zondag 31 januari 2010

Onderweg

Ik vrees dat ik een reissnob ben. Ik heb nog maar weinig van Europa gezien, laat staan van mijn eigen land. Als ik Amsterdam verlaat doe ik dat het liefst voor plaatsen die alleen met een vliegtuig binnen redelijke tijd te bereiken zijn. Vrienden die buiten de stad verhuizen, hoon ik met ongepaste hoofdstedelijke arrogantie uit mijn adressenboekje. Woon je buiten de A10? Dan hangt onze vriendschap aan een zijden draadje. Vreemd, als je je bedenkt dat ikzelf niet uit Amsterdam kom en sterker nog, daar best wel ver vandaan woonde. De tocht richting het zuiden is een van de verste die je in dit land kan maken, en zelfs dat is vanuit mijn thuisstad slechts maximaal twee-en-een-half uur.
In vreemde landen zat ik soms dagenlang in busjes, heen en weer geschud door de vele bochtige wegen, naast oude Kenianen met kippen op schoot of kotsende Chinese vrouwtjes. Een deel van Mali heb ik alleen door de smoezelige ramen aan me voorbij zien glijden, bepaalde delen van Indonesië heb ik niet eens gezien omdat ik tussen teveel andere mensen op een trappetje zat.

Je zou denken dat reizen in Nederland een verademing zou zijn. Toch zakt de moed me in mijn schoenen als ik met de trein naar een andere plaats moet. Na lang nadenken ben ik tot de conclusie gekomen dat het aan de volgende oorzaken moet liggen.
Ten eerste versta ik in Nederland de gevoerde gesprekken, die ik eigenlijk niet wil horen. Ik kan niet ontsnappen aan de gesprekken over IKEA kasten, vriendschapsperikelen, familievetes en andersoortige openbaringen. In vreemde landen gaat het misschien ook over IKEA kasten, maar dan versta ik het niet, dus kan ik lekker wegdromen in mijn eigen wereld.
Ten tweede heb ik geen zin om naast patatetende medereizigers te zitten, en geloof me: die zijn er. In het buitenland wordt meestal op de vreemdste tijdstippen een uurtje gestopt om te eten, waarna de reis weer hervat wordt. Het heeft natuurlijk allemaal zijn voor- en nadelen, maar ik geef er de voorkeur aan boven de geur van niet opgegeten patat in mayonaise in een te klein afvalemmertje.
Tenslotte ontdekte ik dat ik reizend in Nederland altijd wel heimwee krijg. Of het komt door mijn landgenoten, hun gesprekken of hun eetgewoontes, of misschien gewoon door het feit dat ik naar huis wil en dan niet nog lang onderweg wil zijn. In andere landen ben ik zo ver van huis dat ik het niet kan voelen, waardoor ik geen heimwee heb.

Er zijn echter ook voordelen om eens in de zoveel tijd de trein naar plaatsen buiten de A10 te nemen. Zeker als het gesneeuwd heeft en het hele land onder een wit laagje ligt. Daarnaast is het fijn om verre vrienden weer te zien.

video

woensdag 27 januari 2010

Kapot

Alles kan kapot, volgens Nina de la C. Ze speelt morgen nog in Bellevue en de rest van het seizoen in het land met haar voorstelling, waarin ze vertelt over de zucht naar roem en bekendheid. Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks.

Ik kan me wel vinden in haar titel. Alhoewel ik hem zou willen veranderen in Alles gaat kapot. Maar dat komt vast door de koude wind die momenteel langs de grachten snijdt. Alles gaat uiteindelijk kapot. Als niet vroeger, dan later, als je maar lang genoeg wacht. Doordat iemand met een auto op een menigte inrijdt, of zichzelf opblaast op een markt. Maar ook door onverschilligheid, desinteresse, of het leven zelf.

Zaterdag zag ik een avond lang films over oude mensen. Echt oude mensen. Mensen die zo oud zijn dat hun lichaam gewoon niet meer wil. Dat je hoofd wel denkt dat je benen kunnen staan, maar dat die benen gewoonweg weigeren. Of dat je in een wereld woont waarin je de draad van je eigen logica de hele tijd kwijt raakt. Een avond lang ging het over hoe het hoe dan ook kapot gaat. Je kunt lief hebben gehad, je kunt kinderen hebben gekregen, je kunt op je achtentachtigste nog je eigen website hebben gebouwd, als uiteindelijk je ogen te slecht worden om te lezen, heb je ook daar nog weinig aan.

Alles gaat kapot. Spullen gaan kapot. Hoe voorzichtig je er ook mee bent. Of juist dan misschien. Het dierbare kopje dat tijdens de afwas op de grond valt. Een destructieve kat die geen onderscheid maakt tussen banken, stoelen en tafels. Vriendschappen gaan kapot. Door verhuizingen, meningsverschillen die nooit de moeite waard waren maar nooit meer worden uitgesproken, levens die andere wegen opgaan. De liefde gaat kapot. Door angst, onuitgesproken gedachten of eindeloos herhaalde ruzies.

Nina wijst op al die mensen die hoe dan ook hun eigen stukje claimen. Waarom? Misschien omdat het helpt? Tegen de angst dat het uiteindelijk toch kapot gaat? De angst om helemaal niets achter te laten als het eenmaal zo ver is? Of misschien omdat iedereen denkt dat als je niet beroemd bent, je er ook niet toe doet? Misschien omdat ze niet anders kunnen, omdat iedereen denkt dat het zo hoort? Soms leidt dat tot mooie, ontroerende avonden. Zoals vanavond met Nina, die met haar liedjes in ieder geval mij het gevoel kan geven dat er ergens iets breekt.

Het maakt niet dat de wind minder hard snijdt, het maakt de onverschilligheid niet minder onverschillig. Het zet alles even een stukje naar achteren. Alles gaat kapot, maar niet nu, niet hier. Straks weer.

zondag 24 januari 2010

Verdriet

Afgelopen maandag stierf Kate McGarrigle, op 63 jarige leeftijd, na meer dan 3 jaar ziek te zijn geweest. Kate zong met haar zus Anna en was de moeder van Rufus en Martha. Ik kende Kate niet, heb haar helaas nooit live zien optreden, maar ik weet wel de vreemdste details over haar uit verhalen en interviews. Ik weet hoe ze praatte, hoe ze zong. Ik weet van haar humor en ik ken haar muziek.

Als ik geen fan was geworden van haar kinderen had ik nooit van haar gehoord. Nu ben ik verdrietig.
Het is een bijzonder soort verdriet, voor mensen die je niet echt kent. Het kan intens zijn, maar ook een beetje misplaatst voelen. Althans, zo ervaar ik het. Het is verdriet om het verlies van een groot artiest, maar ook verdriet om het verdriet van haar familie. Het is verdriet uit dankbaarheid. Omdat Kate en haar familie mij steeds kleine cadeautjes geven met hun muziek. Het is verdriet omdat uit een gebeurtenis als deze blijkt dat je het leven niet in de hand hebt en dat je alleen maar kunt hopen dat je zo lang mogelijk liefde mag geven en krijgen. Het is verdriet omdat haar muziek nu altijd een beetje anders zal klinken. Het verdriet omdat zij haar liedjes nooit meer kan zingen, omdat er geen nieuwe liedjes meer bij zullen komen. En misschien is het ook gewoon verdriet om het verdriet.




Dag Kate.
Bedankt.





vrijdag 15 januari 2010

De Mol

Ik kijk bijna geen televisie, met name omdat ik niet veel thuis ben 's avonds. En wanneer ik dat wel ben kijk ik het liefst naar de programma's die ik echt wil zien, en niet naar dat wat er op dat moment toevallig op tv is. Gelukkig is er Uitzending Gemist, een cadeautje voor mensen zoals ik, waarop je op het moment dat het jou uitkomt kunt kijken naar het programma dat jij wilt zien (van de Publieke Omroepen, dat wel).
Momenteel kijk ik naar Wie is de Mol, wat eigenlijk niets meer is dan een ordinair spelletjes programma. Maar wel geweldig om naar te kijken. En dan niet zozeer om het concept zelf. Ik vind die opdrachten wel leuk en ik probeer een beetje mee te denken over wie de rest er probeert in te luizen, maar het gaat mij vooral om het werk achter de schermen. Ik kan een hele aflevering lang jaloers zitten kijken naar het feit dat ze 'gewoon' in een lege tram door Nagasaki rijden, of dat ze op de peilers van een brug staan, waar dan weer een boot onder door vaart die.... nou ja.


Wat ik maar wil zeggen: Wie is de Mol maakt dat mijn ware aard zich ongegeneerd aan me opdringt. Het productiemeisje in me schreeuwt heel hard dat het dit óók wil doen! Met een geweldig budget, op geweldige plekken, spannende opdrachten verzinnen en regelen. Ik eindig zelf in de meeste situaties als degene die steeds weer alle telefoontjes pleegt, locaties bezoekt en regelt dat iedereen op het juiste moment samen komt. Maar in mijn geval gaat dat dan over kerken bezoeken voor kooroptredens, last minute mensen belt om in te vallen bij presentaties en ga zo maar door. Dus ja, Wie is de Mol is toch wel een beetje de hemel voor het productiemeisje in mij.

dinsdag 12 januari 2010

Misdrijf

Zo gebeurt er nooit iets en zo heb je de ene reddingsactie na de andere. Nou ja, die van vorige week was in feite geen reddingsactie aangezien het slachtoffer niet meer te redden was. (Voor de geïnteresseerden: de politie onderzoekt de zaak en heeft bij alle buurtbewoners een brief met foto van het slachtoffer verspreid in de hoop op tips. Mocht iemand zondag 3 januari j.l. in de Indische buurt zijn geweest en iets hebben opgemerkt, geef ze dan even een belletje.)
Maar vanavond speelde de tragedie zich af op mijn eigen balkon.
Ik merkte omstreeks 22.30 uur een vreemde situatie op. De dader was omstreeks 20.25 uur door mijzelve het balkon opgelaten, nadat deze had aangegeven naar buiten te willen. Voorgaande weken wilde de dader na vijf minuten meestal weer naar binnen, nu hoorde ik echter niets. Ik vermoedde in eerste instantie nog nies maar toen, nadat ik de deur op een kier had gezet, de dader geen aanstalten maakte om binnen te komen, rook ik onraad. Ik ging ondanks de kou toch naar buiten en trof de dader in een geconcentreerde houding aan in een hoekje van het balkon, met de blik gericht op het hoekje tussen de plantenpotten. Nadat ik de dader benaderd had, hoorde ik geritsel. De dader viel de plaats van het geluid aan, waarna ik ingreep en de dader optilde. Vanuit het niets leek het slachtoffer zich over mijn balkon te bewegen. De dader zat in opgewonden staat op mijn arm en werd verschrikkelijk kwaad toen deze door mij van het slachtoffer gescheiden werd.
Ik heb het slachtoffer voorzichtig opgetild en geconstateerd dat er geen zichtbaar letsel was. Er was geen open wond waar bloed uit kwam en het slachtoffer kon zich nog bewegen. Toen merkte ik op dat er wellicht sprake was van een beenbreuk. Ik besloot het slachtoffer naar binnen te verplaatsen, alwaar ik omstreeks 22.40 uur de ambulance heb gebeld. Terwijl we wachtten tot deze zou arriveren, probeerde ik het slachtoffer iets te eten te geven, maar dat lukte niet. Wel leek het slachtoffer langzaam weer een beetje bij te komen en bewoog het meer.
Rond 23.15 uur arriveerde de ambulance en heb ik het slachtoffer voorzichtig overgedragen aan het medische personeel. Het viel me zwaar. Ik had liever zelf gezorgd dat het binnen no-time weer de wijde wereld in kon, maar dit leek me toch het beste. Zij zouden ervoor zorgen dat alles weer goed zou komen. Aangezien het misdrijf is opgelost hoeft u niet te bellen.

Het slachtoffer









De dader

vrijdag 8 januari 2010

Oude brieven

In een nieuwjaarsopruimbui besloot ik om mijn kasten uit te ruimen in de hoop dat ik, wanneer ik het verleden wat beter zou rangschikken, wat helderder in het heden zou staan. Nu heb ik in principe al alle herinneringen weggestopt in dozen, maar die dozen zouden dus beter geordend kunnen worden. Alles wat overbodig is, zo dacht ik, kan weg.
En zo zat ik plotseling temidden van een leven dat ik me niet eens meer herinnerde. Met brieven van penvriendinnen waar ik het bestaan van betwijfel. Geen idee wie Flore, Jessica en Cindy zijn. Daarnaast heb ik honderden briefjes, in verschillende maten, die tussen lesuren werden uitgewisseld. Soms totaal inhoudsloos: 'ik weet niet wat ik moet schrijven en verveel me. Nou doei!', maar soms ook hartverscheurend hard: 'ik vind dat je altijd zo stom reageert als je een goed cijfer krijgt, je kan wel blij zijn maar na 1x zeggen weet ik het wel,' of juist pijnlijk eerlijk 'Ik ben ook verliefd op W. Hopelijk wil je mijn vriendin nog zijn, want ik durfde het niet te zeggen maar nu is het toch zo.' Ik rook opeens weer de geur van de klaslokalen, zag de kantine weer voor me. Langzaam kwamen oude herinneringen naar boven. Gebeurtenissen, gesprekken, maar vooral een soort algemeen gevoel dat ik vroeger had. Althans, ik vermoed dat ik me zo voelde. Het kan ook zijn dat ik me nu zo voel als ik erop terug kijk.
Na uren zitten lezen en stapeltjes maken heb ik alles maar weer terug gestopt in hun oorspronkelijke dozen. Ze zijn natuurlijk totaal overbodig, al die epistels, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen ze weg te gooien. Eens in de tien jaar wil ik ze kunnen lezen, en weer de gangen van mijn middelbare school voor me zien of me gebeurtenissen herinneren die eigenlijk niet noemenswaardig zijn. Aan meisjes denken die nu vrouwen zijn, met totaal andere levens, maar die met mij hun verleden delen. Al is het maar deels. En wie weet, misschien hebben zij ook ergens op zolder een doos staan, met daarin mijn briefjes.

woensdag 6 januari 2010

Kunst?

Er is dus een ambtenaar geweest die dacht: 'laten we het eens anders doen, leuk, artistiek.' Sterker nog, totaal in strijd met wat je zou verwachten van een ambtenaar, heeft deze persoon zijn of haar gedachten omgezet in daden. In de eerstvolgende vergadering heeft hij of zij bij de rondvraag zijn gedachte omgezet in woorden en die blijkbaar zo succesvol geuit dat de anderen, hetzij partijgenoten, hetzij commissieleden, overtuigd waren van de originaliteit van het idee. En dus werden kunstenaars, waarschijnlijk jong en beginnend, benaderd met de vraag een ontwerp te maken. Aangezien het altijd een kwestie van geluk is wat betreft kunstzinnige opdrachten, zijn er waarschijnlijk meerdere kunstenaars gevraagd. Uit de inzendingen werden dan vijf winnaars gekozen. Die winnaars mochten hun ontwerp daadwerkelijk uitvoeren, waarna het tijdens de feestdagen naast het stadhuis zou worden tentoongesteld, als je het zo kan noemen. Nadat het hele project succesvol was afgerond en het nieuwe jaar weer begon, werd de commissie opgeheven, werd er in het budget gesneden of werden de prioriteiten verlegd door de toen nog op handen zijnde crisis. Daardoor konden het volgende jaar geen nieuwe kunstenaars worden benaderd, waardoor werd besloten om de oude kunstwerken weer van stal te halen. Wanneer dat soort beslissingen iets te vaak worden genomen komt er een punt dat men niet meer precies weet wat nou ook alweer precies de achterliggende gedachte achter het hele project was. Dus om de volgende keer dezelfde beslissing te vergoelijken, wordt het fenomeen tot 'traditie' gebombardeerd. 'Ja, dat wordt al jaren gedaan.' Het kan niet anders of het is zo gegaan.
Dus? Dat betekent echt niet dat het daardoor eindeloos herhaald moet worden. Dat betekent niet dat een ieder die enigszins kan getuigen van kunstzinnige smaak én politieke invloed, dit hele project niet mag laten stoppen onder het mom van, nou ja, smaak bijvoorbeeld.

dinsdag 5 januari 2010

Moord

Het moest er eens van komen. Dat ik in de nabije omgeving van een misdrijf zou zijn. Mijn leven was te lang een oase van rust en regelmaat, dat kon niet goed gaan. Daarnaast, in een wereldstad als Amsterdam kan je natuurlijk niet verwachten dat je de ellende kunt ontlopen. Als je al met veel pijn en moeite de verleidingen van drank, drugs en hoererij hebt kunnen weerstaan, loop je nog altijd het gevaar tot beroving, aanranding of op zijn minst de harde hand van de wet die op onverwachte plekken bonnen uit staat te delen aan fietsers die zonder licht door rood rijden.
Niets van dat al had zich in mijn geval voorgedaan. Drugs heb ik pas in New York gebruikt, ik drink met mate en heb tot nu toe nog altijd een werkende fietslamp gehad. Maar nu is het moment dan gekomen. Er is een misdrijf gepleegd in mijn straat. Twee huizen naast dat van mij wel te verstaan. En niet zo maar een misdrijf. Het eindigde in moord. Een dode! Door mijn, míjn, buren, gevonden. Met andere woorden: ik ben zelf waarschijnlijk ook aan de dood ontsnapt. Als het gevaar zo dichtbij komt, loop je zelf ook gevaar, toch?
Gisteren belde de recherche laat op de avond aan om mij 'enkele vragen' te stellen. Op zijn CSI's zeg maar. Daarna heeft de politie urenlang met wel vijf voertuigen mijn straat geblokkeerd om het lopende onderzoek te verrichten. Om vier uur 's nachts verdwenen de auto's (die al die tijd met draaiende motor, ik denk voor de verwarming, daar hadden gestaan), en werd het eindelijk weer rustig Vandaag werd ik daadwerkelijk door iemand aangesproken die al van het feit op de hoogte was zonder überhaupt in mijn buurt te wonen. Ik verwachtte vervolgens dat Hart van Nederland op de stoep zou staan en belde al naar huis om mijn familie gerust te stellen.
Maar goed. Het valt dus allemaal wel mee. In een kraakpand is iemand dood gevonden (wat direct tot de vraag leidt wat mijn buren daar dan deden?). Volgens de politie was er eerder op de avond een gevecht geweest, maar aangezien ik op een feestje was, heb ik daar niets van gemerkt.
Het treurige is dat het om een kraker gaat, waarschijnlijk een van de dronken Russen die mij soms 's nachts wakker houden met hun discussies. Als de politie al uitvindt hoe het misdrijf heeft plaatsgevonden, zal er dan verder nog iets gebeuren? Waarschijnlijk niet. Want wie maakt zich nou druk om krakende alcoholisten uit Rusland? Ik hoop dat iemand uiteindelijk zijn moeder zal bellen om haar op de hoogte te stellen van het nare nieuws. Zodat ze begrijpt waarom ze niets meer van hem hoort.