en diende zich een antwoord aan: in plaats van op koude ochtenden op CS te staan flyeren, of tijdens manifestaties in partijkleding mensen aan te spreken om hen, indien nodig, te overtuigen, werd mijn hulp gevraagd voor het maken van een promo filmpje. En dan ook nog iemand van mijn partij! Dat waren meerdere vliegen in één klap!
Voor iedereen die in Amsterdam nog twijfelt op wie hij of zij zal stemmen op 3 maart (want als je mag, dan moet je stemmen), bij deze een tip:
Stem op Evelien! from Miriam van Oort on Vimeo.
woensdag 10 februari 2010
Premiere
Ik presenteer u: mijn eerste filmpje!
Het heeft even geduurd, omdat mijn angst voor techniek en tutorials me nogal heeft afgeremd. Hij ligt al maanden te wachten om op het wereld wijde web te worden gezet, maar bij gebrek aan kennis heb ik het steeds weer voor me uit gesteld. En aangezien ik in de tussentijd nog twee andere filmpjes gemaakt heb, vond ik het ook wel goed zo. Maar nu is het dan zover.
Stel je voor:
De zaal is langzaam vol gelopen, het publiek zit nog te smoezen, langzaam dimmen de lichten en schuift het gordijn open. Je moet alleen zelf even op play drukken.
Het heeft even geduurd, omdat mijn angst voor techniek en tutorials me nogal heeft afgeremd. Hij ligt al maanden te wachten om op het wereld wijde web te worden gezet, maar bij gebrek aan kennis heb ik het steeds weer voor me uit gesteld. En aangezien ik in de tussentijd nog twee andere filmpjes gemaakt heb, vond ik het ook wel goed zo. Maar nu is het dan zover.
Stel je voor:
De zaal is langzaam vol gelopen, het publiek zit nog te smoezen, langzaam dimmen de lichten en schuift het gordijn open. Je moet alleen zelf even op play drukken.
14.57 - 17.33 from Miriam van Oort on Vimeo.
maandag 8 februari 2010
Tehuis
Ik duw de rolstoel, waar mijn oma tegenwoordig in zit, langzaam door de gangen. We hadden al twee verdiepingen bewandeld, en maken langzaam onze weg naar beneden. Iedere verdieping heeft zijn eigen kleur. Blauw, Roze, Oranje en Groen. Alle deuren, kozijnen, plinten en lichtknoppen zijn in dezelfde kleur beschilderd. De witte muren kleuren in het winterse daglicht met de desbetreffende kleur mee. Op de bovenste gang vraag ik me nog af waarom ze in godsnaam voor deze lelijke eentonigheid gekozen hebben. Bij de derde verdieping realiseer ik me dat daar bewust over is nagedacht. Zodat de bewoners in ieder geval weten of ze op de juiste verdieping zitten. Verder zijn de gangen identiek: vanuit de lift rechtsaf, lange gang met vier brede deuren vooruit, linksaf, zelfde gang, linksaf, gang met vijf deuren en wat tafels en stoelen links, zwart bord met het menu van zondagmiddag, linksaf en weer vier brede deuren tot aan de lift.
Ik loop langzaam, alsof ik het tempo dat mijn oma een paar weken gelden nog zelf achter haar rollator aanhield, probeer na te bootsen. Ik probeer telkens weer nieuwe opmerkingen te verzinnen in de hoop het gesprek te rekken. 'Hier hangen andere clowntjes dan boven.' 'Leuk, die ballonnen.' 'Maken de mensen zelf de versieringen?' 'Zijn dit echte plantjes?' Mijn oma probeert soms te reageren, maar weet de helft van de tijd het antwoord niet, en zal de andere helft niet weten wat ik van haar wil weten. Hier en daar staat een deur op een kier en zie ik hoe een man of vrouw in een stoel voor zich uit zit te staren. Naar buiten, of naar een televisie die net iets te hard staat.
Beneden aangekomen lopen we naar haar kamer. De tweede deur rechts in de groene gang. Haar kasten, haar foto's, haar tas op tafel. Maar verder identiek aan de kamers waar we net langsliepen. Terwijl een verpleegster haar op het toilet helpt, smeer ik een boterham die ik in vier stukjes snijd. Terwijl ze langzaam en ingespannen eet, kan ik geen gespreksonderwerpen meer verzinnen en val ik terug op eerdere uitspraken over konijnen, buren en carnaval. Ze knikt, antwoordt soms en vraagt dan 'hoe lang duurt het dan zo met de trein terug naar Amsterdam?' Voor de derde keer antwoord ik 'drie uur'.
Als ik na een tijde afscheid neem en haar op haar ingevallen wangen zoen, zegt ze 'dank u voor de tijd die u genomen hebt'. Ik zwaai naar haar bij de deur, ze kijkt naar de televisie die ik net iets te hard heb gezet.
Op de terugweg denk ik alleen maar:dit nooit, nooit, nooit.
Maar dat dacht mijn oma vroeger ook.
Ik loop langzaam, alsof ik het tempo dat mijn oma een paar weken gelden nog zelf achter haar rollator aanhield, probeer na te bootsen. Ik probeer telkens weer nieuwe opmerkingen te verzinnen in de hoop het gesprek te rekken. 'Hier hangen andere clowntjes dan boven.' 'Leuk, die ballonnen.' 'Maken de mensen zelf de versieringen?' 'Zijn dit echte plantjes?' Mijn oma probeert soms te reageren, maar weet de helft van de tijd het antwoord niet, en zal de andere helft niet weten wat ik van haar wil weten. Hier en daar staat een deur op een kier en zie ik hoe een man of vrouw in een stoel voor zich uit zit te staren. Naar buiten, of naar een televisie die net iets te hard staat.
Beneden aangekomen lopen we naar haar kamer. De tweede deur rechts in de groene gang. Haar kasten, haar foto's, haar tas op tafel. Maar verder identiek aan de kamers waar we net langsliepen. Terwijl een verpleegster haar op het toilet helpt, smeer ik een boterham die ik in vier stukjes snijd. Terwijl ze langzaam en ingespannen eet, kan ik geen gespreksonderwerpen meer verzinnen en val ik terug op eerdere uitspraken over konijnen, buren en carnaval. Ze knikt, antwoordt soms en vraagt dan 'hoe lang duurt het dan zo met de trein terug naar Amsterdam?' Voor de derde keer antwoord ik 'drie uur'.
Als ik na een tijde afscheid neem en haar op haar ingevallen wangen zoen, zegt ze 'dank u voor de tijd die u genomen hebt'. Ik zwaai naar haar bij de deur, ze kijkt naar de televisie die ik net iets te hard heb gezet.
Op de terugweg denk ik alleen maar:dit nooit, nooit, nooit.
Maar dat dacht mijn oma vroeger ook.
vrijdag 5 februari 2010
maandag 1 februari 2010
Laatste eer
John Appel maakte in 2005 een documentaire over overleden mensen zonder familie of vrienden. Mensen die ergens in een huis of op een kamertje woonden, die weinig spraakzaam waren tegen collega's of kennissen. Mensen waarvan niemand doorhad dat ze er waren, totdat ze er opeens niet meer waren. Op de afdeling Bijzondere Hulpverlening zitten twee ambtenaren die nabestaanden zoeken, die op zoek gaan naar het verhaal van een overledene.
Ik zat net met tranen in mijn ogen te kijken naar een begrafenis van een man zonder nabestaanden. In zijn huis vonden de ambtenaren een cd van Johnny Jordaan. "Dat is dan een mooie indicatie voor de muziek tijdens de plechtigheid," zei de een. Verder lagen er hele oude foto's, zwart wit, met zo'n kartelrandje, met daarop een oudere man en een jongetje. "Dat zou hem wel eens geweest kunnen zijn," zei de ander. Een oude werkgever werd gevonden, die aangaf naar de begrafenis te willen komen. "Zet er maar een bloemetje op," zei een van de ambtenaren tegen de mevrouw van de begrafenisonderneming, "anders is het ook zo kaal."
De voormalige baas kwam en nam drie oud collega's mee. Hij had zelfs nog een speech voorbereid. "Thijs had geen telefoon. Je had geen telefoon Thijs. Ik wens je op je pad vanaf hier meer gezelschap en vreugde toe dan in het aardse. Thijs, goede reis vanaf hier."
Ik ga een lijstje maken. Met zaken die van belang zijn om na mijn dood te regelen of te doen. De voor de hand liggende zaken: welke muziek ik graag zou willen laten horen, en of er wel of niet een bloemetje op moet. En andere zaken: een lijstje met wachtwoorden voor mijn internet bestaan, zodat ik daar weg gehaald kan worden. En wie mijn boeken mag krijgen, waar mijn foto's naartoe moeten en wat er met mijn dagboeken moet gebeuren (ongelezen verbranden kan ik vast verklappen). En dat lijstje hang ik aan de binnenkant van mijn koelkast. Het lijkt me dat ze daar het eerst kijken om bedorven eten weg te gooien. Dan hoeven die ambtenaren niet zo te zoeken. Mocht ik ongemerkt sterven.
Klik hier voor de documentaire.
Ik zat net met tranen in mijn ogen te kijken naar een begrafenis van een man zonder nabestaanden. In zijn huis vonden de ambtenaren een cd van Johnny Jordaan. "Dat is dan een mooie indicatie voor de muziek tijdens de plechtigheid," zei de een. Verder lagen er hele oude foto's, zwart wit, met zo'n kartelrandje, met daarop een oudere man en een jongetje. "Dat zou hem wel eens geweest kunnen zijn," zei de ander. Een oude werkgever werd gevonden, die aangaf naar de begrafenis te willen komen. "Zet er maar een bloemetje op," zei een van de ambtenaren tegen de mevrouw van de begrafenisonderneming, "anders is het ook zo kaal."
De voormalige baas kwam en nam drie oud collega's mee. Hij had zelfs nog een speech voorbereid. "Thijs had geen telefoon. Je had geen telefoon Thijs. Ik wens je op je pad vanaf hier meer gezelschap en vreugde toe dan in het aardse. Thijs, goede reis vanaf hier."
Ik ga een lijstje maken. Met zaken die van belang zijn om na mijn dood te regelen of te doen. De voor de hand liggende zaken: welke muziek ik graag zou willen laten horen, en of er wel of niet een bloemetje op moet. En andere zaken: een lijstje met wachtwoorden voor mijn internet bestaan, zodat ik daar weg gehaald kan worden. En wie mijn boeken mag krijgen, waar mijn foto's naartoe moeten en wat er met mijn dagboeken moet gebeuren (ongelezen verbranden kan ik vast verklappen). En dat lijstje hang ik aan de binnenkant van mijn koelkast. Het lijkt me dat ze daar het eerst kijken om bedorven eten weg te gooien. Dan hoeven die ambtenaren niet zo te zoeken. Mocht ik ongemerkt sterven.
Klik hier voor de documentaire.
Abonneren op:
Posts (Atom)
